Tussen 1997 en 2010 was De Nieuwe Kaart van Nederland een instituut in de Nederlandse GIS en ruimtelijke ordening wereld. Deze kaart en vooral de achterliggende database had tot doel om alle plannen die een verandering in de fysieke leefomgeving tot gevolg hebben in beeld te brengen. Daarmee was er weliswaar overlap met de eind vorige eeuw schoorvoetend begonnen digitalisering van ruimtelijke plannen, maar aan de ene kant inventariseerde de Nieuwe Kaart minder (want geen "conserverende" bestemmingsplannen) en aan de andere kant meer verzamelde (ook niet-formele plannen van projectontwikkelaars en luchtballonnetjes uit kokers van beleidsmakers).
De inventarisatie was dan ook een arbeidsintensieve klus, waarbij de medewerkers van eerst de Stichting Nieuwe Kaart van Nederland en later NIROV (opgegaan in Platform31) destijds nog veelal analoge bestemmingsplannen maar ook kaarten uit lokale media verzamelden. Ook Geo-ICT technisch interessant: De Nieuwe Kaart was een van de eerste operationele webservices in Nederland, met zowel OGC-WMS services voor de professionals als een Google Earth KML versie.
In 2010 sneuvelde De Nieuwe Kaart. Niet omdat zij geen gebruikers had, maar wel omdat er slechts één gebruiker was die daar geld voor over had; het toenmalige Ministerie van VROM (thans IenM). Omdat dat Minsterie destijds in zeer zwaar financieel weer verkeerde bleef er geen andere keus dan de stekker er uit te trekken.
Hoe populaire de Nieuwe Kaart was bleek wel uit het feit dat de Nieuwe Kaart nog jarenlang nadat ze was opgehouden te bestaan de ranglijsten van meest gezochte datasets in het Nationaal Georegister aanvoerde. En tot op de dag van vandaag is die inmiddels wel erg verouderde Nieuwe Kaart nog terug te vinden, onder meer op ArcGIS Online en bij de Geoplaza van de VU.
Ik hoop dat de gebruikers zich realiseren dat de houdbaarheidsdatum ervan ruimschoots verstreken is. Wat niet wegneemt dat het als tijdsbeeld (grotendeels van vóór de crisis') nog steeds een interessante dataset is.
En nu is er een nieuwe Nieuwe Kaart.
Omdat het Ministerie van IenM tegenwoordige "laisser faire, laisser passer" als uitgangspunt hanteert dreigt onze Noordzeekust stukje bij beetje volgebouwd te worden. eind vorig jaar hoopte Minister Schultz in de medialuwe tijden rond de Kerst de bemoeienis van IenM helemaal tot 0 terug te brengen.
Daartegen kwamen politiek en NGO's in opstand. Als uitvloeisel daarvan heeft Natuurmonumenten opdracht gegeven (aan Buth Natuurlijk) om in beeld te brengen wat er zoals aan bouwplannen voor de Zeeuwse en Hollandse kust op de rol staat. En dat wordt door onder meer NRC breed uitgemeten.
Allereerst interessant om te zien dat het voor een specifiek doel en een specifieke regio wél mogelijk is deze inventarisatie weer uit te voeren. Al weet ik niet of Natuurmonumenten als ambitie heeft de inventarisatie structureel bij te houden.
Daarnaast valt op dat er wordt teruggegrepen op een klassiek rapport met kaarten, in plaats van een interactieve kaart met onderliggende webservices. De geografische aanduiding is ook wat minder ambitieus dan destijds bij de Nieuwe Kaart. Die probeerde zoveel mogelijk in vlakaanduidingen te vangen, terwijl Natuurmonumenten het bij een stip op de kaart houdt. Opvallend genoeg trouwens als "GPS coördinaten", alsof onze RD coördinaten al bij het grofvuil zijn gezet.
Ik ben benieuwd wat de ambities van opdrachtgever en makers zijn op gebied van bijhouding, uitbouwen, crowdsourcing (á la openstreetmap) etcetera. Daar kom ik in een volgende post op terug.
Posts tonen met het label ngr. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ngr. Alle posts tonen
zondag 12 juni 2016
zondag 18 oktober 2015
Serendipiteit: Op zoek naar het onverwachte in NGR 3.0
Onlangs werd ik benaderd om mee te denken over een nieuwe release van het Nationaal Georegister (NGR). Dat ik mag aanschuiven bij de sessie heb ik waarschijnlijk te danken aan mijn bemoeienis (of: bemoeizucht?) met NGR 1.0 en 2.0. En op deze pagina's komt onze nationale gouden geogids ook nogal eens als onderwerp voorbij.
Vooralsnog zit ik vooral als prototype van een datazoeker in die klankbordgroep. Eigenlijk een beetje vreemd, want beroepsmatig ben ik in mijn huidige baan bij Ordina niet of nauwelijks gebruiker van het NGR. Maar goed, de andere klankbordleden zijn vooral dataprovider, dus laat mij deze rol maar even spelen (en zoekende lezer: geef mij input!).
Dit voorjaar schreef ik al over hoe een echt nieuwe interface er uit zou kunnen zien. Maar pas afgelopen week snapte ik welk hoger doel zo'n interface ook kan dienen.
Dat hogere doel is serendipiteit. Wikipedia omschrijft serendipiteit nogal plat als "het vinden van iets onverwachts en bruikbaars terwijl je op zoek bent naar iets totaal anders". Wat mij betreft is voor de zoeker de mindset om open te staan voor iets onverwachts een integraal onderdeel van het begrip serendipiteit.
Wat heeft dat nu met een georegister als het NGR te maken? Welnu: als we als geosector echt willen dat die rijkdom aan (open) geodata die we in dit land hebben, en die voor een flink deel in het NGR staat beschreven ook echt wordt gebruik, dan moet de zoeker ook worden verleid om buiten de gebaande paden te zoeken. Zoals je in de lokale boekhandel ook altijd stuit op een leuk, want onverwacht, boek van een schrijver waarvan je al weer bijna vergeten was dat je die een half jaar geleden bij DWDD met interesse had aangehoord. Nog sterker: het hele concept van de ramsj-winkelketen Action is hier op gebaseerd.
De NGR-bezoeker die alleen maar op zoek is naar de juiste URL voor de WMS of WFS van een dataset waarvan hij absoluut zeker weet dat de one-and-only te gebruiken dataset is heeft niets met serendipiteit. Maar de ruimtelijk ontwerper of beleidsadviseur en nog meer de app- of webbouwer die rond een thema wat geodata bij elkaar wil harken wordt in haar creatieve proces enorm geholpen als de zoekfunctie van het NGR niet recht op zijn doel af gaat, maar ook wat ruimte laat om een dataset te ontdekken die buiten de gebaande paden ligt.
Ik ben benieuwd wat dit vraagt van de user interface, de search engine en van de metadata in het NGR .Maar het lijkt me geweldig als we dit in NGR 3.0 kunnen fietsen!
Vooralsnog zit ik vooral als prototype van een datazoeker in die klankbordgroep. Eigenlijk een beetje vreemd, want beroepsmatig ben ik in mijn huidige baan bij Ordina niet of nauwelijks gebruiker van het NGR. Maar goed, de andere klankbordleden zijn vooral dataprovider, dus laat mij deze rol maar even spelen (en zoekende lezer: geef mij input!).
Dit voorjaar schreef ik al over hoe een echt nieuwe interface er uit zou kunnen zien. Maar pas afgelopen week snapte ik welk hoger doel zo'n interface ook kan dienen.
Dat hogere doel is serendipiteit. Wikipedia omschrijft serendipiteit nogal plat als "het vinden van iets onverwachts en bruikbaars terwijl je op zoek bent naar iets totaal anders". Wat mij betreft is voor de zoeker de mindset om open te staan voor iets onverwachts een integraal onderdeel van het begrip serendipiteit.
Wat heeft dat nu met een georegister als het NGR te maken? Welnu: als we als geosector echt willen dat die rijkdom aan (open) geodata die we in dit land hebben, en die voor een flink deel in het NGR staat beschreven ook echt wordt gebruik, dan moet de zoeker ook worden verleid om buiten de gebaande paden te zoeken. Zoals je in de lokale boekhandel ook altijd stuit op een leuk, want onverwacht, boek van een schrijver waarvan je al weer bijna vergeten was dat je die een half jaar geleden bij DWDD met interesse had aangehoord. Nog sterker: het hele concept van de ramsj-winkelketen Action is hier op gebaseerd.
De NGR-bezoeker die alleen maar op zoek is naar de juiste URL voor de WMS of WFS van een dataset waarvan hij absoluut zeker weet dat de one-and-only te gebruiken dataset is heeft niets met serendipiteit. Maar de ruimtelijk ontwerper of beleidsadviseur en nog meer de app- of webbouwer die rond een thema wat geodata bij elkaar wil harken wordt in haar creatieve proces enorm geholpen als de zoekfunctie van het NGR niet recht op zijn doel af gaat, maar ook wat ruimte laat om een dataset te ontdekken die buiten de gebaande paden ligt.
Ik ben benieuwd wat dit vraagt van de user interface, de search engine en van de metadata in het NGR .Maar het lijkt me geweldig als we dit in NGR 3.0 kunnen fietsen!
Labels:
georegister,
metadata,
ngr,
opendata,
serendipiteit
zaterdag 7 maart 2015
Linked metadata: de nieuwe interface voor het NGR en andere geo/dataregisters
Vele toetsaanslagen hebben mijn toetsenbord al geteisterd als het aankwam op de interface van wat het uithangbord van de Nederlandse geo-informatie zou moeten zijn: het Nationaal Georegister.
Gebruikers klagen -nog steeds- dat er wel een "zoek"- maar geen "vind"-functie in het NGR zit.
En er schijnen gebruikers te zijn die de zoekfunctie zelfs niet kunnen vinden!
Vandaag heb ik een sneak preview gehad van een mogelijke nieuwe interface voor het NGR, en voor andere registers. De gedachte er achter is dat "thema" de belangrijkste zoekingang is. Nu zijn de afbakeningen van thema's in registers als het NGR altijd wat "fuzzy". Zo zijn "planologie" en "ruimtelijke ordening" weliswaar geen synoniemen maar wel zeer nauw verwant. Met een goede thesaurus kunnen die verbanden worden aangebracht. Nog beter is het combineren van thesauri uit verschillende sectoren en disciplines, juist omdat de datasets en services in het NGR betrekking hebben op een grote diversiteit aan sectoren en vakgebieden.
Wat is nu die interface? Zoiets:
Klik er vooral even op om 'm "in het echt" te zien.
Ik kwam 'm tegen op synoniemen.net. De crux is dat de zoekterm in het centrum wordt weergegeven, en dat de "eerstegraads"-synoniemen als direct verbonden bolletjes worden weergegeven, en de "tweedegraads"-synoniemen daar weer aan verbonden.
Lijkt me erg leuk om zo de termen uit de NGR-thesaurus, en de datasets en services waar deze zoekterm aan hangt weer te geven. Het lijkt dan wel linked metadata!
Deze vrolijke zoekfunctie is gemaakt met D3.js, dé JavaScript bibliotheek voor alle mogelijke datavisualisaties. Absoluut de moeite waard om daar eens in te duiken.
Naast de verwantschap tussen thema's zou je ook nog een onderlinge verwantschap tussen datasets kunnen toepassen. In de metadatastandaarden is daar ruimte voor gereserveerd om die aan te geven.Wellicht dat daarmee de verwarring over het verschil tussen zes typen bebouwde kommen kan worden weggenomen.
Wat tenslotte ook meerwaarde kan hebben is het op soortgelijke wijze presenteren van de verschijningsvormen van een dataset: dat brengt de logische samenhang tussen een dataset, een daarvan afgeleide WFS of downloadservice en een of meer daarvan afgeleide WMS-services in één oogopslag in beeld.
Aanvulling: een misschien wel nog mooiere versie is te vinden op http://zoeken.bibliotheek.nl/
Gebruikers klagen -nog steeds- dat er wel een "zoek"- maar geen "vind"-functie in het NGR zit.
En er schijnen gebruikers te zijn die de zoekfunctie zelfs niet kunnen vinden!
Vandaag heb ik een sneak preview gehad van een mogelijke nieuwe interface voor het NGR, en voor andere registers. De gedachte er achter is dat "thema" de belangrijkste zoekingang is. Nu zijn de afbakeningen van thema's in registers als het NGR altijd wat "fuzzy". Zo zijn "planologie" en "ruimtelijke ordening" weliswaar geen synoniemen maar wel zeer nauw verwant. Met een goede thesaurus kunnen die verbanden worden aangebracht. Nog beter is het combineren van thesauri uit verschillende sectoren en disciplines, juist omdat de datasets en services in het NGR betrekking hebben op een grote diversiteit aan sectoren en vakgebieden.
Wat is nu die interface? Zoiets:
Klik er vooral even op om 'm "in het echt" te zien.
Ik kwam 'm tegen op synoniemen.net. De crux is dat de zoekterm in het centrum wordt weergegeven, en dat de "eerstegraads"-synoniemen als direct verbonden bolletjes worden weergegeven, en de "tweedegraads"-synoniemen daar weer aan verbonden.
Lijkt me erg leuk om zo de termen uit de NGR-thesaurus, en de datasets en services waar deze zoekterm aan hangt weer te geven. Het lijkt dan wel linked metadata!
Deze vrolijke zoekfunctie is gemaakt met D3.js, dé JavaScript bibliotheek voor alle mogelijke datavisualisaties. Absoluut de moeite waard om daar eens in te duiken.
Naast de verwantschap tussen thema's zou je ook nog een onderlinge verwantschap tussen datasets kunnen toepassen. In de metadatastandaarden is daar ruimte voor gereserveerd om die aan te geven.Wellicht dat daarmee de verwarring over het verschil tussen zes typen bebouwde kommen kan worden weggenomen.
Wat tenslotte ook meerwaarde kan hebben is het op soortgelijke wijze presenteren van de verschijningsvormen van een dataset: dat brengt de logische samenhang tussen een dataset, een daarvan afgeleide WFS of downloadservice en een of meer daarvan afgeleide WMS-services in één oogopslag in beeld.
Aanvulling: een misschien wel nog mooiere versie is te vinden op http://zoeken.bibliotheek.nl/
Labels:
connecting the dots,
D3,
georegister,
javascript,
linked data,
metadata,
ngr,
synoniemen,
zoekfunctie
maandag 21 juli 2014
Een Inspire datacatalogus? Ik wil Meer! Meer! Meer!
Begin juli mocht ik namens de Stichting OSGeo.nl aanschuiven bij het halfjaarlijkse PDOK klantenpanel, dat sinds vorig jaar gecombineerd wordt met een Inspire gebruikersoverleg.
Voor diegenen die deze gremia niet kennen: vanuit de PDOK-beheerorganisatie (dus Kadaster), vanuit Inspire (Ministerie van IenM) en met medewerking van Geonovum wordt er tijdens deze overleggen toelichting gegeven op a) wat er aan diensten gerealiseerd is, b) wat er op de rol staat en vanuit de gebruikers van al dit moois feedback gevraagd. Noem het maar een klankbordgroep.
Tijdens de meeting een ferme discussie over de oude en de nieuwe BRT-achtergrond kaart (moet die persé 100% BRT zijn, of mag het ook een onsje BRT, aangevuld met ene paar gram NWB, een snufje AHN en een toefje OpenStreetMap blijven?).
Ook veel aandacht voor de één loket gedachte van PDOK (nu wordt de gebruiker nog van het data-kastje naar de service-muur gestuurd. Dit gaat veranderen; je kunt straks met zowel technische als data-inhoudelijke vragen bij het PDOK-loket terecht, die zetten het wel door naar 2e of zelfs 3e lijn.
En verder loopt er deze zomer een onderzoek naar de haalbaarheid van een PDOK-light, een voorziening die met name gemeenten moet helpen bij het aanbieden van open (geo)data.
Het verrassende hoogtepunt was het aan den volke tonen van een proof-of-concept van de Inspire Datagids. Matthias Snoei (SWIS) en Edward MacGillavry (Webmapper) hebben dit PoC gemaakt, waarbij goed webdesign het uitgangspunt is. Lees "the elements of user experience" als je meer wilt weten over de 5-S-en: strategy, scope, structure, skeleton, surface. Een absolute aanrader!
Het moet gezegd: de concept-datagids zag er mooi uit. Naast een goed doordacht design en interface, waren ook de omschrijvende teksten die de door de datagids bladerende eindgebruiker moeten verleiden tot het gebruik van de Inspire datasets weloverwogen. Niet die onbegrijpelijke technische kromtaal waar het NGR vol mee staat, maar heldere, ja zelfs wervende omschrijvingen waardoor het geo-water je bijkans door de mond loopt. En als het dan ook nog -zoals Matthias suggereerde- een gemakkelijk te onthouden domeinnaam als www.ngr.nl krijgt, dan zijn worden we helemaal blij.
Ja, app-bouwers en ruimtelijk beleidsmedewerkers boffen maar dat zij de doelgroep mogen vormen van deze geo-candy.
Wel een wat vreemde doelgroepmix trouwens. App bouwers willen data, beleidsmedewerkers willen informatie. Maar ik ben nog nooit een App-bouwer tegengekomen die specifiek Inspire data wil. Of een beleidsmedewerker die specifiek informatie uit datasets zoekt die dankzij Inspire beschikbaar zijn. Houd me ten goede hoor, ik vind het hartstikke mooi dat er onder invloed van Inspire allerlei geodata beschikbaar is gekomen. Maar een programma als SEIS heeft net zo goed veel moois opgeleverd.
Met slechts als Inspire datasets aangemerkte bronnen als inhoud lijkt deze catalogus vooral een Inspire-verkooptruc. Is het programmabudget op? En moeten er (bijvoorbeeld uit de budgetten voor de invoering Omgevingswet) nieuwe financiële bronnen worden aangeboord?
What's next? Een compleet fake-portaal? Met alleen screendumpjes in een Prezi achter elkaar geplakt?
Mijn voornaamste bezwaar is dat we als geo-sector hier een enorme kans laten liggen om het nationaal georegister (NGR) eindelijk die boost te geven die het al zo lang nodig heeft.
Schreeuw s.v.p .even met mij mee:
- Willen jullie meer of minder redactie op de content (de omschrijvingen van de datasets)?
(allen:) Meer!-
Willen jullie meer of minder controle op het aan de voordeur tegenhouden van onnodige datasets
(allen:) Meer!
- Willen jullie een meer of een minder wervende vormgeving?
(allen:) Meer!
- Willen jullie meer of minder dan alleen de Inspire datasets?
(allen:) Meer!
En verder:
- Een kortere URL: handig! (is www.catalogis.nl misschien iets?)
- Een meer handigere user-interface: heel graag!
Mét de complete inhoud van het NGR, mét de harvesting mogelijkheden. We waren met z'n allen toch zo voor standaarden (ISO19115 enzo, CSW, Dublin Core)? En voor data bij de bron, dus ook metadata bij de bron!
Ik zou zeggen: dit proof-of-concept was een inspirende vingeroefening. Effect bereikt. Dank u. Punt.
Mix het idee met het geoportaal geopunt.be van onze zuiderburen, en maak daarmee geo-informatie over de volle breedte dé succesfactor voor de omgevingswet, in plaats van te navelstaren op alleen Inspire-datasets.
Donderdag 4 september is de kans om je stem voor de Grote Sprong Voorwaarts voor het NGR te laten horen. Ik weet dat er binnen Nederland genoeg concrete ideeën zijn om zo'n stap te maken én genoeg ontwikkelkracht om dat ook daadwerkelijk waar te maken.
Dan zijn we echt voor een langere periode aan het investeren, in plaats van het najagen van een korte termijnwinst.
Tot 4 september, in Amersfoort!
Voor diegenen die deze gremia niet kennen: vanuit de PDOK-beheerorganisatie (dus Kadaster), vanuit Inspire (Ministerie van IenM) en met medewerking van Geonovum wordt er tijdens deze overleggen toelichting gegeven op a) wat er aan diensten gerealiseerd is, b) wat er op de rol staat en vanuit de gebruikers van al dit moois feedback gevraagd. Noem het maar een klankbordgroep.
Tijdens de meeting een ferme discussie over de oude en de nieuwe BRT-achtergrond kaart (moet die persé 100% BRT zijn, of mag het ook een onsje BRT, aangevuld met ene paar gram NWB, een snufje AHN en een toefje OpenStreetMap blijven?).
Ook veel aandacht voor de één loket gedachte van PDOK (nu wordt de gebruiker nog van het data-kastje naar de service-muur gestuurd. Dit gaat veranderen; je kunt straks met zowel technische als data-inhoudelijke vragen bij het PDOK-loket terecht, die zetten het wel door naar 2e of zelfs 3e lijn.
En verder loopt er deze zomer een onderzoek naar de haalbaarheid van een PDOK-light, een voorziening die met name gemeenten moet helpen bij het aanbieden van open (geo)data.
Het verrassende hoogtepunt was het aan den volke tonen van een proof-of-concept van de Inspire Datagids. Matthias Snoei (SWIS) en Edward MacGillavry (Webmapper) hebben dit PoC gemaakt, waarbij goed webdesign het uitgangspunt is. Lees "the elements of user experience" als je meer wilt weten over de 5-S-en: strategy, scope, structure, skeleton, surface. Een absolute aanrader!
Het moet gezegd: de concept-datagids zag er mooi uit. Naast een goed doordacht design en interface, waren ook de omschrijvende teksten die de door de datagids bladerende eindgebruiker moeten verleiden tot het gebruik van de Inspire datasets weloverwogen. Niet die onbegrijpelijke technische kromtaal waar het NGR vol mee staat, maar heldere, ja zelfs wervende omschrijvingen waardoor het geo-water je bijkans door de mond loopt. En als het dan ook nog -zoals Matthias suggereerde- een gemakkelijk te onthouden domeinnaam als www.ngr.nl krijgt, dan zijn worden we helemaal blij.
Ja, app-bouwers en ruimtelijk beleidsmedewerkers boffen maar dat zij de doelgroep mogen vormen van deze geo-candy.
Wel een wat vreemde doelgroepmix trouwens. App bouwers willen data, beleidsmedewerkers willen informatie. Maar ik ben nog nooit een App-bouwer tegengekomen die specifiek Inspire data wil. Of een beleidsmedewerker die specifiek informatie uit datasets zoekt die dankzij Inspire beschikbaar zijn. Houd me ten goede hoor, ik vind het hartstikke mooi dat er onder invloed van Inspire allerlei geodata beschikbaar is gekomen. Maar een programma als SEIS heeft net zo goed veel moois opgeleverd.
Met slechts als Inspire datasets aangemerkte bronnen als inhoud lijkt deze catalogus vooral een Inspire-verkooptruc. Is het programmabudget op? En moeten er (bijvoorbeeld uit de budgetten voor de invoering Omgevingswet) nieuwe financiële bronnen worden aangeboord?
What's next? Een compleet fake-portaal? Met alleen screendumpjes in een Prezi achter elkaar geplakt?
Mijn voornaamste bezwaar is dat we als geo-sector hier een enorme kans laten liggen om het nationaal georegister (NGR) eindelijk die boost te geven die het al zo lang nodig heeft.
Schreeuw s.v.p .even met mij mee:
- Willen jullie meer of minder redactie op de content (de omschrijvingen van de datasets)?
(allen:) Meer!-
Willen jullie meer of minder controle op het aan de voordeur tegenhouden van onnodige datasets
(allen:) Meer!
- Willen jullie een meer of een minder wervende vormgeving?
(allen:) Meer!
- Willen jullie meer of minder dan alleen de Inspire datasets?
(allen:) Meer!
En verder:
- Een kortere URL: handig! (is www.catalogis.nl misschien iets?)
- Een meer handigere user-interface: heel graag!
Mét de complete inhoud van het NGR, mét de harvesting mogelijkheden. We waren met z'n allen toch zo voor standaarden (ISO19115 enzo, CSW, Dublin Core)? En voor data bij de bron, dus ook metadata bij de bron!
Ik zou zeggen: dit proof-of-concept was een inspirende vingeroefening. Effect bereikt. Dank u. Punt.
Mix het idee met het geoportaal geopunt.be van onze zuiderburen, en maak daarmee geo-informatie over de volle breedte dé succesfactor voor de omgevingswet, in plaats van te navelstaren op alleen Inspire-datasets.
Donderdag 4 september is de kans om je stem voor de Grote Sprong Voorwaarts voor het NGR te laten horen. Ik weet dat er binnen Nederland genoeg concrete ideeën zijn om zo'n stap te maken én genoeg ontwikkelkracht om dat ook daadwerkelijk waar te maken.
Dan zijn we echt voor een langere periode aan het investeren, in plaats van het najagen van een korte termijnwinst.
Tot 4 september, in Amersfoort!
zaterdag 15 maart 2014
Het simpel georegister op basis van linked metadata
Na de afgelopen weken zelf weer aan het "geo-zoeken" te zijn geweest een goed moment om die versie NGR-user-expercience aan dit blog toe te voegen.
Laten we eens doen alsof we we net een setje open data hebben gescoord, bijvoorbeeld met de verkiezingsuitslagen per buurt. Nu zijn we op zoek naar een geo-dataset om die data op te "mappen".
Zoeken op het trefwoord "buurt" levert 2 hits op. De buurtindeling van Breda, en een verwijzing naar de vastgoedscanner van Dataland. Trefwoord "buurten" dan misschien? Kijk, dat gaat beter. 14 hits, waarbij ik de naam CBS iedere keer zie opduiken. Sommige van de hits lijken onder PDOK vlag aangeboden te worden (herkenbaar aan het Rijksoverheidslogo), anderen door het CBS zelf (herkenbaar aan het aloude hoekige CBS logo).
De entry "Wijk- en Buurtkaart 2012 versie 1" leidt naar een downloadbare gezipte shapefile. Het CBS is zo vriendelijk geweest daarbij verwijzingen op te nemen naar wat andere smaken; WMS en WFS services die op basis van deze dataset zijn gemaakt. Een klik op de naam van zo'n WMS opent die WMS in de kaart, een klik op de WFS opent ... een foutmelding. En weer verlaat een tevreden klant het pand, zou Herman Finkers zeggen.
Terug naar de lijst met de 14 hits. Daar staan die WMS en WFS services óók tussen, en daar vind ik er ook nog wat meer uitleg bij. Het liefst zou ik eigenlijk al deze hits in eerste instantie als één giga-hit zien, met daaronder pas de uitsplitsing naar verschillende smaken (ebook/grote letterboek/genaaid/gebonden), en de uitsplitsing naar verschillende jaren (vergelijkbaar met de jaargangen van een tijdschrift).
Dat er aan de achterkant (in de catalogus) verschillende metadatarecords beheerd moeten worden wil ik best geloven. Al zegt mijn gevoel dat er ook daar nog wat te winnen valt: het lijkt me wat onhandig als de metadatabeheerder van het CBS ieder jaar weer grotendeels hetzelfde verhaal moet intikken. Maar aan de voorkant wil ik die verschillende metadata graag in onderling verband zien. Voor mjin part noemen we het "linked metadata".
Nu ben ik niet de enige die hier over struikelt, ook niet de enige die hierover schijft. Als je mee wilt helpen de pijn- en verbeterpunten op een rijtje te krijgen: graag! En als je aan oplossingen wilt bouwen is dat natuurlijk helemaal mooi.
(zie ook mijn oproep op LinkedIn)
Laten we eens doen alsof we we net een setje open data hebben gescoord, bijvoorbeeld met de verkiezingsuitslagen per buurt. Nu zijn we op zoek naar een geo-dataset om die data op te "mappen".
Zoeken op het trefwoord "buurt" levert 2 hits op. De buurtindeling van Breda, en een verwijzing naar de vastgoedscanner van Dataland. Trefwoord "buurten" dan misschien? Kijk, dat gaat beter. 14 hits, waarbij ik de naam CBS iedere keer zie opduiken. Sommige van de hits lijken onder PDOK vlag aangeboden te worden (herkenbaar aan het Rijksoverheidslogo), anderen door het CBS zelf (herkenbaar aan het aloude hoekige CBS logo).
De entry "Wijk- en Buurtkaart 2012 versie 1" leidt naar een downloadbare gezipte shapefile. Het CBS is zo vriendelijk geweest daarbij verwijzingen op te nemen naar wat andere smaken; WMS en WFS services die op basis van deze dataset zijn gemaakt. Een klik op de naam van zo'n WMS opent die WMS in de kaart, een klik op de WFS opent ... een foutmelding. En weer verlaat een tevreden klant het pand, zou Herman Finkers zeggen.
Terug naar de lijst met de 14 hits. Daar staan die WMS en WFS services óók tussen, en daar vind ik er ook nog wat meer uitleg bij. Het liefst zou ik eigenlijk al deze hits in eerste instantie als één giga-hit zien, met daaronder pas de uitsplitsing naar verschillende smaken (ebook/grote letterboek/genaaid/gebonden), en de uitsplitsing naar verschillende jaren (vergelijkbaar met de jaargangen van een tijdschrift).
Dat er aan de achterkant (in de catalogus) verschillende metadatarecords beheerd moeten worden wil ik best geloven. Al zegt mijn gevoel dat er ook daar nog wat te winnen valt: het lijkt me wat onhandig als de metadatabeheerder van het CBS ieder jaar weer grotendeels hetzelfde verhaal moet intikken. Maar aan de voorkant wil ik die verschillende metadata graag in onderling verband zien. Voor mjin part noemen we het "linked metadata".
Nu ben ik niet de enige die hier over struikelt, ook niet de enige die hierover schijft. Als je mee wilt helpen de pijn- en verbeterpunten op een rijtje te krijgen: graag! En als je aan oplossingen wilt bouwen is dat natuurlijk helemaal mooi.
(zie ook mijn oproep op LinkedIn)
zondag 9 februari 2014
De Minister van metadata (of: terrorismebestrijding in de polder)
De meest extraverte minister uit het kabinet Rutte II, Ronald Plasterk, ligt onder vuur vanwege het vlijtig verzamelen van metadata. Blijkbaar wordt dit verzamelen niet al deugd beschouwd, want de Minister beweerde dat niet onze Vaderlandse veiligheidsdiensten de 1,8 miljoen records hadden geregistreerd, maar dat de veiligheidsdiensten van onze Amerikaanse bondgenoten hier de hand in hadden. Zij begonnen!
Nu wordt in de geosector "metadata" al enige decennia als speerpunt beschouwd, met Inspire als voorlopig hoogtepunt, maar de metadata waar het hier om gaat zijn van iets andere aard. Toch hebben deze wel een equivalent in de wereld van (geo-)webservices. Ik denk namelijk dat Plasterk en zijn veiligheidsdiensten geografische best zouden willen weten welke organisaties welke geografische thema's wanneer opvragen.
Op zich niets nieuws: de webservices van de risicokaart zijn enige jaren geleden al gesplitst in de publiek en een professioneel deel, waarbij de smakelijke details om redenen van veiligheid op aansporing van de toenmalige Minister van Binnenlandse Zaken voor het grote publiek verborgen moesten worden. Dat waren de jaren waarin de terroristische jeugdclub die bekend werd onder de naam "Hofstadgroep" geregeld de krantenkolommen haalde.
Juist met het voor een groot publiek beschikbaar komen van die geodata is voor onze veiligheidsdiensten het bijhouden wie a) in een georegisters als NGR en PGR zoekt naar bepaalde soorten data, en b) wie vervolgens ook nog daadwerkelijk zo'n webservice aanspreekt een spekkie voor het bekkie. En omdat de logfiles van de GetMap-requests ongetwijfeld ook registreren welke geografisch gebied met die webservices wordt bekeken hebben we hier een mooie bron van informatie voor NSA en
Allemaal metadata, de data zelf, wat een gebruiker er mee doet hoef je nog niet eens te weten. Keer op keer de risicokaart bevragen op ''en bepaalde plek, én dan ook nog bovenmatige interesse tonen voor de PDOK webservice met locaties van overheidsdiensten is natuurlijk verdacht gedrag.
Zo zou je natuurlijk juist ook een voor (aanstaande) terroristen interessant thema als "lokservice" in het NGR en tussen de PDOK webservices kunnen opnemen. na de lokeend, de lok-oma en de loktiener is de lokkaart *) maar een kleine stap.
Het omgekeerde kan ook: de kennisbank terrorisme biedt een mooi overzicht met herkomst en werkgebied van de veiligheid ondermijnende organisaties. Op die kaart moeten de locaties met een korreltje zout worden genomen: het is niet zo dat Al Aqsa Nederland haar thuisbasis tussen het Flevolandse graan heeft, en de inwoners van Eemland hoeven niet direct te vrezen dat het Turkse Marxistische-Leninistisch georiënteerde "Revolutionaire volksbevrijdingsfront" de grazige weiden van Eemnes tot belangrijkste doel van aanslagen heeft verheven.
Voor Ronald Plasterk zijn ambtenaren wel complex dat ook bij het registreren van het gebruik van geo-services er zowel een nationale (PDOK) als een Amerikaanse (ArcGIS Online) service-provider met logfiles over de brug moet komen. En daar bovenop nog eens de diverse OpenStreetMap aanbieders. Best complex!
Tot slot: Zo kan Open Data naast economische waardecreatie, bevordering van bestuurlijke transparantie en uitnodigen tot participatie nog een doel dienen: als lokmiddel waarmee aanstaande terroristen in kaart kunnen worden gebracht. Wie is ook alweer de Minister van Open Data...?
*) Overigens al een bekende kreet in kringen van cryptogrammenmakers. Drie letters.
Nu wordt in de geosector "metadata" al enige decennia als speerpunt beschouwd, met Inspire als voorlopig hoogtepunt, maar de metadata waar het hier om gaat zijn van iets andere aard. Toch hebben deze wel een equivalent in de wereld van (geo-)webservices. Ik denk namelijk dat Plasterk en zijn veiligheidsdiensten geografische best zouden willen weten welke organisaties welke geografische thema's wanneer opvragen.
Op zich niets nieuws: de webservices van de risicokaart zijn enige jaren geleden al gesplitst in de publiek en een professioneel deel, waarbij de smakelijke details om redenen van veiligheid op aansporing van de toenmalige Minister van Binnenlandse Zaken voor het grote publiek verborgen moesten worden. Dat waren de jaren waarin de terroristische jeugdclub die bekend werd onder de naam "Hofstadgroep" geregeld de krantenkolommen haalde.
Juist met het voor een groot publiek beschikbaar komen van die geodata is voor onze veiligheidsdiensten het bijhouden wie a) in een georegisters als NGR en PGR zoekt naar bepaalde soorten data, en b) wie vervolgens ook nog daadwerkelijk zo'n webservice aanspreekt een spekkie voor het bekkie. En omdat de logfiles van de GetMap-requests ongetwijfeld ook registreren welke geografisch gebied met die webservices wordt bekeken hebben we hier een mooie bron van informatie voor NSA en
Allemaal metadata, de data zelf, wat een gebruiker er mee doet hoef je nog niet eens te weten. Keer op keer de risicokaart bevragen op ''en bepaalde plek, én dan ook nog bovenmatige interesse tonen voor de PDOK webservice met locaties van overheidsdiensten is natuurlijk verdacht gedrag.
Zo zou je natuurlijk juist ook een voor (aanstaande) terroristen interessant thema als "lokservice" in het NGR en tussen de PDOK webservices kunnen opnemen. na de lokeend, de lok-oma en de loktiener is de lokkaart *) maar een kleine stap.
Het omgekeerde kan ook: de kennisbank terrorisme biedt een mooi overzicht met herkomst en werkgebied van de veiligheid ondermijnende organisaties. Op die kaart moeten de locaties met een korreltje zout worden genomen: het is niet zo dat Al Aqsa Nederland haar thuisbasis tussen het Flevolandse graan heeft, en de inwoners van Eemland hoeven niet direct te vrezen dat het Turkse Marxistische-Leninistisch georiënteerde "Revolutionaire volksbevrijdingsfront" de grazige weiden van Eemnes tot belangrijkste doel van aanslagen heeft verheven.
Voor Ronald Plasterk zijn ambtenaren wel complex dat ook bij het registreren van het gebruik van geo-services er zowel een nationale (PDOK) als een Amerikaanse (ArcGIS Online) service-provider met logfiles over de brug moet komen. En daar bovenop nog eens de diverse OpenStreetMap aanbieders. Best complex!
Tot slot: Zo kan Open Data naast economische waardecreatie, bevordering van bestuurlijke transparantie en uitnodigen tot participatie nog een doel dienen: als lokmiddel waarmee aanstaande terroristen in kaart kunnen worden gebracht. Wie is ook alweer de Minister van Open Data...?
*) Overigens al een bekende kreet in kringen van cryptogrammenmakers. Drie letters.
Labels:
AIVD,
arcgis online,
bzk,
metadata,
ngr,
NSA,
open data,
pdok,
Plasterk,
risicokaart,
webservice
dinsdag 23 juli 2013
Het Nederlandse keurmerk op WMS
Gisteren beweerde ik dat WMS minder standaard is dan we wel eens denken, met name door de vrijheidsgraden die deze OGC standaard in zich heeft. Ik had zelf al een follow-up in gedachten, en toen er ook nog een reactie van Thijs Brentjens binnenkwam kon ik niet meer uit onder het publiceren van deze aanvulling:
GeoNovum weet raad, want heeft voor WMS services een Nederlands profiel opgesteld. In dat profiel zijn een flink deel van de hier boven geschetste vrijheidsgraden dichtgetimmerd, zoals de verplichting de WMS in 3 coördinaatsystemen te serveren: RD, ETRS89 en WGS84. Met de bij dat profiel behorende validator kun je nagaan of een WMS service (niet noodzakelijker wijs een die je zelf serveert) aan dit Nederlandse profiel voldoet.
Ook in het Nationaal Georegister staat onder iedere WMS-service een knopje waarmee die service kan worden gechecked op het voldoen aan de Vaderlandse Set van Afspraken. Eerlijk gezegd dacht ik tot gisteren dacht ik dat dat icoontje aangaf óf een service aan het profiel voldoet, maar nee, je moet zelf nog even op die knop drukken om de ("live"-)testresultaten te krijgen.
Ik heb ze niet allemaal uitgeprobeerd, maar een forse steekproef leert dat met name de manier waarop de resultaten van GetFeatureInfo (de "identify") wordt teruggegeven een struikelblok is; "text/xml" blijkt maar weinig ondersteund te worden. Ook de PDOK services gaan daar "nat" op. Dat het wel kan bewijst TNO, de GeoTop-services formatie van Stramproy (onderdeel van DINO) slaagt met vlag en wimpel voor het Nederlandse profiel-"examen".
"The devil is in the detail" riep toenmalig PDOK-programmamanager Pieter Meijer vorig jaar bij het puntjes-op-de-i-zetten. Inderdaad, want juist dit soort details maken het verschil tussen webservices als eeuwige belofte en webservices als echte doorbraak naar een breder publiek.
WMS is niet de enige standaard die een rekbaar begrip is:
GeoNovum weet raad, want heeft voor WMS services een Nederlands profiel opgesteld. In dat profiel zijn een flink deel van de hier boven geschetste vrijheidsgraden dichtgetimmerd, zoals de verplichting de WMS in 3 coördinaatsystemen te serveren: RD, ETRS89 en WGS84. Met de bij dat profiel behorende validator kun je nagaan of een WMS service (niet noodzakelijker wijs een die je zelf serveert) aan dit Nederlandse profiel voldoet.
Ook in het Nationaal Georegister staat onder iedere WMS-service een knopje waarmee die service kan worden gechecked op het voldoen aan de Vaderlandse Set van Afspraken. Eerlijk gezegd dacht ik tot gisteren dacht ik dat dat icoontje aangaf óf een service aan het profiel voldoet, maar nee, je moet zelf nog even op die knop drukken om de ("live"-)testresultaten te krijgen.
Ik heb ze niet allemaal uitgeprobeerd, maar een forse steekproef leert dat met name de manier waarop de resultaten van GetFeatureInfo (de "identify") wordt teruggegeven een struikelblok is; "text/xml" blijkt maar weinig ondersteund te worden. Ook de PDOK services gaan daar "nat" op. Dat het wel kan bewijst TNO, de GeoTop-services formatie van Stramproy (onderdeel van DINO) slaagt met vlag en wimpel voor het Nederlandse profiel-"examen".
"The devil is in the detail" riep toenmalig PDOK-programmamanager Pieter Meijer vorig jaar bij het puntjes-op-de-i-zetten. Inderdaad, want juist dit soort details maken het verschil tussen webservices als eeuwige belofte en webservices als echte doorbraak naar een breder publiek.
WMS is niet de enige standaard die een rekbaar begrip is:
Labels:
DINO,
geonovum,
nationaal georegister,
ngr,
pdok,
standaarden,
WMS
maandag 19 maart 2012
Beren op de open dataweg
Zoals Alexander met Henk en Ingrid praat, zo past het een data-eigenaar om geregeld met potentiële afnemers in discussie te gaan.
In de aanloop naar Apps4Amsterdam 2012 organiseeerde de hoofdstedelijke Waag een meeting om geleerde lessen uit de eerste Apps4Amsterdam op een rijtje te zetten. Onder de titel "Open data, still hot or not" werd de blijkbaar Engelstalige developerscommunity in haar native language bediend. De Francophonen, Friezen en Rheto-Romanen hebben nog een strijd te gaan zullen we maar denken. En had een avond in het standaardmandarijn niet de omvangrijke en groeiende Chinese developers aangesproken?
Uit het verhaal van Ivonne Jansen van waag.org bleek dat Apps4Adam 2011 wel een hoop commitment op bestuurlijk niveau had opgeleverd, maar veel minder praktische medewerking vanuit diverse gemeentelijke diensten. Tja, een wethouder of directeur van een dienst kan nog voluit "Open data, natuurlijk!" roepen, en met een beetje mazzel is de technische databeheerder ook nog opendata-minded, maar als je het middenmanagement niet meekrijgt blijft het hangen in weliswaar goedbedoelde maar hooguit eenmalige medewerking voor de bühne. En daarna moet de databeherende ambtenaar toch vooral weer aan de slag met dingen waarvoor hij (waarom zijn databeheerders altijd mannen?) door de lokale belastingbetaler wordt gefinancierd, of nog platter: met de zaken waarvoor in het jaarplan uren zijn begroot.
Apps4Adam 2012 krijgt wat meer structuur: onderscheid naar inhoudelijke thema's waarin data-eigenaren, beleidsmakers en developers elkaar moeten vinden. En een dataplatform dat meer moet zijn dan een stortplaats voor open data. Helaas vooralsnog los van ontwikkkelingen als de beoogde LAT-relatie tussen het data.overheid.nl en het Nationaal Georegister (NGR).
Ook meer aandacht voor de follow-up: niet een prijsuitreiking, met een "mooi gemaakt, dankjewel, hier is je prijs en dames en heren: tijd voor de borrel", maar een discussie ("validatie") van de Apps die het event heeft opgeleverd.
Erik Romijn, bekend als App-inzender bij lokale, regionale en landelijke events gaf een overzicht van wat er met zijn vaak prijswinnende Apps (zoals de zwemwaterkwaliteitsapp en de energielabelapp) is gebeurd. Het blijkt erg lastig en vooral tijdrovend te zijn om de data-eigenaar echt enthousiast te maken voor een ontwikkelde App. Misschien een idee om als prijs bij Apps4Adam 2012 een concreet cont(r)act met de data-eigenaar/keeper/provider uit te reiken? Dat de lokale Amsterdamse omroep AT5 niet verder is gegaan met Eriks "Amsterdam Lokaal" verbaast me gezien de commotie over de toekomst van de omroep niet.
En ja, de developers willen een API, maar als je een OGC service aanbiedt snappen ze het niet hoe die interface werkt. "Ben ik nou degene die zo slim is, of ben jij zo dom?", zeg ik Louis van Gaal dan na. Schone taak voor de geosector, met osgeo.nl voorop, om die App developers eens een lesje te leren! GeoJSON zou wel eens het esperanto kunnen zijn dat de geosector én de developers snappen.
Het Rijksdriehoekstelsel blijkt ook al zo'n breekpunt te zijn: de Apps developers wonen blijkbaar in de "global village" en leven dus in Lat en Long. Ik voorspel een App die RD naar LatLong vertaalt op zijn minst een "developers award" op Apps4Adam 2012.
De vraag om meertalige metadata heb ik maar als niet gesteld beschouwd, wel interessant was Eriks constatering dat voor een succesvolle business je je niet moet richten op "making awesome open data apps" maar op "making awesome apps". Daarbij is de vraag nog wel wat een "awesome App" is: iets dat er mooi uitziet, iets dat veel potentiële gebruikers trekt, iets dat verkoopt? Of iets dat bijdraagt aan de beleidsdoelen van de dataprovider, zoals een transparante overheid of publieksparticipatie.
Nog genoeg vragen te beantwoorden, en daarmee nog genoeg behoefte aan Apps4Anything. Maar dan wel op een overdachte manier om zo daadwerkelijk wat open data vraagstukken op te lossen. Apps4Amsterdam 2012 is daarmee op de goede weg.
In de aanloop naar Apps4Amsterdam 2012 organiseeerde de hoofdstedelijke Waag een meeting om geleerde lessen uit de eerste Apps4Amsterdam op een rijtje te zetten. Onder de titel "Open data, still hot or not" werd de blijkbaar Engelstalige developerscommunity in haar native language bediend. De Francophonen, Friezen en Rheto-Romanen hebben nog een strijd te gaan zullen we maar denken. En had een avond in het standaardmandarijn niet de omvangrijke en groeiende Chinese developers aangesproken?
Uit het verhaal van Ivonne Jansen van waag.org bleek dat Apps4Adam 2011 wel een hoop commitment op bestuurlijk niveau had opgeleverd, maar veel minder praktische medewerking vanuit diverse gemeentelijke diensten. Tja, een wethouder of directeur van een dienst kan nog voluit "Open data, natuurlijk!" roepen, en met een beetje mazzel is de technische databeheerder ook nog opendata-minded, maar als je het middenmanagement niet meekrijgt blijft het hangen in weliswaar goedbedoelde maar hooguit eenmalige medewerking voor de bühne. En daarna moet de databeherende ambtenaar toch vooral weer aan de slag met dingen waarvoor hij (waarom zijn databeheerders altijd mannen?) door de lokale belastingbetaler wordt gefinancierd, of nog platter: met de zaken waarvoor in het jaarplan uren zijn begroot.
Apps4Adam 2012 krijgt wat meer structuur: onderscheid naar inhoudelijke thema's waarin data-eigenaren, beleidsmakers en developers elkaar moeten vinden. En een dataplatform dat meer moet zijn dan een stortplaats voor open data. Helaas vooralsnog los van ontwikkkelingen als de beoogde LAT-relatie tussen het data.overheid.nl en het Nationaal Georegister (NGR).
Ook meer aandacht voor de follow-up: niet een prijsuitreiking, met een "mooi gemaakt, dankjewel, hier is je prijs en dames en heren: tijd voor de borrel", maar een discussie ("validatie") van de Apps die het event heeft opgeleverd.
Erik Romijn, bekend als App-inzender bij lokale, regionale en landelijke events gaf een overzicht van wat er met zijn vaak prijswinnende Apps (zoals de zwemwaterkwaliteitsapp en de energielabelapp) is gebeurd. Het blijkt erg lastig en vooral tijdrovend te zijn om de data-eigenaar echt enthousiast te maken voor een ontwikkelde App. Misschien een idee om als prijs bij Apps4Adam 2012 een concreet cont(r)act met de data-eigenaar/keeper/provider uit te reiken? Dat de lokale Amsterdamse omroep AT5 niet verder is gegaan met Eriks "Amsterdam Lokaal" verbaast me gezien de commotie over de toekomst van de omroep niet.
En ja, de developers willen een API, maar als je een OGC service aanbiedt snappen ze het niet hoe die interface werkt. "Ben ik nou degene die zo slim is, of ben jij zo dom?", zeg ik Louis van Gaal dan na. Schone taak voor de geosector, met osgeo.nl voorop, om die App developers eens een lesje te leren! GeoJSON zou wel eens het esperanto kunnen zijn dat de geosector én de developers snappen.
Het Rijksdriehoekstelsel blijkt ook al zo'n breekpunt te zijn: de Apps developers wonen blijkbaar in de "global village" en leven dus in Lat en Long. Ik voorspel een App die RD naar LatLong vertaalt op zijn minst een "developers award" op Apps4Adam 2012.
De vraag om meertalige metadata heb ik maar als niet gesteld beschouwd, wel interessant was Eriks constatering dat voor een succesvolle business je je niet moet richten op "making awesome open data apps" maar op "making awesome apps". Daarbij is de vraag nog wel wat een "awesome App" is: iets dat er mooi uitziet, iets dat veel potentiële gebruikers trekt, iets dat verkoopt? Of iets dat bijdraagt aan de beleidsdoelen van de dataprovider, zoals een transparante overheid of publieksparticipatie.
Nog genoeg vragen te beantwoorden, en daarmee nog genoeg behoefte aan Apps4Anything. Maar dan wel op een overdachte manier om zo daadwerkelijk wat open data vraagstukken op te lossen. Apps4Amsterdam 2012 is daarmee op de goede weg.
Labels:
appsforamsterdam,
energielabel,
geojson,
nationaal georegister,
ngr,
open data,
waag
zondag 20 juni 2010
PDOK; Pays d'Oc of Pay&Dok?
Met het vanuit het programma "vernieuwing rijksdiensten" gesponsorde programma PDOK ("Publieke dienstverlening op de Kaart") slaan een aantal rijkspartijen (Kadaster, LNV, Rijkswaterstaat, VROM, TNO) onder leiding van GeoNovum de geo-handen ineen.
Binnen VROM verleen ik momenteel hand- en spandiensten om te kijken waar en hoe we de primaire VROM-processen (van beleidmaken bij WWI, Milieu en Ruimte tot handhaving bij VI) op PDOK kunnen aansluiten.
Een goede zaak, maar die naam, hé: PDOK. Publieke Dienstverlening op de Kaart.
Ooit begonnen als werknaam, maar ik vind 'm in de huidige communicatie in de weg zitten. Om wélke publieke dienstverlening het dan gaat is altijd lastig uit te leggen. Natuurlijk is een goede geo-informatievoorziening voor de PDOK partners uiteindelijk een voorziening voor de publieke zaak, maar publieke dienstverlening suggereert teveel een direct op burgers gerichte dienst.
En dan taalkunding. Is het een afkorting? Dan uit te spreken als Pé-Dé-O-Ká. Of een soort van acroniem? Dan klinkt het als Pays D'Oc. Of voor degenen die deze fijne wijnassociatie niet willen zien: Pay-Dok. Maar dat laatste klinkt mij dan weer als dubbel betalen in de oren. (De Amsterdamse Zuidas leert dat het "dokmodel" een wat ongelukkige term is: in plaats van het technische ontwerp werd de term dokmodel al snel geassocieerd met het type financiering).
Daarom staat wat mij betreft nog steeds de brievenbus open voor suggesties. Een totaal andere, wervende naam is één optie, een beter dekkende vertaling van de afkorting PDOK een andere. Maar dat laatste is -denk ik- heel lastig omdat je termen als "geo", "informatie" en "voorziening" zo moeilijk in de letters PDOK kwijt kunt.
Het zou helemaal mooi zijn als deel- en gerelateerde projecten als NGR (Nationaal Georegister) en Geozet (Geografische Zoek- en Toondienst, ook een werktitel) samen met PDOK als één familie herkenbaar zijn. Zoiets als iPod, iPhone en iPad.
Mijn suggestie is dan ook het hernoemen van deze familie van programma's en projecten met "nlgeo" als prefix": nlgeoRegister, nlgeoZeT, nlgeoDienst. Dat sluit ook mooi aan bij het NL Geo boek dat najaar 2009 als onderdeel van de RGI-erfenis gepresenteerd werd.
Tot mijn vreugde blijkt de domeinnaam nlgeo.nl al bezet te zijn: door GeoNovum!
Binnen VROM verleen ik momenteel hand- en spandiensten om te kijken waar en hoe we de primaire VROM-processen (van beleidmaken bij WWI, Milieu en Ruimte tot handhaving bij VI) op PDOK kunnen aansluiten.
Een goede zaak, maar die naam, hé: PDOK. Publieke Dienstverlening op de Kaart.
Ooit begonnen als werknaam, maar ik vind 'm in de huidige communicatie in de weg zitten. Om wélke publieke dienstverlening het dan gaat is altijd lastig uit te leggen. Natuurlijk is een goede geo-informatievoorziening voor de PDOK partners uiteindelijk een voorziening voor de publieke zaak, maar publieke dienstverlening suggereert teveel een direct op burgers gerichte dienst.
En dan taalkunding. Is het een afkorting? Dan uit te spreken als Pé-Dé-O-Ká. Of een soort van acroniem? Dan klinkt het als Pays D'Oc. Of voor degenen die deze fijne wijnassociatie niet willen zien: Pay-Dok. Maar dat laatste klinkt mij dan weer als dubbel betalen in de oren. (De Amsterdamse Zuidas leert dat het "dokmodel" een wat ongelukkige term is: in plaats van het technische ontwerp werd de term dokmodel al snel geassocieerd met het type financiering).
Daarom staat wat mij betreft nog steeds de brievenbus open voor suggesties. Een totaal andere, wervende naam is één optie, een beter dekkende vertaling van de afkorting PDOK een andere. Maar dat laatste is -denk ik- heel lastig omdat je termen als "geo", "informatie" en "voorziening" zo moeilijk in de letters PDOK kwijt kunt.
Het zou helemaal mooi zijn als deel- en gerelateerde projecten als NGR (Nationaal Georegister) en Geozet (Geografische Zoek- en Toondienst, ook een werktitel) samen met PDOK als één familie herkenbaar zijn. Zoiets als iPod, iPhone en iPad.
Mijn suggestie is dan ook het hernoemen van deze familie van programma's en projecten met "nlgeo" als prefix": nlgeoRegister, nlgeoZeT, nlgeoDienst. Dat sluit ook mooi aan bij het NL Geo boek dat najaar 2009 als onderdeel van de RGI-erfenis gepresenteerd werd.
Tot mijn vreugde blijkt de domeinnaam nlgeo.nl al bezet te zijn: door GeoNovum!
vrijdag 18 juni 2010
duizend datasets in het NGR
Sinds vandaag staat de teller van het aantal datasets *) in het Nationaal Georegister boven de 1000. Ik volgde dat de afgelopen dagen om een aantal redenen intensief en het was nog even spannend, want de teller ging tussendoor ook nog een keer naar beneden.
Zo te zien is Waterschap Rivierenland met de dataset "dam or weir" (mooi: Rivierenland denkt Inspiratief internationaal) de duizendste.
En dat precies 1 jaar na de officiële opening van het NGR op het GSDI-congres.
Wel een beetje vreemd dat de teller nu op 1002 staat, maar dat wanneer ik een query doe zonder restricties ik 901 datasets terugkrijg. Maar laat dat de feestvreugde om dit heuglijke moment niet drukken. Champagne, bloemen!
*) ja, ik weet het: er staan geen 1000 datasets in het NGR, er staan duizend datasets in het NGR beschreven
Zo te zien is Waterschap Rivierenland met de dataset "dam or weir" (mooi: Rivierenland denkt Inspiratief internationaal) de duizendste.
En dat precies 1 jaar na de officiële opening van het NGR op het GSDI-congres.
Wel een beetje vreemd dat de teller nu op 1002 staat, maar dat wanneer ik een query doe zonder restricties ik 901 datasets terugkrijg. Maar laat dat de feestvreugde om dit heuglijke moment niet drukken. Champagne, bloemen!
*) ja, ik weet het: er staan geen 1000 datasets in het NGR, er staan duizend datasets in het NGR beschreven
Labels:
inspire,
metadata,
nationaal georegister,
ngr,
waterschap rivierenland
maandag 29 maart 2010
datakwaliteit: weet wat je eet
Ingewijden in de Nederlanse geoscene weten elkaar goed te vinden voor de uitwisseling van data. Dat is een groot goed dat we vooral moeten koesteren, bijvoorbeeld door elkaar op 13 april op de GIS Tech weer te treffen.
Toch staan we voor een professionaliseringsslag op dit gebied: In de geo-beleidsnota Gideon werden al een aantal geodataketens onderscheiden, mét het voornemen deze compleet in beeld te brengen. Dat komt nog maar moeizaam van de grond.
Dat zou toch niet zo moeilijk mogen zijn: veel van die data wordt al meer dan 10 jaar op diverse plaatsen gebruikt, dus er is veel kennis aanwezig over de "functionele behoeftestelling", oftwel welke rol speelt een dataset in de bedrijfsprocessen.
Waar we nog een professionaliseringsslag moeten maken is de vorm waarin data de keten doorloopt: ik zie te vaak een dataset per jaar van vorm verschillen: andere veldnamen, zelfde veldnaam maar andere definitie, ander type datacompressie, ander geodataformaat. Terwijl dat met ETL-tools als FME en ArcGIS/Modelbuilder toch eenvoudig goed te regelen moet zijn.
Als die vorm nou bij iedere levering hetzelfde is wordt het voor de ontvangende partij eenvoudiger er consistentiechecks op uit te voeren. door bijvoorbeeld een aantal controlescripts die bij binnenkomst op een dataset kunnen worden losgelaten.
Daarna komt de echte professionaliseringsslag: bij constateren van fouten de boel terugsturen in plaats van als gebruiker zelf te gaan repareren. Blijkbaar is dat nu nog de weg van de minste weerstand. En lost het probleem slechts op één gebruikersplek op.
Tijd voor een kwaliteitskeurmerk: niet zo zwaar aangezet als een basisregistratie, wel een "goedgekeurd door gebruikers"-stempel. Met een eervolle vermelding in het Nationaal Georegister!
Toch staan we voor een professionaliseringsslag op dit gebied: In de geo-beleidsnota Gideon werden al een aantal geodataketens onderscheiden, mét het voornemen deze compleet in beeld te brengen. Dat komt nog maar moeizaam van de grond.
Dat zou toch niet zo moeilijk mogen zijn: veel van die data wordt al meer dan 10 jaar op diverse plaatsen gebruikt, dus er is veel kennis aanwezig over de "functionele behoeftestelling", oftwel welke rol speelt een dataset in de bedrijfsprocessen.
Waar we nog een professionaliseringsslag moeten maken is de vorm waarin data de keten doorloopt: ik zie te vaak een dataset per jaar van vorm verschillen: andere veldnamen, zelfde veldnaam maar andere definitie, ander type datacompressie, ander geodataformaat. Terwijl dat met ETL-tools als FME en ArcGIS/Modelbuilder toch eenvoudig goed te regelen moet zijn.
Als die vorm nou bij iedere levering hetzelfde is wordt het voor de ontvangende partij eenvoudiger er consistentiechecks op uit te voeren. door bijvoorbeeld een aantal controlescripts die bij binnenkomst op een dataset kunnen worden losgelaten.
Daarna komt de echte professionaliseringsslag: bij constateren van fouten de boel terugsturen in plaats van als gebruiker zelf te gaan repareren. Blijkbaar is dat nu nog de weg van de minste weerstand. En lost het probleem slechts op één gebruikersplek op.
Tijd voor een kwaliteitskeurmerk: niet zo zwaar aangezet als een basisregistratie, wel een "goedgekeurd door gebruikers"-stempel. Met een eervolle vermelding in het Nationaal Georegister!
zondag 17 januari 2010
geodata: graag verse waar!
Zoekend in het NGR (www.nationaalgeoregister.nl) merkte ik dat de manier waarop ik primair wil zoeken niet gemakkelijk is. Ik ben meestal op zoek naar data die nú geldig is. Eigenlijk heel vanzelfsprekend lijkt me, als ik een krant koop is het ook die van vandaag, mijn haring heb ik ook graag vers en van de halfvolle mel die ik uit het rek haal heb ik graag dat die nog een paar dagen houdbaar is.
In de metadata standaard is om te zoeken op nu geldige data het veld temporele dekking beschikbaar. Onbekend en dus onbemind, maar o zo belangrijk. En ik wil meestal niet persé weten tót wanneer en nog minder sinds wanneer die geodata bruikbaar is, maar vooral is die dat nú is. Graag in alle portalen dus een vinkje "alleen nu geldige data".
En de geodata waarvan in de metadata niet is aangeven wanneer deze geldig is dan? Als mijn visboer niet wéét of mijn haring recentelijk nog in zee zwom neem ik een andere (vis)afslag!
In de metadata standaard is om te zoeken op nu geldige data het veld temporele dekking beschikbaar. Onbekend en dus onbemind, maar o zo belangrijk. En ik wil meestal niet persé weten tót wanneer en nog minder sinds wanneer die geodata bruikbaar is, maar vooral is die dat nú is. Graag in alle portalen dus een vinkje "alleen nu geldige data".
En de geodata waarvan in de metadata niet is aangeven wanneer deze geldig is dan? Als mijn visboer niet wéét of mijn haring recentelijk nog in zee zwom neem ik een andere (vis)afslag!
Labels:
geo-informatie,
geodata,
georegister,
metadata,
ngr,
vers,
vis
maandag 21 december 2009
T_Visionarium: interface of hallicunatie?
Alweer een paar weken geleden een bezoek gebracht aan de Zuiderkerk in Amsterdam waar de experimentele 3D installatie T_Visionarium stond opgesteld.
T_Visionarium is een door de University of New South Wales (Australië) ontwikkelde 3D interface. In een ronde opstelling (zoals Panorama Mesdag) worden duizenden beelden rondom de gebruiker geprojecteerd. Door een 3D (prisma) brilletje op te zetten ziet de gebruiker dit in 3D. Met een WII-achtige pointer kan een van de beelden worden geselecteerd, waarna alle andere beelden die hier iets mee gemeen hebben zich rond dit beeld hergroeperen.
En bijna hallicunerende ervaring: door het 3D effect schieten de beelden als een soort van vloeistofdia dwars door de ruimte alsvorens ze gehergroepeerd weer tot rust komen.
In dit geval betrof het filmfragmenten die op "ruimtelijke ordening en de stad" betrekking hebben. Al deze beelden waren voorzien van tags met tijd, locatie en thema en konden op basis hiervan worden geordend. Zie http://weblogs.hollanddoc.nl/deeeuwvandestad/2009/10/15/wat-is-t_visionarium-open-city/ voor een impressie.
Wellicht ook leuk als interface voor bijvoorbeeld het NGR. Met geodatasets en vooral toepassingen van geodatasets in plaats van filmfragmenten, en de diverse bekende metadatatags als sorteer- en groepeeropties.
T_Visionarium is een door de University of New South Wales (Australië) ontwikkelde 3D interface. In een ronde opstelling (zoals Panorama Mesdag) worden duizenden beelden rondom de gebruiker geprojecteerd. Door een 3D (prisma) brilletje op te zetten ziet de gebruiker dit in 3D. Met een WII-achtige pointer kan een van de beelden worden geselecteerd, waarna alle andere beelden die hier iets mee gemeen hebben zich rond dit beeld hergroeperen.
En bijna hallicunerende ervaring: door het 3D effect schieten de beelden als een soort van vloeistofdia dwars door de ruimte alsvorens ze gehergroepeerd weer tot rust komen.
In dit geval betrof het filmfragmenten die op "ruimtelijke ordening en de stad" betrekking hebben. Al deze beelden waren voorzien van tags met tijd, locatie en thema en konden op basis hiervan worden geordend. Zie http://weblogs.hollanddoc.nl/deeeuwvandestad/2009/10/15/wat-is-t_visionarium-open-city/ voor een impressie.
Wellicht ook leuk als interface voor bijvoorbeeld het NGR. Met geodatasets en vooral toepassingen van geodatasets in plaats van filmfragmenten, en de diverse bekende metadatatags als sorteer- en groepeeropties.
Abonneren op:
Posts (Atom)

