Een beetje in het verlengde van mijn vorige blog (over bebouwde kommen) heb ik het vergrootglas eens op het fenomeen woonplaatsen gelegd.
Met de invoering van de BAG (basisregistratie adressen en gebouwen) heeft Nederland eindelijk een formele indeling van woonplaatsen. Uitgangspunt is een of meer woonplaatsen samen één gemeente vormen, en dat zodoende de woonplaatsindeling een landsdekkende indeling vormt. Hartstikke handig, want zo'n indeling is redelijk robuust, al is het maar dat het nogal een administratieve (gemeentelijke) rompslomp is om een woonplaatsindeling te veranderen. Ik ken maar een geval: het opgaan van de voorheen afzonderlijke Amsterdam-Zuidoost in de woonplaats Amsterdam. Daarmee is het complete grondgebied van de gemeente Amsterdam nu ook één woonplaats Amsterdam geworden.
GIS-technisch aandachtspunt daarbij is dat de woonplaats Amsterdam nu een multi-polygoon is. dat blijkt vaker voor te komen: zo bestaat uit de woonplaats Geldermalsen uit een multi-polygoon. Dat hoeft geen probleem te zijn; ik ga er van uit dat een fatsoenlijk GIS-pakket snapst dat die 2 deeltjes bij elkaar horen.
Iets verder stroomopwaarts langs de Linge (en de A15) is de situatie een stuk complexer. Door een gemeentelijke herindeling is het noordelijke deel van Kapel-Avezaath (met tussenstreepje, met BAG-ID 3377) bij de gemeente Buren terecht gekomen, en het deel ten zuiden van de A15 als woonplaats Kapel Avezaath (zonder tussenstreepje, met BAG-ID 2560) bij Tiel.
Nog iets oostelijker is de situatie nog complexer: daar ligt ten noorden van de A15 het "gestreepte" Kerk-Avezaath (BAG-ID 3378) in de gemeente Buren. Ten zuiden van de snelweg het streeploze Kerk Avezaath (BAG-ID 2561), dat een multipolygoon blijkt te zijn.
25 kilometer naar het Zuiden, in het Brabantse Vinkel een soortgelijke situatie. Ook deze woonplaats is de afgelopen decennia geteisterd door herindelingen. Inmiddels is Vinkel opgedeeld in een groot westelijk deel (BAG-ID 3612) dat sinds 1 januari 2015 bij de gemeente 's-Hertogenbosch hoort, en twee kleine oostelijke delen die onder het gezag van de burgemeester van Bernheze valt. Die oostelijke delen (BAG-ID 3063) lijken een multipolygoon te zijn, maar blijken bij nadere bestudering door een 5 meter brede corridor langs de gemeentegrens met elkaar verbonden te zijn. Een creatieve oplossing! Helaas voor het onderscheid met het Bossche deel van Vinkel een tussenstrepje (Vin-kel?) geen soelaas
Conclusie: pas op voordat je met alleen de woonplaatsennámen uit de BAG aan de gang gaat. Voor je het weet mis je de helft. Een goed idee: gebruik het ID!
Posts tonen met het label GIS. Alle posts tonen
Posts tonen met het label GIS. Alle posts tonen
vrijdag 6 maart 2015
zondag 30 november 2014
Samen op de Open GeoBuzz
Afgelopen week was de Nederlandse geosector bijeen in 1931 (zeg maar: de Brabanthallen) in 's-Hertogenbosch om daar in 2 dagen met z'n 2000-en te beurzen, congressen, talken, workshoppen, netwerken en anderszins informatie uit te wisselen. Te "Geobuzzen", dus.
Tijdens het avondprogramma kwam in de talkshow van De Speld ter sprake of de geosector het nou moest willen om zich hier specifiek onder "soortgenoten" te verzamelen. Of was het beter om de deuren naar de buitenwereld, waar geo een onderdeel van een toepassing is, verder open te zetten?
Daar merk je weer dat de geosector 2 kanten kent. Ten eerste de inwinningskant: landmeetkunde en geodesie, basisregistraties. Je zou het de back-office van de sector kunnen noemen. Die kant verricht die inwinnnigsactiviteiten ten behoeve van de andere kant van de geosector, het deel dat zich bezig houdt met de toepassingen, de front-end. Daar zitten de geospecialisten die -naar je mag hopen- geregeld contact hebben met de geobehoeftigen uit ruimtelijke ordening, de watersector, de gezondheidszorg en noem maar op.
Marco Duiker (van MD-kwadraat) had daar een aardige analyse over, die op het volgende neerkwam: We zijn als geosector heel goed in het omarmen van die verschillende toepassingen. Zelfs zo goed dat we niet zeggen "wij kunnen u hierbij helpen", maar "geeft dat probleem maar gauw hier, want dat is een geo-probleem. U hoort nog wel van ons". Een geo-centrische aanpak die doet vermoeden dat de geosector de ultieme wijsheid in pacht heeft.
Er zit een parallel met de discussie die we binnen de Nederlandse OSGeo-community hadden over het als OSGeo.nl wel of niet deelnemen aan de GeoBuzz. Sommige OSGeo.nl-ers gaven en geven de voorkeur aan een evenement waar je als aanhangers van het Open Source model "onder elkaar" bent. Daarbij wordt er ook gerefereerd aan de sfeer op het jaarlijkse FOSS4G, waar een kleine 1000 deelnemers elkaar niet alleen tijdens presentaties tegenkomen, maar ook tussendoor, tijdens de lunch, in de wandelgangen of 's avonds nog eens even de laptop openklappen om een nieuwe release van een QGis plug-in een stap dichterbij te brengen. Dat is misschien ook wel het verschil tussen een beurs of congres met bezoekers en een evenement met deelnemers. Passief tegenover actief.
Door de jaarlijkse OSGeo.nl dag wél als onderdeel van de GeoBuzz te houden, maar dit in een aparte (en zeer fraaie) zaal te doen hebben we naar ik hoop een mix weten te bereiken van "behoud van eigen identiteit" en "aanspreken van een breder publiek". De komende weken zullen we de bezoekers, herstel: déélnemerscijfers eens onder de loep nemen om te kijken of we echt een breder publiek hebben laten kennismaken met Open Source geo. Zowel met de producten als met de mensen!
Nog even terug naar de geosector als geheel. In de eerder dit jaar door overheid, bedrijfsleven en wetenschap uitbrachte visie "GeoSamen" worden onder de noemer "beter benutten" 5 sectoren genoemd waar met geo nog een hoop valt te winnen. Zorg, energie, water, ruimte en mobiliteit, ze hebben alle vijf ook hun eigen vakcongressen. Dáár als geosector niet alleen met individuele stands maar ook collectief aanwezig zijn kan het verschil maken.
Tijdens het avondprogramma kwam in de talkshow van De Speld ter sprake of de geosector het nou moest willen om zich hier specifiek onder "soortgenoten" te verzamelen. Of was het beter om de deuren naar de buitenwereld, waar geo een onderdeel van een toepassing is, verder open te zetten?
Daar merk je weer dat de geosector 2 kanten kent. Ten eerste de inwinningskant: landmeetkunde en geodesie, basisregistraties. Je zou het de back-office van de sector kunnen noemen. Die kant verricht die inwinnnigsactiviteiten ten behoeve van de andere kant van de geosector, het deel dat zich bezig houdt met de toepassingen, de front-end. Daar zitten de geospecialisten die -naar je mag hopen- geregeld contact hebben met de geobehoeftigen uit ruimtelijke ordening, de watersector, de gezondheidszorg en noem maar op.
Marco Duiker (van MD-kwadraat) had daar een aardige analyse over, die op het volgende neerkwam: We zijn als geosector heel goed in het omarmen van die verschillende toepassingen. Zelfs zo goed dat we niet zeggen "wij kunnen u hierbij helpen", maar "geeft dat probleem maar gauw hier, want dat is een geo-probleem. U hoort nog wel van ons". Een geo-centrische aanpak die doet vermoeden dat de geosector de ultieme wijsheid in pacht heeft.
Er zit een parallel met de discussie die we binnen de Nederlandse OSGeo-community hadden over het als OSGeo.nl wel of niet deelnemen aan de GeoBuzz. Sommige OSGeo.nl-ers gaven en geven de voorkeur aan een evenement waar je als aanhangers van het Open Source model "onder elkaar" bent. Daarbij wordt er ook gerefereerd aan de sfeer op het jaarlijkse FOSS4G, waar een kleine 1000 deelnemers elkaar niet alleen tijdens presentaties tegenkomen, maar ook tussendoor, tijdens de lunch, in de wandelgangen of 's avonds nog eens even de laptop openklappen om een nieuwe release van een QGis plug-in een stap dichterbij te brengen. Dat is misschien ook wel het verschil tussen een beurs of congres met bezoekers en een evenement met deelnemers. Passief tegenover actief.
Door de jaarlijkse OSGeo.nl dag wél als onderdeel van de GeoBuzz te houden, maar dit in een aparte (en zeer fraaie) zaal te doen hebben we naar ik hoop een mix weten te bereiken van "behoud van eigen identiteit" en "aanspreken van een breder publiek". De komende weken zullen we de bezoekers, herstel: déélnemerscijfers eens onder de loep nemen om te kijken of we echt een breder publiek hebben laten kennismaken met Open Source geo. Zowel met de producten als met de mensen!
Nog even terug naar de geosector als geheel. In de eerder dit jaar door overheid, bedrijfsleven en wetenschap uitbrachte visie "GeoSamen" worden onder de noemer "beter benutten" 5 sectoren genoemd waar met geo nog een hoop valt te winnen. Zorg, energie, water, ruimte en mobiliteit, ze hebben alle vijf ook hun eigen vakcongressen. Dáár als geosector niet alleen met individuele stands maar ook collectief aanwezig zijn kan het verschil maken.
Labels:
foss4g,
geobusiness,
geobuzz. geosamen,
GIS,
open source geo,
osgeo.nl
zondag 5 oktober 2014
Mapping decline: De neergang van de cartografie te boek gesteld
Een dikke maand geleden schreef ik vol enthousiasme over de website die het boek "Mapping decline" begeleidt. Mapping decline beschrijft de exemplarische neergang van de Amerikaanse stad St. Louis. Het boek wordt alom geprezen om het veelvuldige gebruik van kaarten om die neergang te duiden. Inmiddels is het boek de oceaan overgestoken en op mijn nachtkastje belandt.
Ik zal er maar niet omheen draaien: het is qua cartografie een bittere teleurstelling. Kaarten zonder schaalstok of andere aanduiding die me iets zou kunnen zeggen over de afstanden waarover de "white flight" vanuit downtow St. Louis naar suburbia plaats heeft.
Geen topografie, waardoor ik nauwelijks idee heb waar parken, en spoorlijnen etc. liggen. O nee, er stat in het begin een soort van topografische kaart, waarin echter een zodanige projectie is gebruikt dat het klassieke Amerikaanse rechthoekige stratenpatroon tot een soort parallellogram is verworden.
Twee kaarten die in een spread over 2 pagina's hetzelfde thema in 2 verschillende decennia belichten, maar met de kaarten 90 graden gedraaid ten opzichte van elkaar. (zie afbeelding)
Titels die onder de kaart staan zodat ze in de binding van het boek verdwijnen (en ik de pagina's los moet trekken om de titel te kunnen lezen). Maar ook knullige zaken, zoals onbedoelde verschillen in lijndikten van polygonen binnen een kaart.
Hier is iemand lekker met (Arc-)GIS aan het stoeien geweest, maar de uitgever vond het niet nodig een cartograaf op deze verzamelingen gekleurde polygonen los te laten. Besides that, ik had graag een aantal kaarten in dit boek ingeleverd ten faveure van wat fotomateriaal die de wonderbaarlijke en treurige neergang van St. Louis beter zou illustreren.
Zo lijkt "Mapping decline" niet alleen de neergang van St. Louis te beschrijven, maar nog meer een illustratie te zijn van de neergang van de cartografie in het (post-)GIS tijdperk.
Maar mijn mening over de website "Mapping decline" houd ik overeind!
Ik zal er maar niet omheen draaien: het is qua cartografie een bittere teleurstelling. Kaarten zonder schaalstok of andere aanduiding die me iets zou kunnen zeggen over de afstanden waarover de "white flight" vanuit downtow St. Louis naar suburbia plaats heeft.
Geen topografie, waardoor ik nauwelijks idee heb waar parken, en spoorlijnen etc. liggen. O nee, er stat in het begin een soort van topografische kaart, waarin echter een zodanige projectie is gebruikt dat het klassieke Amerikaanse rechthoekige stratenpatroon tot een soort parallellogram is verworden.
Twee kaarten die in een spread over 2 pagina's hetzelfde thema in 2 verschillende decennia belichten, maar met de kaarten 90 graden gedraaid ten opzichte van elkaar. (zie afbeelding)
Titels die onder de kaart staan zodat ze in de binding van het boek verdwijnen (en ik de pagina's los moet trekken om de titel te kunnen lezen). Maar ook knullige zaken, zoals onbedoelde verschillen in lijndikten van polygonen binnen een kaart.
Hier is iemand lekker met (Arc-)GIS aan het stoeien geweest, maar de uitgever vond het niet nodig een cartograaf op deze verzamelingen gekleurde polygonen los te laten. Besides that, ik had graag een aantal kaarten in dit boek ingeleverd ten faveure van wat fotomateriaal die de wonderbaarlijke en treurige neergang van St. Louis beter zou illustreren.
Zo lijkt "Mapping decline" niet alleen de neergang van St. Louis te beschrijven, maar nog meer een illustratie te zijn van de neergang van de cartografie in het (post-)GIS tijdperk.
Maar mijn mening over de website "Mapping decline" houd ik overeind!
Labels:
cartografie,
GIS,
kaarten,
St. Louis,
stadsvernieuwing
maandag 9 december 2013
De geo-weersverwachting voor 2014: wisselend bewolkt
De Sint is het land uit, dus dan mogen we ons zoetjesaan weer wagen aan voorspellingen voor het volgende jaar.
Ik zie voor 2014 veel "cloud" aan de geo-hemel.Net zoals wolken worden onderscheiden naar lage, middelbare, hoge en verticaal ontwikkelende exemplaren is zien we in de geo-lucht ook een variëteit aan cloud-oplossingen. Esri is met ArcGIS Online (AGOL) een grote speler, maar sinds 2013 begeeft ook Google zich op deze zakelijke markt: Google Maps Engine (GME) spuugt niet alleen kaarten uit die in Google Maps zelf of in Google Earth bekeken kunnen worden, het serveert ook WMS (zij het heel basaal). Ik ben benieuwd hoe dit Google wolkje zich gaat ontwikkelen. Safe software heeft er in ieder geval het volste vertrouwen in gezien het feit dat FME 2013 al ondersteuning biedt voor GME tables.
Ondertussen wordt er aan het open source front ook druk gewerkt om support voor GME in de GDAL-library in te bouwen. Omdat de GDAL-library wordt gebruikt in vrijwel alle open source geo-software (en trouwens ook in veel "closed source geo-software) ligt daarmee de GME-cloud vanuit heel veel software open.
Maar er is nog veel meer "open source cloud": het Zwitserse bedrijf Sourcepole biedt met QGisCloud een "wolkoplossing" voor QGis. CartoDB is een op open source componenten gebaseerde SaaS (software-as-a-service) oplossing die je echter zelf als lokale of regionale cloud kunt installeren. Misschien iets voor PDOK? MapBox is nog een hosting service, die vooral bekend is van de cartografische tool TileMill waar je héél mooie webkaarten mee kunt maken, zoals de deelnemers aan de TileMill workshop op de OSGeo.nl dag op 13 november jl. hebben kunnen ervaren. Daarmee komt (web)cartografie weer wat dichter bij ontwerpers, die bekend zijn met zaken als CSS en Photoshop-achtige filters.
En zoals FME het gat tussen desktop en cloud probeert te overbruggen voor geodata, zo doet Arc2Earth dat door een tool aan te bieden waarmee je vanuit ArcGIS Desktop naar alle bovengenoemde cloud oplossingen kunt serveren. Dus ook je ArcMap-mxd opzetten naar het CartoCSS van TileMill! (los van publiceren naar de cloud is dat trouwens ook interessant in het kader van de digitale duurzaamheid)
Er zijn nog vele meer wolken een aan de geo-hemel. Google maar eens op "geo" en "cloud". Is dat lastig? Welnee, die rijk geschakeerde wolkenluchten wisten Hollandse meesters als Jacob van Ruisdael in de 17e eeuw ook tot geweldige kunstwerken te inspireren!
De weg kwijt in cloudland? Pink Floyd had het daar in 1973 al over:
Ik zie voor 2014 veel "cloud" aan de geo-hemel.Net zoals wolken worden onderscheiden naar lage, middelbare, hoge en verticaal ontwikkelende exemplaren is zien we in de geo-lucht ook een variëteit aan cloud-oplossingen. Esri is met ArcGIS Online (AGOL) een grote speler, maar sinds 2013 begeeft ook Google zich op deze zakelijke markt: Google Maps Engine (GME) spuugt niet alleen kaarten uit die in Google Maps zelf of in Google Earth bekeken kunnen worden, het serveert ook WMS (zij het heel basaal). Ik ben benieuwd hoe dit Google wolkje zich gaat ontwikkelen. Safe software heeft er in ieder geval het volste vertrouwen in gezien het feit dat FME 2013 al ondersteuning biedt voor GME tables.
Ondertussen wordt er aan het open source front ook druk gewerkt om support voor GME in de GDAL-library in te bouwen. Omdat de GDAL-library wordt gebruikt in vrijwel alle open source geo-software (en trouwens ook in veel "closed source geo-software) ligt daarmee de GME-cloud vanuit heel veel software open.
Maar er is nog veel meer "open source cloud": het Zwitserse bedrijf Sourcepole biedt met QGisCloud een "wolkoplossing" voor QGis. CartoDB is een op open source componenten gebaseerde SaaS (software-as-a-service) oplossing die je echter zelf als lokale of regionale cloud kunt installeren. Misschien iets voor PDOK? MapBox is nog een hosting service, die vooral bekend is van de cartografische tool TileMill waar je héél mooie webkaarten mee kunt maken, zoals de deelnemers aan de TileMill workshop op de OSGeo.nl dag op 13 november jl. hebben kunnen ervaren. Daarmee komt (web)cartografie weer wat dichter bij ontwerpers, die bekend zijn met zaken als CSS en Photoshop-achtige filters.
En zoals FME het gat tussen desktop en cloud probeert te overbruggen voor geodata, zo doet Arc2Earth dat door een tool aan te bieden waarmee je vanuit ArcGIS Desktop naar alle bovengenoemde cloud oplossingen kunt serveren. Dus ook je ArcMap-mxd opzetten naar het CartoCSS van TileMill! (los van publiceren naar de cloud is dat trouwens ook interessant in het kader van de digitale duurzaamheid)
Er zijn nog vele meer wolken een aan de geo-hemel. Google maar eens op "geo" en "cloud". Is dat lastig? Welnee, die rijk geschakeerde wolkenluchten wisten Hollandse meesters als Jacob van Ruisdael in de 17e eeuw ook tot geweldige kunstwerken te inspireren!
De weg kwijt in cloudland? Pink Floyd had het daar in 1973 al over:
Labels:
AGOL,
arcgis online,
cartodb,
cloud,
cloud computing,
GIS,
google maps engine,
mapbox,
photoshop,
pink floyd,
tilemill,
webcartografie,
webgis
zondag 3 november 2013
OSGeo.nl in de Blender?
Over 10 dagen barst op de faculteit Bouwkunde van de TU Delft de OSGeo.nl dag 2013 los.
Als trekker vanuit OSGeo.nl ben ik daar dezer dagen druk mee bezig: programmapuntjes op de i, zorgen dat de begroting klopt, nog een laatste rondje persoonlijke "je mag dit niet missen!" mails en niet vergeten mijn verhaal waarmee de dag begint voor te bereiden.
En natuurlijk ook bezig zijn met "the day after", want met de leuke variëteit aan bezoekers op de OSGeo.nl dag krijgen we als bestuur van de stichting OSGeo.nl vast en zeker ideeën aangereikt over waar de stichting het verschil kan maken: het verbinden van bestaande open geo-ict communities met elkaar, met nieuwe gebruikers, én met relevante open source ontwikkelingen op het randje van geo.
Wat dat laatste betreft moet ik met schaamrood op de kaken bekennen dat ik een conferentie compleet over het hoofd heb gezien: de Blender-conference, precies een week geleden. In de hoofdstedelijke Beurs van Berlage nog wel: dus in mijn achtertuin, en een mooie locatie bovendien. (maar niet zo mooi als de Oostserre bij Bouwkunde waar de OSGeo.nl dag gaat plaatsvinden!).
Voor de duidelijkheid: ik heb het hier over Blender-met-twee-e's, het open source 3D modelleer en animatieprogramma. Niet te verwarren met Blendr (dus met één e): de geosocial networking application. (overigens ten onrecht nogal eens neergezet als de hetero uitvoering van Grindr). Over die geosocial networking apps'in een volgende blog meer.
Blender is om meerdere redenen interessant.
Allereerst als open source organisatie. Blender is ontstaan als commerciële software , maar op het moment dat de investeerders de stekker er zo'n beetje uittrokken heeft de Blender-community 100.000 euro bij elkaar weten te harken om de software "los te kopen". En sindsdien is Blender open source, onder een GPL license. (nog een aardigheidje voor geo-ers: de animatiestudio die in 1988 de ontwikkeling van Blender begin heette.... NeoGeo).
Inmiddels is er naast de community een Blender Institute dat zich toelegt op het maken van open 3D animaties en games waarbij Blender niet alleen als tool wordt gebruikt, maar ook verder wordt ontwikkeld.
Daarnaast is Blender voor geo's interessant omdat er inmiddels importmogelijkheden voor geodata in Blender mogelijk zijn. Daarmee is er een brug geslagen tussen geo en een zeer krachtige 3D modelleeromgeving, die weer eens uit een heel andere hoek komt.
Misschien op 19 november maar eens op de 3D inspiratiesessie kijken in hoeverre de B.V. Geo-Nederland al een hand in de Blender heeft gestoken. En in ieder geval op 13 november aanstaande de OSGeo.nl de vraag eens aan de bezoekers stellen wie hier al mee bezig is.
Als trekker vanuit OSGeo.nl ben ik daar dezer dagen druk mee bezig: programmapuntjes op de i, zorgen dat de begroting klopt, nog een laatste rondje persoonlijke "je mag dit niet missen!" mails en niet vergeten mijn verhaal waarmee de dag begint voor te bereiden.
En natuurlijk ook bezig zijn met "the day after", want met de leuke variëteit aan bezoekers op de OSGeo.nl dag krijgen we als bestuur van de stichting OSGeo.nl vast en zeker ideeën aangereikt over waar de stichting het verschil kan maken: het verbinden van bestaande open geo-ict communities met elkaar, met nieuwe gebruikers, én met relevante open source ontwikkelingen op het randje van geo.
Wat dat laatste betreft moet ik met schaamrood op de kaken bekennen dat ik een conferentie compleet over het hoofd heb gezien: de Blender-conference, precies een week geleden. In de hoofdstedelijke Beurs van Berlage nog wel: dus in mijn achtertuin, en een mooie locatie bovendien. (maar niet zo mooi als de Oostserre bij Bouwkunde waar de OSGeo.nl dag gaat plaatsvinden!).
Voor de duidelijkheid: ik heb het hier over Blender-met-twee-e's, het open source 3D modelleer en animatieprogramma. Niet te verwarren met Blendr (dus met één e): de geosocial networking application. (overigens ten onrecht nogal eens neergezet als de hetero uitvoering van Grindr). Over die geosocial networking apps'in een volgende blog meer.
Blender is om meerdere redenen interessant.
Allereerst als open source organisatie. Blender is ontstaan als commerciële software , maar op het moment dat de investeerders de stekker er zo'n beetje uittrokken heeft de Blender-community 100.000 euro bij elkaar weten te harken om de software "los te kopen". En sindsdien is Blender open source, onder een GPL license. (nog een aardigheidje voor geo-ers: de animatiestudio die in 1988 de ontwikkeling van Blender begin heette.... NeoGeo).
Inmiddels is er naast de community een Blender Institute dat zich toelegt op het maken van open 3D animaties en games waarbij Blender niet alleen als tool wordt gebruikt, maar ook verder wordt ontwikkeld.
Daarnaast is Blender voor geo's interessant omdat er inmiddels importmogelijkheden voor geodata in Blender mogelijk zijn. Daarmee is er een brug geslagen tussen geo en een zeer krachtige 3D modelleeromgeving, die weer eens uit een heel andere hoek komt.
Misschien op 19 november maar eens op de 3D inspiratiesessie kijken in hoeverre de B.V. Geo-Nederland al een hand in de Blender heeft gestoken. En in ieder geval op 13 november aanstaande de OSGeo.nl de vraag eens aan de bezoekers stellen wie hier al mee bezig is.
Labels:
3D,
blender,
geonovum,
GIS,
Open Source,
open source geo-ict,
osgeo.nl,
WebGL
woensdag 12 september 2012
Politieke grenzentrekkerij zet SP en D66 buitenspel
Leuke "what if" in NRC Next vandaag over hoe de verkiezingsuitslagen er uit zouden zien als we in plaats van een stelsel van evenredige vertegenwoordiging een districtenstelsel zouden hebben, zoals dat in zuivere Engeland gehanteerd wordt.
Allereerst is het bijzonder om te zien dat D66, bij uitstek de partij die een districtstelsel altijd als een van haar kroonjuwelen heeft beschouwd, dan waarschijnlijk uit de Tweede Kamer zou verdwijnen. Alleen in de Babboobakfietsbolwerken Utrecht en Leiden maakt D66 kans om volgens het principe "the winner takes all" een districtsvolksvertegenwoordiger uit de stembus te slepen. Voor de SP geldt dat er hooguit in Noordoost-Brabant (Oss, Boxmeer) een kamerzeteltje valt te verdienen.
Hoe de uitslag exact zou uitpakken hangt af van de wijze waarop de districten worden samengesteld. Omdat zo'n distict pakweg 80.000 kiesgerechtigden moet omvatten kunnen listige samenvoegingen van kleinere gemeenten tot één district, of even slimme opsplitsingen van grotere gemeenten in twee of meer districten tot enorme verschuivingen in de uitslag leiden.
In de Verenigde Staten is dit "redistricting" een politiek geladen fenomeen. In tegenstelling tot de Bondsrepuliek Duitsland waar een onafhankelijk instituut (het Duitse CBS) de grenzen zonodig aanpast aan verschuivingen in inwonertal zijn in Amerika de gekozen politici zelf gerechtigd de grenzen voor een volgende verkiezing aan te passen. Door de aanhang van de politieke tegenstanders in een beperkt aantal regio's te concentreren (waar ze weliswaar 80% van de stemmen halen maar dit toch maar één afgevaardigde oplevert) of ze juist te verdelen over districten (waardoor de tegenstand overal relatief klein blijft) valt de vertegenwoordiging enorm te beïnvloeden. Soms leidt dat tot grillig gevormde kiesdistricten, in Amerika bekend onder de naam "gerrymanders". Daar is in 2010 zelfs een film over gemaakt.
Geografische informatiesystemen spelen hierbij een grote rol: op basis van eerdere verkiezingsuitslagen kan een slimme herverkaveling worden bepaald die de politieke tegenstanders buitenspel zet. Daarentegen kan een GIS ook worden gebruikt om de mate van "gerrymandering" aan te tonen: als een disctrict een bizarre omtrek/oppervlakte verhouding heeft is de kans groot dat er subjectieve grenzen getrokken zijn. Pro-actief redenerend kun je de computer ook vragen de districten zodanig af te bakenen dat de lengte van de grenzen geminimaliseerd wordt. Het spreekt voor zich dat voor een transparante democratie de werking van deze software en de gebruikte data) voor iedereen beschikbaar moeten zijn.
Of dat compact houden van de grenzen het ultieme doel is is ook maar de vraag: geografische compactheid is maar één soort van homogeniteit. Een districtstelsel is vaak bedoeld om de kiezer zich meer persoonlijk vertegenwoordigd te laten voelen; dan is een homogene indeling op basis van inkomen/opleidingsniveau/culturele achtergrond juist wél wenselijk, en moet je geografische grilligheid maar op de koop toe nemen.
Al met een spannend thema. Kan een geo-afstudeerder zich hier niet eens op storten? Bijvoorbeeld samen met het wetenschappelijk bureau van D66? Op basis van de uitlagen per stembureau die uiteraard als open data beschikbaar zijn (maar waar?). Bekijk om vast in de stemming te komen de uitslagen per stembureau van 2010 op de site van NRC.Next
Bijna jammer dat we in Nederland geen districtenstelsel hanteren: het zou geo-informatie zo mooi op de politieke kaart zetten!
Allereerst is het bijzonder om te zien dat D66, bij uitstek de partij die een districtstelsel altijd als een van haar kroonjuwelen heeft beschouwd, dan waarschijnlijk uit de Tweede Kamer zou verdwijnen. Alleen in de Babboobakfietsbolwerken Utrecht en Leiden maakt D66 kans om volgens het principe "the winner takes all" een districtsvolksvertegenwoordiger uit de stembus te slepen. Voor de SP geldt dat er hooguit in Noordoost-Brabant (Oss, Boxmeer) een kamerzeteltje valt te verdienen.
Hoe de uitslag exact zou uitpakken hangt af van de wijze waarop de districten worden samengesteld. Omdat zo'n distict pakweg 80.000 kiesgerechtigden moet omvatten kunnen listige samenvoegingen van kleinere gemeenten tot één district, of even slimme opsplitsingen van grotere gemeenten in twee of meer districten tot enorme verschuivingen in de uitslag leiden.
In de Verenigde Staten is dit "redistricting" een politiek geladen fenomeen. In tegenstelling tot de Bondsrepuliek Duitsland waar een onafhankelijk instituut (het Duitse CBS) de grenzen zonodig aanpast aan verschuivingen in inwonertal zijn in Amerika de gekozen politici zelf gerechtigd de grenzen voor een volgende verkiezing aan te passen. Door de aanhang van de politieke tegenstanders in een beperkt aantal regio's te concentreren (waar ze weliswaar 80% van de stemmen halen maar dit toch maar één afgevaardigde oplevert) of ze juist te verdelen over districten (waardoor de tegenstand overal relatief klein blijft) valt de vertegenwoordiging enorm te beïnvloeden. Soms leidt dat tot grillig gevormde kiesdistricten, in Amerika bekend onder de naam "gerrymanders". Daar is in 2010 zelfs een film over gemaakt.
Geografische informatiesystemen spelen hierbij een grote rol: op basis van eerdere verkiezingsuitslagen kan een slimme herverkaveling worden bepaald die de politieke tegenstanders buitenspel zet. Daarentegen kan een GIS ook worden gebruikt om de mate van "gerrymandering" aan te tonen: als een disctrict een bizarre omtrek/oppervlakte verhouding heeft is de kans groot dat er subjectieve grenzen getrokken zijn. Pro-actief redenerend kun je de computer ook vragen de districten zodanig af te bakenen dat de lengte van de grenzen geminimaliseerd wordt. Het spreekt voor zich dat voor een transparante democratie de werking van deze software en de gebruikte data) voor iedereen beschikbaar moeten zijn.
Of dat compact houden van de grenzen het ultieme doel is is ook maar de vraag: geografische compactheid is maar één soort van homogeniteit. Een districtstelsel is vaak bedoeld om de kiezer zich meer persoonlijk vertegenwoordigd te laten voelen; dan is een homogene indeling op basis van inkomen/opleidingsniveau/culturele achtergrond juist wél wenselijk, en moet je geografische grilligheid maar op de koop toe nemen.
Al met een spannend thema. Kan een geo-afstudeerder zich hier niet eens op storten? Bijvoorbeeld samen met het wetenschappelijk bureau van D66? Op basis van de uitlagen per stembureau die uiteraard als open data beschikbaar zijn (maar waar?). Bekijk om vast in de stemming te komen de uitslagen per stembureau van 2010 op de site van NRC.Next
Bijna jammer dat we in Nederland geen districtenstelsel hanteren: het zou geo-informatie zo mooi op de politieke kaart zetten!
Labels:
D66,
districtenstelsel,
electorale geografie,
geopolitiek,
gerrymandering,
GIS,
open data,
Open Source,
SP,
verkiezingen
dinsdag 24 april 2012
GIS, kunst en opsporing verzocht: een bronzen combinatie
Dat kartografie een vorm van kunst is mag als bekend worden verondersteld. Daarmee leek de belangstelling van de geo-sector voor deze "linkse hobby" wel op te houden, maar daar is verandering in gekomen.
Sommige gemeenten hebben in hun geoviewer al een thema kunst in de openbare ruimte opgenomen, soms met achterliggende informatie over het object en de kunstenaar. En ook bij diverse open data events blijkt kunst op straat een dankbaar onderwerp om in een app te verwerken. Het feit dat bij afdelingen cuiltuur het vrijgeven van data over kunstwerken draagt daar natuurlijk ruimschoots aan bij.
Bij die apps en viewers was het idee dat de kunst (het object) qua locatie statisch was, en de de gebruiker (het waarnemende subject) dynamisch, en daarom van een App voor de smartphone met GPS moest worden voorzien.
Een bericht in de NRC Next van 24 april 2012 leert dat er nog meer geo in kunst zit. Door toenemende diefstallen van bronzen beelden zien meer en meer gemeenten zich genoodzaakt hun kunst naar binnen te halen. Vorige maand werden uit het beeldenpark Beerschoten in De Bilt (dat is nota bene de plek waar mijn geocarrière is begonnen!) een drietal beelden van hun sokkel gerukt om daarmee zo'n 500 euro aan waarde van het brons te cashen.
Het Arnhemse bedrijf Scope Solutions heeft een systeem ontwikkeld waarmee bij forse beweging de GPS positie van het kunstwerk wordt doorgepiept aan de alarmcentrale. Lijkt mij leuk als die data als open data beschikbaar kan worden gesteld, liefst in een dynamische webservice die de gemeenten in hun geoviewer kunnen integeren. Een spannende combinatie van cultuur en opsporing verzocht!
Sommige gemeenten hebben in hun geoviewer al een thema kunst in de openbare ruimte opgenomen, soms met achterliggende informatie over het object en de kunstenaar. En ook bij diverse open data events blijkt kunst op straat een dankbaar onderwerp om in een app te verwerken. Het feit dat bij afdelingen cuiltuur het vrijgeven van data over kunstwerken draagt daar natuurlijk ruimschoots aan bij.
Bij die apps en viewers was het idee dat de kunst (het object) qua locatie statisch was, en de de gebruiker (het waarnemende subject) dynamisch, en daarom van een App voor de smartphone met GPS moest worden voorzien.
Een bericht in de NRC Next van 24 april 2012 leert dat er nog meer geo in kunst zit. Door toenemende diefstallen van bronzen beelden zien meer en meer gemeenten zich genoodzaakt hun kunst naar binnen te halen. Vorige maand werden uit het beeldenpark Beerschoten in De Bilt (dat is nota bene de plek waar mijn geocarrière is begonnen!) een drietal beelden van hun sokkel gerukt om daarmee zo'n 500 euro aan waarde van het brons te cashen.
Het Arnhemse bedrijf Scope Solutions heeft een systeem ontwikkeld waarmee bij forse beweging de GPS positie van het kunstwerk wordt doorgepiept aan de alarmcentrale. Lijkt mij leuk als die data als open data beschikbaar kan worden gesteld, liefst in een dynamische webservice die de gemeenten in hun geoviewer kunnen integeren. Een spannende combinatie van cultuur en opsporing verzocht!
zondag 19 februari 2012
Schaatskoorts
Nu de schaatsen weer ingevet in de kast liggen een goed moment om terug te kijken op de combinatie van schaatskoorts en geo-informatie. Als natuurijsliefhebber ben ik a) geïnteresseerd in de dikte van het ijs, b) in fijn geveegde sloten, vaarten en riviertjes en c) in de mate waarin mede-schaatsers op weg zijn naar het stuk ijs dat ik zelf voor ogen heb.
Voor het eerste heeft Grontmij (ijs)baanbrekend werk verricht door een werknemer bij het zwakste punt van het Elfstedenijs (bij Balk) door middel van een speciale radar de ijsdikte te laten meten.
Een overzicht van beschaatsbare plekken wordt al een aantal jaar crowdsourcenderwijs op de schaatskaart van Erik Ekkel weergegeven. Dit jaar voor het eerst op het Crowdmap platform, waarachter de Open Source techniek van Ushahidi schuil gaat. Wellicht bij sommigen bekend van natuurrampen en politieke omwentelingen.
De schaatskaart weet echter in korte tijd zoveel bezoekers te trekken dat Erik Ekkel zich genoodzaakt zag terug te vallen op het aloude Google platform. Jammer, want dat biedt minder functionaliteit.
Zo lijkt de schaatskaart mij een een prima testcase voor een landelijke of regionale rampensite: hoeveel bandbreedte en servercapaciteit is er nodig om zo'n pieksite in de lucht te houden, en hoe kun je in noodgevallen de vorm en inhoud simplificeren zodat weliswaar minder informatie wordt overgedragen, maar nog wel de gehele doelgroep wordt bereikt. Volgende winter het IcaWeb openstellen voor de schaatskaart?
Een andere optie voor het verzamelen van beschaatstbare plekken zou OpenStreetMap (OSM) kunnen zijn. Maar misschien zijn daarvoor de geveegde ijsvlakten té dynamisch: de wel in OSM opgenomen fiets- en wandelroutes zijn stukken bestendiger. Grappig: in OSM zit wel een objecttype skating, maar in het Nederlands als skaten (inline, op wieltjes) geïnterpreteerd te worden.
En tenslotte de te verwachten drukte. De op mobiele telefoons gebaseerde live verkeersinformatie van TomTom gaf bijzondere beelden, met files bij Loosdracht, Giethoorn, Ankeveen en Broek in Waterland. Mooi om daar een data-analyse op los te laten: gaan Amsterdammers om te schaatsen Noord-Holland in, of zakken ze af naar Vinkeveen of Loosdrecht? En doen ze dat pas om twaalf uur, bijkomend van een avondje stappen, terwijl de autochtone Broek-in-Waterlanders en Ankeveners al bij de eerste zonnestralen om half acht het maagdelijke ijs betreden? Dat lijkt me een mooi onderwerp voor de ultieme aflevering van Nederland van Boven: nederlanders op het ijs.
Voor het eerste heeft Grontmij (ijs)baanbrekend werk verricht door een werknemer bij het zwakste punt van het Elfstedenijs (bij Balk) door middel van een speciale radar de ijsdikte te laten meten.
Een overzicht van beschaatsbare plekken wordt al een aantal jaar crowdsourcenderwijs op de schaatskaart van Erik Ekkel weergegeven. Dit jaar voor het eerst op het Crowdmap platform, waarachter de Open Source techniek van Ushahidi schuil gaat. Wellicht bij sommigen bekend van natuurrampen en politieke omwentelingen.
De schaatskaart weet echter in korte tijd zoveel bezoekers te trekken dat Erik Ekkel zich genoodzaakt zag terug te vallen op het aloude Google platform. Jammer, want dat biedt minder functionaliteit.
Zo lijkt de schaatskaart mij een een prima testcase voor een landelijke of regionale rampensite: hoeveel bandbreedte en servercapaciteit is er nodig om zo'n pieksite in de lucht te houden, en hoe kun je in noodgevallen de vorm en inhoud simplificeren zodat weliswaar minder informatie wordt overgedragen, maar nog wel de gehele doelgroep wordt bereikt. Volgende winter het IcaWeb openstellen voor de schaatskaart?
Een andere optie voor het verzamelen van beschaatstbare plekken zou OpenStreetMap (OSM) kunnen zijn. Maar misschien zijn daarvoor de geveegde ijsvlakten té dynamisch: de wel in OSM opgenomen fiets- en wandelroutes zijn stukken bestendiger. Grappig: in OSM zit wel een objecttype skating, maar in het Nederlands als skaten (inline, op wieltjes) geïnterpreteerd te worden.
En tenslotte de te verwachten drukte. De op mobiele telefoons gebaseerde live verkeersinformatie van TomTom gaf bijzondere beelden, met files bij Loosdracht, Giethoorn, Ankeveen en Broek in Waterland. Mooi om daar een data-analyse op los te laten: gaan Amsterdammers om te schaatsen Noord-Holland in, of zakken ze af naar Vinkeveen of Loosdrecht? En doen ze dat pas om twaalf uur, bijkomend van een avondje stappen, terwijl de autochtone Broek-in-Waterlanders en Ankeveners al bij de eerste zonnestralen om half acht het maagdelijke ijs betreden? Dat lijkt me een mooi onderwerp voor de ultieme aflevering van Nederland van Boven: nederlanders op het ijs.
Labels:
ekkel,
GIS,
grontmij,
Icaweb,
ijs,
nederland van boven,
openstreetmap,
OSM,
schaatsen,
schaatskaart,
tomtom
zaterdag 29 januari 2011
Open data: Google laat je lopen
Mooi, al die Open Data initiatieven: geef de data vrij, en laat de markt er diensten mee bakken. Maar voorlopig bakt Google er nog niet veel van. Als ik vanuit mijn Amsterdamse woning een Rotterdams familielid wil bezoeken ben ik met Google Transit bijna 2 uur onderweg, waar 9292OV me in 1 uur en 40 minuten wil overzetten.
De oorzaak is dat Google vooralsnog slechts de dienstregeling van NS en het Amsterdamse GVB gebruikt. Ik wordt door Google dus op een station in de buurt van mijn bestemming afgezet, met de opdracht de laatste 2.3 kilometer te lopen. Dat mijn doel met de Rotterdamse metro tot op 100 meter bereikt kan worden weet Google niet, want de RET dienstregeling is niet bij Google bekend.
Tja, zo schiet Open Data zijn doel voorbij: op dit soort halfbakken diensten, nota bene van onze Grote Vriend Google, zit niemand te wachten. Open data OK, maar dan wel onder de voorwaarde dat er een complete dataset wordt gebruikt. Of dat de gebruiker duidelijk wordt gemaakt dat het advies op halfbakken gegevens is gebaseerd.
Ik ben benieuwd of de App ontwikkelaars ip het AppInADay Event op 16 februari ook kritisch naar de hun aangeboden data kijken. Die data is allemaal keurig in het Nationaal Georegister beschreven, en is dus ook voor de App bakkers bekend.
De oorzaak is dat Google vooralsnog slechts de dienstregeling van NS en het Amsterdamse GVB gebruikt. Ik wordt door Google dus op een station in de buurt van mijn bestemming afgezet, met de opdracht de laatste 2.3 kilometer te lopen. Dat mijn doel met de Rotterdamse metro tot op 100 meter bereikt kan worden weet Google niet, want de RET dienstregeling is niet bij Google bekend.
Tja, zo schiet Open Data zijn doel voorbij: op dit soort halfbakken diensten, nota bene van onze Grote Vriend Google, zit niemand te wachten. Open data OK, maar dan wel onder de voorwaarde dat er een complete dataset wordt gebruikt. Of dat de gebruiker duidelijk wordt gemaakt dat het advies op halfbakken gegevens is gebaseerd.
Ik ben benieuwd of de App ontwikkelaars ip het AppInADay Event op 16 februari ook kritisch naar de hun aangeboden data kijken. Die data is allemaal keurig in het Nationaal Georegister beschreven, en is dus ook voor de App bakkers bekend.
Labels:
GIS,
google,
gvb,
hackdeoverheid,
metadata,
nationaal georegister,
ns,
open data,
OV,
ret
zondag 31 januari 2010
Niet de cijfers maar de voorstelling van de cijfers
Mooi stukje van filosoof Bas Haring in de Volkskrant van 30 januari. Haring probeert daarin zich iets voor te stellen bij een aantal getallen: 13.000 door het CBR afgelaste rijexamens, 7 miljard aardbewoners. Aan zijn studenten vroeg hij te schatten wat voor een gebied je nodig hebt om die aardlingen een vierkante meter ruimte te bieden. Schattingen liepen uiteen van de gezamelijke oppervlakte van Frankrijk, Spanje en Portugal tot de optelsom van Europa en Azië.
Allemaal wat ruim geschat want, zo legt Bas Haring uit, het is iets meer dan de oppervlakte van Gelderland. Dat vind ik dan wel weer wat krap maar met de gezamelijke oppervlakte van Noord- en Zuid-Holland en Flevoland heb je die benodigde 7000 vierkante kilometer te pakken.
Het ministerie van VROM had in het begin van deze eeuw ook door dat gangbare oppervlaktematen te abstract zijn: het ingeschatte ruimtetekort werd daarom gepresenteerd als "de oppervlakte van Zuid-Holland".
Blijkbaar zijn grote getallen al gauw onvoorstelbaar: werk aan de winkel voor kartografen en andere infografici om die met GIS zo zorgvuldig berekende cijfers inzichtelijk te maken. jammer dat je in de gangbare GIS systemen iet kunt kiezen voor dit soort oppervlaktematen. Mapinfo, ArcGIS en al die anderen willen ons alleen in vierkante (kilometers) en (nog liever) acres laten rekenen. "referentieoppervlakte" is nog geen keuze van eenheden. Volgende release wellicht?
Allemaal wat ruim geschat want, zo legt Bas Haring uit, het is iets meer dan de oppervlakte van Gelderland. Dat vind ik dan wel weer wat krap maar met de gezamelijke oppervlakte van Noord- en Zuid-Holland en Flevoland heb je die benodigde 7000 vierkante kilometer te pakken.
Het ministerie van VROM had in het begin van deze eeuw ook door dat gangbare oppervlaktematen te abstract zijn: het ingeschatte ruimtetekort werd daarom gepresenteerd als "de oppervlakte van Zuid-Holland".
Blijkbaar zijn grote getallen al gauw onvoorstelbaar: werk aan de winkel voor kartografen en andere infografici om die met GIS zo zorgvuldig berekende cijfers inzichtelijk te maken. jammer dat je in de gangbare GIS systemen iet kunt kiezen voor dit soort oppervlaktematen. Mapinfo, ArcGIS en al die anderen willen ons alleen in vierkante (kilometers) en (nog liever) acres laten rekenen. "referentieoppervlakte" is nog geen keuze van eenheden. Volgende release wellicht?
zondag 15 november 2009
Kilometerheffing: een kans voor geo-nederland
Nu de ministerraad het eens is geworden over invoering van de kilometerheffing ("rekeningrijden") is het de hoogste tijd te bedenken hoe we gebruik en invoering van zo'n systeem leuker en gemakkelijker kunnen maken.
Combinatie met navigatie is heel voor de hand liggend. Als je toch een kastje voor routeregistratie via GPS in je auto ingebouwd krijgt biedt dan in ieder geval de mogelijkheid ook met dit kaste te navigeren. TomTom en Garmin willen het vast wel op een accoordje gooien. De markt voor autonavigatie is flink verzadigd, dus de producenten leveranciers van navigsatiesystemen moeten sowieso iets nieuws verzinnen.
Het biedt ook de mogelijk de routedatabases continue te updaten. Door (anonieme) terugkoppeling van de afgelegde routes kan het wegenbestand up-to-date worden gehouden. Zelfs zo up-to-date dat de borden "GPS uit" zoals die in verband met wegwerkzaamheden nu langs trajcten als de Ring Utrecht en Randweg Eindhoven staan niet meer nodig zijn. Eigenlijk het verlengde van wat Open Street Map (OSM) doet, en de ultieme vorm van terugmelding zoals het Kadaster die voor de basisregistraties heeft opgezet.
Uiteraard wel de gevallen waarin weggebruikers door het weiland de weg afsnijden (zoals in een recente commercial) er uit filteren.
Combinatie met navigatie is heel voor de hand liggend. Als je toch een kastje voor routeregistratie via GPS in je auto ingebouwd krijgt biedt dan in ieder geval de mogelijkheid ook met dit kaste te navigeren. TomTom en Garmin willen het vast wel op een accoordje gooien. De markt voor autonavigatie is flink verzadigd, dus de producenten leveranciers van navigsatiesystemen moeten sowieso iets nieuws verzinnen.
Het biedt ook de mogelijk de routedatabases continue te updaten. Door (anonieme) terugkoppeling van de afgelegde routes kan het wegenbestand up-to-date worden gehouden. Zelfs zo up-to-date dat de borden "GPS uit" zoals die in verband met wegwerkzaamheden nu langs trajcten als de Ring Utrecht en Randweg Eindhoven staan niet meer nodig zijn. Eigenlijk het verlengde van wat Open Street Map (OSM) doet, en de ultieme vorm van terugmelding zoals het Kadaster die voor de basisregistraties heeft opgezet.
Uiteraard wel de gevallen waarin weggebruikers door het weiland de weg afsnijden (zoals in een recente commercial) er uit filteren.
vrijdag 25 september 2009
News balls please!
Bij menig couch potato is al lang bekend dat de combinatie van chips en voetbal een heel goede is. Ook de UEFA is hier regelmatig mee bezig. Een chip in de bal zou moeten kunnen aangeven of het "bruine monster" over de lijn is. Eerdere pogingen gaven nog niet het gewenste resultaat, tijdens experimenten in 2007 gaf de apparatuur een doelpunt aan terwijl de bal duidelijk over de lat ging.
De Voetbal International van Duitsland (Der Kicker) bericht dat experimenten sindsdien betere resultaten geven, en dat komt door "eine neue Art der Positionsbestimmung". GIS dus!
Uit sportoogpunt ben ik benieuwd wanneer dit wordt ingevoerd en hoe lang het duurt voordat voetballers chips in de neuzen van hun schoenen aanbrengen die dit systeem laten geloven dat de bal over de lijn is.
Uit GIS oogpunt zit ik te bedenken welke sporten zich nog meer lenen voor GIS toepassingen: de wielrenners mogen geen oortjes meer, maar met TomTom buddy of Google Latitude kan een ontsnapping uit het peloton ook goed gevolgd worden door ploeggenoten. De bionische broer van Tiger Woods kan met realtime informatie over windrichting en snelheid en een DTM van het golfterrein de ene birdie na de ander eagle (hé, die term kennen we in GIS-land!) slaan.
Met de Olympische Spelen van 2028 in Nederland in het vooruitzicht een mooie kans om de mogelijkheden van geo-informatie weer eens op een ander podium te presenteren!
De Voetbal International van Duitsland (Der Kicker) bericht dat experimenten sindsdien betere resultaten geven, en dat komt door "eine neue Art der Positionsbestimmung". GIS dus!
Uit sportoogpunt ben ik benieuwd wanneer dit wordt ingevoerd en hoe lang het duurt voordat voetballers chips in de neuzen van hun schoenen aanbrengen die dit systeem laten geloven dat de bal over de lijn is.
Uit GIS oogpunt zit ik te bedenken welke sporten zich nog meer lenen voor GIS toepassingen: de wielrenners mogen geen oortjes meer, maar met TomTom buddy of Google Latitude kan een ontsnapping uit het peloton ook goed gevolgd worden door ploeggenoten. De bionische broer van Tiger Woods kan met realtime informatie over windrichting en snelheid en een DTM van het golfterrein de ene birdie na de ander eagle (hé, die term kennen we in GIS-land!) slaan.
Met de Olympische Spelen van 2028 in Nederland in het vooruitzicht een mooie kans om de mogelijkheden van geo-informatie weer eens op een ander podium te presenteren!
zaterdag 29 augustus 2009
TomTom: No direction home
Bob Dylan is in gesprek met een aantal bedrijven over het gebruik van zijn karakteristieke stem voor autonavigatiesystemen. In zijn radioshow Theme Time Music Hour op de BBC kondigde de legendarische zanger dit aan. Nog en beetje komkommertijd, dus de Brtisemedia pakte dit flink op, zie bijvoorbeeld dit artikel in de Telegraph.
Wel bijzonder dat juist een artiest over wie een film met de titel "no direction home" vanuit de TomTom luidspreker zou moeten gaan klinken. Muzikaal dicht bij Dylan is (Tom-)Tom Petty qua naam meer voor de hand liggend, maar de -so eighties- new wave band TomTomClub ("Genius of love", beluister uw exemplaar van Talking Heads' "stop making sense" ) de beste crossover tussen muziek en autonavigatie vormt.
(overigens gaat die vlieger alleen in Nederland op, in de UK wordt niet gesproken over "TomTom" maar over "SatNav")
Wel bijzonder dat juist een artiest over wie een film met de titel "no direction home" vanuit de TomTom luidspreker zou moeten gaan klinken. Muzikaal dicht bij Dylan is (Tom-)Tom Petty qua naam meer voor de hand liggend, maar de -so eighties- new wave band TomTomClub ("Genius of love", beluister uw exemplaar van Talking Heads' "stop making sense" ) de beste crossover tussen muziek en autonavigatie vormt.
(overigens gaat die vlieger alleen in Nederland op, in de UK wordt niet gesproken over "TomTom" maar over "SatNav")
zaterdag 25 juli 2009
ArcGIS 9.4 highlights
Aan de hand van de videos van de plenaire sessie zojuist alsnog een virtueel bezoek gebracht aan de ESRI User conference 2009. Zonder de pretentie te hebben compleet te zijn wil ik een paar nieuwigheden uit de komende 9.4 release nader beschouwen en waar nodig van de gebruikelijke kritische noot voorzien. Met daarbij als gebruiker natuurlijk de focus op usability, editing en mapping
Functioneel en applicatiebeheerders, wees gerust: 9.4 gaat eerst dit najaar in beta (ESRI NL zoekt beta-testers, zie de GIS Tech NL LinkedIn groep), release staat gepland voor voorjaar 2010.
Functioneel en applicatiebeheerders, wees gerust: 9.4 gaat eerst dit najaar in beta (ESRI NL zoekt beta-testers, zie de GIS Tech NL LinkedIn groep), release staat gepland voor voorjaar 2010.
- 3D editing: Veel intuitiever editen in 3D. Ben benieuwd hoe de vergelijking met Google's SketchUp uitvalt (en of de SketchUp import weer is hersteld);
- Installatie: 9.4 kan náást 9.3.1 geïnstalleerd worden. Da's maak upgrades gemakkelijker planbaar (zit zelf nu net voor de uitrol van 9.3.1). En ook ontwikkelaars zullen hier blij mee zijn. Check: Hoe up- en downward compatible zijn mxd's, geoprocessing tools, personal+filegeodatabases;
- Fuzzy Overlay Modelling: Klinkt veelbelovend, ik ben benieuwd wat de mensen van RGI project Geo3 hier van vinden;
- User interface: O.a. auto-hiding dockable windows zodat er meer beeldschermruimte overblijft voor de kaart zelf. Verder een ArcCatalog window binnen ArcMap, maar die ken ik als XTools gebruiker al een jaar of wat...
- Overzichtelijker gebruik van attribuuttabellen in ArcMap. Zoals bij 3D editing SketchUp de meetlat vormt laat ik hier graag MS Access vergelijkingsmateriaal zijn;
- De add data tool is nu voorzien van een zoekfunctie. Klinkt een beetje als de (gratis!) CSW Client voor ArcGIS, maar dan ook/juist voor lokale data én ook voor geoprocesing tools;
- Uitvoeren van geoprocessing op de achtergrond. Een voorbeeld van een kleine stap voor de arcgis programmeurs, maar een grote stap voor de arcgis gebruikers;
- In de TOC (table of contents) een nieuwe layer tab met daarin snelle toegang tot alleen de in de kaartuitsnede actieve layers;
- Symbolen kunnen zoeken op /omschrijving i.p.v te hoeven browsen door 22.000 symbolen. Maar natuurlijk nog liever ondersteuning voor een symbolenstandaard (SLD en/of CSS) Ik zie de online-symbolenbibliotheken al voor me. Overigens een zeer interessante discussie hierover op Spatially Adjusted;
- Time-awareness: hang aan layers een "houdbaarheidsdatum" en laat hiermee automatisch ontwikkelingen in de tijd zien. mag ik hierbij en koppeling tussen deze in ArcMap op te geven houdbaarheidsdatum en de infor die hierover al in de metadata staat (Metadata werkt!);
- Fast basemaps: Voeg relatief statische ondergrondlagen samen tot een speciale grouplayer die soepel pannen en zoomen mogelijk maakt. Dat gaat veel tijd besparen;
- Editing: De functionaliteit van de gratis extensie ArcSketch is nu integraal onderdeel van ArcGIS. Mooi, want dat maakt laagdrempelig editen mogelijk, en ArcSketch als losse extensie werkt in 9.3(.1) qua snelheid verlammend op ArcMap;
- Map Automation: De aloude gratis extensie DS Mapbook Generator (of zijn ESRI-broertje MPS Atlas, of third-party zusje MapLogic) is nu onderdeel van ArcMap: Snel dezelfde kaartinhoud voor een hele serie gebieden (bijv. alle NL gemeenten) maken zonder 450 mxd's te hoeven aanpassen. Een absolute aanrader, ik ben benieuwd naar de details. Op de ESRI forums is de DS Mapbook discussie is overigens de langste, dus voor deze functionailteit zullen er een hoop beta-testers op het vinkentouw zitten;
- Python scripts om van één of meedere mxd's a) paden naar datasources te herstellen b) layer symboloy aan te passen. Want in 9.4 kan Python ook worden gebruikt voor ArcMap functies.
Op de aanstaande GIS conferentie en zeker de GIS Tech 2010 zul je er zeker meer van zien.
maandag 13 juli 2009
ArcGIS licensiebeheer: auto, trein, OV chipcard
Pro-actief licensiebeheer? Wat moet ik me daar bij voorstellen? Als je wel eens tegen de melding "al XXXX licenses are in use", lees dan vooral verder.
Op de GIS Tech 2009 kondigde ESRI aan dat we een nieuwe tool voor beheer van ArcGIS licensies tot onze beschikking krijgen: Flexnet Manager (zie de aankondiging op http://www.gistech.nl/presentaties/22_GT09_Beheer.pdf#page=11). Ik heb er zelf nog geen ervaring mee, maar ben benieuwd naaar wat de lezers er van vinden.
Bij VROM gebruiken we sinds kort OpenLM. Dat hadden we al bedacht vóór de aankondiging op de GIS Tech. In de nieuwe versie daarvan zit de mogelijkheid extensies "af te schieten" na een op te geven periode van inactiviteit.
ESRI Nederland biedt een gratis tool aan die standaard ArcGIS extensies afsluit bij stoppen van ArcGIS (zie http://www.esri.nl/content/categorieen.asp?id=17). Dat werkt dan weer niet centraal op de license manager maar op de individuele ArcGIS PCs.
Maar zoals altijd wil ik meer: graag een pro-actieve license manager die automatisch een extensie activeert zodra ik de functionaliteit daarvan gebruik, en weer automatisch deactiveert zodra ik die extensie niet meer in gebruik hebt. 't Is net zoiets als het verschil tussen een reis per auto of per trein: met de auto kun je ieder moment van reisbestemming wisselen, met de trein zit je vast aan je treinkaartje, of je moet een ander kaartje kopen.
Tja, of je kiest voor de oplossing van de grootverbruikers: schaf voor de gehele organisatie een "OV jaarkaart" (een site-license) aan.
En mag ik dan gelijk ook een license manager die zélf ziet of ik ArcInfo, ArcEditor of ArcView functionaliteit gebruik en daarop afrekent: ArcGIS Licenses On Demand. Inderdaad: het OV-chipcard equivalent van ArcGIS licensies. Juist in Rotterdam is daar toch inmiddels ruime ervaring mee?
Op de GIS Tech 2009 kondigde ESRI aan dat we een nieuwe tool voor beheer van ArcGIS licensies tot onze beschikking krijgen: Flexnet Manager (zie de aankondiging op http://www.gistech.nl/presentaties/22_GT09_Beheer.pdf#page=11). Ik heb er zelf nog geen ervaring mee, maar ben benieuwd naaar wat de lezers er van vinden.
Bij VROM gebruiken we sinds kort OpenLM. Dat hadden we al bedacht vóór de aankondiging op de GIS Tech. In de nieuwe versie daarvan zit de mogelijkheid extensies "af te schieten" na een op te geven periode van inactiviteit.
ESRI Nederland biedt een gratis tool aan die standaard ArcGIS extensies afsluit bij stoppen van ArcGIS (zie http://www.esri.nl/content/categorieen.asp?id=17). Dat werkt dan weer niet centraal op de license manager maar op de individuele ArcGIS PCs.
Maar zoals altijd wil ik meer: graag een pro-actieve license manager die automatisch een extensie activeert zodra ik de functionaliteit daarvan gebruik, en weer automatisch deactiveert zodra ik die extensie niet meer in gebruik hebt. 't Is net zoiets als het verschil tussen een reis per auto of per trein: met de auto kun je ieder moment van reisbestemming wisselen, met de trein zit je vast aan je treinkaartje, of je moet een ander kaartje kopen.
Tja, of je kiest voor de oplossing van de grootverbruikers: schaf voor de gehele organisatie een "OV jaarkaart" (een site-license) aan.
En mag ik dan gelijk ook een license manager die zélf ziet of ik ArcInfo, ArcEditor of ArcView functionaliteit gebruik en daarop afrekent: ArcGIS Licenses On Demand. Inderdaad: het OV-chipcard equivalent van ArcGIS licensies. Juist in Rotterdam is daar toch inmiddels ruime ervaring mee?
zondag 1 maart 2009
Ontwerp een skigebied
Als trouwe wintersporter bedenk ik ieder jaar minstens één keer (terwijl ik aan een steile sleeplift hang of in een voornamelijk horizontaal voortbewegende stoeltjeslift zit, of als ik ergens een stuk piste bijna omhoog moet skiën): wat is het ontwerpen van een skigebied een mooie toepassing voor GIS-analyses.
Ga maar na: De skiliften moeten met een zo kort mogelijke horizontale afstand de heren en dames skiers zo ver mogelijk omhoog krijgen, de pistes (in diverse moeilijkheidsgraden) moeten met een bepaalde minimumbreedte dezelfde skiërs eigenlijk met zo groot mogelijke horizontale afstand een zo klein mogelijk hoogteverschil laten zakken.
Daarnaast stellen aanleg van pistes en liften eisen aan de stabiliteit van de ondergrond.
't Hele spul moet ook nog een beetje leuk ten opzichte van de zon zijn gelegen, dus niet alleen in de schaduw van de bergen en om optimaal van die zon te genieten moeten er ook her en der nog wat terrassen langs de pistes worden gedrapeerd.
Iemand hier wel eens een leuk voorbeeld van tegengekomen
(tja, gezien de klimaatverandering zit er misschien niet veel brood in het ontwerpen van skigebieden...)
Ga maar na: De skiliften moeten met een zo kort mogelijke horizontale afstand de heren en dames skiers zo ver mogelijk omhoog krijgen, de pistes (in diverse moeilijkheidsgraden) moeten met een bepaalde minimumbreedte dezelfde skiërs eigenlijk met zo groot mogelijke horizontale afstand een zo klein mogelijk hoogteverschil laten zakken.
Daarnaast stellen aanleg van pistes en liften eisen aan de stabiliteit van de ondergrond.
't Hele spul moet ook nog een beetje leuk ten opzichte van de zon zijn gelegen, dus niet alleen in de schaduw van de bergen en om optimaal van die zon te genieten moeten er ook her en der nog wat terrassen langs de pistes worden gedrapeerd.
Iemand hier wel eens een leuk voorbeeld van tegengekomen
(tja, gezien de klimaatverandering zit er misschien niet veel brood in het ontwerpen van skigebieden...)
vrijdag 21 november 2008
GEO - DIV - ICT
Geografische informatie systemen bij bijvoorbeeld overheden ondersteunen meestal primaire werkprocessen, ze zijn zelf vaak geen primair proces. Dit overigens in tegenstelling tot data-inwinnende bedrijven en een hele trits geo-adviesbureaus, die GIS wel als primair proces kennen.
Toch zijn er nog veel overheden die een afdeling geo-informatie kennen. En die afdeling zit altijd in de spagaat "zijn wij nou GEO of zijn wij nou ICT?". Vreemd genoeg wordt veel minder de vraag gesteld: "zijn wij nou GEO of zijn wij DIV". Nog sterker: de gis-ers kennen DIV vooral als een tag uit de HTML-wereld die ze wel eens gebruiken als er een gisviewer voor het plaatselijke intranet gebouwd moet worden...
Met de opmars van geoportalen schuift de GIS wereld steeds meer op in de richting van DIV. Het gaat meer en meer over informatiestromen, databeheer, metadata en de standaarden die daar een rol bij spelen. En ja, die hebben een geografische component, maar net zo goed een juridische component, en een tijdscomponent, en een taalcomponent.
Breekpunt in deze ontwikkeling worden de digitale ruimtelijke plannen. Nu nog vooral vanuit de inhoudelijke RO en de GEO-invalshoek bekeken. Sla er de eerste monitor digitale verplichtingen WRO bij gemeenten bijvoorbeeld eens op na. Daar hebben de inhoudelijke betrokkenen (in dit geval de afdelingen ruimtelijke ordening) de lead, met de afdelingen geo-informatie op de tweede plaats, op de voet gevolgd door de ICT-afdelingen. Op gepaste afstand de juristen, en in de achterhoede vinden we de DIV-ers.
Maar straks worden ook de planteksten bij bestemmingsplannen uniform digitaal gemaakt, en er komt een beheersfase waarin versiebeheer van de bestemmingsplannen een grote rol gaat spelen, en het proces om te komen tot bestemmingsplan met teksten en kaart moet gestroomlijnd worden. Dat wordt het moment dat de altijd bescheiden DIV-ers doorkrijgen dat zij de leiding over moeten nemen en de benodigde geo-expertise in hun afdeling incorporeren.
Het "harde" deel van de geo-expertise dat ik met graag met geo-ict aanduid kan zich dan bij een algemene ICT afdeling aansluiten, en de experts op gebied van kartografie (ja, met een "k") gaat zich weer helemaal thuisvoelen bij de afdeling communicatie.
Die slimme DIV-ers bereiden zich er al op voor, als ik het cursusaanbod van bijvoorbeeld SOD bekijk. De cursus geografische informatievoorziening wordt daar als volgt aangeprezen:
"Geografische informatie is lang een speciale eend in de bijt van de informatievoorziening geweest. Maar nu informatievoorziening als geheel integreert in het primaire proces, is het logisch dat Geografische informatie daar onderdeel van uitmaakt."
En de GIS-ers? Zij houden zich vast aan wat Jack Dangermond van ESRI in 2001 zei: "you're special people". Zullen we zeggen, nog maximaal 10 jaar?
Toch zijn er nog veel overheden die een afdeling geo-informatie kennen. En die afdeling zit altijd in de spagaat "zijn wij nou GEO of zijn wij nou ICT?". Vreemd genoeg wordt veel minder de vraag gesteld: "zijn wij nou GEO of zijn wij DIV". Nog sterker: de gis-ers kennen DIV vooral als een tag uit de HTML-wereld die ze wel eens gebruiken als er een gisviewer voor het plaatselijke intranet gebouwd moet worden...
Met de opmars van geoportalen schuift de GIS wereld steeds meer op in de richting van DIV. Het gaat meer en meer over informatiestromen, databeheer, metadata en de standaarden die daar een rol bij spelen. En ja, die hebben een geografische component, maar net zo goed een juridische component, en een tijdscomponent, en een taalcomponent.
Breekpunt in deze ontwikkeling worden de digitale ruimtelijke plannen. Nu nog vooral vanuit de inhoudelijke RO en de GEO-invalshoek bekeken. Sla er de eerste monitor digitale verplichtingen WRO bij gemeenten bijvoorbeeld eens op na. Daar hebben de inhoudelijke betrokkenen (in dit geval de afdelingen ruimtelijke ordening) de lead, met de afdelingen geo-informatie op de tweede plaats, op de voet gevolgd door de ICT-afdelingen. Op gepaste afstand de juristen, en in de achterhoede vinden we de DIV-ers.
Maar straks worden ook de planteksten bij bestemmingsplannen uniform digitaal gemaakt, en er komt een beheersfase waarin versiebeheer van de bestemmingsplannen een grote rol gaat spelen, en het proces om te komen tot bestemmingsplan met teksten en kaart moet gestroomlijnd worden. Dat wordt het moment dat de altijd bescheiden DIV-ers doorkrijgen dat zij de leiding over moeten nemen en de benodigde geo-expertise in hun afdeling incorporeren.
Het "harde" deel van de geo-expertise dat ik met graag met geo-ict aanduid kan zich dan bij een algemene ICT afdeling aansluiten, en de experts op gebied van kartografie (ja, met een "k") gaat zich weer helemaal thuisvoelen bij de afdeling communicatie.
Die slimme DIV-ers bereiden zich er al op voor, als ik het cursusaanbod van bijvoorbeeld SOD bekijk. De cursus geografische informatievoorziening wordt daar als volgt aangeprezen:
"Geografische informatie is lang een speciale eend in de bijt van de informatievoorziening geweest. Maar nu informatievoorziening als geheel integreert in het primaire proces, is het logisch dat Geografische informatie daar onderdeel van uitmaakt."
En de GIS-ers? Zij houden zich vast aan wat Jack Dangermond van ESRI in 2001 zei: "you're special people". Zullen we zeggen, nog maximaal 10 jaar?
dinsdag 25 december 2007
GIS in het google-tijdperk
Met de komst van Google Earth is GIS in vrijwel iedere Nederlandse huiskamer terecht gekomen. In 20 jaar is GIS daarmee geëvolueerd van een zeer specialistisch instrument (denk aan de commando gestuurde omgeving van ESRI's ArcInfo Workstation) via ArcView en sinds 5 jaar ArcGIS tot allemans software. De hoge drempels die good-old ArcInfo ooit opwierp zullen nooit meer bestaan. GIS for the masses is het devies.
Als Gisprofessional zie ik dat af en toe met lede ogen aan. Bij gebrek aan inzicht in kwaliteitkenmerken als volledigheid en nauwkeurigheid worden er links en rechts datasets bij elkaar gegoogled en tot nieuwe informatie samengesmeed. Opvallend genoeg vaak informatie die tot doel heeft een hypothese te bevestigen. Want dat is het kenmerk van het laagdrempelige google-en-wikipedia-tijdperk, je zoekt op basis van hetgeen je wilt weten, je bent al op zoek naar bevestiging van je vooropgezette idee. Een self-fullfilling prophecy.
Overigens geen Gisspecifiek fenomeen, lees de column van Roos Vonk in de Intermediair van 14 december 2007 maar eens. Het Amsterdamse cultuurcentrum De Balie bereidt een aantal avonden voor die gericht zijn op de google-en-wiki-generatie.
Als Gisprofessional zie ik dat af en toe met lede ogen aan. Bij gebrek aan inzicht in kwaliteitkenmerken als volledigheid en nauwkeurigheid worden er links en rechts datasets bij elkaar gegoogled en tot nieuwe informatie samengesmeed. Opvallend genoeg vaak informatie die tot doel heeft een hypothese te bevestigen. Want dat is het kenmerk van het laagdrempelige google-en-wikipedia-tijdperk, je zoekt op basis van hetgeen je wilt weten, je bent al op zoek naar bevestiging van je vooropgezette idee. Een self-fullfilling prophecy.
Overigens geen Gisspecifiek fenomeen, lees de column van Roos Vonk in de Intermediair van 14 december 2007 maar eens. Het Amsterdamse cultuurcentrum De Balie bereidt een aantal avonden voor die gericht zijn op de google-en-wiki-generatie.
Labels:
ArcInfo,
GIS,
Google Earth,
Web 2.0,
wikipedia
zaterdag 15 december 2007
Open Source, Open Standaarden, Open Mind?
Op het GIN-congres op 27 november 2007 was er een track gewijd aan open source software. Pittige discussies, goede aandachtspunten. Zoals: je moet open source niet per definitie de voorkeur willen geven, maar de achterliggende redenen beschrijven. Bijvoorbeeld het feit dat je bij het verdwijnen van je softwareleverancier de software nog wel wilt kunnen blijven gebruiken.
Maar ook weer opvallend: Het calimero-effect. Microsoft is het kwaad (en vertaald naar de Nederlandse GIS-wereld wordt dat al gauw: ESRI is het kwaad) en open source is ondergewaardeerd. Het doet mij altijd aan Apple-aanhangers denken, die ook zo prettig fundamentalistisch uit de hoek kunnen komen. Iets meer Open Mind graag.
Misschien tijd voor de open source GIS-wereld om met een spreekwoordelijke iPod op de proppen te komen. En dan graag ook slechts één, want hoe mooi al die open source ook is, iedere keer weer een nieuwe ster aan het firmament maakt de afzonderlijke sterren steeds minder herkenbaar.
De presentatie van die spreekwoordelijke iPod mag van mij wel op een Steve Jobs achtige wijze, kijk eens naar de introductie van de iPhone op de MacWorld 2007. Voor degenen die geen QuickTime hebben, kijk even op YouTube.
Maar ook weer opvallend: Het calimero-effect. Microsoft is het kwaad (en vertaald naar de Nederlandse GIS-wereld wordt dat al gauw: ESRI is het kwaad) en open source is ondergewaardeerd. Het doet mij altijd aan Apple-aanhangers denken, die ook zo prettig fundamentalistisch uit de hoek kunnen komen. Iets meer Open Mind graag.
Misschien tijd voor de open source GIS-wereld om met een spreekwoordelijke iPod op de proppen te komen. En dan graag ook slechts één, want hoe mooi al die open source ook is, iedere keer weer een nieuwe ster aan het firmament maakt de afzonderlijke sterren steeds minder herkenbaar.
De presentatie van die spreekwoordelijke iPod mag van mij wel op een Steve Jobs achtige wijze, kijk eens naar de introductie van de iPhone op de MacWorld 2007. Voor degenen die geen QuickTime hebben, kijk even op YouTube.
Abonneren op:
Posts (Atom)