Op 31 maart jl. verscheen het tweede trendrapport open data. Een vlot leesbaar verhaal met daarin de stand van het land met betrekking tot diverse aspecten van open data.
Daarbij wordt zowel de landelijke Nederlandse trend als de verhouding tot de ontwikkelingen in andere landen, waarbij met name de UK en de USA als vergelijkingsmateriaal dienen. Om met dat laatste te beginnen; dat gaat mij iets te snel in de richting van benchmarking, oftewel: lijstjes. We "scoren" beter of slechter dan andere landen. Daarbij leunt het rapport op diverse benchmarks, en daar komt de achilleshiel al naar voren. Volgens de open data barometer zijn we gestegen van plaats 10 (in 2013) naar plaats 6 (in 2014), terwijl we volgens de eveneens aangehaalde open data census gekelderd zijn van plaats 5 naar plaats 16. Als de barometers zó uiteen lopen moet er wel onweer op komst zijn...
Het trendrapport signaleert zelf ook deze beperking en schrijft op bladzijde 30: "We moeten dan ook voorzichtig zijn met de uitkomsten van dergelijke barometers. Daarom kijken we hieronder naast de scores op de Open Data Barometer ook naar het aanbod van open data op data.overheid.nl." Op dat open data portaal telde het trendrapport in februari 2015 bijna 3200 datasets. Blijkbaar is er sindsdien een lijntje gelegd naar het dataportaal van statistiekgrootgrutter CBS, want op 7 april 2015 staat de data.overheid.nl-teller al op 6731. Zo snel kan het blijkbaar gaan.
Verwarrend is wel dat volgens de voorpagina van het portaal van die ruim 6700 datasets er slechts 2989 een open data licentie hebben, een kleine meerderheid heeft daarentegen een "andere licentie". Iets verder speuren in het portaal zelf levert op dat zo'n 3000 datasets in het Publieke Domein zitten (en er dus geen auteursrecht meer van toepassing is) c.q. van een CC-0 verklaring is voorzien (en er op die datasets dus geen actief auteursrecht wordt uitgevoerd). De overige pakweg 3700 hebben op een enkele uitzondering na een CC-BY-licensie, waarbij dus de naamsvermelding van de bronhouder als restrictie geldt. Ik neem aan dat dat in het verband van het trendrapport ook onder open data wordt geschaard, al wordt dat niet expliciet gemaakt.
Hetzelfde data.overheid.nl bevat ook een overzicht van weliswaar bekende, maar niet rechtstreeks aan data.overheid.nl gekoppelde open data portalen. Daar staat een hele trits lokale, regionale en thematische portalen, waarbij alleen dat van de gemeente Den Haag al meer dan 8.000 dataset bevat.
Maar dan hebben we dus geen 3200 open datasets in Nederland, maar minstens het vijfvoudige daarvan!
Zo wordt steeds meer duidelijk dat het voor een heldere monitor ontbreekt aan een eenduidige, stabiele meetlat voor de beschikbaarheid van open data. De aantallen dataset worden bovendien nog enorm beïnvloed door de wijze waarop de data is georganiseerd: de Top10NL als landsdekkende dataset telt voor één, terwijl een uitsplitsing naar de aloude bladindeling die de Topografische Dienst hanteerde zou honderden datasets opleveren ,en als je dat allemaal nog eens uitsplitst naar thema's in die datasets kun je die ene top10nl "opvoeren" tot een reeks van duizenden datasets. Dat telt lekker aan!
Misschien moeten wel geen datasets meer tellen, maar moeten er bij wijze van meetlat pakweg 20-30 maatschappelijke vragen en commerciële toepassingen worden geformuleerd waarvoor een of meer open datasets nodig zijn. Zoals een website die inzicht geeft in de relatie tussen prestatie van ziekenhuizen en het stemgedrag, of een app waarmee de recreatievaarder niet alleen overdag zijn vaarweg, maar ook het naderhand nathouden van zijn keel kan faciliteren. Zo'n meetlat geeft inzicht in de mogelijkheden met open data.
Daarmee komen we bij wat ik het interessantste thema in het rapport vind; de impact van open data. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen politieke, sociale en economische impact. Denk bij politiek aan verantwoording door en transparantie van bestuur, bij sociaal aan publieksparticipatie en bij economisch aan nieuwe handel op basis van open data. Het trendrapport geeft aan dat de politieke impact nog wel redelijk scoort, maar dat de economische, en vooral de sociale impact erg achterblijven ten opzichte van de UK en de USA. Dat juist die politieke impact nog redelijk scoort is vreemd gezien het feit dat even daarvoor wordt aangegeven dat juist op de beleidsterreinen verantwoording en aanbesteding het data-aanbod in ons land minimaal is.
Het verbinden van de diverse dataportalen zal waarschijnlijk wel bijdragen aan de impact. Het trendrapport signaleert die fragmentatie en suggereert daarom de ontwikkeling van een Nationale Informatie Infrastructuur zoals in de UK gaande is. Die gaat overigens heel erg over de data en datasets, en weinig over de onderliggende (ICT-)infrastructuur. Maar om nu een heel eigen open data infrastructuur op te zetten kan toch niet de bedoeling zijn? Zorg voor verbinding van bestaande registers en infrastructuren. Bijvoorbeeld door die kanalen en portalen van een sterrensysteem te voorzien waarmee wordt aangegeven hoe open het portaal zélf is (los van de er in aangeboden datasets). Heeft het portaal een API? Is die gebaseerd op een standaard? Heeft het een beheerder? En bouw zo aan een netwerk van Open Datapleinen, Lanen van Leefomgeving en crowdsourced olifantenpaadjes.
Posts tonen met het label laan van de leefomgeving. Alle posts tonen
Posts tonen met het label laan van de leefomgeving. Alle posts tonen
dinsdag 7 april 2015
zondag 8 februari 2015
Een Huis der Kansen aan de Laan van de Leefomgeving
Een dik half jaar terug schreef ik op deze plek al eens over de Laan van de Leefomgeving, en met name de wijze waarop je met geo-informatie ontwikkelingsplanologie kunt bedrijven.
Nu de laatste weken het voortbestaan van het warenhuis V&D de economische krantenpagina's overheerst toetste ik de ambities van de Laan van de Leefomgeving eens aan de ontwikkelingen in de retailsector. Wat me opvalt is dat de Laan met haar informatiehuizen focust op wat er wel of niet op een bepaalde locatie mag. uit de programmadefinitie GOAL: "Het gaat daarbij om informatie voor besluiten met rechtsgevolgen, zoals vergunningen of een omgevingsplan".
Naar mijn idee liggen er daarmee nog kansen voor een informatiehuis (of misschien wel aanbouwtjes bij de bestaande informatiehuizen) die informatie verzamelt over wat er op een bepaalde locatie haalbaar is. De gevolgen van de overvloedige kantoor- en bedrijfshallenbouw rond de eeuwwisseling kan iedereen om zich heen zien. Het overschot aan fysieke winkelruimte wordt ook steeds duidelijker, en dat heeft niet alleen met V&D te maken.
Het zou de kwaliteit van ruimtelijke initiatieven helpen als ook informatie over bevolkingsontwikkeling, arbeidsmarkt, koopkracht etc. via de Laan van de Leefomgeving wordt ontsloten. Daarnaast draagt de laagdrempelige beschikbaarheid (huizen aan deze Laan kennen hopelijk geen drempels!) bij aan een transparanter besluitvormingsproces; betrokken burgers en andere stakeholders kunnen met de beschikbaarheid van dit soort informatie ruimtelijke initiatieven in hun achtertuin beter op waarde schatten. En het helpt de verantwoordelijke overheden om tot betere omgevingsplannen te komen die aansluiten bij actuele ontwikkelingen ten aanzien van woning- kantoren- en winkelmarkt.
Dus als er nog een kaveltje vrij is aan de Laan van de Leefomgeving: een Huis der Kansen zou een verrijking voor het straatbeeld zijn. Of dat huis door de overheid gebouwd mag worden valt nog te bezien; als een of meer commerciële geodata-aanbieders zo'n pakhuis kunnen neerzetten lijkt me dat ook prima. Al is het in dat verband wel wrang dat onlangs de "V&D van de geodata" (Bridgis) failliet is gegaan.
Nu de laatste weken het voortbestaan van het warenhuis V&D de economische krantenpagina's overheerst toetste ik de ambities van de Laan van de Leefomgeving eens aan de ontwikkelingen in de retailsector. Wat me opvalt is dat de Laan met haar informatiehuizen focust op wat er wel of niet op een bepaalde locatie mag. uit de programmadefinitie GOAL: "Het gaat daarbij om informatie voor besluiten met rechtsgevolgen, zoals vergunningen of een omgevingsplan".
Naar mijn idee liggen er daarmee nog kansen voor een informatiehuis (of misschien wel aanbouwtjes bij de bestaande informatiehuizen) die informatie verzamelt over wat er op een bepaalde locatie haalbaar is. De gevolgen van de overvloedige kantoor- en bedrijfshallenbouw rond de eeuwwisseling kan iedereen om zich heen zien. Het overschot aan fysieke winkelruimte wordt ook steeds duidelijker, en dat heeft niet alleen met V&D te maken.
Het zou de kwaliteit van ruimtelijke initiatieven helpen als ook informatie over bevolkingsontwikkeling, arbeidsmarkt, koopkracht etc. via de Laan van de Leefomgeving wordt ontsloten. Daarnaast draagt de laagdrempelige beschikbaarheid (huizen aan deze Laan kennen hopelijk geen drempels!) bij aan een transparanter besluitvormingsproces; betrokken burgers en andere stakeholders kunnen met de beschikbaarheid van dit soort informatie ruimtelijke initiatieven in hun achtertuin beter op waarde schatten. En het helpt de verantwoordelijke overheden om tot betere omgevingsplannen te komen die aansluiten bij actuele ontwikkelingen ten aanzien van woning- kantoren- en winkelmarkt.
Dus als er nog een kaveltje vrij is aan de Laan van de Leefomgeving: een Huis der Kansen zou een verrijking voor het straatbeeld zijn. Of dat huis door de overheid gebouwd mag worden valt nog te bezien; als een of meer commerciële geodata-aanbieders zo'n pakhuis kunnen neerzetten lijkt me dat ook prima. Al is het in dat verband wel wrang dat onlangs de "V&D van de geodata" (Bridgis) failliet is gegaan.
Labels:
GOAL,
laan van de leefomgeving,
omgevingswet,
planologie,
retail,
V&D,
winkels
woensdag 29 oktober 2014
Voorbij de Omgevingswet: de kruispunten van de Laan van de Leefomgeving
Toen ik nog in de schoolbanken van de Tilburgse Stappegoorweg en de Utrechte Vondellaan zat was in de colleges planologie en ruimtelijke ordening onderstaande schema zo ongeveer les één:
Dit schema gaf aan wat de rol en positie van ruimtelijke ordening is: het behandelt één facet van diverse sectoren (verkeer en vervoer, defensie, landbouw, natuur). Net zoals als die sectoren ook onder meer een economisch en een juridisch facet kennen. Daarmee werd ruimtelijke ordening als integrator tussen diverse sectoren neergezet. De sectoren zijn daarbij leidend. Dat GIS als integrator vanouds in de ruimtelijke ordening wordt gebruikt is niet zo vreemd, het ruimtelijk domein is de logische plek om de kracht van geo-informatie als verbindend element tot zijn recht te laten komen.
Inmiddels is in alle sectoren ook voor de eigen primaire processen het gebruik van ruimtelijke informatiesystemen vanzelfsprekend. De verkeer en vervoer sector doet aan ongevallenregistratie, dynamisch verkersmanagement en wegonderhoud, in de watersector gebruiken de waterschappen geo-informatie ten behoeve van dijkbeheer, de drinkwaterbedrijven hebben allemaal een leidinginformatiesysteem, de milieusector kent zijn meetnetten en modellen voor luchtkwaliteit en ga zo maar door. Het zal zo'n beetje de eeuwwisseling zijn geweest dat het zwaartepunt van de GIS toepassingen verschoven van de integrerende, facet-geörienteerde toepassingen naar de sectorale geo-informatiesystemen.
Momenteel wordt er aan gewerkt de sectorale versnippering tegen te gaan door diverse sectorale wetten (zoals de Tracéwet en de Wet geluidhinder) samen te voegen in de nieuwe Omgevingswet. Een zegen voor de geo-informatie, want daarmee krijgt de aloude droom van geo als superglue waarmee de ruimtelijke facetten van de diverse sectoren aan elkaar worden verbonden spontaan een wettelijke basis. Onder de titel : "Laan van de Leefomgeving" werkt het programma GOAL aan een samenhangend stelsel van informatiehuizen. Zojuist is de programmadefinitie hiervoor verschenen.. Dat is absoluut een leesuurtje waard. Het doel van GOAL is om bestaande informatiesystemen te verbinden. Interessant, want dat betekent dat GOAL een sectoroverstijgende, integrale geo-informatie-architectuur moet opstellen. Daarvoor is afgelopen zomer een architectuurdocument opgesteld (vooruit, nog 20 extra minuten leespauze).
Als medewerker van een drinkwaterbedrijf valt het me op dat uit het rijtje informatiehuizen het informatiehuis water zich zo te zien alleen met het droge voeten bezig houdt. Je hoeft maar een slinger aan de kraan te geven om je te realiseren dat er ook water is dat niet bedreigend is. Dat heeft er ongetwijfeld mee te maken dat voor de Laan van de Leefomgeving het perspectief van de Omgevingswet leidend is. Maar ook voor allerlei processen in de diverse sectoren van de Laan van de Leefomgeving een rol vervullen in de informatievoorziening. In iedere sector is er vroeg of laat informatie nodig uit andere sectoren, ook buiten het kader van de Omgevingswet. Zo wordt met het programma KlicWin niet alleen beoogd te komen tot een betere WION-procesondersteuningen en te voldoen aan de Inspire-vereisten maar ook om "de KLICinformatiehuishouding van ondergrondse netten meer te verbinden met aanpalende thema’s en ontwikkelingen in de ruimtelijke informatievoorziening". Strikt genomen is dat geen Laan van de Leefomgeving, maar het is wel een "geo-informatiestraat" die aan de Laan grenst.
Het is uitermate interessant om vanuit de Laan van de Leefomgeving in de richting van alle sectoren te verkennen waar de eigen "sectorale informatiestraten" de Laan van de Leefomgeving kruisen. Het zou zonde zijn als we die kruispunten niet herkennen, waardoor het ongelijkvloerse kruisingen blijven.
Die kruispunten hebben immer de potentie om uit te groeien tot informatiepleinen waar de kracht van geo-informatie volop zichtbaar wordt!
Dit schema gaf aan wat de rol en positie van ruimtelijke ordening is: het behandelt één facet van diverse sectoren (verkeer en vervoer, defensie, landbouw, natuur). Net zoals als die sectoren ook onder meer een economisch en een juridisch facet kennen. Daarmee werd ruimtelijke ordening als integrator tussen diverse sectoren neergezet. De sectoren zijn daarbij leidend. Dat GIS als integrator vanouds in de ruimtelijke ordening wordt gebruikt is niet zo vreemd, het ruimtelijk domein is de logische plek om de kracht van geo-informatie als verbindend element tot zijn recht te laten komen.
Inmiddels is in alle sectoren ook voor de eigen primaire processen het gebruik van ruimtelijke informatiesystemen vanzelfsprekend. De verkeer en vervoer sector doet aan ongevallenregistratie, dynamisch verkersmanagement en wegonderhoud, in de watersector gebruiken de waterschappen geo-informatie ten behoeve van dijkbeheer, de drinkwaterbedrijven hebben allemaal een leidinginformatiesysteem, de milieusector kent zijn meetnetten en modellen voor luchtkwaliteit en ga zo maar door. Het zal zo'n beetje de eeuwwisseling zijn geweest dat het zwaartepunt van de GIS toepassingen verschoven van de integrerende, facet-geörienteerde toepassingen naar de sectorale geo-informatiesystemen.
Momenteel wordt er aan gewerkt de sectorale versnippering tegen te gaan door diverse sectorale wetten (zoals de Tracéwet en de Wet geluidhinder) samen te voegen in de nieuwe Omgevingswet. Een zegen voor de geo-informatie, want daarmee krijgt de aloude droom van geo als superglue waarmee de ruimtelijke facetten van de diverse sectoren aan elkaar worden verbonden spontaan een wettelijke basis. Onder de titel : "Laan van de Leefomgeving" werkt het programma GOAL aan een samenhangend stelsel van informatiehuizen. Zojuist is de programmadefinitie hiervoor verschenen.. Dat is absoluut een leesuurtje waard. Het doel van GOAL is om bestaande informatiesystemen te verbinden. Interessant, want dat betekent dat GOAL een sectoroverstijgende, integrale geo-informatie-architectuur moet opstellen. Daarvoor is afgelopen zomer een architectuurdocument opgesteld (vooruit, nog 20 extra minuten leespauze).
Als medewerker van een drinkwaterbedrijf valt het me op dat uit het rijtje informatiehuizen het informatiehuis water zich zo te zien alleen met het droge voeten bezig houdt. Je hoeft maar een slinger aan de kraan te geven om je te realiseren dat er ook water is dat niet bedreigend is. Dat heeft er ongetwijfeld mee te maken dat voor de Laan van de Leefomgeving het perspectief van de Omgevingswet leidend is. Maar ook voor allerlei processen in de diverse sectoren van de Laan van de Leefomgeving een rol vervullen in de informatievoorziening. In iedere sector is er vroeg of laat informatie nodig uit andere sectoren, ook buiten het kader van de Omgevingswet. Zo wordt met het programma KlicWin niet alleen beoogd te komen tot een betere WION-procesondersteuningen en te voldoen aan de Inspire-vereisten maar ook om "de KLICinformatiehuishouding van ondergrondse netten meer te verbinden met aanpalende thema’s en ontwikkelingen in de ruimtelijke informatievoorziening". Strikt genomen is dat geen Laan van de Leefomgeving, maar het is wel een "geo-informatiestraat" die aan de Laan grenst.
Het is uitermate interessant om vanuit de Laan van de Leefomgeving in de richting van alle sectoren te verkennen waar de eigen "sectorale informatiestraten" de Laan van de Leefomgeving kruisen. Het zou zonde zijn als we die kruispunten niet herkennen, waardoor het ongelijkvloerse kruisingen blijven.
Die kruispunten hebben immer de potentie om uit te groeien tot informatiepleinen waar de kracht van geo-informatie volop zichtbaar wordt!
Abonneren op:
Posts (Atom)