Posts tonen met het label portalen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label portalen. Alle posts tonen

zondag 17 januari 2010

Geo-Amazon: Marketing van geoportals

Veel geoportalen en -registers ontstaan weliswaar vanuit een vaag vermoeden dat er vraag naar is, maar komen in de vul en de beheersfase al snel in een aanbodgerichte modus terecht. En dat is jammer, want daarmee blijven kansen om de klant beter te bedienen onbenut.
Zoals bij de balie van de McDonalds je na bestelling van een burger altijd de vraag krijgt "en wilt u er nog iets bij drinken" en ook verkopers van diensten (bij de bank: "is er verder nog iets waarmee ik u van dienst kan zijn?" je uit commercieel oogpunt wat extra's proberen aan te smeren. Maar je stelt die vraag vaak wel op prijs.

De online retailers als Amazon en Bol hebben dat ook begrepen en proberen door je te wijzen op het koopgedrag van klanten die eerdere hetzelfde kochten als jij zojuist nog wat extra's in je mandje te laten glippen.

En we zijn er blij mee, want ondanks de puur commerciele drijfveren van de aanbieders van producten en diensten zijn we maar wat blij als we een beetje worden geleid in het bos van recent verschenen boeken en CD's en DVD's.

Dat deldt ook voor de geodata die we voor onze werkprocessen nodig hebben: hardcore GIS-ers zoeken mischien nog wel naar specifieke datasets, iets minder fulltime datagebruikers zijn er zeer bij geholpen als het geoportaal waarin ze zoeken met hun meedenkt. Bijvoorbeeld door te wijzen op eerdere vergelijkbare zoekacties van andere gebruikers, en door op verbanden tussen geodatasets te wijzen. Als het portaal jouw profiel kent kan het je bij verschijnen van nieuwe datasets attenderen. En helemaal mooi zou zijn als je zo blind kon varen op de ingevulde metadata dat het portaal je er ook nog opwijst dat er binnenkort een nieuwe versie van de door jou gebruikte dataset verschijnt.

Naar dit soort fenomenen hebben de Wageningers Pepijn van Oort, Marjolijn Kuyper , Arnold Bregt en Leuvenaar Joep Crompvoets in 2009 onderzoek gedaan en daar in september 2009 in Data Science Journal over gepubliceerd. Zeer lezenswaardig en Inspirerend.

Met wat meer creativiteit kan zonder grote beheersinspanning het gebruik van geoportalen en -registers worden vergroot maar vooral tot veel rijkere zoekresultaten leiden. Met wellicht weer nieuwe toepassingen tot gevolg!

woensdag 7 oktober 2009

Kwaliteit van metadata

Nu het Nationaal Georegister (NGR, zie http://www.nationaalgeoregister.nl/) gevuld begint te raken valt op dat er nogal verschil zit in de kwaliteit van de aangeboden waar. Bij georegisters die door één organnisatie worden beheerd is die kwaliteit vaak constanter (dat is niet noodzakerlijkerwijs hetzelfde als hoger).

Een goede reden om met een aantal mensen uit de NGR werkgroep "content managament" eens naar de kwaliteitsaspecten van de metadata te kijken. Googelen op "kwaliteit van metadata" levert 20 hits op, dus daar valt nog wel wat zendingswerk in te verrichten.

Eerst maar eens de vraag stellen wat voor kwaliteit we verwachten van het NGR, daarna hoe we tot die kwaliteit kunnen komen. En omdat het NGR een heel brede doelgroep heeft is de kwaliteitsverwachting niet eenvoudig: we stoppen met z'n allen wel datasets in het NGR maar weten nog niet zo goed wie die datasets er uit halen.

zaterdag 16 mei 2009

Metadata voor Inspire: Wat mag het kosten?

Op 14 april heeft de Tweede Kamer de Implementatiewet Inspire aangenomen. Overigens wel met 2 moties, die allebei de Inspire ambities beperken.
In de aanvullende brief die Minister Cramer aan de kamer stuurde (zie http://static.ikregeer.nl/pdf/KST129795.pdf, en voor wie het nog niet wist: ikregeer.nl is een verbeterde versie van de oficiele site parlando.nl, laat de markt z'n werk maar doen!) lees ik nog eens wat de kosten zijn voor alleen al de metadata: minimaal 260.000, maximaal 720.000 euro. Die grote bandbreedte zit hem in de redenatie of je de metadata-inspanningen van Inspire-bronhouders die los van Inspire waarschijnlijk al gedaan zouden worden wel of niet meetelt.
(Overigens is het Inspire-kostenonderzoek waaruit deze bedragen komen uit 2005, voor de brief naar de kamer heeft er zo te zien geen inflatiecorrectie plaatsgevonden...)
In Nederland hebben we de voorkeur uitgesproken voor een model waarin slechts de meest geschikte dataset voor een thema (Inspire onderscheidt 34 thema's) als Inspire dataset wordt aangemerkt. (zie http://www.geonovum.nl/milieu-inspire/milieu-inspire/wie-is-bronhouder-op-welk-thema-317.html)
Neem het ruim, stel dat er bij de 34 thema's 50 datasets worden onderscheiden, dan hebben we gemiddeld minimaal ruim 5.000 en maximaal ruim 15.000 euro per dataset te verspijkeren om de metadata op orde te krijgen.
Huur Geodan/ Grontmij/ Nieuwland/ ESRI/ Aris/ AquaGIS/ Giscover/ Alterra/ Nexpri/ Haskoning in om dit uit te voeren in plaats van de bronhouders. Dat onder de voorwaarde dat de bronhouders waar nodig hun medewerking verlenen (interviews, documentatie beschikbaar stellen, etc). Of moeten we die metadata invullers niet in de GIS hoek maar in de bibliotheek en DIV-wereld zoeken?
Bijkomend voordelen zijn een grotere consistentie (met name belangrijk bij thema's waarbinnen toch meerdere datasets worden aangewezen), en een "neutrale" metadata-invulling in plaats van een "dat is vanzelfsprekend dus vul ik maar niet in"-instelling als je de bronhouders zélf achter de metadata editor zet, en tenslotte de eliminatie van technische implementatiehobbels door mogelijke eigenwijsheden in de diverse metadata invoer systemen.
Wie doet het voor een kwart miljoen?

vrijdag 21 november 2008

GEO - DIV - ICT

Geografische informatie systemen bij bijvoorbeeld overheden ondersteunen meestal primaire werkprocessen, ze zijn zelf vaak geen primair proces. Dit overigens in tegenstelling tot data-inwinnende bedrijven en een hele trits geo-adviesbureaus, die GIS wel als primair proces kennen.
Toch zijn er nog veel overheden die een afdeling geo-informatie kennen. En die afdeling zit altijd in de spagaat "zijn wij nou GEO of zijn wij nou ICT?". Vreemd genoeg wordt veel minder de vraag gesteld: "zijn wij nou GEO of zijn wij DIV". Nog sterker: de gis-ers kennen DIV vooral als een tag uit de HTML-wereld die ze wel eens gebruiken als er een gisviewer voor het plaatselijke intranet gebouwd moet worden...
Met de opmars van geoportalen schuift de GIS wereld steeds meer op in de richting van DIV. Het gaat meer en meer over informatiestromen, databeheer, metadata en de standaarden die daar een rol bij spelen. En ja, die hebben een geografische component, maar net zo goed een juridische component, en een tijdscomponent, en een taalcomponent.
Breekpunt in deze ontwikkeling worden de digitale ruimtelijke plannen. Nu nog vooral vanuit de inhoudelijke RO en de GEO-invalshoek bekeken. Sla er de eerste monitor digitale verplichtingen WRO bij gemeenten bijvoorbeeld eens op na. Daar hebben de inhoudelijke betrokkenen (in dit geval de afdelingen ruimtelijke ordening) de lead, met de afdelingen geo-informatie op de tweede plaats, op de voet gevolgd door de ICT-afdelingen. Op gepaste afstand de juristen, en in de achterhoede vinden we de DIV-ers.
Maar straks worden ook de planteksten bij bestemmingsplannen uniform digitaal gemaakt, en er komt een beheersfase waarin versiebeheer van de bestemmingsplannen een grote rol gaat spelen, en het proces om te komen tot bestemmingsplan met teksten en kaart moet gestroomlijnd worden. Dat wordt het moment dat de altijd bescheiden DIV-ers doorkrijgen dat zij de leiding over moeten nemen en de benodigde geo-expertise in hun afdeling incorporeren.
Het "harde" deel van de geo-expertise dat ik met graag met geo-ict aanduid kan zich dan bij een algemene ICT afdeling aansluiten, en de experts op gebied van kartografie (ja, met een "k") gaat zich weer helemaal thuisvoelen bij de afdeling communicatie.
Die slimme DIV-ers bereiden zich er al op voor, als ik het cursusaanbod van bijvoorbeeld SOD bekijk. De cursus geografische informatievoorziening wordt daar als volgt aangeprezen:
"Geografische informatie is lang een speciale eend in de bijt van de informatievoorziening geweest. Maar nu informatievoorziening als geheel integreert in het primaire proces, is het logisch dat Geografische informatie daar onderdeel van uitmaakt."
En de GIS-ers? Zij houden zich vast aan wat Jack Dangermond van ESRI in 2001 zei: "you're special people". Zullen we zeggen, nog maximaal 10 jaar?

donderdag 20 november 2008

Is er leven na de Geoloketten?




Om eventuele angst meteen maar weg te nemen: ja, er is leven na geoloketten. En met geoloketten bedoel ik in dit verband uiteraard het RGI (ruimte voor geo-informatie) project Geoloketten.

Gisteren vond de slotconferentie van dit project plaats. Alleen al de locatie (een oude treinwerkplaats in Amersfoort) geeft al aan dat er creativiteit in dit project zat. En zit! Want het project Geoloketten wil de opgedane ervaringen vastleggen en verder uitdragen en heeft daarvoor de site cartafabrica in het leven geroepen. Dat moet de plaats worden waar jij en ik onze ergernissen en vreugde over standaarden, software (metadata editors als geosticker, portaal bouwdozen als geonetwork) met elkaar kunnen delen.


Goedgekeurd door Geonovum. Maar waarom eigenlijk niet gewoon onderdeel van de Geonovum-site, en ook onder de verantwoording van Geonovum in plaats van het geo-maatschappelijke middenveld. Net zoals er ook een www.helpdeskdurp.nl/ was, die tegenwoordig onderdeel is van de VROM-site. Nou ja, terugtredende overheid zeker?
Maar niet teveel zeuren: de gedachte is prima, en ik weet zeker dat er bij jullie veel technische kennis over de metadata-XML's is, er ideeën zijn over de inhoudelijke kant van diverse metadata-onderdelen, er beren op de weg en adders onder het gras gesignaleerd zijn bij het opzetten van geoportalen met ESRI of Open Source software, kortom er veel herbruikbare kennis in de koppen zit. Schudt ze leeg op www.cartafabrica.nl/!

vrijdag 22 augustus 2008

Metadata: India zoeken, Amerika vinden

Nu portalen sterk in de belangstelling neemt ook de aandacht voor de wijze waarop in portalen wordt gezocht toe. Dat zoeken kan in hoofdzaak op 2 manieren.

Ten eerste door gericht te zoeken naar een dataset waarvan de zoeker weet dat-ie bestaat, maar waarvan alleen de locatie nog onbekend is. Vergelijk het met gericht boodschappen doen (met een boodschappenlijstje) of het via de kortste of snelste weg naar zuidelijk Frankrijk te rijden. Dit soort zoeken in geodataportalen zal met name door professionele GIS-gebruikers worden gedaan. Zij zijn immers door ervaring, door hun netwerk of door vaktijdschriften op de hoogte van het bestaan van specifieke datasets. Ik noem dit een "find".

De tweede manier van zoeken is de wijze die incidentele GIS-gebruikers eerder zullen hanteren. Die zijn rond een thema (recreatie, arbeidsplaatsen, wat dan ook) op zoek naar informatie. Zij willen rond dat thema rond kunnen snuffelen, ontdekken. "Discovery" (ontdekken) is het label dat ik hier op plak.

Het GSDI Cookbook (2004) zegt ons dat metadata de volgende doelen kent:

  • Discovery metadata - What data sets hold the sort of data I am interested in? This enable organisations to know and publicise what data holdings they have.
  • Exploration metadata - Do the identified data sets contain sufficient information to enable a sensible analysis to be made for my purposes? This is documentation to be provided with the data to ensure that others use the data correctly and wisely.
  • Exploitation metadata – What is the process of obtaining and using the data that are required? This helps end users and provider organisations to effectively store, reuse, maintain and archive their data holdings.

"Marcel en Marcel" (Reuvers en De Rink) vertaalden dat in 2006 naar:

  • Discovery: uitsluitend gericht op het zoeken naar resources;
  • Exploration: evaluatie en toetsing of de resource aan de informatiebehoefte voldoet;
  • Exploitation: het benaderen en verkrijgen van de resource.

In Cookbook en bij Reuvers en De Rink wordt geen onderscheid gemaakt tussen "vinden" en "ontdekken". Wellicht omdat de schrijvers slechts de geo-professionals voor ogen hadden?

Een heel goed en prettig leesbaar boek over dit onderwerp (niet specifiek GIS) is Everything is miscellaneous (the power of the new digital disorder) waarin David Weinberger aangeeft dat we nog veel te veel geneigd zijn met digitale catalogi ("the third order of order") een verbeterde versie van de aloude kaartenbakken ("the second order of order" te bouwen, en daarmee voorbij gaan aan de specifieke mogelijkheden die digitale catalogi bieden.

Vinden vereist formele metadata, ontdekken (vaak dmv browsen) is meer gebaat bij tagging. Voorbeeld hiervan is de fotowebsite Flickr, waar bezoekers niet alleen hun eigen maar vooral ook elkaars foto's van labels (tags) kunnen voorzien.

Net zoals bij amazon.com: Mensen die deze datasets gebruikten, gebruikten ook dataset Y. Dat levert onverwacht hergebruik van data op, en laat dat nou precies het doel van Gideon zijn!