Tussen 1997 en 2010 was De Nieuwe Kaart van Nederland een instituut in de Nederlandse GIS en ruimtelijke ordening wereld. Deze kaart en vooral de achterliggende database had tot doel om alle plannen die een verandering in de fysieke leefomgeving tot gevolg hebben in beeld te brengen. Daarmee was er weliswaar overlap met de eind vorige eeuw schoorvoetend begonnen digitalisering van ruimtelijke plannen, maar aan de ene kant inventariseerde de Nieuwe Kaart minder (want geen "conserverende" bestemmingsplannen) en aan de andere kant meer verzamelde (ook niet-formele plannen van projectontwikkelaars en luchtballonnetjes uit kokers van beleidsmakers).
De inventarisatie was dan ook een arbeidsintensieve klus, waarbij de medewerkers van eerst de Stichting Nieuwe Kaart van Nederland en later NIROV (opgegaan in Platform31) destijds nog veelal analoge bestemmingsplannen maar ook kaarten uit lokale media verzamelden. Ook Geo-ICT technisch interessant: De Nieuwe Kaart was een van de eerste operationele webservices in Nederland, met zowel OGC-WMS services voor de professionals als een Google Earth KML versie.
In 2010 sneuvelde De Nieuwe Kaart. Niet omdat zij geen gebruikers had, maar wel omdat er slechts één gebruiker was die daar geld voor over had; het toenmalige Ministerie van VROM (thans IenM). Omdat dat Minsterie destijds in zeer zwaar financieel weer verkeerde bleef er geen andere keus dan de stekker er uit te trekken.
Hoe populaire de Nieuwe Kaart was bleek wel uit het feit dat de Nieuwe Kaart nog jarenlang nadat ze was opgehouden te bestaan de ranglijsten van meest gezochte datasets in het Nationaal Georegister aanvoerde. En tot op de dag van vandaag is die inmiddels wel erg verouderde Nieuwe Kaart nog terug te vinden, onder meer op ArcGIS Online en bij de Geoplaza van de VU.
Ik hoop dat de gebruikers zich realiseren dat de houdbaarheidsdatum ervan ruimschoots verstreken is. Wat niet wegneemt dat het als tijdsbeeld (grotendeels van vóór de crisis') nog steeds een interessante dataset is.
En nu is er een nieuwe Nieuwe Kaart.
Omdat het Ministerie van IenM tegenwoordige "laisser faire, laisser passer" als uitgangspunt hanteert dreigt onze Noordzeekust stukje bij beetje volgebouwd te worden. eind vorig jaar hoopte Minister Schultz in de medialuwe tijden rond de Kerst de bemoeienis van IenM helemaal tot 0 terug te brengen.
Daartegen kwamen politiek en NGO's in opstand. Als uitvloeisel daarvan heeft Natuurmonumenten opdracht gegeven (aan Buth Natuurlijk) om in beeld te brengen wat er zoals aan bouwplannen voor de Zeeuwse en Hollandse kust op de rol staat. En dat wordt door onder meer NRC breed uitgemeten.
Allereerst interessant om te zien dat het voor een specifiek doel en een specifieke regio wél mogelijk is deze inventarisatie weer uit te voeren. Al weet ik niet of Natuurmonumenten als ambitie heeft de inventarisatie structureel bij te houden.
Daarnaast valt op dat er wordt teruggegrepen op een klassiek rapport met kaarten, in plaats van een interactieve kaart met onderliggende webservices. De geografische aanduiding is ook wat minder ambitieus dan destijds bij de Nieuwe Kaart. Die probeerde zoveel mogelijk in vlakaanduidingen te vangen, terwijl Natuurmonumenten het bij een stip op de kaart houdt. Opvallend genoeg trouwens als "GPS coördinaten", alsof onze RD coördinaten al bij het grofvuil zijn gezet.
Ik ben benieuwd wat de ambities van opdrachtgever en makers zijn op gebied van bijhouding, uitbouwen, crowdsourcing (á la openstreetmap) etcetera. Daar kom ik in een volgende post op terug.
Posts tonen met het label MinIenM. Alle posts tonen
Posts tonen met het label MinIenM. Alle posts tonen
zondag 12 juni 2016
zondag 19 april 2015
Een extra dimensie voor GeoSamen: van "gouden driehoek" naar "quadruple helix"
Al eerder kwam op deze plaats de Nederlandse geobeleidsvisie met de welluidende titel GeoSamen aan bod. In die visie staat de "Gouden driehoek" centraal: het samenspel van bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid. Nu is een term met daarin het woord "driehoek" voor met name het op inwinning gerichte deel van de geosector natuurlijk een aantrekkelijke metafoor maar het is toch wat zorgelijk dat buiten onze sector de term "Gouden driehoek" wegens iets teveel associatie met opiumproductie alweer op de mestvaalt der vergetelheid is gedumpt, en vervangen door de triple helix. (Voor niet-ingewijden: een helix is een driedimensionale spiraal: een triple helix zijn drie in elkaar draaiende spiralen)
Opmerkelijk is dat al tijdens de presentatie van GeoSamen, op het Geofort in april 2014, geconcludeerd werd dat er wellicht een punt aan de gouden driehoek ontbrak: de burger! Des te opvallender omdat in de tekst van Geosamen initiatief door burgers als een belangrijke sociale trend wordt herkend, en een pagina verder wordt geschreven dat "overheden, bedrijfsleven, wetenschap en burgers afspraken moeten maken over de inrichting van onze toekomstige informatievoorziening". Op de 20 resterende bladzijden van de visie wordt de burger hooguit een enkele keer genoemd maar dan slechts als consument aan wie "producten, wetenschappelijke doorbraken en innovatieve overheidsdienstverlening actief worden gecommuniceerd". Verder is het alleen de gouden driehoek wat de klok slaat.
Dat die burger er zo mager afkomt in GeoSamen is opmerkelijk in deze tijd van participatiesamenleving. Want de burger kan tegenwoordig twee petten op hebben. Ten eerste is de burger degene voor wie we het allemaal doen. Wellicht denkt het geobedrijfsleven precies te weten wat de burger wil, of denkt de geo-overheid nog dat overheid en samenleving synoniemen zijn, maar anno 2015 kom je met zo'n paternalistische instelling niet meer weg. De burger weet zélf, individueel of in diverse, snel wisselende, coalities heel goed wat-ie wil. En, en dat is de tweede rol van de burger; hij is dankzij gemakkelijk verkrijgbare gereedschappen (lees: open source software) en brandstoffen (lees: open data) ook steeds meer in staat om niet alleen aan te geven wat hij wil, maar dit ook zelf te realiseren.
Ondertussen zien we dat met name in regionale en lokale innovatieagenda's die vierde partij wel in beeld is. Soms wordt de burger daarbij nog wel geacht zich in een maatschappelijke organisatie te verbinden, zoals in de Noordelijke Innovatieagenda 2014-2020, soms mag die burger ook individueel aanschuiven. Dat zien we met name bij de ontwikkeling van stedenbouwkundige plannen, zoals Oostenburg in Amsterdam.
En we zien in de praktijk al diverse LivingLabs waarin ook de burger een partijtje mag meeblazen en ook de verse samenwerking tussen Rijkswaterstaat en de OpenStreetMap community is een mooi voorbeeld van invulling geven aan de quadruple helix.
Al met al een schone taak voor het klassieke geo-trio overheid, kennisinstellingen en bedrijfsleven om hun eigen positie ten opzichte van die calculerende burger te bepalen. Wat verwacht je van de burger? Wat kun je de burger bieden om te helpen die verwachting te realiseren? Misschien helpt het om even te gaan buurten in Eindhoven waar TU/e bestuursvoorzitter Jan Mengelers vorige maand een essay uitbracht waarin de noodzaak om grassroots ontwikkelingen te herkennen, erkennen en waar nodig te stimuleren wordt beschreven. En dat niet alleen in Geosamen versie 1.1 op te nemen, maar uiteraard ook als leidraad bij het handelen te nemen.
Opmerkelijk is dat al tijdens de presentatie van GeoSamen, op het Geofort in april 2014, geconcludeerd werd dat er wellicht een punt aan de gouden driehoek ontbrak: de burger! Des te opvallender omdat in de tekst van Geosamen initiatief door burgers als een belangrijke sociale trend wordt herkend, en een pagina verder wordt geschreven dat "overheden, bedrijfsleven, wetenschap en burgers afspraken moeten maken over de inrichting van onze toekomstige informatievoorziening". Op de 20 resterende bladzijden van de visie wordt de burger hooguit een enkele keer genoemd maar dan slechts als consument aan wie "producten, wetenschappelijke doorbraken en innovatieve overheidsdienstverlening actief worden gecommuniceerd". Verder is het alleen de gouden driehoek wat de klok slaat.
Dat die burger er zo mager afkomt in GeoSamen is opmerkelijk in deze tijd van participatiesamenleving. Want de burger kan tegenwoordig twee petten op hebben. Ten eerste is de burger degene voor wie we het allemaal doen. Wellicht denkt het geobedrijfsleven precies te weten wat de burger wil, of denkt de geo-overheid nog dat overheid en samenleving synoniemen zijn, maar anno 2015 kom je met zo'n paternalistische instelling niet meer weg. De burger weet zélf, individueel of in diverse, snel wisselende, coalities heel goed wat-ie wil. En, en dat is de tweede rol van de burger; hij is dankzij gemakkelijk verkrijgbare gereedschappen (lees: open source software) en brandstoffen (lees: open data) ook steeds meer in staat om niet alleen aan te geven wat hij wil, maar dit ook zelf te realiseren.
Ondertussen zien we dat met name in regionale en lokale innovatieagenda's die vierde partij wel in beeld is. Soms wordt de burger daarbij nog wel geacht zich in een maatschappelijke organisatie te verbinden, zoals in de Noordelijke Innovatieagenda 2014-2020, soms mag die burger ook individueel aanschuiven. Dat zien we met name bij de ontwikkeling van stedenbouwkundige plannen, zoals Oostenburg in Amsterdam.
En we zien in de praktijk al diverse LivingLabs waarin ook de burger een partijtje mag meeblazen en ook de verse samenwerking tussen Rijkswaterstaat en de OpenStreetMap community is een mooi voorbeeld van invulling geven aan de quadruple helix.
Al met al een schone taak voor het klassieke geo-trio overheid, kennisinstellingen en bedrijfsleven om hun eigen positie ten opzichte van die calculerende burger te bepalen. Wat verwacht je van de burger? Wat kun je de burger bieden om te helpen die verwachting te realiseren? Misschien helpt het om even te gaan buurten in Eindhoven waar TU/e bestuursvoorzitter Jan Mengelers vorige maand een essay uitbracht waarin de noodzaak om grassroots ontwikkelingen te herkennen, erkennen en waar nodig te stimuleren wordt beschreven. En dat niet alleen in Geosamen versie 1.1 op te nemen, maar uiteraard ook als leidraad bij het handelen te nemen.
vrijdag 12 september 2014
Vergeet Geodesign, verwelkom geo-enabled design-thinking.
Een jaar gelden schreef ik twee posts over geodesign. Toen had ik veel moeite om geodesign te plaatsen: wat is geodesign anders dan ruimtelijk ontwerp, wat we al tientallen jaren doen?
Nota bene op de slotdag van de European GeoDesign Summit 2014 (waar ik zelf niet aanwezig ben, beroepsmatig doe ik weinig meer op dit vlak) kan ik geodesign ineens wél plaatsen. Bij deze mijn bijdrage aan de Summit.
Waarom valt nu het kwartje? In essentie: door "geo" even opzij te schuiven!
Via mijn huidige werk bij drinkwaterbedrijf PWM kwam ik op het spoor van het concept "Design Thinking". Bottom line: laat je niet leiden door wat niet mogelijk is, maar laat je inspireren door wat wel mogelijk zou kunnen zijn. Denk in kansen, niet in belemmeringen of beperkingen.
Toegespitst op ruimtelijke vraagstukken is dat zo'n beetje de omslag van toelatingsplanologie (in de tijd van de Rijksplanologische Dienst - veelal onder ministers van sociaaldemocratische huize op Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) naar ontwikkelingsplanologie (post-RPD, veelal met liberale Ministers op het VROM-pluche). En in de 21e eeuw doen we aan gebiedsontwikkeling, een coproductie met álle betrokken partijen (in geodesign termen: samen met the people of the place).
Strikt genomen zou geodesgin voor 2 dingen kunnen staan: a) voor ontwerp ("design") dat betrekking heeft op de ruimte ("geo") en b) voor het toepassingen van geo-ict technieken ("geo") in ontwerpprocessen ("design"). Die tweede invulling zal trouwens altijd betrekking zal hebben op een ruimtelijk vraagstuk (ik zie tenminste niet in hoe Geodesign het ontwerp van pakweg de nieuwe iPhone kan helpen).
Waarom dan toch "geo" in Geodesign? Doe dat nou niet, zo trekken we een generieke term weer in ons eigen kleine geohoekje (of: geohokje). We spreken inmiddels toch ook niet meer over geo-informatie, maar over de locatie-component van informatie?
Dus: vergeet geodesign, verwelkom geo-enabled design-thinking.
Nota bene op de slotdag van de European GeoDesign Summit 2014 (waar ik zelf niet aanwezig ben, beroepsmatig doe ik weinig meer op dit vlak) kan ik geodesign ineens wél plaatsen. Bij deze mijn bijdrage aan de Summit.
Waarom valt nu het kwartje? In essentie: door "geo" even opzij te schuiven!
Via mijn huidige werk bij drinkwaterbedrijf PWM kwam ik op het spoor van het concept "Design Thinking". Bottom line: laat je niet leiden door wat niet mogelijk is, maar laat je inspireren door wat wel mogelijk zou kunnen zijn. Denk in kansen, niet in belemmeringen of beperkingen.
Toegespitst op ruimtelijke vraagstukken is dat zo'n beetje de omslag van toelatingsplanologie (in de tijd van de Rijksplanologische Dienst - veelal onder ministers van sociaaldemocratische huize op Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) naar ontwikkelingsplanologie (post-RPD, veelal met liberale Ministers op het VROM-pluche). En in de 21e eeuw doen we aan gebiedsontwikkeling, een coproductie met álle betrokken partijen (in geodesign termen: samen met the people of the place).
Strikt genomen zou geodesgin voor 2 dingen kunnen staan: a) voor ontwerp ("design") dat betrekking heeft op de ruimte ("geo") en b) voor het toepassingen van geo-ict technieken ("geo") in ontwerpprocessen ("design"). Die tweede invulling zal trouwens altijd betrekking zal hebben op een ruimtelijk vraagstuk (ik zie tenminste niet in hoe Geodesign het ontwerp van pakweg de nieuwe iPhone kan helpen).
Waarom dan toch "geo" in Geodesign? Doe dat nou niet, zo trekken we een generieke term weer in ons eigen kleine geohoekje (of: geohokje). We spreken inmiddels toch ook niet meer over geo-informatie, maar over de locatie-component van informatie?
Dus: vergeet geodesign, verwelkom geo-enabled design-thinking.
Labels:
Carl Steinitz,
design thinking,
geodesign,
MinIenM,
RPD,
ruimtelijk ontwerp
maandag 24 juni 2013
Geodesign in de "actieagenda architectuur en ruimtelijk ontwerp"?
Vorige week stuitte ik op de "actieagenda architectuur en ruimtelijk ontwerp". Dat gezamenlijke product van de departementen van Infrastructuur & Milieu en Onderwijs, Cultuur & Wetenschap blijkt op 18 september (zegge en schrijve 4 dagen na Carl Steinitz' bezoek aan de VU waar ik in een vorige blog over schreef) door Minister Schultz van Haegen aan de Tweede Kamer te zijn aangeboden. Daarin wordt beschreven wat het belang is van ruimtelijk ontwerp in zijn algemeenheid ("ontwerp helpt andere (top)sectoren verder") en waar de urgentie zit in Nederland (onder meer herbestemming, onderwijshuisvesting, krimp en wateropgaven).
Opvallend is dat waar er in die actieagenda wordt gesproken over "innovatie" en "vernieuwing" dat gaat over a) hoe ontwerp bijdraagt aan innovatie, b) over de veranderende rol omdat gebruikers ("the people of the place, in Carl Steinitz' terminologie) door ontwikkelingen in de ICT beter geïnformeerd zijn dan vroeger, én omdat die gebruikers steeds vaker een actieve rol hebben, soms zelfs als (mede-)opdrachtgever en c) over een nieuwe typen ruimtelijke opgaven . Maar dat technologische ontwikkelingen én gemakkelijker beschikbaar van steeds meer data tot innovatieve vormen van ontwerp kan leiden lees ik niet in de actieagenda.
Misschien kan er op de European Geodesign Summit in september 2013 een workshop worden gewijd aan het doorspitten van de "actieagenda architectuur en ruimtelijk ontwerp" om te kijken waar Geodesign tussen de regels kan worden gelezen, of waar een Geodesign paragraaf kan worden toegevoegd. Daarmee wordt Geodesign uit de geo-ict-hoek getrokken en neergezet als wat het echt is: een logische, 21e eeuwse vorm van ruimtelijk ontwerp.
Ruimtelijk ontwerp dat trouwens geen doel op zich is, maar "slechts" een methodiek om in het planningsproces partijen tot een "common picture" te laten komen. Zo klinkt het heel bescheiden, maar die rol is wel essentieel.
Gelukkig zitten het kloppend hart van ruimtelijk ontwerpend Nederland en dat van het geo-informatiebeleid zo'n beetje op dezelfde gang in het Ministerie van IenM aan de Haagse Plesmanweg. Dat is niet nieuw, ruimtelijk ontwerp en geo-informatie zaten al in de jaren tachtig van de vorige eeuw bijna bij elkaar op schoot bij de toenmalige Rijksplanologsiche Dienst (RPD). Wel nieuw is dat in een belangrijk beleidsdocument, de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) ruimtelijk ontwerp en geo-informatie zo'n beetje in één adem worden genoemd, dus wie weet gaat het langverwachte huwelijk tussen die twee er toch nog eens van komen.
Nb. Om die cross-over te vergemakkelijken: die structuurvisie staat sinds afgelopen weekend in maar liefst twee vormen in PDOK: een keer als onderdeel van alle vigerende ruimtelijke plannen (ook bekend van RO-Online), en daarnaast nog eens als losse geodataset: ruim 200 Mb aan shapefiles!
Opvallend is dat waar er in die actieagenda wordt gesproken over "innovatie" en "vernieuwing" dat gaat over a) hoe ontwerp bijdraagt aan innovatie, b) over de veranderende rol omdat gebruikers ("the people of the place, in Carl Steinitz' terminologie) door ontwikkelingen in de ICT beter geïnformeerd zijn dan vroeger, én omdat die gebruikers steeds vaker een actieve rol hebben, soms zelfs als (mede-)opdrachtgever en c) over een nieuwe typen ruimtelijke opgaven . Maar dat technologische ontwikkelingen én gemakkelijker beschikbaar van steeds meer data tot innovatieve vormen van ontwerp kan leiden lees ik niet in de actieagenda.
Misschien kan er op de European Geodesign Summit in september 2013 een workshop worden gewijd aan het doorspitten van de "actieagenda architectuur en ruimtelijk ontwerp" om te kijken waar Geodesign tussen de regels kan worden gelezen, of waar een Geodesign paragraaf kan worden toegevoegd. Daarmee wordt Geodesign uit de geo-ict-hoek getrokken en neergezet als wat het echt is: een logische, 21e eeuwse vorm van ruimtelijk ontwerp.
Ruimtelijk ontwerp dat trouwens geen doel op zich is, maar "slechts" een methodiek om in het planningsproces partijen tot een "common picture" te laten komen. Zo klinkt het heel bescheiden, maar die rol is wel essentieel.
Gelukkig zitten het kloppend hart van ruimtelijk ontwerpend Nederland en dat van het geo-informatiebeleid zo'n beetje op dezelfde gang in het Ministerie van IenM aan de Haagse Plesmanweg. Dat is niet nieuw, ruimtelijk ontwerp en geo-informatie zaten al in de jaren tachtig van de vorige eeuw bijna bij elkaar op schoot bij de toenmalige Rijksplanologsiche Dienst (RPD). Wel nieuw is dat in een belangrijk beleidsdocument, de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) ruimtelijk ontwerp en geo-informatie zo'n beetje in één adem worden genoemd, dus wie weet gaat het langverwachte huwelijk tussen die twee er toch nog eens van komen.
Nb. Om die cross-over te vergemakkelijken: die structuurvisie staat sinds afgelopen weekend in maar liefst twee vormen in PDOK: een keer als onderdeel van alle vigerende ruimtelijke plannen (ook bekend van RO-Online), en daarnaast nog eens als losse geodataset: ruim 200 Mb aan shapefiles!
Abonneren op:
Posts (Atom)