Posts tonen met het label postcode. Alle posts tonen
Posts tonen met het label postcode. Alle posts tonen

zondag 8 februari 2015

Nieuwe postcodegrenzen geven greep op geodatakwaliteit (1)

De inkt van het -voor mij verrassende- bericht over het faillissement van geodatamakelaar Bridgis was nog niet droog of op diverse plekken ontstonden er discussies en initiatieven over het zélf vervaardigen van een bestand met postcodegrenzen. Niet dat erop dit moment in het geheel geen bronnen meer zijn voor zo'n bestand, bij mijn weten levert First Element nog steeds de Bridgis versie, terwijl Geodan al sinds jaar en dag zelf zo'n bestand maakt en vermarkt.
In de Nederlandse open source geo community werd de discussie of we geen crowdsourced 6 positie postcodevlakkenkaart zouden kunnen maken aangezwengeld door Jan-Willem van Aalst, en een weekje later zag ik dat Esri Nederland ook aan het experimenteren is met het zelf uitwerken van een algoritme om aan de hand van de BAG, het NWB en andere open data tot een landsdekkend 6-positie postcodevlakkenbestand te komen.

Los van de vraag over nut en noodzaak van het zelf maken van zo'n dataset, over eigenaarschap en hoe je een en ander "vermarkt" is zijn deze initiatieven erg interessant voor het thema datakwaliteit. Het is een prima oefening in het definiëren van  kwaliteitsparameters: waar moet een 6-positie postcodevlak (en zijn "vader" en "grootvader", de 5- en 4-positie vlakken) eigenlijk aan voldoen?

Een primaire eis lijkt mij dat alle adrespunten van een 6-positie postcode binnen het resulterende vlak moeten liggen. Maar zelfs dat is niet altijd evident; de plaatsing van een verblijfsobjectpunt in de BAG is soms discutabel: neem je als BAG-beheerder de bij een appartement de locatie van de gemeenschappelijke ingang (vaak ook de locatie van de brievenbus) of prik je dat VBO-punt op het verblijfsobject zelf? Die 355 verblijfsobjecten in de 42 verdiepingen tellende Haagse Toren zijn op dat punt een mooie uitdaging! Zoek 'm maar op in de BAG-viewer: bij postcode 2516LX.

Voor het oog van de kaartlezer is het daarnaast prettig als de grenzen van de postcodegebieden er een beetje smakelijk uitzien: liefst geharmoniseerd met topografie wegen, spoorlijnen, rivieren en kanalen. En voor het koppelen van data ook handig als de grenzen waar mogelijk samenvallend met wijk- en buurtgrenzen zoals CBS en gemeenten die hanteren. Maar dat dan wel met zo min mogelijk vertices (tussenpunten): performance is immers ook een kwaliteit.


Historie opbouwen zou natuurlijk mooi zijn, maar dan leg ik de lat wel heel erg hoog; als ik er van uitgaan dat het een landsdekkend bestand moet opleveren ontkom je er niet aan dat bij het ontstaan van een nieuwe 6-positie postcode de buurvlakken iets van hun oorspronkelijke territorium moeten prijsgeven. O ja, wat is dan eigenlijk landsdekkend? Moet het IJsselmeer in 6-positie postcodes worden verkaveld? Het Hollands Diep? De Rijn, IJssel, Waal en Maas. Het Uddelermeertje?

Nog een stap verder redenerend kun je je afvragen waarvoor je eigenlijk een 6-positie vlakkenkaart zou willen toepassen. Voor het weergeven van een absoluut verschijnsel (bijvoorbeeld: aantal inwoners) is een figuratieve kaart beter geschikt, voor het weergeven van een relatief verschijnsel (zoals inwonerdichtheid) zou dit de extra eis opleveren dat de oppervlakte van de te maken postcodevlakken een direct relatie heeft met het aantal adressen (of nog scherper: verblijfsobjecten) in dat postcodegebiedje. Dat wordt wel heel complex. Mag ik die even parkeren?

Zoals u op de GeoBuzz kon merken is Alterra bezig met het opzetten van een framework waarmee de vraag "wat is datakwaliteit?" beter moet kunnen worden beantwoord. Misschien zijn deze bottom-up postcodegrenzen een leuke case: het vereist geen specifieke domeinkennis (over bijv. bodem, geluid of natuur), de discussie leeft al op diverse plekken, en is concreet genoeg om ook direct toepasbaar te zijn.

Ik ben er nog niet over uitgepraat, zoals de lezer aan de titel al merkte. Stay tuned voor meer aspecten, en voortschrijdend inzicht

woensdag 17 oktober 2012

Een weerzien met geomarketing: geen nieuws? Of toch?

Twee weken terug was ik met pakweg 75 belangstellenden aanwezig op het door Geodan en het Geomarketing Kenniscentrum (GKC) van de hoofdstedelijke VU georganiseerde geomarketingcongres 2012. Zelf ben ik pakweg 15 jaar geleden twee jaar lang werkzaam geweest in deze tak van sport, onder meer door het uitvoeren van vestigingsplaatsanalyses voor een grote hamburgerketen en het uitvoeren van performance analyses op onder meer vestigingen van bouwmarkten. Ja, de klantenkaarten (waaronder Airmiles) leverden aan het einde van de vorige eeuw al "big data" op.

Deze GIS-toepassingen staan mijlenver af van wat er ieder jaar op de door Esri geregisseerde hoogmis van de Nederlandse ArcGISwereld wordt getoond. Weliswaar was VU Jaap Boter vorig jaar keynote spreker op deze Rotterdamse GIS Conferentie, maar hij bleef er toch een vreemde eend in de bijt. Geomarkering en andere op statistiek leunende sociaal geografische toepassingen waren van oudsher ook meer het MapInfo domein. Importeurswisselingen in het verleden, en een kleinere  markt maken dat er hiervoor geen qua omvang met de GIS conferentie vergelijkbaar platform bestaat, waardoor deze toepassingen voor de traditinele geosector in de categorie onbekend maakt onbemind blijven zitten.

Omgekeerd kun je natuurlijk ook redeneren dat de geomarketing GIS-toepassingen al zó volwasssen zijn dat ze niet als geotoepassing maar juist als geïntegreerd onderdeel van de marketinginformatiehuishouding worden gezien. Het feit dat in de recenste SPSS release (20) er (weer) een mapping module is opgenomen is een zwaar-geschut antwoord op de Esri Maps for Office waarmee de Excelgebruiker de wondere wereld van GIS in worden gelokt. Ondertussen blijkt Microsoft Mappoint, plugin voor Office ook nog steeds te bestaan. (Nog verder terug in de tijd: in Office 97 en 2000 zat er standaard een kaartfunctie in Excel!)

Op sommige punten is er in 15 jaar tijd niets veranderd: het klassieke op basis van 4-positie postcode op basis van onder meer lifestyle data in beeld brengen wat het klantenpotientieel is, en het weergeven van de omzet van een filiaal in diezelfde postcodegebieden blijkt voor een flink deel van de aanwezigen nog tot oooh's en aaah's te leiden. Uit het introfimpje maakte ik op dat daarbij onze landsgrenzen net als 15 jaar terug nog steeds informatiebarrieres zijn: de -ondanks de NMBS-treinstaking aanwezige- Vlamingen leken uit een geomarketing-technisch Terra Incognita te komen. Er zit natuurlijk ook niet veel geomarketing in de Inspirerichtlijn, slechts de afbakening van statistische eenheden en demografie zijn hiervoor van belang. Demografie volgens Inspire heeft zelfs grote potentie afhankelijk van de invulling van de gehanteerde omschrijving ("Geografische spreiding van de bevolking, met inbegrip van bevolkingskenmerken en activiteitsniveaus").

Wél vernieuwend zijn de micro-locatie toepassingen: in-store tracking (met behulp van RFID chips) van bezoekers in ECI boekwinkels, waar zowel in dagen van de week als in bezoekersgroep opvallende verschillen optreden in de route die door de winkel wordt afgelegd; Zo vinden er op iets grover schaalniveau ook geautomatiseerde passantentellingen plaats in enkele vaderlandse winkelstraten.

Verder is het altijd aardig om op zo'n dag in wat inhoud te duiken, ruimtelijke patronen te zien en over de oorzaak daarvan te filosoferen: ten behoeve van de (on)mogelijkheden van aan-huis bezorging en afleering bij de buren is er onderzocht hoe groot het vertrouwen is in de medemens: heel hoog in Beieren, heel laag in Wallonie en oostelijk Duitsland. Nederland scoort bovengemiddeld met uitschieters op de Veluwe (omhoog) en in Limburg (net zo laag als Wallonië). Da's weer leuke input voor een match met inkomen, geloof, politieke voorkeur etc.
Ook leuk: Weekbladpers heeft laten onderzoeken of hun titels Voetbal International (VI) en Hard Gras elkaar beconcurreren. Dat blijkt niet of nauwelijks het geval te zijn, maar wat mij in de gauwigheid opviel in de kaarten waarin de VI-leesgierigheid werd weergegeven was de hoge score voor Spakenburg en Volendam (beiden in de top 10, ook Katwijk en Urk scoren bovengemiddeld): zet vissen aan tot lezen over voetbal? Wordt de kibbeling en paling daar in een VI opgediend? Of is toch de aanwezigheid van de "blauwen en rooien" respectievelijk het "andere Oranje" stimulerend voor de VI-verkoop?

Leuke inzichten, die allemaal weer vervolgvragen met zich mee dragen. Jammer dat lifestyledata nog niet zo open is, anders zou ik me er vele regenachtige middagen mee kunnen vermaken!

Nb. Op http://www.geodan.nl/markten/zakelijkemarkt/geomarketingcongres-2012/terugblik-geomarketingcongres-3-oktober-2012/ zijn Twitterfeed en presentaties na te lezen.