Bijna driekwart jaar geleden werd ik door GeoNovum-directeur Rob van der Velde uitgenodigd om op de Amsterdamse VU bij een lezing van dr. Carl Steinitz aan te schuiven. Onderwerp: Geodesign. Op dat moment was Geodesign voor mij nog een onbekend thema. Wel had ik in de pakweg 8 voorafgaande jaren bij het Ministerie van I&M (voorheen VROM) als geo-specialist gewerkt op de afdeling die zich ook met ruimtelijk ontwerp bezig hield. Had ik al die tijd zó in het midden van de Geodesign-orkaan gezeten dat ik niet doorhad dat ik continue aan het Geodesignen was? Want ja, we hadden wel ArcGIS én ArcSketch én Illustrator op onze computers staan! En was Geodesign dan niet meer dan een nieuwe naam voor een al heel lang bestaand concept? (En ook op het moment dat ik dit stuk schrijf levert de combinatie "geodesign" en "ruimtelijk ontwerp" bij Google slechts 2 hits op).
Die dag in september werd zeer enthousiast geopend door Henk Scholten, waarna een introrondje langs de ongeveer 50 aanwezigen leerde dat we met een breed gezelschap aanwezig waren. Da's altijd interessant. Carl Steinitz vertelde boeiend, over "changing geography through design", over hoe "the people of the place", IT, wetenschap en ontwerp in samenwerking tot een goed ruimtelijk ontwerp komen. Wel vroeg ik me af in hoeverre dit nu specifiek voor "geography" was: is niet ieder goed ontwerp een samenwerking van die 4 groepen? En ik miste de politiek-bestuurlijke factor in Steinitz' betoog: ook goede ontwerpen kunnen politiek onhaalbaar zijn.
Geënthousiasmeerd diezelfde dag nog naar de boekhandel om het boek "A framework for geodesign" te bestellen. En vreemd genoeg kwam ik daar niet doorheen. Wat wordt mij voor nieuws verteld? Ik miste de spanning er in, de drive waardoor je nieuwsgierig bent naar de volgende pagina. Dus na pakweg 65 van de 200 bladzijden ging het boekwerk de kast weer in.
Toch blijft de kreet "Geodesign" tot op heden in mijn hoofd rondzingen. Inmiddels ben ik er op uit gekomen dat "real-time" het toverwoord is. Omdat de processorcapaciteit anno 2013 zo groot is dat we ontwerpen "real-time" in 3D kunnen doorrekenen. Omdat alle benodigde geo-informatie tegenwoordig dankzij het gebruik van webservices er ter plekke met de bytes bijgesleept kan worden. Omdat dat proces niet meer tussen 9 en 5 in een met computers volgestouwd rekencentrum moet plaatsvinden maar anywhere, anytime uitgevoerd kan worden.
Dus niet langer meer de lineaire aanpak van een serie randvoorwaarden opstellen, binnen dat kader een ontwerp maken (uiteraard met een aantal varianten) en die tegen elkaar afzetten. Nee: ontwerpen, toetsen, aanpassen (of weggooien), toetsen. In een snelkookpan, samen met alle stakeholders. Klaar terwijl u wacht!
Verrek, het lijkt wel een Agile-aanpak! Een aanpak die we met name uit de software ontwikkeling kennen, maar die langzamerhand ook in andere vakgebieden wordt toegepast.
Geodesign is wat mij betreft dus vooral een proces: ruimtelijk ontwerp met een Agile-aanpak. De opgave voor de geo-sector zit er in die Agile-aanpak (mede) mogelijk te maken.
Posts tonen met het label Geodan. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Geodan. Alle posts tonen
zondag 9 juni 2013
woensdag 17 oktober 2012
Een weerzien met geomarketing: geen nieuws? Of toch?
Twee weken terug was ik met pakweg 75 belangstellenden aanwezig op het door Geodan en het Geomarketing Kenniscentrum (GKC) van de hoofdstedelijke VU georganiseerde geomarketingcongres 2012. Zelf ben ik pakweg 15 jaar geleden twee jaar lang werkzaam geweest in deze tak van sport, onder meer door het uitvoeren van vestigingsplaatsanalyses voor een grote hamburgerketen en het uitvoeren van performance analyses op onder meer vestigingen van bouwmarkten. Ja, de klantenkaarten (waaronder Airmiles) leverden aan het einde van de vorige eeuw al "big data" op.
Deze GIS-toepassingen staan mijlenver af van wat er ieder jaar op de door Esri geregisseerde hoogmis van de Nederlandse ArcGISwereld wordt getoond. Weliswaar was VU Jaap Boter vorig jaar keynote spreker op deze Rotterdamse GIS Conferentie, maar hij bleef er toch een vreemde eend in de bijt. Geomarkering en andere op statistiek leunende sociaal geografische toepassingen waren van oudsher ook meer het MapInfo domein. Importeurswisselingen in het verleden, en een kleinere markt maken dat er hiervoor geen qua omvang met de GIS conferentie vergelijkbaar platform bestaat, waardoor deze toepassingen voor de traditinele geosector in de categorie onbekend maakt onbemind blijven zitten.
Omgekeerd kun je natuurlijk ook redeneren dat de geomarketing GIS-toepassingen al zó volwasssen zijn dat ze niet als geotoepassing maar juist als geïntegreerd onderdeel van de marketinginformatiehuishouding worden gezien. Het feit dat in de recenste SPSS release (20) er (weer) een mapping module is opgenomen is een zwaar-geschut antwoord op de Esri Maps for Office waarmee de Excelgebruiker de wondere wereld van GIS in worden gelokt. Ondertussen blijkt Microsoft Mappoint, plugin voor Office ook nog steeds te bestaan. (Nog verder terug in de tijd: in Office 97 en 2000 zat er standaard een kaartfunctie in Excel!)
Op sommige punten is er in 15 jaar tijd niets veranderd: het klassieke op basis van 4-positie postcode op basis van onder meer lifestyle data in beeld brengen wat het klantenpotientieel is, en het weergeven van de omzet van een filiaal in diezelfde postcodegebieden blijkt voor een flink deel van de aanwezigen nog tot oooh's en aaah's te leiden. Uit het introfimpje maakte ik op dat daarbij onze landsgrenzen net als 15 jaar terug nog steeds informatiebarrieres zijn: de -ondanks de NMBS-treinstaking aanwezige- Vlamingen leken uit een geomarketing-technisch Terra Incognita te komen. Er zit natuurlijk ook niet veel geomarketing in de Inspirerichtlijn, slechts de afbakening van statistische eenheden en demografie zijn hiervoor van belang. Demografie volgens Inspire heeft zelfs grote potentie afhankelijk van de invulling van de gehanteerde omschrijving ("Geografische spreiding van de bevolking, met inbegrip van bevolkingskenmerken en activiteitsniveaus").
Wél vernieuwend zijn de micro-locatie toepassingen: in-store tracking (met behulp van RFID chips) van bezoekers in ECI boekwinkels, waar zowel in dagen van de week als in bezoekersgroep opvallende verschillen optreden in de route die door de winkel wordt afgelegd; Zo vinden er op iets grover schaalniveau ook geautomatiseerde passantentellingen plaats in enkele vaderlandse winkelstraten.
Verder is het altijd aardig om op zo'n dag in wat inhoud te duiken, ruimtelijke patronen te zien en over de oorzaak daarvan te filosoferen: ten behoeve van de (on)mogelijkheden van aan-huis bezorging en afleering bij de buren is er onderzocht hoe groot het vertrouwen is in de medemens: heel hoog in Beieren, heel laag in Wallonie en oostelijk Duitsland. Nederland scoort bovengemiddeld met uitschieters op de Veluwe (omhoog) en in Limburg (net zo laag als Wallonië). Da's weer leuke input voor een match met inkomen, geloof, politieke voorkeur etc.
Ook leuk: Weekbladpers heeft laten onderzoeken of hun titels Voetbal International (VI) en Hard Gras elkaar beconcurreren. Dat blijkt niet of nauwelijks het geval te zijn, maar wat mij in de gauwigheid opviel in de kaarten waarin de VI-leesgierigheid werd weergegeven was de hoge score voor Spakenburg en Volendam (beiden in de top 10, ook Katwijk en Urk scoren bovengemiddeld): zet vissen aan tot lezen over voetbal? Wordt de kibbeling en paling daar in een VI opgediend? Of is toch de aanwezigheid van de "blauwen en rooien" respectievelijk het "andere Oranje" stimulerend voor de VI-verkoop?
Leuke inzichten, die allemaal weer vervolgvragen met zich mee dragen. Jammer dat lifestyledata nog niet zo open is, anders zou ik me er vele regenachtige middagen mee kunnen vermaken!
Nb. Op http://www.geodan.nl/markten/zakelijkemarkt/geomarketingcongres-2012/terugblik-geomarketingcongres-3-oktober-2012/ zijn Twitterfeed en presentaties na te lezen.
Deze GIS-toepassingen staan mijlenver af van wat er ieder jaar op de door Esri geregisseerde hoogmis van de Nederlandse ArcGISwereld wordt getoond. Weliswaar was VU Jaap Boter vorig jaar keynote spreker op deze Rotterdamse GIS Conferentie, maar hij bleef er toch een vreemde eend in de bijt. Geomarkering en andere op statistiek leunende sociaal geografische toepassingen waren van oudsher ook meer het MapInfo domein. Importeurswisselingen in het verleden, en een kleinere markt maken dat er hiervoor geen qua omvang met de GIS conferentie vergelijkbaar platform bestaat, waardoor deze toepassingen voor de traditinele geosector in de categorie onbekend maakt onbemind blijven zitten.
Omgekeerd kun je natuurlijk ook redeneren dat de geomarketing GIS-toepassingen al zó volwasssen zijn dat ze niet als geotoepassing maar juist als geïntegreerd onderdeel van de marketinginformatiehuishouding worden gezien. Het feit dat in de recenste SPSS release (20) er (weer) een mapping module is opgenomen is een zwaar-geschut antwoord op de Esri Maps for Office waarmee de Excelgebruiker de wondere wereld van GIS in worden gelokt. Ondertussen blijkt Microsoft Mappoint, plugin voor Office ook nog steeds te bestaan. (Nog verder terug in de tijd: in Office 97 en 2000 zat er standaard een kaartfunctie in Excel!)
Op sommige punten is er in 15 jaar tijd niets veranderd: het klassieke op basis van 4-positie postcode op basis van onder meer lifestyle data in beeld brengen wat het klantenpotientieel is, en het weergeven van de omzet van een filiaal in diezelfde postcodegebieden blijkt voor een flink deel van de aanwezigen nog tot oooh's en aaah's te leiden. Uit het introfimpje maakte ik op dat daarbij onze landsgrenzen net als 15 jaar terug nog steeds informatiebarrieres zijn: de -ondanks de NMBS-treinstaking aanwezige- Vlamingen leken uit een geomarketing-technisch Terra Incognita te komen. Er zit natuurlijk ook niet veel geomarketing in de Inspirerichtlijn, slechts de afbakening van statistische eenheden en demografie zijn hiervoor van belang. Demografie volgens Inspire heeft zelfs grote potentie afhankelijk van de invulling van de gehanteerde omschrijving ("Geografische spreiding van de bevolking, met inbegrip van bevolkingskenmerken en activiteitsniveaus").
Wél vernieuwend zijn de micro-locatie toepassingen: in-store tracking (met behulp van RFID chips) van bezoekers in ECI boekwinkels, waar zowel in dagen van de week als in bezoekersgroep opvallende verschillen optreden in de route die door de winkel wordt afgelegd; Zo vinden er op iets grover schaalniveau ook geautomatiseerde passantentellingen plaats in enkele vaderlandse winkelstraten.
Verder is het altijd aardig om op zo'n dag in wat inhoud te duiken, ruimtelijke patronen te zien en over de oorzaak daarvan te filosoferen: ten behoeve van de (on)mogelijkheden van aan-huis bezorging en afleering bij de buren is er onderzocht hoe groot het vertrouwen is in de medemens: heel hoog in Beieren, heel laag in Wallonie en oostelijk Duitsland. Nederland scoort bovengemiddeld met uitschieters op de Veluwe (omhoog) en in Limburg (net zo laag als Wallonië). Da's weer leuke input voor een match met inkomen, geloof, politieke voorkeur etc.
Ook leuk: Weekbladpers heeft laten onderzoeken of hun titels Voetbal International (VI) en Hard Gras elkaar beconcurreren. Dat blijkt niet of nauwelijks het geval te zijn, maar wat mij in de gauwigheid opviel in de kaarten waarin de VI-leesgierigheid werd weergegeven was de hoge score voor Spakenburg en Volendam (beiden in de top 10, ook Katwijk en Urk scoren bovengemiddeld): zet vissen aan tot lezen over voetbal? Wordt de kibbeling en paling daar in een VI opgediend? Of is toch de aanwezigheid van de "blauwen en rooien" respectievelijk het "andere Oranje" stimulerend voor de VI-verkoop?
Leuke inzichten, die allemaal weer vervolgvragen met zich mee dragen. Jammer dat lifestyledata nog niet zo open is, anders zou ik me er vele regenachtige middagen mee kunnen vermaken!
Nb. Op http://www.geodan.nl/markten/zakelijkemarkt/geomarketingcongres-2012/terugblik-geomarketingcongres-3-oktober-2012/ zijn Twitterfeed en presentaties na te lezen.
zaterdag 29 januari 2011
Nog meer Open Data: Wat de BAG wel en niet vermag
Het heugelijke feit dat vrijwel alle Nederlandse gemeenten zijn aangesloten op de landelijke voorziening (LV) van de BAG zet de creatieve geesten in de geowereld aan tot het bedenken van vrolijke BAG toepassingen. Het weergeven van de groei van steden is dan een leuke toepassing.
Geodan brengt de ontwikkeling van Amsterdam in beeld (een thuiswedstrijd):
Het Groningse GEON doet dat voor van Rotterdam:
Sowieso leuk om de fimpjes qua vormgeving te vergelijken, maar als Amsterdammer ben ik wellicht bevooroordeeld. Ik vind daar de tijdlijn met 1901 (Woningwet) en 1940 (WO II) als markante punten prettig. En het in de loop der tijd verschijnen van gebouwen is veel indringender dan het vertalen naar een grid of het met behulp van een choropleet op basis van wijk- en buurtindeling weergeven van de bebouwingsontwikkeling.
Inhoudelijk vallen mij 2 dingen op. Ten eerste dat sommige gebouwen volgens de BAG veel ouder zijn dan volgens mijn inschatting: het AMC en winkelcentrum de Amsterdamse Poort (beide in in Amsterdam Zuidoost) ploppen al in 1900 tevoorschijn, in plaats van in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Selectiefoutje? Of is het feit dat dit deel van Amsterdam nog heel lang gemeente Weesperkarspel is geweest de boosdoener? Leuk is wel dat door het in deze context te zien dit soort foutjes sneller in het oog springen.
Ten tweede loop je tegen een belangrijke beperking voor zo'n toepassing aan: de BAG bevat (nog) geen historie. Kijk bijvoorbeeld naar de ontstaansgeschiedenis van de hoofdstedelijke voetbalstadions. Jan Wils zijn Olympische creatie verschijnt keurig in 1928 in beeld, maar het tegenoverliggende Stadion uit 1914, dat in 1928 is afgebroken, komt niet in beeld. Zo ook met de Meer aan de Middenweg. Dit door Daan Roodenburgh ontworpen stadion is in 1934 geopend en in 1996, na Ajax' overstap naar de Arena gesloopt. De Arena zien we in 1996 verschijnen, maar de Meer is uit ons geheugen verbannen. *)
(Gelukkig maar dat met UAR (Urban Augmented Reality) het mooiste voetbalstadion van Nederland wél voor het nageslacht is vastgelegd.)
De Rotterdamse voetbalstadions hebben wat meer eeuwigheidswaarde, maar in "010" valt op dat de BAG het bombardement van 1940 niet als trednbreuk herkent. En ook het dorp Blankenburg, dat in de jaren zestig plaats heeft moeten maken voor de Europoort, zit niet in het BAG geheugen.
Nou ja, voor het historisch bewustzijn dus ook nog maar even kijken op de WatWasWaarKaart
*) om het compleet te maken moet ik hier ook de thuisbasis van de Volewijckers in Amsterdam Noord noemen: het stadion aan het Mosveld is in de jaren zestig ten prooi gevallen aan een toegangsweg voor de IJtunnel. Ook deze groenwitte historie vinden we niet terug in de BAG
Geodan brengt de ontwikkeling van Amsterdam in beeld (een thuiswedstrijd):
Het Groningse GEON doet dat voor van Rotterdam:
Sowieso leuk om de fimpjes qua vormgeving te vergelijken, maar als Amsterdammer ben ik wellicht bevooroordeeld. Ik vind daar de tijdlijn met 1901 (Woningwet) en 1940 (WO II) als markante punten prettig. En het in de loop der tijd verschijnen van gebouwen is veel indringender dan het vertalen naar een grid of het met behulp van een choropleet op basis van wijk- en buurtindeling weergeven van de bebouwingsontwikkeling.
Inhoudelijk vallen mij 2 dingen op. Ten eerste dat sommige gebouwen volgens de BAG veel ouder zijn dan volgens mijn inschatting: het AMC en winkelcentrum de Amsterdamse Poort (beide in in Amsterdam Zuidoost) ploppen al in 1900 tevoorschijn, in plaats van in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Selectiefoutje? Of is het feit dat dit deel van Amsterdam nog heel lang gemeente Weesperkarspel is geweest de boosdoener? Leuk is wel dat door het in deze context te zien dit soort foutjes sneller in het oog springen.
Ten tweede loop je tegen een belangrijke beperking voor zo'n toepassing aan: de BAG bevat (nog) geen historie. Kijk bijvoorbeeld naar de ontstaansgeschiedenis van de hoofdstedelijke voetbalstadions. Jan Wils zijn Olympische creatie verschijnt keurig in 1928 in beeld, maar het tegenoverliggende Stadion uit 1914, dat in 1928 is afgebroken, komt niet in beeld. Zo ook met de Meer aan de Middenweg. Dit door Daan Roodenburgh ontworpen stadion is in 1934 geopend en in 1996, na Ajax' overstap naar de Arena gesloopt. De Arena zien we in 1996 verschijnen, maar de Meer is uit ons geheugen verbannen. *)
(Gelukkig maar dat met UAR (Urban Augmented Reality) het mooiste voetbalstadion van Nederland wél voor het nageslacht is vastgelegd.)
De Rotterdamse voetbalstadions hebben wat meer eeuwigheidswaarde, maar in "010" valt op dat de BAG het bombardement van 1940 niet als trednbreuk herkent. En ook het dorp Blankenburg, dat in de jaren zestig plaats heeft moeten maken voor de Europoort, zit niet in het BAG geheugen.
Nou ja, voor het historisch bewustzijn dus ook nog maar even kijken op de WatWasWaarKaart
*) om het compleet te maken moet ik hier ook de thuisbasis van de Volewijckers in Amsterdam Noord noemen: het stadion aan het Mosveld is in de jaren zestig ten prooi gevallen aan een toegangsweg voor de IJtunnel. Ook deze groenwitte historie vinden we niet terug in de BAG
Abonneren op:
Posts (Atom)