Posts tonen met het label geo-informatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geo-informatie. Alle posts tonen

zondag 20 september 2015

LEF: Rijkswaterstaat meets Openstreetmap

"Ceci nést pas une carte". Of: "Openstreetmap: més d'un mapa".

Dat zijn -vrij naar René Magritte respectievelijk FC Barcelona- twee uitspraken die heel erg op Openstreetmap van toepassing zijn. Er zit onder de motorkap van OSM namelijk een rijkdom aan data die niet allemaal in de kaart getoond kan worden. Om een idee te krijgen van de rijkdom aan "features" (objecten) en "tags" (attributen) is het aardig om een kijkje te nemen in het objectenhandboek van OSM (ja, dat bestaat!). Dat kan de vergelijking met BRT, BGT en NWB aardig doorstaan!

Met name vanwege die laatste, het Nationaal Wegenbestand heeft de dienst Centrale Informatievoorziening (CIV) van Rijkswaterstaat de stoute schoenen aangetrokken en de OSM-community benaderd om te verkennen waar er wederzijdse kansen liggen voor samenwerking.
Na een tweetal voorbereidende gesprekken kwamen afgelopen zaterdag in het LEF Future Center van Rijkswaterstaat zo'n 25 "mappers" en een even grote groep Rijkswaterstaters (aangevuld met vertegenwoordigers van andere basisregistraties) bijeen om "aan elkaar te snuffelen".

De structuur (of: afwezigheid daarvan) van beide organisatie werd naast elkaar gelegd, de cultuurverschillen onder de loep genomen. En uiteraard werd met een blik onder de motorkap gegeven van een hele serie als open data beschikbare RWS datasets (NWB, Weggeg, DTB), van de stukje bij beetje beschikbaar komende BGT, en natuurlijk ook van Openstreetmap. Als bonus werd een "sneak preview" gegeven van een aantal RWS datasets niet nu nog niet open zijn, maar waarvan het interessant is om met de OSM-community te verkennen wat de waarde is van het wél open maken.

Het mooie is dat er ook spijkers met koppen zijn geslagen: een zestal acties zijn benoemd waar OSM-ers én Rijkswaterstaters en IenM-ers gezamenlijk aan de gang gaan. Variërend van het wegnemen van drempels voor beginnende mappers (door een remake van www.openstreetmap.nl) tot het zoeken naar een nieuwe opslagwijze waarmee het gemakkelijker wordt mutaties vanuit verschillende bronnen (NWB én OSm) aan elkaar te knopen. Wordt dus vervolgd!

Met dank aan Eric van Rijkswaterstaat voor het starten van dit initiatief, met dank aan de mensen van bewaking en catering van het LEF om op zaterdag te deuren open te gooien, met dank aan Joris voor de creatieve begeleiding, en natuurlijk dank aan Johan, Frans, Gertjan, Marianne, Marc, Henk, han, Tom, Bas, Jo, Stefan, Wim, Frank, Ed, Luc, Bram, Barry, Sylvia, Fred, René, Rob, Myckel, Fred, Martien, Henk, Peter, Jasper, Matthijs, Christine, Olivier, Nick, Orchida, Gerald, Karin, Marco, Rob, Sander, Jaap-Willem, Vincent, Iris en Harry (heb ik zo iedereen?) voor hun bijdrage en inzet op deze inspirerende dag.

O ja, op twitter kun je de dag teruglezen met de tag #OSMRWS

zondag 7 december 2014

De ene sector is de andere niet, of toch wel? Wat "geo" van "water" kan leren

Sinds dit voorjaar ben ik -onder de titel asset engineer data- werkzaam in de watersector. Om iets specifieker te zijn: in mijn geval is dat de drinkwatersector; ik doe bij PWN aan leidingbeheer.
Dat heeft me in contact gebracht met de GIN van de watersector: het Koninklijk Nederlands Waternetwerk (KNW).

Het is aardig om eens een vergelijking te maken tussen het KNW en de geo-beroepsvereniging GIN. De sectoren (voor zover je daar bij geo-"sector", zie een eerdere blogpost over kunt spreken) hebben een aantal overeenkomsten. Zo is de gemiddelde leeftijd van de werknemers in beide bedrijfstakken hoog. Ook zijn beide sectoren op vergelijkbare wijze divers: in de geosector heb je de klassieke indeling in "inwinners" en "toepassers", in het KNW zijn de mannen van de droge voeten (waterschappen), die van het vuile water (waterzuivering) en die van het schone water (drinkwater) broederlijk verenigd. Ik hanteer expres de term "Mannen", want net als in de geosector zijn Jan, Piet, Klaas ruimer vertegenwoordigd dan Willemijn, Roosmarijn en Sytske. Ook qua omvang zit het in dezelfde buurt: het GIN heeft iets meer dan 2000 leden, het KNW bijna 4000.

Zelfs qua doel lijken beide verenigingen op elkaar: KNW "slaat een brug tussen diverse disciplines in het werkveld van de watersector", GIN (iets minder bondig) "is een interactieve ontmoetingsplaats en vormt een toegankelijk kennisnetwerk voor iedereen die zich beroepsmatig bezighoudt met geo-informatie. GIN organiseert activiteiten en stimuleert en faciliteert haar leden kennis te delen en over te dragen ter ontplooiing van alle leden en ter versterking van de positie van het vakgebied geo-informatie in de maatschappij. GIN doet dit samen met anderen."

Een opvallend verschil is de rol van het vakblad: het inmiddels naar een tweemaandelijkse frequentie teruggebrachte Geo-Info is een uitgave van de vereniging GIN, terwijl de maandelijkse H2O Magazine een uitgave is van de stichting H2O. Bij H2O is de mix van analoog en digitaal verder ontwikkeld: het magazine en de H2O Online worden nadrukkelijk als twee communicerende delen gepositioneerd.

Voor de geosector in het algemeen en het bestuur van GIN en de redactie van Geo-Info in het bijzonder aardig om eens dieper in zo'n collega-organisatie en -vakblad te duiken. Blader bijvoorbeeld eens door de H2O Magazine van juli/augustus, Die werd aangeprezen als ICT special, waarbij opvalt dat vrijwel al die ICT op geo-informatie slaat.  En dat terwijl de termen "geo-informatie" en "GIS" er nauwelijks in voorkomen!

zondag 5 oktober 2014

Met geo-informatie (en zonder privacy) word je de beste gemeente van Nederland

Op sociale en old-school media een hit: het PinkRoccade promo-filmpje "de adviseur van de toekomst". Via wearables en andere sensoren, en door het het koppelen van databestanden (GBA) aan actuele informatie (de aanwezigheid van @&#!marokkanen die niet in jouw witte wijk wonen, ik vertáál het PinkRoccade filmpje maar even...) komt oom agent met zijn collega in zijn dienstauto langs om de situatie te checken.
Nu zie ik de prioriteiten van de politie in de participatiemaatschappij van 2020 niet direct liggen bij dit soort situaties, maar de gedachte er achter is natuurlijk helemaal creepy. Films als Das Leben der Anderen (over de Oostduitse Staatssicherheitdienst vallen in het niet bij het Orwelliaanse toekomstperspectief dat PinkRoccade de gemeenten biedt: zo word je de beste gemeente van Nederland!

Want we kunnen zien wie zich ophoudt  op een  plaats waar hij niet thuishoort. Hup, terug naar je eigen ghetto, en snel een beetje. Geldt voor iedere bevolkingsgroep hoor: Dus ook "Hé white boy, what you're doin' downtown", zoals Lou Reed ooit zong. Nog beter: doe vooral niets dat buiten de normen valt, normen die onder invloed van Big Data meer en meer verworden tot "dat wat de grootste gemene burger denkt en doet". Kleur vooral niet buiten de lijntjes. Nog sterker: dénk zelfs niet aan buiten de lijntjes kleuren.

Dit lijkt mij de snelste weg naar het uitbannen van creativiteit. Het af en toe buiten de gebaande paden denken en doen is juist immers wat de mensheid onderscheid van die andere leden van het dierenrijk.

Leuk voor de geosector dat locatie hier zo'n doorslaggevende rol speelt. Misschien moeten de vakken "privacy" en "ethiek maar eens een plaats krijgen in het curriculum van de geo-opleidingen.

woensdag 26 juni 2013

"big data" of "understanding our world"?

Stomtoevallig kwamen vanochtend twee artikelen voor mijn leesbril die "big data" en "geo" met elkaar in verband brachten. Allereerst las ik in de weekendbijlage van het NRC een artikel van internetscepticus Evgeny Morozov. Dat artikel is in de Engelstalige versie online te lezen op Slate Magazine, dus lees vooral even mee. Morozov betoogt in het artikel dat "big data" vooral gaat over het ontdekken van een cijfermatig verband tussen verschijnselen door bergen data in de übergrote statistiekmolen te gooien, terwijl het geen enkel inzicht geeft in causaliteit: wordt verschijnsel A door verschijnsel B veroorzaakt, of is het er juist een gevolg van, of zijn beide verschijnselen allebei het gevolg van oorzaak C?
Morozov geeft aan dat big data ons lui maakt; in plaats van op zoek te gaan naar de oorzaak van verschijnselen focussen we alleen maar op de gevolgen: "we hoeven niet te vragen waarom alles is zoals het is, zolang we het maar naar believen kunnen beïnvloeden", schrijft Morozov.

5 minuten later werd ik gewezen op het artikel Mapping the Future with Big Data van Patrick Tucker in "The Futurist", het magazine van de World Future Society. Daarin beschrijft Tucker hoe het simpelweg op elkaar stapelen van bergen data op het eerste inzicht wel inzicht lijkt te bieden, maar dat bij nader inzien juist een dwaalspoor blijkt te zijn: het op een topografische ondergrond projecteren van a) een dataset met sociale woningbouw en b) een dataset met misdaadlocaties geeft slechtsaan dat er correlatie is, maar vertelt helemaal niets over een oorzakelijk verband. "Every map is only as good as the data that built it and the understanding of the map maker", schrijft Tucker na een interview met Jack Dangermond, en "If we can avoid the temptation to view any map as complete, if we can remind ourselves not to simply layer a map of housing subsidies on top of the crime map and call it a day, if we can find the energy to instead go one map further, and then another, and then another, then perhaps GIS will live up to its fullest potential."

Dát is de opgave voor iedere serieuze cartograaf: duidelijk maken dat de kaart niet de ultieme waarheid is, maar een hulmiddel naar het ontdekken van oorzakelijke verbanden. En die oorzakelijke verbanden hoeven helemaal niet ruimtelijk te zijn. "Understanding our world" noemt Esri dat, en dat is wezenlijk meer dan (pseudo-)informatie genereren door datasets te stapelen.

woensdag 9 mei 2012

marktmonitor 2012, de geosector niet in kaart

Een paar weken terug presenteerde branchevereniging Geobusiness de Marktmonitor, de "state of the union" van de geosector in Nederland. Ik pik er een paar opvallende cijfers uit. De cijfers hebben allemaal betrekking op het bedrijfsleven, voor 2012 is er een verwachting gepeild.

Het consumentsegment als afzetmarkt kent tussen 2009 en 2012 een spectaculaire daling. Werd de 4% die 2009 al als "bescheiden" gekenmerkt, in 2012 is dat teruggelopen tot 1% van de omzet uit geoproducten en -diensten. 75% ingeleverd (binnen een totale omzetdaling van ca. 15%, op een totale omzet van zo'n 900 miljoen). Dat doet bijna vermoeden dat TomTom in 2009 wél tot de respondenten behoorde maar voor de monitor van 2012 geen zin had te reageren. Hoewel...in 2009 bestond dit segment uit "internetapplicaties, geo-informatie rondom onroerend goedtransactie en wegenkaarten en luchtfotos." Zijn die eerste weggelekt naar andere sectoren? Is de onroerend goedmarkt ingestort? Zijn OpenStreetMap en het NWB de markt aan het verpesten? Moet die economische waardecreatie op basis van open data geheel gerealiseerd worden?

Dat het aantal werknemers (of arbeidsplaatsen of FTE's?) daalt zal weinigen verrassen. Het positieve is dat in de geosector de krimp kleiner is dan in andere sectoren waarin ingenieursbureaus werkzaam zijn (denk aan de bouwsector!). Daarmee valt het aantal vacatures ook flink terug. Vervelend voor schoolverlaters en zij-instromers die in de geo-sector het paradijs van de eeuwigdurende volledige werkgelegenheid dachten te vinden. en lastig voor overheden die hun overtallige personeel dus niet gemakkelijk aan de straatstenen van het bedrijfsleven zullen kwijtraken.

In de monitor 2009/2010 werd 22% genoemd als percentage van het Research & Development budget dat aan geo werd uitgegeven, in de huidige monitor staat 7% genoemd. Even goed opletten, dat laatste betreft het percentage van de totale geo-omzet die in geo-R&D wordt gestoken. Overigens ruim 2x zo groot als het generieke R&D percentage, blijkbaar zijn we een innovatieve sector... Of komen we nooit aan het oogsten toe? Om het even in perspectief te plaatsen: Google steekt 14% van de omzet in R&D, maar Apple houdt het zeer bescheiden met 2,2% (cijfers 2011).

Om af te sluiten de groeibriljantjes: het verzamelde bedrijfsleven verwacht de meeste groei in het ontwikkelen van geo-services, op de voet gevolgd door webservices. Of de hierbij genoemde percentages (22% resp. 21%) het percentage van de respondenten betreft dat die groei verwacht, of het percentage verwachte groei is niet geheel duidelijk.

Al met al interessant cijfermateriaal dat vooralsnog meer vragen oproept dan beantwoordt. Daar kan nog best een analyseslag overheen, ik mis in ieder geval nog een regionale (geo!) analyse. Als de achterliggende cijfers nou door Geobusiness als open data beschikbaar worden gesteld zijn er vast wel geo-analysten te vinden die die analyse willen uitvoeren. (en vooruit: dan bakken we er ook nog een App omheen).

woensdag 1 september 2010

Kom van dat fort af!

Toen ik vanmiddag aankwam op het Geofort in de Nederbetuwe voor de GeoNovum relatiedag keek ik mijn ogen uit: file op de polderwegen naar het fort en parkeerwachten die de toestroom van auto's in goede banen leiden. Wat een opkomst. Ik dacht naar een evenement te gaan met pakweg 40 bezoekers, blijken er dik 100 man/vrouw op af te komen. Blijkbaar heeft GeoNovum de gewenste centrale plaats in de geosector aardig verworven.

Maar wat is dat eigenlijk, de geo-sector? Toch een beetje een ons-kent-ons wereld, die op zo'n dag veilig bij elkaar kruipt binnen de veilige muren van het Geofort, om vandaar uit naar de rest van de wereld te roepen: "wij staan open voor jullie, hoor!" En inderdaad, met de ophaalbrug van het fort naar beneden zijn we net niet helemaal afgesloten van de buitenwereld.

Wel een prima plek om goede gesprekken met vakgenoten te voeren: struinend op het fort leidt op de een of andere manier tot net iets meer open gesprekken dan wanneer je elkaar op een beursvloer of congres treft. Op de komende GIS Conferentie of GIN congres daarom graag een (kunst)grasveldje met echte schapenkeutels.

Kijkend naar de lijst van aanwezigen op het veilige fort, maar ook op de ledenlijst van branchevereniging Geobusiness Nederland, ligt de nadruk op de aanbodzijde: aanbod van geodata, van infrastructuren en van software. Van de gebruikerskant alleen de "klassieke" toepassers. De "neografen", de ontwikkelaars van iPhone Apps en bouwers van websites met Google Maps Mashups, zijn niet of nauwelijks aanwezig. En dat is eigenlijk wel overzichtelijk, als "de geo-sector" zich alleen bezighoudt met de aanbodzijde, de geo-infrastructuur in brede zin. Laat die afnemers zich juist maar langs de lijnen van hun eigen werkprocessen organiseren.

De geo-sector kan dan prima een faciliterende rol vervullen, waar met bestaande producten een enorme waardevermeerdering kan worden bereikt. Maar dat moeten we *) dan wel uitdragen, en niet wachten tot de afnemers uit zichzelf naar ons *) toekomen. Wees als geosector aanwezig op PICNIC, Infographics, PFCongres en andere events waar potentiële geo-afnemers zich verzamelen. En zet bijvoorbeeld het Nationaal Georegister dan als strategisch instrument in.

Dus, met het Geofort als basis: Ten aanval!

*) ik had wat moeite met "we" en "ons", aangezien ik zelf momenteel exponent ben van die vraagzijde, eigenlijk had ik dus "jullie" moeten typen

zondag 17 januari 2010

geodata: graag verse waar!

Zoekend in het NGR (www.nationaalgeoregister.nl) merkte ik dat de manier waarop ik primair wil zoeken niet gemakkelijk is. Ik ben meestal op zoek naar data die nú geldig is. Eigenlijk heel vanzelfsprekend lijkt me, als ik een krant koop is het ook die van vandaag, mijn haring heb ik ook graag vers en van de halfvolle mel die ik uit het rek haal heb ik graag dat die nog een paar dagen houdbaar is.

In de metadata standaard is om te zoeken op nu geldige data het veld temporele dekking beschikbaar. Onbekend en dus onbemind, maar o zo belangrijk. En ik wil meestal niet persé weten tót wanneer en nog minder sinds wanneer die geodata bruikbaar is, maar vooral is die dat nú is. Graag in alle portalen dus een vinkje "alleen nu geldige data".

En de geodata waarvan in de metadata niet is aangeven wanneer deze geldig is dan? Als mijn visboer niet wéét of mijn haring recentelijk nog in zee zwom neem ik een andere (vis)afslag!

zondag 25 oktober 2009

Georadio

Geo-informatie haalt weliswaar iedere dag de media als gebruiksproduct (bijvoorbeeld met de weerkaart), maar een discussie over geo-informatie komt maar zelden voorbij op radio of TV (ik herinner me een Klokhuisaflevering over Google Earth van een paar jaar terug).
20 oktober jl. sprak Harmke Pijpers op BNR met Arnold Bregt (WUR), Bart Beers (Cyclomedia) en Marcel Reuvers (GeoNovum) over de stand van zaken in de geo-sector. De drie heren vulden elkaar zowel qua inhoud als vorm goed aan. De ruime tijd (2 keer ca. 10 minuten) bood ook ruimte voor enige diepgang.
Dat zal op TV lastiger worden, maar een kijkje achter de schermen van Eagle moet toch aardige beelden opleveren.

Beluister het interview op http://www.bnr.nl/radio/programmas/denktank/13406137

O ja, die Klkhuisaflevering kun je terugkijken op http://player.omroep.nl/?aflID=5784694&md5=e96a41c19c7f22355a0501898694a7de