Dankzij initiatief en gastvrijheid (lekkere broodjes!) van GeoNovum zaten zo'n 25 geo-vertegenwoordigers van diverse gemeenten, andere overheden, georganiseerd en ongeorganiseerd bedrijfsleven en ontwikkelaars bijeen over het vraagstuk "hoe nu verder met GeoZet?".
Moeten we streven naar een uniforme geoviewers voor de gehele overheid? Of zelfs breder? Want dat Nederland te klein is om allerlei eigen viewers te laten ontwikkelen is iets waar we het aardig over eens zijn.
Wat moet zo'n viewer dan -op basis van standaarden- kunnen en zijn? Voldoen aan webrichtlijnen / geïntegreerd met een content management systeem / op basis van open source / gereed om open data te ontsluiten / gemakkelijk configureerbaar / ook als SAAS leverbaar / ondersteund door een levende community / voortvarend gepromoot / met een helder licensiemodel. En dan houd ik nog voor me dat ik voor onze Haagse open data op zoek ben naar een integratie van dataportalen als NGR en data.overheid.nl.
Eerst divergeren met de wensen, het convergeren komt later wel. Hoop ik.
Er is al heel veel op dit gebied, zowel producten (Esri's GeoCMS, Geozet, Flamingo, als diverse maatwerkoplossingen zoals de Geo-CMS integratie op basis van ArcGIS en GX in de gemeente Den Haag. Zowel kennis als communities.
Eens kijken of we al die requirements kunnen verzamelen, er een "grootste gemene functionele behoeftestelling" uit kunnen distilleren en dit aan diverse overheden voorleggen met de vraag: "hoe blij wordt u als we in deze behoeftestelling voorzien". En bij positieve reacties de boer op om -al dan niet op basis van een bestaand product- in die behoefte te voorzien.
Beetje GovUnited-achtig. Maar dan hopelijk zonder financieringsprobleem.
Wat losse bemerkingen uit en rond deze meeting:
- GeoZet heeft (okee, met de huidige beperkingen dat het alleen punten toont) het voldoen aan de webrichtlijnen als unique selling point. Flamingo had in het verleden usability als sterk punt, maar is daarbij in de laatste jaren ingehaald;
- Velen hebben het gevoel dat GeoZet en Flamingo bij elkaar brengen zeer zinvol is, maar ik bespeur nog weinig toenadering:
- GeoZet is een term die 2 ladingen dekt: soms wordt de software bedoeld, soms het turn-key systeem van viewer met daarbij het onderliggende systeem van gevulde geocodeerservice en kaartachtergrond;
- Er is tot dusverre geen partij te vinden die deze geo-informatie-infrastructuur kar enthousiast trekt. Iedereen wil wel meewerken, maar de grote Geoleider moet nog opstaan;
- de Nederlandse communities zijn klein, maar de internationale community rond de geo-CMS koppeling op basis van Openlayers en Drupal schreeuwt ook om uitbreiding
- er zat alleen geo aan tafel. Volgende keer graag ook webredacteuren en communicanten: dat zijn immers degenen die de behoefte bepalen!
Posts tonen met het label geozet. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geozet. Alle posts tonen
dinsdag 20 december 2011
donderdag 10 november 2011
Weg met Geozet! Papieren bekendmakingen willen we!
De overheids geozoek- en toondienst GeoZet (voor alle bekendmakingen als vergunningen etc.) is nauwelijks gereed, of het Amsterdamse stadsdeel Centrum maakt een beweging de andere kant uit. In de stadsdeelraad is besloten de openbare bekendmakingen niet alleen via het 2-wekelijkse stadsdeelnieuws te presenteren, maar voor de tussenliggende weken ook op papier via de wijkcentra te verspreiden.
Voor het geval u dit niet gelooft: lees dit bericht zelf in de stadsdeelkrant. Nog beter: print die PDF, en lees het bericht vanaf papier.
De belangrijkste reden is dat voor sommige aanvragen een bezwaartermijn van 2 weken geldt, wat er bij een bekendmakingsfrequentie van eens in de 2 weken (via de stadsdeelkrant) toe zou leiden dat op het moment dat ik lees dat mijn buurman een verdieping op zijn huis gaat zetten de bezwaartermijn zo goed als verstreken is. (nu woon ik zelf in een appartementencomplex, maar het principe zal u duidelijk zijn.)
Blijkbaar worden de altijd up-to-date digitale bekendmakingen in het Amsterdamse stadsdeel Centrum niet als volwaardige vervanging van de papieren versie worden beschouwd. Zit het centrum wellicht vol digibeten?
De onvolprezen burgermonitor leert wel dat een overigens verrassend groot deel van de totale hoofdstedelijke bevolking het zonder internettoegang moet stellen. In 2010 zat 9% van de Amsterdammers geheel zonder internetverbinding (thuis, op school of werk) en 12% moet het thuis onder internet stellen. In de overwegend blanke hoogopgeleide grachtengordelbevolking zal dit internetgemis echter veel lager liggen.
Wat bieden die wijkcentra ("huis van de buurt") waar die papieren bekendmakingen liggen eigenlijk? Ik citeer (van www.huisvandebuurt.nl) "Het Huis van de Buurt biedt faciliteiten om te vergaderen, kopiëren en veel meer. Ook ligt er veel informatie ter inzage en is er een ontvangstruimte waar gebruik gemaakt kan worden van internet en een kop koffie of thee kan worden gedronken."
OK, ik kan er dus van internet gebruik maken, maar het stadsdeel is zo vriendelijk de halve website van het stadsdeel vast voor mij uit te printen. Handig!
Misschien nog handiger om de hostingkosten van www.centrum.amsterdam.nl uit te sparen en de website iedere week integraal uitgeprint en wel huis-aan-huis te verspreiden.
Voor het geval u dit niet gelooft: lees dit bericht zelf in de stadsdeelkrant. Nog beter: print die PDF, en lees het bericht vanaf papier.
De belangrijkste reden is dat voor sommige aanvragen een bezwaartermijn van 2 weken geldt, wat er bij een bekendmakingsfrequentie van eens in de 2 weken (via de stadsdeelkrant) toe zou leiden dat op het moment dat ik lees dat mijn buurman een verdieping op zijn huis gaat zetten de bezwaartermijn zo goed als verstreken is. (nu woon ik zelf in een appartementencomplex, maar het principe zal u duidelijk zijn.)
Blijkbaar worden de altijd up-to-date digitale bekendmakingen in het Amsterdamse stadsdeel Centrum niet als volwaardige vervanging van de papieren versie worden beschouwd. Zit het centrum wellicht vol digibeten?
De onvolprezen burgermonitor leert wel dat een overigens verrassend groot deel van de totale hoofdstedelijke bevolking het zonder internettoegang moet stellen. In 2010 zat 9% van de Amsterdammers geheel zonder internetverbinding (thuis, op school of werk) en 12% moet het thuis onder internet stellen. In de overwegend blanke hoogopgeleide grachtengordelbevolking zal dit internetgemis echter veel lager liggen.
Wat bieden die wijkcentra ("huis van de buurt") waar die papieren bekendmakingen liggen eigenlijk? Ik citeer (van www.huisvandebuurt.nl) "Het Huis van de Buurt biedt faciliteiten om te vergaderen, kopiëren en veel meer. Ook ligt er veel informatie ter inzage en is er een ontvangstruimte waar gebruik gemaakt kan worden van internet en een kop koffie of thee kan worden gedronken."
OK, ik kan er dus van internet gebruik maken, maar het stadsdeel is zo vriendelijk de halve website van het stadsdeel vast voor mij uit te printen. Handig!
Misschien nog handiger om de hostingkosten van www.centrum.amsterdam.nl uit te sparen en de website iedere week integraal uitgeprint en wel huis-aan-huis te verspreiden.
Labels:
amsterdam,
bekendmakingen,
centrum,
e-overheid,
geozet,
stadsdeel
dinsdag 1 november 2011
Geozet : echte interactie (bij de presentatie in ieder geval)
Geozet, de geografische zoek en -toondienst, was zo'n eeuwige belofte aan het worden dat ik de uitnodiging om de officiële presentatie er van bij te wonen bijna als een verlate 1 aprilgrap terzijde had geschoven. Jarenlang had ik een beeld opgebouwd wat het zou kunnen zijn, af en toe wat input geleverd op deelprojecten van Geozet en nu is het er echt.
Nou ja, het is nog niet op de plek waar het uiteindelijk voor bedoeld is, www.overheid.nl. GeoZet is immers door het Ministerie van BZK opgezet om bekendmakingen (zoals vergunningsaanvragen) van de overheid niet alleen in een lijst maar ook in een kaart aan u en mij te presenteren.
In een volgend blogbericht een GeoZet recensie, vandaag een terugblik op de presentatie en aansluitende discussie die op 1 november plaats had.
Eerst de opstelling: onder leiding van GeoNovums Theo Overduin betraden Kees Keuzekamp (opdrachtgever voor GeoZet namens BZK), Wilma Willems (van het programma Nederland Open in Verbinding - NOIV) en -in 5 minuten spreektijd per persoon- Pieter Meijer (programmamanager PDOK), Remco Wicherson (prov. Overijssel), Paul Geurts (gem. Nijmegen) en Camille van der Harten (GeoBusinessNL) het vlakkevloer podium. In de zaal pakweg 80 mannen en een handjevol vrouwen. Veel afgevaardigden van gemeenten en provincies (soms zelfs met een trojka), van diverse departementen. Verder in "vak O" een groep ZZP-ende Geo-ICT ontwikkelaars waarvan een flink deel zich in de Open Geo Groep verzameld heeft.
Terwijl bij sommige geo-seminars, studiedagen en congressen het bij eenrichtingsverkeer blijft was dit met deze zaalvulling absoluut niet het geval. De samenstelling van het publiek, de prettig lichte ruimte en een aansporing van Wilma Willems waren voldoende om echte discussie aan de gang te krijgen. De organisatie had dit goed ingeschat door het tweede deel al voor vragen, opmerkingen discussie te reserveren, maar zolang konden de aanwezigen niet wachten!
Die vragen hadden 2 hoofdlijnen. Ten eerste het opbouwen van een community om de doorontwikkeling van Geozet mogelijk te maken. BZK stelt het als open source beschikbaar, en daarmee zit hun taak er op (vind BZK zelf). Het programma NOIV stopt per eind dit jaar, en kon slechts zeer beperkte lessons learned uit andere Open Source projecten meegeven. Meer dan een opsomming van projecten (waaronder Flamingo) waaruit GeoZet lessons zou kunnen learnen kwam Wilma Willems niet. Jammer.
Want hoe doe je dat eigenlijk, een Open Source product onderhouden? Wie geeft daar leiding aan? Hoe groot moet een community zijn om succesvol te zijn? Hoe los of vast moet dat zijn georganiseerd? GeoNovum onderkende bij monde van Master of Ceremonies Theo Overduin de behoefte en kondigde spontaan een vervolgsessie aan om communityvorming rond GeoZet verder uit te werken. Toevallig zijn de Flamingofans daar ook net mee bezig. Zou het niet leuk zijn die 2 communityvormingssessies te combineren?
De tweede discussielijn was die over het voldoen aan webrichtlijnen. Geozet is ontworpen met de webrichtlijnen als leidraad. Die richtlijnen - met als ultieme beloning voor uw website een groen mannetje met 3 sterren - staan af en toe op gespannen voet met het feit dat je iets in een kaart wilt afbeelden. Voor puntobjecten is dat het eenvoudigst, lijnen en vlakken is een ander verhaal. Maar Geozet doet in zijn huidige vorm alleen in punten. 't Is een begin. En, zo werd alom beaamd, de jongens en meisjes van de webrichtlijnen en de geofamilie zouden op dit gebied nog een hoop van elkaar kunnen leren. Gaandeweg de middag kwam er daarbij een vrolijke aap uit de mouw van Kees Keuzekamp: hij bleek ook opdrachtgever voor de webrichtlijnen te zijn geweest. Na die coming out kwam ook GeoZet projectleider Paul Francissen uit de kast: hij was vóór GeoZet ook betrokken bij de ontwikkeling van de webrichtlijnen!
Ook dit onderwerp staat op de agenda voor de spontaan ingelaste vervolgsessie. Leuk thema voor een gezamenlijke middag vanuit de geo- en de content management sector. En voer voor discussie voor de afdelingen die daar bij "mijn" gemeente (Den Haag) over gaan!
Het mooie in de discussies was dat er ondanks het hoge geo-incrowd / ons-kent-ons gehalte er geen blad voor de mond werd genomen, en dat er échte discussie ontstond. Met Open Minds! Dat alles uit de losse pols geleid door Theo Overduin, die vragen en opmerkingen soepel naar de meest logische beantwoorder doorstuurde, maar ook aan anderen ruimte gaf om dat antwoord te corrigeren of aan te vullen. Omdat vrijwel alle vragen op bovengenoemde twee hoofdpunten betrekking hadden bleef er ook lijn en vaart in de discussie zitten. Vaker doen zo!
O ja, GeoZet is wél te vinden op http://geodata.nationaalgeoregister.nl/apps/geozetviewer/.
En ondertussen heeft "vak O" de GeoZet source op Github ontwikkelruimte gegeven.
Nou ja, het is nog niet op de plek waar het uiteindelijk voor bedoeld is, www.overheid.nl. GeoZet is immers door het Ministerie van BZK opgezet om bekendmakingen (zoals vergunningsaanvragen) van de overheid niet alleen in een lijst maar ook in een kaart aan u en mij te presenteren.
In een volgend blogbericht een GeoZet recensie, vandaag een terugblik op de presentatie en aansluitende discussie die op 1 november plaats had.
Eerst de opstelling: onder leiding van GeoNovums Theo Overduin betraden Kees Keuzekamp (opdrachtgever voor GeoZet namens BZK), Wilma Willems (van het programma Nederland Open in Verbinding - NOIV) en -in 5 minuten spreektijd per persoon- Pieter Meijer (programmamanager PDOK), Remco Wicherson (prov. Overijssel), Paul Geurts (gem. Nijmegen) en Camille van der Harten (GeoBusinessNL) het vlakkevloer podium. In de zaal pakweg 80 mannen en een handjevol vrouwen. Veel afgevaardigden van gemeenten en provincies (soms zelfs met een trojka), van diverse departementen. Verder in "vak O" een groep ZZP-ende Geo-ICT ontwikkelaars waarvan een flink deel zich in de Open Geo Groep verzameld heeft.
Terwijl bij sommige geo-seminars, studiedagen en congressen het bij eenrichtingsverkeer blijft was dit met deze zaalvulling absoluut niet het geval. De samenstelling van het publiek, de prettig lichte ruimte en een aansporing van Wilma Willems waren voldoende om echte discussie aan de gang te krijgen. De organisatie had dit goed ingeschat door het tweede deel al voor vragen, opmerkingen discussie te reserveren, maar zolang konden de aanwezigen niet wachten!
Die vragen hadden 2 hoofdlijnen. Ten eerste het opbouwen van een community om de doorontwikkeling van Geozet mogelijk te maken. BZK stelt het als open source beschikbaar, en daarmee zit hun taak er op (vind BZK zelf). Het programma NOIV stopt per eind dit jaar, en kon slechts zeer beperkte lessons learned uit andere Open Source projecten meegeven. Meer dan een opsomming van projecten (waaronder Flamingo) waaruit GeoZet lessons zou kunnen learnen kwam Wilma Willems niet. Jammer.
Want hoe doe je dat eigenlijk, een Open Source product onderhouden? Wie geeft daar leiding aan? Hoe groot moet een community zijn om succesvol te zijn? Hoe los of vast moet dat zijn georganiseerd? GeoNovum onderkende bij monde van Master of Ceremonies Theo Overduin de behoefte en kondigde spontaan een vervolgsessie aan om communityvorming rond GeoZet verder uit te werken. Toevallig zijn de Flamingofans daar ook net mee bezig. Zou het niet leuk zijn die 2 communityvormingssessies te combineren?
De tweede discussielijn was die over het voldoen aan webrichtlijnen. Geozet is ontworpen met de webrichtlijnen als leidraad. Die richtlijnen - met als ultieme beloning voor uw website een groen mannetje met 3 sterren - staan af en toe op gespannen voet met het feit dat je iets in een kaart wilt afbeelden. Voor puntobjecten is dat het eenvoudigst, lijnen en vlakken is een ander verhaal. Maar Geozet doet in zijn huidige vorm alleen in punten. 't Is een begin. En, zo werd alom beaamd, de jongens en meisjes van de webrichtlijnen en de geofamilie zouden op dit gebied nog een hoop van elkaar kunnen leren. Gaandeweg de middag kwam er daarbij een vrolijke aap uit de mouw van Kees Keuzekamp: hij bleek ook opdrachtgever voor de webrichtlijnen te zijn geweest. Na die coming out kwam ook GeoZet projectleider Paul Francissen uit de kast: hij was vóór GeoZet ook betrokken bij de ontwikkeling van de webrichtlijnen!
Ook dit onderwerp staat op de agenda voor de spontaan ingelaste vervolgsessie. Leuk thema voor een gezamenlijke middag vanuit de geo- en de content management sector. En voer voor discussie voor de afdelingen die daar bij "mijn" gemeente (Den Haag) over gaan!
Het mooie in de discussies was dat er ondanks het hoge geo-incrowd / ons-kent-ons gehalte er geen blad voor de mond werd genomen, en dat er échte discussie ontstond. Met Open Minds! Dat alles uit de losse pols geleid door Theo Overduin, die vragen en opmerkingen soepel naar de meest logische beantwoorder doorstuurde, maar ook aan anderen ruimte gaf om dat antwoord te corrigeren of aan te vullen. Omdat vrijwel alle vragen op bovengenoemde twee hoofdpunten betrekking hadden bleef er ook lijn en vaart in de discussie zitten. Vaker doen zo!
O ja, GeoZet is wél te vinden op http://geodata.nationaalgeoregister.nl/apps/geozetviewer/.
En ondertussen heeft "vak O" de GeoZet source op Github ontwikkelruimte gegeven.
Labels:
bzk,
geo-ICT,
geozet,
kartografie,
pdok,
webrichtlijnen
woensdag 6 juli 2011
Op de geomarkt is je euro open data waard
Het prettige van het bij een Open Data initiatief betrokken zijn is dat je weer met een frisse blik naar geotoepassingen kijkt. Niet gehinderd door basisregistraties, of overbekende softwareoplossingen, maar weer dichter bij de "functionele behoefte", en bij creatieve initiatieven.
Zo kwam ik zoekend naar een werkend GeoZet voorbeeld (geen onbekende in mijn blogs) terecht bij de al 3 jaar bestaande oplossing voor hetzelfde probleem.
Dat probleem is het weergeven van overheidsbekendmakingen, zoals verleende vergunningen voor festivals of boomkap. handig, want dan hoef je niet wekelijks die complete pagina uit het plaatselijke huis-aan-huis blad door te nemen.
Die oplossing is vergunnningenkaart. Dat werkt, en het werkt intuïtief.
Er valt natuurlijk nog een hoop op af te dingen: de bron voor Vergunningenkaart zijn de bekendmakingen die van www.overheid.nl worden "gescraped" en vervolgens gegeocodeerd. Lang niet alle gemeenten leveren aan aan www.overheid.nl, en degenen die dat wel doen stoppen soms een lange lijst van bekendmakingen in één record. Maar daar zal GeoZet net zo goed last van hebben/krijgen.
En ook op technisch gebied kan Vergunningenkaart vast nog beter: op mijn netbook met IE9 zag ik geen kaartbeeld, en op mijn Android smartphone navigeerde het erg onhandig. Ik heb nog niet gechecked of het aan de webrichtlijnen voldoet, waar GeoZet juist uitdrukkelijk aan moet voldoen.
Geozet en Vergunningenkaart putten uit dezelfde bron en hebben dezelfde functionaliteit. Een andere categorie is het toevoegen van functionaliteit aan een bestaande overheidsvoorziening. Voor ruimtelijke planen voegt Grontmij's www.nieuweplannen.nl een attenderingsfunctie toe aan RO-Online. Dat scheelt u als gebruiker het iedere dag zelf moeten checken of er een nieuw (ontwerp) bestemmingsplan of structuurvisie in uw buurt is gepubliceerd.
Ook leuk: een overheidsite en een particulier initiatief die qua thema dicht bij elkaar zitten maar dat anders uitwerken. Leefbaarometer, vroeger van het ministerie van VROM, nu van BZK en de Buurtvergelijker, ontwikkeld tijdens "Apps for Eindhoven" gaan allebei over leefbaarheid. Achter de Leefbaarometer zit een uitgebreide statistische analyse, de Buurtvergelijker is wat populistischer qua inhoud.
Technisch allebei op basis van Adobe Flash, de Buurtvergelijker haalt ruimschoots meer uit de mogelijkheden daarvan. Fraai!
En dan de omgekeerde weg, van bewoner, bedrijf, bezoeker náár de overheid. Op Verbeterdebuurt kunnen u en ik onze meldingen over losliggende stoeptegels, kapotte lantaarnpalen, maar ook creatieve ideeën over de openbare ruimte kwijt. Gerund door een stichting, met support van oner meer GoodYear en het Ministerie van BZK. Niet alleen een website, naast de iPhone App sinds vorige maand óók een echte Android App.
Ik was aangenaam verrast dat er maar liefst 300 (van de 418) gemeenten daadwerkelijk iets met de meldingen doen en dat er zeer veel meldingen worden gedaan door uw en mijn buren. Dat, in combinatie met het feit dat ook opgeloste meldingen worden aangegeven stimuleert om er zelf ook mee aan de slag te gaan.
5 jaar geleden was www.maximumsnelheden.nl een van de eerste overheids Web 2.0 geotoepassingen. U en ik kunnen daarop fouten in de registratie van toegestane maximumsnelheden op het Nederlandse wegennet corrigeren. Die site bestaat nog steeds, maar zegt dat de laatste kaartupdate van 2009 is. Het feit dat ik geen maximumsnelheid kan aanpassen naar 130 km/u geeft ook aan dat deze site betere tijden heeft gekend.
Subtiel verschil tussen verbeterdebuurt en maximumsnelheden is dat je bij de tweede een account moet aanmaken voor dat je een melding mag doen. waar zit het verschil tussen veiligheidsklep en wantrouwen?
Drie van de vier hierboven beschreven geo-toepassingen uit de private sector zijn ook aangehaald in het recente BZK onderzoek naar gebruik van geoviewers op overheidswebsites. In dat onderzoek lag de nadruk op de mogelijke negatieve effecten van het gebruik van Google Maps als "kaartmotor". Daarmee kwam de functionaliteit van die drie er wel erg bekaaid van af.
Maar bovenal roepen deze drie soorten toepassingen de vraag op of overheden zelf viewers of meldsystemen moet (laten) ontwikkelen, of dat "de markt" dit vanzelf wel doet. Moet de overheid slechts de data beschikbaar stellen? Of actief verleiden en "kaders stellen" (zoals de webrichtlijnen)?
Dit kabinet heeft innovatie door het bedrijfsleven hoog in het vaandel staan, dus in ieder geval: aan de slag!
Zo kwam ik zoekend naar een werkend GeoZet voorbeeld (geen onbekende in mijn blogs) terecht bij de al 3 jaar bestaande oplossing voor hetzelfde probleem.
Dat probleem is het weergeven van overheidsbekendmakingen, zoals verleende vergunningen voor festivals of boomkap. handig, want dan hoef je niet wekelijks die complete pagina uit het plaatselijke huis-aan-huis blad door te nemen.
Die oplossing is vergunnningenkaart. Dat werkt, en het werkt intuïtief.
Er valt natuurlijk nog een hoop op af te dingen: de bron voor Vergunningenkaart zijn de bekendmakingen die van www.overheid.nl worden "gescraped" en vervolgens gegeocodeerd. Lang niet alle gemeenten leveren aan aan www.overheid.nl, en degenen die dat wel doen stoppen soms een lange lijst van bekendmakingen in één record. Maar daar zal GeoZet net zo goed last van hebben/krijgen.
En ook op technisch gebied kan Vergunningenkaart vast nog beter: op mijn netbook met IE9 zag ik geen kaartbeeld, en op mijn Android smartphone navigeerde het erg onhandig. Ik heb nog niet gechecked of het aan de webrichtlijnen voldoet, waar GeoZet juist uitdrukkelijk aan moet voldoen.
Geozet en Vergunningenkaart putten uit dezelfde bron en hebben dezelfde functionaliteit. Een andere categorie is het toevoegen van functionaliteit aan een bestaande overheidsvoorziening. Voor ruimtelijke planen voegt Grontmij's www.nieuweplannen.nl een attenderingsfunctie toe aan RO-Online. Dat scheelt u als gebruiker het iedere dag zelf moeten checken of er een nieuw (ontwerp) bestemmingsplan of structuurvisie in uw buurt is gepubliceerd.
Ook leuk: een overheidsite en een particulier initiatief die qua thema dicht bij elkaar zitten maar dat anders uitwerken. Leefbaarometer, vroeger van het ministerie van VROM, nu van BZK en de Buurtvergelijker, ontwikkeld tijdens "Apps for Eindhoven" gaan allebei over leefbaarheid. Achter de Leefbaarometer zit een uitgebreide statistische analyse, de Buurtvergelijker is wat populistischer qua inhoud.
Technisch allebei op basis van Adobe Flash, de Buurtvergelijker haalt ruimschoots meer uit de mogelijkheden daarvan. Fraai!
En dan de omgekeerde weg, van bewoner, bedrijf, bezoeker náár de overheid. Op Verbeterdebuurt kunnen u en ik onze meldingen over losliggende stoeptegels, kapotte lantaarnpalen, maar ook creatieve ideeën over de openbare ruimte kwijt. Gerund door een stichting, met support van oner meer GoodYear en het Ministerie van BZK. Niet alleen een website, naast de iPhone App sinds vorige maand óók een echte Android App.
Ik was aangenaam verrast dat er maar liefst 300 (van de 418) gemeenten daadwerkelijk iets met de meldingen doen en dat er zeer veel meldingen worden gedaan door uw en mijn buren. Dat, in combinatie met het feit dat ook opgeloste meldingen worden aangegeven stimuleert om er zelf ook mee aan de slag te gaan.
5 jaar geleden was www.maximumsnelheden.nl een van de eerste overheids Web 2.0 geotoepassingen. U en ik kunnen daarop fouten in de registratie van toegestane maximumsnelheden op het Nederlandse wegennet corrigeren. Die site bestaat nog steeds, maar zegt dat de laatste kaartupdate van 2009 is. Het feit dat ik geen maximumsnelheid kan aanpassen naar 130 km/u geeft ook aan dat deze site betere tijden heeft gekend.
Subtiel verschil tussen verbeterdebuurt en maximumsnelheden is dat je bij de tweede een account moet aanmaken voor dat je een melding mag doen. waar zit het verschil tussen veiligheidsklep en wantrouwen?
Drie van de vier hierboven beschreven geo-toepassingen uit de private sector zijn ook aangehaald in het recente BZK onderzoek naar gebruik van geoviewers op overheidswebsites. In dat onderzoek lag de nadruk op de mogelijke negatieve effecten van het gebruik van Google Maps als "kaartmotor". Daarmee kwam de functionaliteit van die drie er wel erg bekaaid van af.
Maar bovenal roepen deze drie soorten toepassingen de vraag op of overheden zelf viewers of meldsystemen moet (laten) ontwikkelen, of dat "de markt" dit vanzelf wel doet. Moet de overheid slechts de data beschikbaar stellen? Of actief verleiden en "kaders stellen" (zoals de webrichtlijnen)?
Dit kabinet heeft innovatie door het bedrijfsleven hoog in het vaandel staan, dus in ieder geval: aan de slag!
donderdag 5 mei 2011
Google Maps is Evil; GeoZet is Good
"Ministerie waarschuwt voor gebruik Google Map", zo kopte Webwereld. Die kop had in ieder geval tot gevolg dat het artikel over een door het Groningse GEON in opdracht van het Ministerie van BZK uitgevoerd onderzoek goed gelezen werd. In het onderzoek wordt ingegaan op de hoe de afhankelijkheid van veel overheidssites van Google Maps tot stand is gekomen en wat de juridische en andere gevolgen van deze afhankelijkheid zijn.
"Het zou daarom het beste zijn als er een zogenaamde geo-viewer wordt ontwikkeld speciaal bedoeld voor overheden", schrijft Webwereld. Daar wordt een belangrijke toevoeging van GEON weggelaten, namelijk dat "Een dergelijke voorziening kan heel goed door private partijen worden geleverd. Wel onder regie en voorwaarden van de overheid." Aha, PDOK (Publieke Dienstverlening op de Kaart) hoeft dus niet zoals nu door het Kadaster te worden gebouwd en onderhouden, dat kan ook door een marktpartij. Een beetje het idee als met een concessie in het openbaar vervoer: via een aanbesteding kun je voor 3 jaar het beheer van PDOK voor je rekening nemen.
Daarnaast zijn de bijvangsten uit het onderzoek ook bijzonder interessant, het geeft een goed beeld van hoe gemeenten op geo-gebied tegen de rijksoverheid aankijken.
"De behoefte aan een aantal basis services om minimaal de basisregistraties op een gestandaardiseerde manier te kunnen ontsluiten via de eigen webviewer is breed aanwezig. Het gaat daarbij nadrukkelijk om (in eerste instantie) de ontsluiting. Dit wordt breed als overheidstaak gezien. De bereidheid hiervoor te betalen, is echter gering. Met name gemeenten vinden dit niet reëel gezien de grote investeringen die zij al hebben moeten doen in het opbouwen van basisregistraties zoals de BAG."
Met name de juridische problemen van het gebruik van Google Maps zijn wellicht te tackelen door gebruik te maken van GeoZet, de kaartviewer van en voor de overheid. GeoZet staat voor GEOgrafische Zoek- En Toondienst.
Maar ís GeoZet er nu wel of niet?
Weer even Webwereld aangehaald: "Een woordvoerster van het ministerie van Binnenlandse Zaken legt uit dat het onderzoek vooral gezien moet worden als een aanbeveling bij de ontwikkeling van GEOZET. Die moet binnen afzienbare tijd af zijn. "Naar verwachting is die voor de zomer af", aldus de zegsvrouw.
Maar tegelijkertijd lees ik op e-overheid voor burgers dat "GEOZET is ontwikkeld in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft aan het ICTU-programma e-Overheid voor Burgers de opdracht verstrekt voor het uitvoeren van de realisatiefase en het inrichten van het beheer. De applicatie is ingebruikgenomen en wordt beheerd door Geonovum binnen het project Publieke Dienstverlening op de Kaart".
Een genuanceerde opvatting is te lezen in de recente brochure van het programma PDOK. Daar staat: "GEOZET viewer. Voor het tonen van de webservice bekendmakingen, is binnen PDOK een viewer ontwikkeld. Bijzonder aan deze viewer is dat hij voldoet aan de webrichtlijnen. Samen met het Ministerie van BZK bekijkt het programma of deze viewer in 2011 vrijgegeven kan worden voor hergebruik";
Dat rijmt nog niet zo lekker met elkaar. Het knelpunt is namelijk dat de viewer zelf misschien wel klaar is, maar dat de vulling niet.
Da's enerzijds de vulling die het zoeken op straatnaam (of andere zoekterm) mogelijk moet maken. Daarvoor werd ACN gebruikt, maar dat is een door Kadaster commerciëel uitgebaat product, dus Kadaster wil de kassa laten rinkelen. In plaats daarvan zou de BAG daarom de bron moeten gaan worden. Inmiddels zijn alle gemeenten op de BAG aangesloten, daarmee hebben we alle woonplaatsen en straatnamen als potentiële zoekingangen. Maar misschien wil de gebruiker ook kunnen zoeken op "Rijksmuseum", "Veluwe" of "Wipkip in de Schilderswijk". dan zijn we weer bij de basisregistratie toponiemen (zie de leuke discussie daarover op LinkedIn)
Het andere deel betreft het tonen. Daarvoor wordt een kaartondergrond gebruikt. Dat zou natuurlijk de reeks top10nl, top50nl, top250nl moeten zijn, maar zolang deze basisregistraties nog niet compleet of beschikbaar zijn worden ze in combinatie met stukken OpenStreetmap gebruikt.
Misschien goed voor GeoZet om de onderdelen "Zoek" en "Toon" als apart product in de geomarkt te zetten, en -als dat nog niet het geval is- deze beide diensten op zelf gekozen geodataservices (ACN, BAG via PDOK, eigen BAG service van een gemeente) te laten werken.
Het gehele rapport is uiteraard te vinden op de site van de rijksoverheid.
"Het zou daarom het beste zijn als er een zogenaamde geo-viewer wordt ontwikkeld speciaal bedoeld voor overheden", schrijft Webwereld. Daar wordt een belangrijke toevoeging van GEON weggelaten, namelijk dat "Een dergelijke voorziening kan heel goed door private partijen worden geleverd. Wel onder regie en voorwaarden van de overheid." Aha, PDOK (Publieke Dienstverlening op de Kaart) hoeft dus niet zoals nu door het Kadaster te worden gebouwd en onderhouden, dat kan ook door een marktpartij. Een beetje het idee als met een concessie in het openbaar vervoer: via een aanbesteding kun je voor 3 jaar het beheer van PDOK voor je rekening nemen.
Daarnaast zijn de bijvangsten uit het onderzoek ook bijzonder interessant, het geeft een goed beeld van hoe gemeenten op geo-gebied tegen de rijksoverheid aankijken.
"De behoefte aan een aantal basis services om minimaal de basisregistraties op een gestandaardiseerde manier te kunnen ontsluiten via de eigen webviewer is breed aanwezig. Het gaat daarbij nadrukkelijk om (in eerste instantie) de ontsluiting. Dit wordt breed als overheidstaak gezien. De bereidheid hiervoor te betalen, is echter gering. Met name gemeenten vinden dit niet reëel gezien de grote investeringen die zij al hebben moeten doen in het opbouwen van basisregistraties zoals de BAG."
Met name de juridische problemen van het gebruik van Google Maps zijn wellicht te tackelen door gebruik te maken van GeoZet, de kaartviewer van en voor de overheid. GeoZet staat voor GEOgrafische Zoek- En Toondienst.
Maar ís GeoZet er nu wel of niet?
Weer even Webwereld aangehaald: "Een woordvoerster van het ministerie van Binnenlandse Zaken legt uit dat het onderzoek vooral gezien moet worden als een aanbeveling bij de ontwikkeling van GEOZET. Die moet binnen afzienbare tijd af zijn. "Naar verwachting is die voor de zomer af", aldus de zegsvrouw.
Maar tegelijkertijd lees ik op e-overheid voor burgers dat "GEOZET is ontwikkeld in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft aan het ICTU-programma e-Overheid voor Burgers de opdracht verstrekt voor het uitvoeren van de realisatiefase en het inrichten van het beheer. De applicatie is ingebruikgenomen en wordt beheerd door Geonovum binnen het project Publieke Dienstverlening op de Kaart".
Een genuanceerde opvatting is te lezen in de recente brochure van het programma PDOK. Daar staat: "GEOZET viewer. Voor het tonen van de webservice bekendmakingen, is binnen PDOK een viewer ontwikkeld. Bijzonder aan deze viewer is dat hij voldoet aan de webrichtlijnen. Samen met het Ministerie van BZK bekijkt het programma of deze viewer in 2011 vrijgegeven kan worden voor hergebruik";
Dat rijmt nog niet zo lekker met elkaar. Het knelpunt is namelijk dat de viewer zelf misschien wel klaar is, maar dat de vulling niet.
Da's enerzijds de vulling die het zoeken op straatnaam (of andere zoekterm) mogelijk moet maken. Daarvoor werd ACN gebruikt, maar dat is een door Kadaster commerciëel uitgebaat product, dus Kadaster wil de kassa laten rinkelen. In plaats daarvan zou de BAG daarom de bron moeten gaan worden. Inmiddels zijn alle gemeenten op de BAG aangesloten, daarmee hebben we alle woonplaatsen en straatnamen als potentiële zoekingangen. Maar misschien wil de gebruiker ook kunnen zoeken op "Rijksmuseum", "Veluwe" of "Wipkip in de Schilderswijk". dan zijn we weer bij de basisregistratie toponiemen (zie de leuke discussie daarover op LinkedIn)
Het andere deel betreft het tonen. Daarvoor wordt een kaartondergrond gebruikt. Dat zou natuurlijk de reeks top10nl, top50nl, top250nl moeten zijn, maar zolang deze basisregistraties nog niet compleet of beschikbaar zijn worden ze in combinatie met stukken OpenStreetmap gebruikt.
Misschien goed voor GeoZet om de onderdelen "Zoek" en "Toon" als apart product in de geomarkt te zetten, en -als dat nog niet het geval is- deze beide diensten op zelf gekozen geodataservices (ACN, BAG via PDOK, eigen BAG service van een gemeente) te laten werken.
Het gehele rapport is uiteraard te vinden op de site van de rijksoverheid.
Labels:
arcgis server,
bzk,
geonovum,
geozet,
google maps,
pdok,
viewer,
webkartografie
zondag 20 juni 2010
PDOK; Pays d'Oc of Pay&Dok?
Met het vanuit het programma "vernieuwing rijksdiensten" gesponsorde programma PDOK ("Publieke dienstverlening op de Kaart") slaan een aantal rijkspartijen (Kadaster, LNV, Rijkswaterstaat, VROM, TNO) onder leiding van GeoNovum de geo-handen ineen.
Binnen VROM verleen ik momenteel hand- en spandiensten om te kijken waar en hoe we de primaire VROM-processen (van beleidmaken bij WWI, Milieu en Ruimte tot handhaving bij VI) op PDOK kunnen aansluiten.
Een goede zaak, maar die naam, hé: PDOK. Publieke Dienstverlening op de Kaart.
Ooit begonnen als werknaam, maar ik vind 'm in de huidige communicatie in de weg zitten. Om wélke publieke dienstverlening het dan gaat is altijd lastig uit te leggen. Natuurlijk is een goede geo-informatievoorziening voor de PDOK partners uiteindelijk een voorziening voor de publieke zaak, maar publieke dienstverlening suggereert teveel een direct op burgers gerichte dienst.
En dan taalkunding. Is het een afkorting? Dan uit te spreken als Pé-Dé-O-Ká. Of een soort van acroniem? Dan klinkt het als Pays D'Oc. Of voor degenen die deze fijne wijnassociatie niet willen zien: Pay-Dok. Maar dat laatste klinkt mij dan weer als dubbel betalen in de oren. (De Amsterdamse Zuidas leert dat het "dokmodel" een wat ongelukkige term is: in plaats van het technische ontwerp werd de term dokmodel al snel geassocieerd met het type financiering).
Daarom staat wat mij betreft nog steeds de brievenbus open voor suggesties. Een totaal andere, wervende naam is één optie, een beter dekkende vertaling van de afkorting PDOK een andere. Maar dat laatste is -denk ik- heel lastig omdat je termen als "geo", "informatie" en "voorziening" zo moeilijk in de letters PDOK kwijt kunt.
Het zou helemaal mooi zijn als deel- en gerelateerde projecten als NGR (Nationaal Georegister) en Geozet (Geografische Zoek- en Toondienst, ook een werktitel) samen met PDOK als één familie herkenbaar zijn. Zoiets als iPod, iPhone en iPad.
Mijn suggestie is dan ook het hernoemen van deze familie van programma's en projecten met "nlgeo" als prefix": nlgeoRegister, nlgeoZeT, nlgeoDienst. Dat sluit ook mooi aan bij het NL Geo boek dat najaar 2009 als onderdeel van de RGI-erfenis gepresenteerd werd.
Tot mijn vreugde blijkt de domeinnaam nlgeo.nl al bezet te zijn: door GeoNovum!
Binnen VROM verleen ik momenteel hand- en spandiensten om te kijken waar en hoe we de primaire VROM-processen (van beleidmaken bij WWI, Milieu en Ruimte tot handhaving bij VI) op PDOK kunnen aansluiten.
Een goede zaak, maar die naam, hé: PDOK. Publieke Dienstverlening op de Kaart.
Ooit begonnen als werknaam, maar ik vind 'm in de huidige communicatie in de weg zitten. Om wélke publieke dienstverlening het dan gaat is altijd lastig uit te leggen. Natuurlijk is een goede geo-informatievoorziening voor de PDOK partners uiteindelijk een voorziening voor de publieke zaak, maar publieke dienstverlening suggereert teveel een direct op burgers gerichte dienst.
En dan taalkunding. Is het een afkorting? Dan uit te spreken als Pé-Dé-O-Ká. Of een soort van acroniem? Dan klinkt het als Pays D'Oc. Of voor degenen die deze fijne wijnassociatie niet willen zien: Pay-Dok. Maar dat laatste klinkt mij dan weer als dubbel betalen in de oren. (De Amsterdamse Zuidas leert dat het "dokmodel" een wat ongelukkige term is: in plaats van het technische ontwerp werd de term dokmodel al snel geassocieerd met het type financiering).
Daarom staat wat mij betreft nog steeds de brievenbus open voor suggesties. Een totaal andere, wervende naam is één optie, een beter dekkende vertaling van de afkorting PDOK een andere. Maar dat laatste is -denk ik- heel lastig omdat je termen als "geo", "informatie" en "voorziening" zo moeilijk in de letters PDOK kwijt kunt.
Het zou helemaal mooi zijn als deel- en gerelateerde projecten als NGR (Nationaal Georegister) en Geozet (Geografische Zoek- en Toondienst, ook een werktitel) samen met PDOK als één familie herkenbaar zijn. Zoiets als iPod, iPhone en iPad.
Mijn suggestie is dan ook het hernoemen van deze familie van programma's en projecten met "nlgeo" als prefix": nlgeoRegister, nlgeoZeT, nlgeoDienst. Dat sluit ook mooi aan bij het NL Geo boek dat najaar 2009 als onderdeel van de RGI-erfenis gepresenteerd werd.
Tot mijn vreugde blijkt de domeinnaam nlgeo.nl al bezet te zijn: door GeoNovum!
Abonneren op:
Posts (Atom)