Posts tonen met het label kadaster. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kadaster. Alle posts tonen

vrijdag 14 november 2025

Temporele datakwaliteit: een Topotijdreis langs Amsterdamse stadions

10 jaar Topotijdreis! Dat is allereerst een felicitatie aan het Kadaster die samen met Esri Nederland het aloude op een regenachtige zondagmiddag met een beker warme chocolademelk en de poes op schoot door een atlas bladeren nieuw digitaal leven inbliezen door de topografische kaartcollectie via een eenvoudige en daardoor doeltreffende online viewer beschikbaar te maken.
Ook bij die digitale variant is de warme chocolademelk een fijn gezelschap. En de poes wandelt gezellig mee over het toetsenbord.

Als datakwaliteitscriticus kijk ik wel scherp naar de temporele kwaliteit van het aangeboden topografische snoepgoed. Tot begin van deze eeuw was de updatefrequentie van de topografische kaarten laag (minimaal 5 jaar, soms 10 jaar) waardoor we bij het Ministerie van VROM ons af en toe genoodzaakt zagen de ontbrekende snelweg of stadsuitbreiding zelf met de hand aan het kaartbeeld toe te voegen, om onze Minister en zijn/haar kompanen in het Kabinet een actueel beeld van Nederland voor te schotelen. 

Nu gaat het bij TopoTijdreis per definitie niet perse om een actueel beeld (het gaat immers om historische data), maar wel om een temporeel correct beeld, en als het kan ook een beetje consistent. 
Dat betekent drie dingen. Ten eerste dat het getoonde kaartbeeld moet kloppen met het in de viewer gekozen jaartal, ten tweede dat bij in en uitzoomen het kaartbeeld een weergave is van het geselecteerde jaar en ten derde dat het kaartbeeld ook waar 2 of 4 gedigitaliseerde kaartbladen aan elkaar raken een samenhangend beeld opleveren.

Dat is niet eenvoudig, want de oudere kaartbladen (zeker die uit de eerste helft van de 20e eeuw) kenden een nog veel lagere updatefrequentie, soms zelf maar om de 20 jaar (en de Tweede Wereldoorlog gooide dan ook nog eens roet in het "update-eten") en tussen inwinning/verkenning en jaar van uitgifte van een kaartblad kon ook een paar jaar zitten. In Topotijdreis kies je met de jaarschuifbalk dan ook eigenlijk dat jaar van uitgifte, en niet het jaar van inwinning. 

Dat die temporele marge groot is kun je mooi zien aan de hand van de bouw van grote voetbalstadions. Daarvan is bouw en opleverjaar vaak wel bekend. De bouw van het Olympische Stadion in Amsterdam-Zuid van architect Jan Wils is gestart in mei 1927, en een krap jaar later is het opgeleverd, 17 dagen voor de start van de Spelen. Er stond voor die tijd al een stadion aan de overkant van de Amstelveense weg. "Het Stadion", want er was in heel Nederland maar één stadion. Bouw gestart in 1913, opgeleverd in 1914, en slechts 15 jaar later, in 1929 (na tijdens de Spelen als hulpstadion te hebben gediend) alweer afgebroken.

Hoe ziet dat er op Topotijdreis uit?
In 1914 was er nog geen stadion te zien:















Pas in 1929 (een jaar ná de Spelen) komt er een stadion tevoorschijn.
Maat wacht eens, dat is het "oude" Stadion, dat in 1929 juist werd afgebroken!














Pas in 1952 komt het Olympisch Stadion op de kaart. Zo te zien mét de in 1937 aangebrachte en in 1998 weer verwijderde tweede ring:














Het beeld van 1951 is heel divers: met nog wel het in 1929 afgebroken "Oude Stadion". We zien echter rechts een veel actueler beeld met oa. het Beatrixpark van 1938. Dat het linkeronderkwadrant anders oogt lijkt een visueel dingetje; het wat fletse, onscherpe kaartbeeld lijkt inhoudelijk in ieder geval hetzelfde als het wel scherpe beeld van de voorafgaande jaren.














Met die eerder genoemde tweede ring is ook wat vreemds aan de hand.
In 1999 lijkt deze verwijderd (gezien de dunnere stadionovaal):

maar 2 jaar later is die tweede ring weer terug!














Pas vanaf 2008 is die ring definitief weg.


En de Rotterdamse Kuip dan? Heel saai: die verschijnt in 1938 (twee jaar na de oplevering) al op de kaart, en blijft dat ook. Vooralsnog tot in de eeuwigheid, want over die nieuwe Kuip wordt al 20 jaar gesproken, maar er wordt nog niets gebouwd ...


Moraal van dit verhaal: Topotijdreis is en blijft een heerlijk digitaal bladerboek, maar denk even goed na voordat je harde conclusies verbindt aan de getoonde jaartallen. 

En mocht je meer willen weten over niet alleen temporele maar allerlei aspecten van (geo-)datakwaliteit dan kan ik een blik op het datakwaliteitsraamwerk van Rijkswaterstaat aanraden. Zeer compleet, en toch makkelijk behapbaar.

zaterdag 12 november 2016

Geodiscussies op Linkedin: roepen in de woestijn?

Zo nu en dan haal ik de stofkam door de LinkedIn groepen waar ik lid van ben. Gebeurt er nog iets, is de groep nog relevant om te volgen? Zo niet, dan gaat-ie in de LinkedIn afvalbak. Toedeledokie!
Zo'n opruimactie geeft ook een aardig beeld van waar er überhaupt nog discussie plaats vindt.

In de tijd dat LinkedIn druk aan de weg aan het timmeren was jou en mij te verleiden tot het aanmaken van een LinkedIn account waren de discussie een mooi middel om klanten mee te verleiden. Het traditionele UseNet had als discussiepodium zijn beste tijd wel gehad, en daar kon de overname van het UseNet archief door Google Groups niet heel veel aan veranderen.
De afgelopen jaren heeft LinkedIn de discussies in de groepen steeds meer afgewaardeerd. De opties om je tijdlijn gewoon op datum te sorteren verdween (waardoor sommige posts niet of nauwelijks meer waren terug te vinden), en er werden maatregelen genomen ("SWAM") waardoor het aanhouden van een post in één groep er toe leidt dat een post van jou in andere groepen ook in de wacht wordt gezet. Een artikel van JB Gershbein in de Huffington Post beschrijft hoe LinkedIn groepen leeg zijn komen te staan. Alsof het panden in een winkelstraat in een middelgrote stad betreft.

Tijd voor een rondje langs wat Nederlandse geo-Linkedgroepen. Dat rondje was overigens een blik "door de oogharen", aangezien LinkedIn de API waarmee je groepsgrootte en -activiteit simpel en doeltreffend als "big data" kon verzamelen vorig jaar de nek heeft omgedraaid.
Wat opvalt is dat de LinkedIn groepen meer als een mededelingenbord fungeren, en veel minder als een discussietafel. In de grootste Nederlandse geo-groep Geo-Informatie Nederland (GIN) (ruim 3000 leden) is in het afgelopen jaar de verhouding tussen bericht en reacties ongeveer 1:1. Als je bedenkt dat er bij die reacties nogal wat opvolgende mededelingen van de oorspronkelijke post-er zitten (1e bericht: "wij zoeken een schaap met 5 poten", zelfde persoon 1 week later: "we zijn inmiddels voorzien") dan duidt dat niet op levendige discussies.
Wel kan bijna ieder bericht op een handjevol "likes" rekenen. We vinden elkaar in het geowereldje gelukkig nog steeds aardig.

Over naar de wat meer specialistische groepen op gebied van geo-basisregistraties.
In  de groep Basis Registratie Topografie (BRT) (bijna 700 leden) vliegen de voor- en tegenargumenten in gloedvolle discussies je weliswaar niet om de oren, maar vind er in ieder geval geregeld informatieuitwisseling plaats, waarbij opvalt dat adviseurs en productmanagers van het Kadaster zich er actief roeren.
Ook de groep BGT Basisregistratie Grootschalige Topografie is springlevend. Aldaar een vrolijke mix van trotse bronhouders die hun lokale BGT op de landelijke voorziening hebben aangesloten en al even trotse externe projectleiders. Maar ook technisch-inhoudelijke vragen van zowel BGT-bronhouder als gebruikers als passeren hier de revue. De drukte hier is des te opvallend omdat de BGT ook op Pleio een actief gebruikt podium heeft.
De groep BAG Afnemers heeft weer wat meer de kenmerken van een -overigens geregeld door MinIenM en Kadaster gebruikt- eenrichtingsverkeer mededelingenbord.

ArcGIS in Nederland dan. Het bovenaan uitgelichte gesprek is van 4 jaar geleden. Dat doet vermoeden dat de eigenaar van deze groep met 1700 leden met een lange sabbatical bezig is. Er blijken bij nader inzien wel wat recentere berichten in de groep te lezen, maar daarvan heeft het merendeel niet specifiek betrekking op ArcGIS. Ruim 300 ArcGIS gebruikers zelf hebben hun AGGN LinkedIn groep. Daar constateert een bestuurslid een maand geleden dat het er wel heel stil is geworden.

Ook in open source land slijten de toetsenborden niet hard van de vurige discussies. De groep Flamingo Geo CMS beperkt tot spaarzame aankondigingen van binnen- en buitenlandse open source geo-evenementen.

In het meer visueel ingestelde deel van de geosector blijken de 300 Nederlandse kartografen / Dutch cartographers de LinkedIn server ook niet bepaald plat te leggen. 10 maanden geleden is daar de berichtenstroom opgedroogd. Op het randje van het geodomein vinden we Datavisualisatie Nederland. Daar is het weliswaar iets drukker, maar ook de 400 leden daarvan kunnen met een gerust hart 3 weken op vakantie gaan zonder een mededeling te missen.
Nog eentje aan de randen van geoland: op Open data Nederland komen bijna wekelijks berichten voorbij. Dat blijken voor het overgrote deel aankondigingen van evenementen te zijn. Op zich prima, maar ook hier vind ik het opvallend dat discussie (laat staan polemiek) ver te zoeken is.

Is Twitter dan de social media place to be? Mwha. Met gemiddeld over het jaar 1 #geonl bericht per dag is de status van trending topic ver weg.

Dat brengt me bij mijn voorlopige conclusie dat "wij van de geo" elkaar veel meer in het echt tegenkomen dan dat we elkaar via social media connected zijn.
Of ik zie natuurlijk een aantal kanalen over het hoofd en blijkt de hele Nederlandse geosector nog op Hyves te zitten, of juist via het Dark Web met elkaar te communiceren.

En natuurlijk zie we elkaar op 22 november op de GeoBuzz in 's-Hertogenbosch. Zullen we afspreken in of bij de OSGeo.nl-zaal? Dexter 11, na de ingang de eerste zaal aan de linkerhand.

dinsdag 3 maart 2015

De ene kom is de andere niet: 6 smaken bebouwde kom

Verwarring in geoland! Sinds de februari -release van 2015 levert Kadaster in de top10nl bij de "geografische gebieden" drie gradaties: "buurtschap", "huizengroep" en "plaats, bewoond oord".
Van die eerste soort geniet Bartlehiem landelijke bekendheid. Bij de "huizengroep" springen "De Lucht-West" en "De Lucht-Oost" (welbekend voor wie wel eens op de A2 van Utrecht naar 's-Hertogenbosch rijdt) in het oog. En de derde groep is natuurlijk de hoofdmoot. Al lijken daar op dit moment Amsterdam-Noord en -Zuidoost, en de Haagse Vinexwijken "Leidschenveen" en "Ypenburg" nog te ontbreken. Het vermoeden rijst dat we hier  met een multi-polygon probleempje van doen hebben.
De verwarring zit 'm in de status van deze geografische gebieden. Het lijken aanduidingen voor bebouwde kommen, zoals we die allemaal kennen van de blauwe (verkeers-)borden bij het binnenrijden van een plaats. Maar dan zijn die buurtschappen en huizengroepen weer wat teveel van het goede. Alhoewel, er zijn ook plaatsnaamaanduidingen met blauwe of zwarte letters op een witte achtergrond (in vaktaal: pseudeo-komborden). Als u Bartlehiem binnenrijdt komt u zo'n bord tegen.

De verwarring wordt nog wat groter omdat er diverse definities van bebouwde kommen blijken te zijn. Naast de hierboven aangehaalde versie (1) die op grond van de Wegenverkeerswet door de gemeenteraad moet worden vastgesteld is er ook een bebouwde kom (2) die op grond van de Wegenwet door Gedeputeerde Staten wordt vastgesteld. Hiermee wordt bepaald welke wegen in een gemeentelijke wegenlegger moeten worden geregistreerd. Van de provincie Utrecht heb ik daarvan een fijne webservice kunnen vinden.
We gaan nog even door, want er bestaat ook een bebouwde kom in de Boswet. Die wet gaat over kappen en herplanten van bomen buiten de bebouwde kom. Steeds meer gemeenten gaan er toe over om in dit Boswet-perspectief de grens van de bebouwde kom gelijk te stellen aan de gemeentegrens. We zijn er nog niet, want ook in de context van de WABO (o.a. vergunningsverlening) en in de zin van de APV (o.a. hond wel of niet aan de lijn) speelt de grens van de bebouwde kom een juridische rol. Het is aan de gemeente om te bepalen of er voor ieder van bovengenoemde doelen een aparte bebouwde kom wordt vastgesteld, of dat er met 1 of 2 bebouwde komgrenzen wordt volstaan.

Verder is het goed om nog even te wijzen op het CBS bestand Bevolkingskernen  in Nederland. De definitie voor deze dataset sluit aan bij een definitie die de Verenigde Naties hanteren. Het gaat hierbij een een aaneengesloten gebied, met een herkenbaar stratenpatroon, overwegend door mensen bewoond. Hierbij kan één kern zich overigens over gemeentegrenzen uitstrekken. Zo omvat "Groot-Dordrecht" de bewoonde delen van Dordrecht, Zwijndrecht, hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Waarom het Amsterdamse havengebied wél, en de Europoort en Maasvlakte niet tot een bevolkingskern worden gerekend is me overigens nog niet duidelijk. Deze dataset is ook als webservice beschikbaar.

En om het verhaal compleet te maken haal ik er dan ook nog een beleidsmatige begrenzing bij. In de hoogtijdagen van de Rijks-ruimtelijke ordening (de Vijfe Nota) wees Minister Jan Pronk "met de dikke duim" rode contouren aan als grens voor verdere verstedelijking. Met de Nota Ruimte zijn die contouren in 2000 vervangen door de op een GIS-analyse gebaseerde "Begrenzing Bebouwd Gebied"  (BBG). Dit bestand heeft diverse reorganisaties op dat departement glansrijk doorstaan en is te vinden op de website van de Rijksoverheid. De bijgaande zeer gedegen beschrijving geeft niet alleen inzicht in de achterliggende rekenregels, maar is ook een tijdsdocument voor zowel de status van Rijksbemoeienis met ruimtelijke ordening als voor de geo-ict rond de eeuwwisseling. Coverages! AML! Those were the days my friend!

Al met al genoeg voer voor verwarring. Als de geo-professionals door de bomen het bos al niet meer zien, hoe moet een "buitenstaander" er dan iets van kunnen snappen? Hier merk je dat een georegister meer zou moeten zijn dan een aanbodgestuurde opsomming van datasets, maar juist een context (=vraag) gestuurde benadeing zou moeten hebben. Op zijn minst door kruisverwijzing tussen deze datasets. Daarvoor is registratie van de genoemde datasets in het Nationaal Georegister natuurlijk het absolute minimum.

 Voor deze blogpost heb ik dankbaar gebruik gemaakt van een artikel op de site van Dirkzwager Overheid&Vastgoed

woensdag 29 oktober 2014

Voorbij de Omgevingswet: de kruispunten van de Laan van de Leefomgeving

Toen ik nog in de schoolbanken van de Tilburgse Stappegoorweg en de Utrechte Vondellaan zat was in de colleges planologie en ruimtelijke ordening onderstaande schema zo ongeveer les één:
 
Dit schema gaf aan wat de rol en positie van ruimtelijke ordening is: het behandelt één facet van diverse sectoren (verkeer en vervoer, defensie, landbouw, natuur). Net zoals als die sectoren ook onder meer een economisch en een juridisch facet kennen. Daarmee werd ruimtelijke ordening als integrator tussen diverse sectoren neergezet. De sectoren zijn daarbij leidend. Dat GIS als integrator vanouds in de ruimtelijke ordening wordt gebruikt is niet zo vreemd, het ruimtelijk domein is de logische plek om de kracht van geo-informatie als verbindend element tot zijn recht te laten komen.

Inmiddels is in alle sectoren ook voor de eigen primaire processen het gebruik van ruimtelijke informatiesystemen vanzelfsprekend. De verkeer en vervoer sector doet aan ongevallenregistratie, dynamisch verkersmanagement en wegonderhoud, in de watersector gebruiken de waterschappen geo-informatie ten behoeve van dijkbeheer, de drinkwaterbedrijven hebben allemaal een leidinginformatiesysteem, de milieusector kent zijn meetnetten en modellen voor luchtkwaliteit en ga zo maar door. Het zal zo'n beetje de eeuwwisseling zijn geweest dat het zwaartepunt van de GIS toepassingen verschoven van de integrerende, facet-geörienteerde toepassingen naar de sectorale geo-informatiesystemen.

Momenteel wordt er aan gewerkt de sectorale versnippering tegen te gaan door diverse sectorale wetten (zoals de Tracéwet en de Wet geluidhinder) samen te voegen in de nieuwe Omgevingswet. Een zegen voor de geo-informatie, want daarmee krijgt de aloude droom van geo als superglue waarmee de ruimtelijke facetten van de diverse sectoren aan elkaar worden verbonden spontaan een wettelijke basis. Onder de titel : "Laan van de Leefomgeving" werkt het programma GOAL aan een samenhangend stelsel van informatiehuizen. Zojuist is de programmadefinitie hiervoor verschenen.. Dat is absoluut een leesuurtje waard. Het doel van GOAL is om bestaande informatiesystemen te verbinden. Interessant, want dat betekent dat GOAL een sectoroverstijgende, integrale geo-informatie-architectuur moet opstellen. Daarvoor is afgelopen zomer een architectuurdocument opgesteld (vooruit, nog 20 extra minuten leespauze).

Als medewerker van een drinkwaterbedrijf valt het me op dat uit het rijtje informatiehuizen het informatiehuis water zich zo te zien alleen met het droge voeten bezig houdt. Je hoeft maar een slinger aan de kraan te geven om je te realiseren dat er ook water is dat niet bedreigend is. Dat heeft er ongetwijfeld mee te maken dat voor de Laan van de Leefomgeving het perspectief van de Omgevingswet leidend is. Maar ook voor allerlei processen in de diverse sectoren van de Laan van de Leefomgeving een rol vervullen in de informatievoorziening. In iedere sector is er vroeg of laat informatie nodig uit andere sectoren, ook buiten het kader van de Omgevingswet. Zo wordt met het programma KlicWin niet alleen beoogd te komen tot een betere WION-procesondersteuningen en te voldoen aan de Inspire-vereisten maar ook om "de KLICinformatiehuishouding van ondergrondse netten meer te verbinden met aanpalende thema’s en ontwikkelingen in de ruimtelijke informatievoorziening". Strikt genomen is dat geen Laan van de Leefomgeving, maar het is wel een "geo-informatiestraat" die aan de Laan grenst.

Het is uitermate interessant om vanuit de Laan van de Leefomgeving in de richting van alle sectoren te verkennen waar de eigen "sectorale informatiestraten" de Laan van de Leefomgeving kruisen. Het zou zonde zijn als we die kruispunten niet herkennen, waardoor het ongelijkvloerse kruisingen blijven.
Die kruispunten hebben immer de potentie om uit te groeien tot informatiepleinen waar de kracht van geo-informatie volop zichtbaar wordt!

zondag 13 juli 2014

Melden is goed, repareren is beter! De 6e en 7e ster van Tim Berners-Lee

Een terugmelding doen op de BAG is van een andere orde dan zélf een onvolkomenheid in OpenStreetMap rechtbreien. Bij de makers van MapInfo, GeoMedia of ArcGIS melden dat er een weeffoutje zit in hun software is iets anders dan zélf zo'n weeffoutje in QGis herstellen. Melden is goed, repareren is beter!



Het leuke is dat dit principe in de maatschappij langzaamaan gemeengoed wordt. Langzaamaan, want we zitten op veel plaatsen pas in de stand van het melden van "bugs": de klassieke kapotte lantaarnpaal, de exemplarische scheefliggende stoeptegel. Met dank aan verbeterdebuurt.nl en andere MOR-apps (vakjargon voor Meldingen Openbare Ruimte) sporen gemeenten hun burgers aan hun klagen over die onvolkomenheden van de dagelijkse leefomgeving te melden aan het (digitale) gemeentelijk loket.
De échte participatiemaatschappij begint echter pas bij door buurtbewoners adopteren van de plaatselijke afvalcontainer of het in de straat gelegen plantsoen. Dat laatste levert op diverse plaatsen in Nederland niet alleen tuiniervreugde maar ook prachtige stukken openbaar groen op, tegen een prijs waarvoor de gemeentelijke groendienst niet verder komt dan het één keer per maand met de grasmaaier over een armetierig stoppelveldje rijden.

Zo beschouwd is niet open data het data-equivalent van open source software, maar crowdsourced data. Hoe ver wil je, of durf je als data-eigenaar te gaan met het ter verbetering open stellen van data? Is een terugmeldingsvoorziening (met daar achter een backoffice) de zesde ster in het model van Tim Berners-Lee? En dan is crowdsourced data de zevende!

Doe bijvoorbeeld eerst eens een terugmelding op de terugmelding BAG of BRT, en doe daarna een edit op OpenStreetMap. Die eerste geeft een gevoel van goed burgerschap, maar bij die tweede geeft het echt een kick om jouw eigen edit na enige uren (in de diverse tiled lagen) op www.openstreetmap.org terug te zien.

Goed om te zien dat Kadaster druk bezig is met het verder uitnutten van de terugmeldfaciliteit. De resultaten van de pilot zijn hier te zien, de komende maande wordt gekeken hoe de terugmeldfaciliteit voor 't echie vorm kan worden gegeven. Ben benieuwd of dat een zes- of zeven sterren variant wordt!

woensdag 17 oktober 2012

"Waar is de BAG, hier is de BAG!" : de BAG als ultieme geocache

Sinds de brede verspreiding van goedkope GPS ontvangers is geocaching een populair tijdverdrijf geworden: verstop een schat in een holle boom, gat in de grond of onder je deurmat, en geef wat aanwijzingen waarmee de schatzoekers op pad kunnen gaan. Die aanwijzingen kunnen de coördinaten van de vindplaats zijn, maar leuker en spannender is het als er tussendoor puzzels moeten worden opgelost, opdrachten worden vervuld en wat al niet meer.
Terzijde wat historisch besef: Kees van Kooten en Wim de Bie introduceerden het fenomeen in 1984 door een kistje met een duizendje (gulden!) bij de Pyramide van Austerlitz te begraven. Dat gaf 's nachts nogal wat reuring op de Utrechtse Heuvelrug, zoals het "Volksdagblad de Waarheid" de dag er na berichtte. Andere tijden!

Voor App bouwers die met open data aan de slag willen is een lijst met coördinaten van de Nederlandse adressen de ultieme heilige graal. Aangezien de rijksoverheid openheid en waardecreatie heel belangrijk vind is de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) als open data beschikbaar gesteld. Nou ja, je moest nog wel even 150 euro bij wijze van verstrekkingskosten bij het Kadaster achterlaten, en per maandelijkse update nog eens 10 euro betalen. Maar daar krijg je wel 8 miljoen adressen voor terug, dus per adres eigenlijk een schijntje.

Sinds medio juni kun je die 150 euro en dat maandelijkse tientje in de pocket houden door gebruik te maken van de gratis versie zoals aangeboden door de geomotor van Nederland: PDOK. Om het leuk en spannend te maken moet je ook hier wat raadsels oplossen.
Na je vingers blauw getypt te hebben aan de URL www.nationaalgeoregister.nl en vervolgens "adressen" als zoekterm te hebben ingevoerd verschijnt een lijstje van 18 hits. Eentje scoort een relevantie van 100%, de overige 17 0%. Dat zou je op het verkeerde been kunnen zetten, gewoon negeren is het beste. In de top 5 staan een "Inspire View Service PDOK voor (..) adressen (..)", "adressen", "adressen WMS", "Inspire adressen WFS", en op 5 de eerste commerciële aanbieder (BridGIS) met "adresservice".

Die "view service" en "WMS" (beide van de Rijksoverheid) blijken evenals de "adressen" van Kadaster services te zijn die alleen een plaatje opleveren, waarvan de URL die naar de webservice stuit op een "error 404 - not found". Vooruit, een aanwijzing: type "request=getcapabilites" achter die URL en je krijgt er wel allerlei inhoudelijke en technische informatie over.
Maar we willen echte data, dus die WFS lijkt wel wat. en inderdaad, na wat gepuzzle levert de URL http://geodata.nationaalgeoregister.nl/inspireadressen/wfs?request=getFeature&typename=inspireadressen&outputformat=JSON 4Mb aan download op. Helaas levert het PDOK motortje maximaal 15.000 objecten per request, dus om via deze weg heel Nederland bij elkaar te sparen moet je zo'n 1000 requests afvuren en daarbij bijvoorbeeld telkens een andere bounding box opgeven. Dat gaat 'm niet worden.

Nog even terug naar de NGR-hitlist dan maar, en verdomd, verstopt op nummer 7 staat daar een "Inspire Download Service van adressen (inspire adressen)". klikkerdeklik, dat leidt naar http://geodata.nationaalgeoregister.nl/inspireadressen/atom/inspireadressen.xml Kijk, nu wordt het wat: complete BAG-n van een 4 tal datums, met als meest recente 8 augustus. Downloaden maar, en ja hoor, en stroomt 1.3 Gb naar binnen. Die kwantiteit is een goed voorteken! Na unzippen blijkt er naast 7 ZIPfiles een leveringsdocument-BAG-extract.xml in te zitten. Als ik daar in puzzel zie ik onder meer dat het  draaimoment van deze dataset 8 augustus, half tien 's ochtends is.

(Wanneer de volgende zending komt is niet geheel duidelijk; er zat een regelmaat van 1x per maand in, na 8 augustus is de aanvoer stilgevallen. Als het goed is hoor ik binnenkort van het Kadaster meer over het leveringsplan)

Maar liefst 7 zipfiles heb ik nu. Eén met STA in de naam, een NUM, een PND een OPR een WPL, een LIG en een VBO. Dankzij Herko Coomans' onvolprezen "Hitchhikers Guide to the BAG" weet ik dat er nummers, panden, woonplaatsen, verblijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen in moeten zitten, dus dat puzzeltje valt ook wel op te lossen.

Nog wel wat lastig dat die 7 zips soms weer uit meer dan één XML met de echte inhoud bestaan, omdat er een maximale grootte van 20 Mb per bestand is gehanteerd, dus dat weer even aan elkaar metselen. Gelukkig is er voor die technische puzzels uit de vorig alinea een kant-en-klare oplossing om het hele spul in een PostGIS database te prakken: nlextract.

Kortom, de geocache die BAG heet is gevonden. Champagne, ballonnen! Op nar de volgende geoschat, want zo'n inhoudeljke en technische geospeurtocht smaakt naar meer.

(voor deze usecase het verslag van deze "geocache" heb ik me onder meer laten inspireren door Erik Romijn's verhaal "De Weg Kwijt? De Zoektocht van een App Maker door Geo-informatiesystemen" op de OSGeo.nl dag op 28 juni in Velp en vele vragen op Twitter en LinkedIn van "neo-geo's die zich een slag in de rondte zochten naar de BAG.

woensdag 18 mei 2011

Google Maps zit er ook wel eens naast

Op mijn nog redelijk nieuwe (per 1 april) werk bij de gemeente Den Haag staan de verhuisdozen klaar om op 6 juni de stap naar het nieuwe stadskantoor aan de Leyweg nummer 813 te kunnen maken. Mooi gebouw, maar is het ook te vinden?

Van de week wees collega Gert-Willem me er op dat dit adres in Google Maps op de verkeerde plek wordt weergegeven. Het adres is nog zo vers dat het niet in het bestand ACN van het Kadaster zit. Google Maps wil dat gemis oplossen door dan maar te kijken wat het dichtstbijzijnde nummer is en nummer 813 daar naast te prikken. Helaas gaat die vlieger hier niet op: de nummers 812 en 814 liggen door de enorm ongelijke nummering aan de even en oneven zijde van de Leyweg zo'n 500 meter bij nummer 813 vandaan.

Zie de kaart, nummer 813 ligt in werkelijkheid nog voorbij de Melis Stokelaan.



Ook 9292ov geeft me daardoor een verkeerd reisadvies. Als ik aangeraden wordt bij de halte met de prozaïsche naam "Zuidwoldepad" uit te stappen is het geen 11 minuten lopen naar mijn nieuwe werkplek, zoals de OV-reisinformatie inschat, maar blijkt het een wandeling van 20 minuten te zijn. En ook het klassieke "bestemming bereikt" van TomTom zal het niet worden: in ieder geval de online planner zet me aan het begin van de Leyweg af, maar die is 2500 meter lang, en nummer 813 ligt halverwege. Nu maar hopen dat de verhuizers wél op de juiste bestemming aankomen, want anders is het nog een flink eind sjouwen met die verhuisdozen.

Uiteraard is ons eigen Haagse Den Haag op de Kaart wel op onze actuele adresinformatie gebaseerd:



Daarom nog een aanwijzing voor de heren verhuizers (ja, sorry ik heb nog nooit een verhuisster gezien): We zitten aan de Leyweg tegenover nummer 1190. En ach, je ziet dit fantastische gebouw ook niet snel over het hoofd:


Update:
Leyweg 813 zit in de najaarslevering (oktober) van het ACN.
Overigens geeft Bing Maps 2 hits bij dit adres: een op de geinterpoleerde plek waar Google Maps 'm ook zet, en een op vrijwel de juiste plek. Handmatig toegevoegd? (dat hebben we voor Den Haag op de kaart tijden geleden ook al gedaan, met de stap naar de BAG zijn we nog bezig)