Afgelopen week was de Nederlandse geosector bijeen in 1931 (zeg maar: de Brabanthallen) in 's-Hertogenbosch om daar in 2 dagen met z'n 2000-en te beurzen, congressen, talken, workshoppen, netwerken en anderszins informatie uit te wisselen. Te "Geobuzzen", dus.
Tijdens het avondprogramma kwam in de talkshow van De Speld ter sprake of de geosector het nou moest willen om zich hier specifiek onder "soortgenoten" te verzamelen. Of was het beter om de deuren naar de buitenwereld, waar geo een onderdeel van een toepassing is, verder open te zetten?
Daar merk je weer dat de geosector 2 kanten kent. Ten eerste de inwinningskant: landmeetkunde en geodesie, basisregistraties. Je zou het de back-office van de sector kunnen noemen. Die kant verricht die inwinnnigsactiviteiten ten behoeve van de andere kant van de geosector, het deel dat zich bezig houdt met de toepassingen, de front-end. Daar zitten de geospecialisten die -naar je mag hopen- geregeld contact hebben met de geobehoeftigen uit ruimtelijke ordening, de watersector, de gezondheidszorg en noem maar op.
Marco Duiker (van MD-kwadraat) had daar een aardige analyse over, die op het volgende neerkwam: We zijn als geosector heel goed in het omarmen van die verschillende toepassingen. Zelfs zo goed dat we niet zeggen "wij kunnen u hierbij helpen", maar "geeft dat probleem maar gauw hier, want dat is een geo-probleem. U hoort nog wel van ons". Een geo-centrische aanpak die doet vermoeden dat de geosector de ultieme wijsheid in pacht heeft.
Er zit een parallel met de discussie die we binnen de Nederlandse OSGeo-community hadden over het als OSGeo.nl wel of niet deelnemen aan de GeoBuzz. Sommige OSGeo.nl-ers gaven en geven de voorkeur aan een evenement waar je als aanhangers van het Open Source model "onder elkaar" bent. Daarbij wordt er ook gerefereerd aan de sfeer op het jaarlijkse FOSS4G, waar een kleine 1000 deelnemers elkaar niet alleen tijdens presentaties tegenkomen, maar ook tussendoor, tijdens de lunch, in de wandelgangen of 's avonds nog eens even de laptop openklappen om een nieuwe release van een QGis plug-in een stap dichterbij te brengen. Dat is misschien ook wel het verschil tussen een beurs of congres met bezoekers en een evenement met deelnemers. Passief tegenover actief.
Door de jaarlijkse OSGeo.nl dag wél als onderdeel van de GeoBuzz te houden, maar dit in een aparte (en zeer fraaie) zaal te doen hebben we naar ik hoop een mix weten te bereiken van "behoud van eigen identiteit" en "aanspreken van een breder publiek". De komende weken zullen we de bezoekers, herstel: déélnemerscijfers eens onder de loep nemen om te kijken of we echt een breder publiek hebben laten kennismaken met Open Source geo. Zowel met de producten als met de mensen!
Nog even terug naar de geosector als geheel. In de eerder dit jaar door overheid, bedrijfsleven en wetenschap uitbrachte visie "GeoSamen" worden onder de noemer "beter benutten" 5 sectoren genoemd waar met geo nog een hoop valt te winnen. Zorg, energie, water, ruimte en mobiliteit, ze hebben alle vijf ook hun eigen vakcongressen. Dáár als geosector niet alleen met individuele stands maar ook collectief aanwezig zijn kan het verschil maken.
Posts tonen met het label geobusiness. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geobusiness. Alle posts tonen
zondag 30 november 2014
woensdag 1 oktober 2014
Boterhammen met pindakaas (en een glas melk)
Vandaag viel het blijde bericht in mijn postbus dat CMedia (uitgever van GISMagazine, en organisator van de geovakbeurs "GeoEvent" per direct partner wordt in de organisatie van het GeoBuzz congres. GeoBuzz is de door GIN en GeoBusiness opgezette opvolger van het aloude GIN-congres Het heeft op 25 en 26 november plaats in congrescentrum 1931 in 's-Hertogenbosch. Al u er naar toe gaat: vergeet de Bossche bollen (de echte, van Jan de Groot) niet.
Ik vind die samenwerking een heel goede stap. Ten eerste denk ik dat ons kikkerlandje te klein is voor twee geovakbeurzen of -congressen. Ten tweede hoop ik dat hiermee de samenwerking tussen de twee geovaktijdschriften die ons land rijk is, en soms direct na elkaar in mijn brievenbus vallen, ook een stap dichterbij komt.
Die tijdschriften kunnen elkaar namelijk prima aanvullen, GIS Magazine met toegankelijke artikelen over bestaande oplossingen voor de opgaven van het hier en nu, Geo-Info met vaak complexere schrijfsels waarin oplossingsrichtingen worden beschreven voor vraagstukken waarvan je nog maar nauwelijks weet dat ze bestaan.
Ja, natuurlijk zit er een heel andere verdien- en organisatiemodel achter (Geo-Info is immers een verenigingsblad, terwijl CMedia een commerciële uitgever is). Maar met zo'n samenwerking zou er ook prima invulling kunnen worden gegeven aan de ambities zoals die in het geo-beleidsplan GeoSamen zijn neergepend: daarin is de driehoek (tja, geodeten hé) met overheid-bedrijfsleven-onderwijs&wetenschap de basis om geo nog verder uit te nutten.
En als nu u toch naar de GeoBuzz komt, breng dan op 25 november vooral een bezoek aan de OSGeo.nl dag die we dit jaar binnen de muren van de GeoBuzz organiseren. Daar geven we vanuit een open source perspectief ruimte aan bedrijfsleven, onderwijs en wetenschap, en ik denk dat we ook nog wel een relevante overheidsdienaar in ons programma weven.
Dan is GeoBuzz de boterham, CMedia de pindakaas, en vervullen we als Stichting OSGeo.nl met plezier de rol van melk, zoals in deze klassieker:
Ik vind die samenwerking een heel goede stap. Ten eerste denk ik dat ons kikkerlandje te klein is voor twee geovakbeurzen of -congressen. Ten tweede hoop ik dat hiermee de samenwerking tussen de twee geovaktijdschriften die ons land rijk is, en soms direct na elkaar in mijn brievenbus vallen, ook een stap dichterbij komt.
Die tijdschriften kunnen elkaar namelijk prima aanvullen, GIS Magazine met toegankelijke artikelen over bestaande oplossingen voor de opgaven van het hier en nu, Geo-Info met vaak complexere schrijfsels waarin oplossingsrichtingen worden beschreven voor vraagstukken waarvan je nog maar nauwelijks weet dat ze bestaan.
Ja, natuurlijk zit er een heel andere verdien- en organisatiemodel achter (Geo-Info is immers een verenigingsblad, terwijl CMedia een commerciële uitgever is). Maar met zo'n samenwerking zou er ook prima invulling kunnen worden gegeven aan de ambities zoals die in het geo-beleidsplan GeoSamen zijn neergepend: daarin is de driehoek (tja, geodeten hé) met overheid-bedrijfsleven-onderwijs&wetenschap de basis om geo nog verder uit te nutten.
En als nu u toch naar de GeoBuzz komt, breng dan op 25 november vooral een bezoek aan de OSGeo.nl dag die we dit jaar binnen de muren van de GeoBuzz organiseren. Daar geven we vanuit een open source perspectief ruimte aan bedrijfsleven, onderwijs en wetenschap, en ik denk dat we ook nog wel een relevante overheidsdienaar in ons programma weven.
Dan is GeoBuzz de boterham, CMedia de pindakaas, en vervullen we als Stichting OSGeo.nl met plezier de rol van melk, zoals in deze klassieker:
Labels:
Bert en Ernie,
cmedia,
geo-info,
geobusiness,
geobuzz,
geosamen,
gis magazine,
osgeo.nl,
pindakaas
woensdag 9 mei 2012
marktmonitor 2012, de geosector niet in kaart
Een paar weken terug presenteerde branchevereniging Geobusiness de Marktmonitor, de "state of the union" van de geosector in Nederland. Ik pik er een paar opvallende cijfers uit. De cijfers hebben allemaal betrekking op het bedrijfsleven, voor 2012 is er een verwachting gepeild.
Het consumentsegment als afzetmarkt kent tussen 2009 en 2012 een spectaculaire daling. Werd de 4% die 2009 al als "bescheiden" gekenmerkt, in 2012 is dat teruggelopen tot 1% van de omzet uit geoproducten en -diensten. 75% ingeleverd (binnen een totale omzetdaling van ca. 15%, op een totale omzet van zo'n 900 miljoen). Dat doet bijna vermoeden dat TomTom in 2009 wél tot de respondenten behoorde maar voor de monitor van 2012 geen zin had te reageren. Hoewel...in 2009 bestond dit segment uit "internetapplicaties, geo-informatie rondom onroerend goedtransactie en wegenkaarten en luchtfotos." Zijn die eerste weggelekt naar andere sectoren? Is de onroerend goedmarkt ingestort? Zijn OpenStreetMap en het NWB de markt aan het verpesten? Moet die economische waardecreatie op basis van open data geheel gerealiseerd worden?
Dat het aantal werknemers (of arbeidsplaatsen of FTE's?) daalt zal weinigen verrassen. Het positieve is dat in de geosector de krimp kleiner is dan in andere sectoren waarin ingenieursbureaus werkzaam zijn (denk aan de bouwsector!). Daarmee valt het aantal vacatures ook flink terug. Vervelend voor schoolverlaters en zij-instromers die in de geo-sector het paradijs van de eeuwigdurende volledige werkgelegenheid dachten te vinden. en lastig voor overheden die hun overtallige personeel dus niet gemakkelijk aan de straatstenen van het bedrijfsleven zullen kwijtraken.
In de monitor 2009/2010 werd 22% genoemd als percentage van het Research & Development budget dat aan geo werd uitgegeven, in de huidige monitor staat 7% genoemd. Even goed opletten, dat laatste betreft het percentage van de totale geo-omzet die in geo-R&D wordt gestoken. Overigens ruim 2x zo groot als het generieke R&D percentage, blijkbaar zijn we een innovatieve sector... Of komen we nooit aan het oogsten toe? Om het even in perspectief te plaatsen: Google steekt 14% van de omzet in R&D, maar Apple houdt het zeer bescheiden met 2,2% (cijfers 2011).
Om af te sluiten de groeibriljantjes: het verzamelde bedrijfsleven verwacht de meeste groei in het ontwikkelen van geo-services, op de voet gevolgd door webservices. Of de hierbij genoemde percentages (22% resp. 21%) het percentage van de respondenten betreft dat die groei verwacht, of het percentage verwachte groei is niet geheel duidelijk.
Al met al interessant cijfermateriaal dat vooralsnog meer vragen oproept dan beantwoordt. Daar kan nog best een analyseslag overheen, ik mis in ieder geval nog een regionale (geo!) analyse. Als de achterliggende cijfers nou door Geobusiness als open data beschikbaar worden gesteld zijn er vast wel geo-analysten te vinden die die analyse willen uitvoeren. (en vooruit: dan bakken we er ook nog een App omheen).
Het consumentsegment als afzetmarkt kent tussen 2009 en 2012 een spectaculaire daling. Werd de 4% die 2009 al als "bescheiden" gekenmerkt, in 2012 is dat teruggelopen tot 1% van de omzet uit geoproducten en -diensten. 75% ingeleverd (binnen een totale omzetdaling van ca. 15%, op een totale omzet van zo'n 900 miljoen). Dat doet bijna vermoeden dat TomTom in 2009 wél tot de respondenten behoorde maar voor de monitor van 2012 geen zin had te reageren. Hoewel...in 2009 bestond dit segment uit "internetapplicaties, geo-informatie rondom onroerend goedtransactie en wegenkaarten en luchtfotos." Zijn die eerste weggelekt naar andere sectoren? Is de onroerend goedmarkt ingestort? Zijn OpenStreetMap en het NWB de markt aan het verpesten? Moet die economische waardecreatie op basis van open data geheel gerealiseerd worden?
Dat het aantal werknemers (of arbeidsplaatsen of FTE's?) daalt zal weinigen verrassen. Het positieve is dat in de geosector de krimp kleiner is dan in andere sectoren waarin ingenieursbureaus werkzaam zijn (denk aan de bouwsector!). Daarmee valt het aantal vacatures ook flink terug. Vervelend voor schoolverlaters en zij-instromers die in de geo-sector het paradijs van de eeuwigdurende volledige werkgelegenheid dachten te vinden. en lastig voor overheden die hun overtallige personeel dus niet gemakkelijk aan de straatstenen van het bedrijfsleven zullen kwijtraken.
In de monitor 2009/2010 werd 22% genoemd als percentage van het Research & Development budget dat aan geo werd uitgegeven, in de huidige monitor staat 7% genoemd. Even goed opletten, dat laatste betreft het percentage van de totale geo-omzet die in geo-R&D wordt gestoken. Overigens ruim 2x zo groot als het generieke R&D percentage, blijkbaar zijn we een innovatieve sector... Of komen we nooit aan het oogsten toe? Om het even in perspectief te plaatsen: Google steekt 14% van de omzet in R&D, maar Apple houdt het zeer bescheiden met 2,2% (cijfers 2011).
Om af te sluiten de groeibriljantjes: het verzamelde bedrijfsleven verwacht de meeste groei in het ontwikkelen van geo-services, op de voet gevolgd door webservices. Of de hierbij genoemde percentages (22% resp. 21%) het percentage van de respondenten betreft dat die groei verwacht, of het percentage verwachte groei is niet geheel duidelijk.
Al met al interessant cijfermateriaal dat vooralsnog meer vragen oproept dan beantwoordt. Daar kan nog best een analyseslag overheen, ik mis in ieder geval nog een regionale (geo!) analyse. Als de achterliggende cijfers nou door Geobusiness als open data beschikbaar worden gesteld zijn er vast wel geo-analysten te vinden die die analyse willen uitvoeren. (en vooruit: dan bakken we er ook nog een App omheen).
dinsdag 21 februari 2012
De creatieve geoklasse
De economie zit in het slop, en op veel plaatsen wordt de creatieve klasse als een belangrijke motor gezien die de boel weer aan de gang kan krijgen. Is de geosector onderdeel van die creatieve klasse? Of is slechts een deel van de geosector dat?
In 2002 verscheen het befaamde boek "the rise of the creative class" van Richard Florida. Daarin hanteert de Amerikaanse socioloog twee definities van de creatieve klasse: een brede met "scientists, engineers, artists, cultural creatives, managers, professionals and engineers". In de smallere definitie worden de de engineers niet tot de creative class gerekend.
Florida's kernpunt is dat de creative sector vooral te vinden is in een stedelijk, open minded milieu. Hij onderscheid een creative core, die zich bezighoudt met "problem finding" en creative professionals die zich bezighouden met problem solving: de creatieve uitvoerders van ideeën van de creative core.
In de vorig jaar door GeoBusiness uitgegeven marktmonitor Geo sector in kaart 2009/2010 lees ik de volgende cijfers over de verdeling van de geosector naar activiteiten:
Geobedrijfsleven (obv Heliview research, 2008/2009):
- inmeten, inwinnen, opslaan (31% van de omzet)
- adviseren, onderzoeken, opleiden, communiceren (27%)
- verwerken, analyseren, modelleren, beheren (24%)
- presenteren, visualiseren, verrijken, distribueren (18%)
Voor de overheid een andere indeling (Research voor beleid, 2009/2010):
- inwinnen in terrein (31%, onbekend in welke eenheid...)
- verzamelen, bewerken, beheren (48%)
- ontwerp systemen (13%, maar bij provincies maar liefst 30%)
- management (8%)
Dat is wat we zelf als sector bij elkaar laten cijferen. De twee indelingen getuigen weliswaar van grote creativiteit in hun onvergelijkbaarheid, maar je haalt er nog niet veel uit over hoeveel procent van de ICT-sector creatief bezig is. Communiceren, presenteren, visualiseren door het bedrijfsleven lijken mij creatieve bezigheden (en wat moet ik van dat "verrijken" denken?), ontwerp van systemen (door overheden, doet het bedrijfsleven dat niet?) klinkt ook creatief.
Interessant is het om te zien hoe onder meer TNO (2010) en het CBS (2011) tegen de creatieve sector aankijken, en of zij vinden dat onze sector er toe behoort. Daarbij wreekt het zich dat landmeten én cartografie (met een "c") in de CBS standaard beroepenclassificatie (SBC) 1992 onder (weg- en water-)bouwkundige beroepen zijn geschaard. (dat is in de SBC 2010 trouwens nog steeds zo, alleen is de klassenaam inmiddels uitgebreid tot "beroepen in weg- en waterbouw en landmeetkunde"). Die weg- en waterbouwkunde wordt niet tot de creatieve sector gerekend door CBS en TNO, en de geo-beroepen dus ook niet.
Vallen kennisintensieve diensten (oa softwareontwikkeling en adviesbureaus IT) onder de kerndefinitie van creatieve industie? Wel volgens het EIM, maar niet volgens TNO, EZ/OCW en CBS. Wel volgens mij, zeker de softwareontwikkeling!
Zo wordt kartografie in ieder geval tekort gedaan: da's zo ongeveer de enige tak van sport waarvan de naam op "grafie" eindigt die door deze classificatie buiten de crea-boot valt. En ook bij de ontwerpers van (geo-)websites en geosoftware zit soms wel degelijk webdesign creativiteit (al zou het nog wel een onsje meer mogen zijn, maar het neemt toe!). Horen kartografen, (geo-)webdesigners en geo-software ontwikkelaars dan wel tot de creatieve klasse maar misschien niet tot de geosector en moeten deze creatieven hun heil niet zoeken bij IIP/Geo maar bij IIP/Creative? Of moet de geosector juist dit creatieve smaldeel van de sector tactisch inzetten: "wij van geo hebben creatieven in huis: dus de gehele sector behoort tot de creatieve klasse. En dus zijn wij aanjager van de economie".
Vol verwachting kijk ik alvast uit naar april 2012, wanneer de nieuwe geomarktmonitor van SAGeo en GeoBusiness Nederland uitkomt. Ik ben benieuwd hoe creatief onze sector daar wordt ingeschat.
En ondertusen merkte ik dat bij de VPRO-thema-avond over "Nederland van Boven" in het hoofdstedelijke cultuurcentrum De Zwijger de geosector wel degelijk vertegenwoordigd was. Vooral met kartografen, geo-webdesigners en open source ontwikkelaars!
In 2002 verscheen het befaamde boek "the rise of the creative class" van Richard Florida. Daarin hanteert de Amerikaanse socioloog twee definities van de creatieve klasse: een brede met "scientists, engineers, artists, cultural creatives, managers, professionals and engineers". In de smallere definitie worden de de engineers niet tot de creative class gerekend.
Florida's kernpunt is dat de creative sector vooral te vinden is in een stedelijk, open minded milieu. Hij onderscheid een creative core, die zich bezighoudt met "problem finding" en creative professionals die zich bezighouden met problem solving: de creatieve uitvoerders van ideeën van de creative core.
In de vorig jaar door GeoBusiness uitgegeven marktmonitor Geo sector in kaart 2009/2010 lees ik de volgende cijfers over de verdeling van de geosector naar activiteiten:
Geobedrijfsleven (obv Heliview research, 2008/2009):
- inmeten, inwinnen, opslaan (31% van de omzet)
- adviseren, onderzoeken, opleiden, communiceren (27%)
- verwerken, analyseren, modelleren, beheren (24%)
- presenteren, visualiseren, verrijken, distribueren (18%)
Voor de overheid een andere indeling (Research voor beleid, 2009/2010):
- inwinnen in terrein (31%, onbekend in welke eenheid...)
- verzamelen, bewerken, beheren (48%)
- ontwerp systemen (13%, maar bij provincies maar liefst 30%)
- management (8%)
Dat is wat we zelf als sector bij elkaar laten cijferen. De twee indelingen getuigen weliswaar van grote creativiteit in hun onvergelijkbaarheid, maar je haalt er nog niet veel uit over hoeveel procent van de ICT-sector creatief bezig is. Communiceren, presenteren, visualiseren door het bedrijfsleven lijken mij creatieve bezigheden (en wat moet ik van dat "verrijken" denken?), ontwerp van systemen (door overheden, doet het bedrijfsleven dat niet?) klinkt ook creatief.
Interessant is het om te zien hoe onder meer TNO (2010) en het CBS (2011) tegen de creatieve sector aankijken, en of zij vinden dat onze sector er toe behoort. Daarbij wreekt het zich dat landmeten én cartografie (met een "c") in de CBS standaard beroepenclassificatie (SBC) 1992 onder (weg- en water-)bouwkundige beroepen zijn geschaard. (dat is in de SBC 2010 trouwens nog steeds zo, alleen is de klassenaam inmiddels uitgebreid tot "beroepen in weg- en waterbouw en landmeetkunde"). Die weg- en waterbouwkunde wordt niet tot de creatieve sector gerekend door CBS en TNO, en de geo-beroepen dus ook niet.
Vallen kennisintensieve diensten (oa softwareontwikkeling en adviesbureaus IT) onder de kerndefinitie van creatieve industie? Wel volgens het EIM, maar niet volgens TNO, EZ/OCW en CBS. Wel volgens mij, zeker de softwareontwikkeling!
Zo wordt kartografie in ieder geval tekort gedaan: da's zo ongeveer de enige tak van sport waarvan de naam op "grafie" eindigt die door deze classificatie buiten de crea-boot valt. En ook bij de ontwerpers van (geo-)websites en geosoftware zit soms wel degelijk webdesign creativiteit (al zou het nog wel een onsje meer mogen zijn, maar het neemt toe!). Horen kartografen, (geo-)webdesigners en geo-software ontwikkelaars dan wel tot de creatieve klasse maar misschien niet tot de geosector en moeten deze creatieven hun heil niet zoeken bij IIP/Geo maar bij IIP/Creative? Of moet de geosector juist dit creatieve smaldeel van de sector tactisch inzetten: "wij van geo hebben creatieven in huis: dus de gehele sector behoort tot de creatieve klasse. En dus zijn wij aanjager van de economie".
Vol verwachting kijk ik alvast uit naar april 2012, wanneer de nieuwe geomarktmonitor van SAGeo en GeoBusiness Nederland uitkomt. Ik ben benieuwd hoe creatief onze sector daar wordt ingeschat.
En ondertusen merkte ik dat bij de VPRO-thema-avond over "Nederland van Boven" in het hoofdstedelijke cultuurcentrum De Zwijger de geosector wel degelijk vertegenwoordigd was. Vooral met kartografen, geo-webdesigners en open source ontwikkelaars!
Abonneren op:
Posts (Atom)