De inkt van het -voor mij verrassende- bericht over het faillissement van geodatamakelaar Bridgis was nog niet droog of op diverse plekken ontstonden er discussies en initiatieven over het zélf vervaardigen van een bestand met postcodegrenzen. Niet dat erop dit moment in het geheel geen bronnen meer zijn voor zo'n bestand, bij mijn weten levert First Element nog steeds de Bridgis versie, terwijl Geodan al sinds jaar en dag zelf zo'n bestand maakt en vermarkt.
In de Nederlandse open source geo community werd de discussie of we geen crowdsourced 6 positie postcodevlakkenkaart zouden kunnen maken aangezwengeld door Jan-Willem van Aalst, en een weekje later zag ik dat Esri Nederland ook aan het experimenteren is met het zelf uitwerken van een algoritme om aan de hand van de BAG, het NWB en andere open data tot een landsdekkend 6-positie postcodevlakkenbestand te komen.
Los van de vraag over nut en noodzaak van het zelf maken van zo'n dataset, over eigenaarschap en hoe je een en ander "vermarkt" is zijn deze initiatieven erg interessant voor het thema datakwaliteit. Het is een prima oefening in het definiëren van kwaliteitsparameters: waar moet een 6-positie postcodevlak (en zijn "vader" en "grootvader", de 5- en 4-positie vlakken) eigenlijk aan voldoen?
Een primaire eis lijkt mij dat alle adrespunten van een 6-positie postcode binnen het resulterende vlak moeten liggen. Maar zelfs dat is niet altijd evident; de plaatsing van een verblijfsobjectpunt in de BAG is soms discutabel: neem je als BAG-beheerder de bij een appartement de locatie van de gemeenschappelijke ingang (vaak ook de locatie van de brievenbus) of prik je dat VBO-punt op het verblijfsobject zelf? Die 355 verblijfsobjecten in de 42 verdiepingen tellende Haagse Toren zijn op dat punt een mooie uitdaging! Zoek 'm maar op in de BAG-viewer: bij postcode 2516LX.
Voor het oog van de kaartlezer is het daarnaast prettig als de grenzen van de postcodegebieden er een beetje smakelijk uitzien: liefst geharmoniseerd met topografie wegen, spoorlijnen, rivieren en kanalen. En voor het koppelen van data ook handig als de grenzen waar mogelijk samenvallend met wijk- en buurtgrenzen zoals CBS en gemeenten die hanteren. Maar dat dan wel met zo min mogelijk vertices (tussenpunten): performance is immers ook een kwaliteit.
Historie opbouwen zou natuurlijk mooi zijn, maar dan leg ik de lat wel heel erg hoog; als ik er van uitgaan dat het een landsdekkend bestand moet opleveren ontkom je er niet aan dat bij het ontstaan van een nieuwe 6-positie postcode de buurvlakken iets van hun oorspronkelijke territorium moeten prijsgeven. O ja, wat is dan eigenlijk landsdekkend? Moet het IJsselmeer in 6-positie postcodes worden verkaveld? Het Hollands Diep? De Rijn, IJssel, Waal en Maas. Het Uddelermeertje?
Nog een stap verder redenerend kun je je afvragen waarvoor je eigenlijk een 6-positie vlakkenkaart zou willen toepassen. Voor het weergeven van een absoluut verschijnsel (bijvoorbeeld: aantal inwoners) is een figuratieve kaart beter geschikt, voor het weergeven van een relatief verschijnsel (zoals inwonerdichtheid) zou dit de extra eis opleveren dat de oppervlakte van de te maken postcodevlakken een direct relatie heeft met het aantal adressen (of nog scherper: verblijfsobjecten) in dat postcodegebiedje. Dat wordt wel heel complex. Mag ik die even parkeren?
Zoals u op de GeoBuzz kon merken is Alterra bezig met het opzetten van een framework waarmee de vraag "wat is datakwaliteit?" beter moet kunnen worden beantwoord. Misschien zijn deze bottom-up postcodegrenzen een leuke case: het vereist geen specifieke domeinkennis (over bijv. bodem, geluid of natuur), de discussie leeft al op diverse plekken, en is concreet genoeg om ook direct toepasbaar te zijn.
Ik ben er nog niet over uitgepraat, zoals de lezer aan de titel al merkte. Stay tuned voor meer aspecten, en voortschrijdend inzicht
Posts tonen met het label cartografie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label cartografie. Alle posts tonen
zondag 8 februari 2015
zondag 5 oktober 2014
Mapping decline: De neergang van de cartografie te boek gesteld
Een dikke maand geleden schreef ik vol enthousiasme over de website die het boek "Mapping decline" begeleidt. Mapping decline beschrijft de exemplarische neergang van de Amerikaanse stad St. Louis. Het boek wordt alom geprezen om het veelvuldige gebruik van kaarten om die neergang te duiden. Inmiddels is het boek de oceaan overgestoken en op mijn nachtkastje belandt.
Ik zal er maar niet omheen draaien: het is qua cartografie een bittere teleurstelling. Kaarten zonder schaalstok of andere aanduiding die me iets zou kunnen zeggen over de afstanden waarover de "white flight" vanuit downtow St. Louis naar suburbia plaats heeft.
Geen topografie, waardoor ik nauwelijks idee heb waar parken, en spoorlijnen etc. liggen. O nee, er stat in het begin een soort van topografische kaart, waarin echter een zodanige projectie is gebruikt dat het klassieke Amerikaanse rechthoekige stratenpatroon tot een soort parallellogram is verworden.
Twee kaarten die in een spread over 2 pagina's hetzelfde thema in 2 verschillende decennia belichten, maar met de kaarten 90 graden gedraaid ten opzichte van elkaar. (zie afbeelding)
Titels die onder de kaart staan zodat ze in de binding van het boek verdwijnen (en ik de pagina's los moet trekken om de titel te kunnen lezen). Maar ook knullige zaken, zoals onbedoelde verschillen in lijndikten van polygonen binnen een kaart.
Hier is iemand lekker met (Arc-)GIS aan het stoeien geweest, maar de uitgever vond het niet nodig een cartograaf op deze verzamelingen gekleurde polygonen los te laten. Besides that, ik had graag een aantal kaarten in dit boek ingeleverd ten faveure van wat fotomateriaal die de wonderbaarlijke en treurige neergang van St. Louis beter zou illustreren.
Zo lijkt "Mapping decline" niet alleen de neergang van St. Louis te beschrijven, maar nog meer een illustratie te zijn van de neergang van de cartografie in het (post-)GIS tijdperk.
Maar mijn mening over de website "Mapping decline" houd ik overeind!
Ik zal er maar niet omheen draaien: het is qua cartografie een bittere teleurstelling. Kaarten zonder schaalstok of andere aanduiding die me iets zou kunnen zeggen over de afstanden waarover de "white flight" vanuit downtow St. Louis naar suburbia plaats heeft.
Geen topografie, waardoor ik nauwelijks idee heb waar parken, en spoorlijnen etc. liggen. O nee, er stat in het begin een soort van topografische kaart, waarin echter een zodanige projectie is gebruikt dat het klassieke Amerikaanse rechthoekige stratenpatroon tot een soort parallellogram is verworden.
Twee kaarten die in een spread over 2 pagina's hetzelfde thema in 2 verschillende decennia belichten, maar met de kaarten 90 graden gedraaid ten opzichte van elkaar. (zie afbeelding)
Titels die onder de kaart staan zodat ze in de binding van het boek verdwijnen (en ik de pagina's los moet trekken om de titel te kunnen lezen). Maar ook knullige zaken, zoals onbedoelde verschillen in lijndikten van polygonen binnen een kaart.
Hier is iemand lekker met (Arc-)GIS aan het stoeien geweest, maar de uitgever vond het niet nodig een cartograaf op deze verzamelingen gekleurde polygonen los te laten. Besides that, ik had graag een aantal kaarten in dit boek ingeleverd ten faveure van wat fotomateriaal die de wonderbaarlijke en treurige neergang van St. Louis beter zou illustreren.
Zo lijkt "Mapping decline" niet alleen de neergang van St. Louis te beschrijven, maar nog meer een illustratie te zijn van de neergang van de cartografie in het (post-)GIS tijdperk.
Maar mijn mening over de website "Mapping decline" houd ik overeind!
Labels:
cartografie,
GIS,
kaarten,
St. Louis,
stadsvernieuwing
zaterdag 23 augustus 2014
Webcartografie zonder franje: "Mapping decline"
Vorig jaar beleefden we de opkomst van de term "story telling maps". Afgelopen week kwam ik daarvan een mooi "real-life" voorbeeld tegen.
Naar aanleiding van de rellen in de Amerikaanse suburb Ferguson, voorstad van St-Louis verscheen in NRC Next een artikel over de achtergrond van de rellen. Daarbij werd verwezen naar het boek "Mapping decline" van Colin Gordon, waarin aan de hand van ruim 70 kaarten de teloorgang van St. Louis wordt beschreven. White flight, verdeling van werk en inkomen, stadsvernieuwing, het komt allemaal aan bod.Het boek zelf heb ik in bestelling, dus de recensie houdt u nog tegoed.
Maar de bijbehorende website is het bezichtigen ook waard. van een viertal thema's wordt in heldere kaarten de toestand in beeld gebracht. Met behulp van een time-slider kan van 1940 tot nu per decennium de ontwikkeling worden bekeken. Per thema wordt in 1 of 2 alinea's duiding gegeven bij wat je ziet. Desgewenst kunnen grenzen en wegen als kaartlagen aan en uit worden gezet, en er kunnen -locatiegebonden- achtergronddocumenten worden opgevraagd.
Ik houd hier erg van: de boodschap staat centraal, de techniek is daaraan ondergeschikt. De kaarten zijn dynamisch (want met factor tijd) én interactief (je kunt lagen aan of uit zetten) maar verzuipen niet in goedbedoelde maar overbodige geo-ict trucs. Er komt dan ook geen ArcGIS Online, OpenLayers of Leaflet aan de presentatie te pas: gewoon één png per kaartbeeld, die met wat javascript aan en uit worden gezet. Inzoomen of uitzoomen kan niet, maar is ook niet nodig, nee, zelfs niet wenselijk.
Less is more, no frills of in der Beschränkung zeigt sich erst der Meister zijn termen die hier van toepassing zijn. Cartografie zonder franje, zou ik het in het Nederlands noemen. Ik lust hier wel meer van!
Naar aanleiding van de rellen in de Amerikaanse suburb Ferguson, voorstad van St-Louis verscheen in NRC Next een artikel over de achtergrond van de rellen. Daarbij werd verwezen naar het boek "Mapping decline" van Colin Gordon, waarin aan de hand van ruim 70 kaarten de teloorgang van St. Louis wordt beschreven. White flight, verdeling van werk en inkomen, stadsvernieuwing, het komt allemaal aan bod.Het boek zelf heb ik in bestelling, dus de recensie houdt u nog tegoed.
Maar de bijbehorende website is het bezichtigen ook waard. van een viertal thema's wordt in heldere kaarten de toestand in beeld gebracht. Met behulp van een time-slider kan van 1940 tot nu per decennium de ontwikkeling worden bekeken. Per thema wordt in 1 of 2 alinea's duiding gegeven bij wat je ziet. Desgewenst kunnen grenzen en wegen als kaartlagen aan en uit worden gezet, en er kunnen -locatiegebonden- achtergronddocumenten worden opgevraagd.
Ik houd hier erg van: de boodschap staat centraal, de techniek is daaraan ondergeschikt. De kaarten zijn dynamisch (want met factor tijd) én interactief (je kunt lagen aan of uit zetten) maar verzuipen niet in goedbedoelde maar overbodige geo-ict trucs. Er komt dan ook geen ArcGIS Online, OpenLayers of Leaflet aan de presentatie te pas: gewoon één png per kaartbeeld, die met wat javascript aan en uit worden gezet. Inzoomen of uitzoomen kan niet, maar is ook niet nodig, nee, zelfs niet wenselijk.
Less is more, no frills of in der Beschränkung zeigt sich erst der Meister zijn termen die hier van toepassing zijn. Cartografie zonder franje, zou ik het in het Nederlands noemen. Ik lust hier wel meer van!
Labels:
cartografie,
Ferguson,
open data,
St. Louis,
storytelling map
zondag 13 juli 2014
van A naar Beter: de Tweede Coentunnel
Aan het zondagsontbijt viel al bladeren door Het Parool mijn oog op een advertentie van Rijskwaterstaat, waarin de 4-daagse afsluiting van de Coentunnel (voor het aansluiten van de toegangswegen op de nieuwe tunnel) wordt aangekondigd.
Allereerst als forens, omdat Coentunnel op een van mijn woon-werkroutes naar Heemskerk en Velsenbroek ligt, maar bij nadere bestudering ook als cartograaf. Kijk maar even mee.
Ik houd wel van het gebruik van een geschematiseerd wegennetwerk, maar hier ontbreken toch een paar elementen. Allereerst is de uitsnede erg ongelukkig, waardoor het knooppunt Zaandam (aansluiting met de A7 ri. Hoorn), de Wijkertunnel (toch ook een alternatief voor de Coentunnel? Zeker voor verkeer vanuit Schiphol naar Noord-Holland?) en diverse knooppunten (Holendrecht, De Hoek) aan de zuidkant van Amsterdam buiten beeld vallen.
Nog vreemder is dat de aanduiding "Zeeburgertunnel" ontbreekt, terwijl dat toch het belangrijkste onderdeel van de omleidingsroute is, en -in deze uitsnede- is natuurlijk ook het ontbreken van de aanduiding "A8" een groot gemis.
De beschrifting maakt geen onderscheid tussen namen van knooppunten en plaatsnamen. Omdat bebouwde kommen niet in de kaart worden weergegeven komen sommige plaatsaanduidingen wel erg in het luchtledige te hangen, en soms zelfs ("Koog aan de Zaan") op een heel verkeerde locatie
Ook bij de teksten valt op dat de uitsnede erg bot is gemaakt, waardoor sommige teksten (linksboven: "knooppunt Velsen", rechtsonder: "Muiderberg", linksmidden: "Knooppunt Raasdorp" finaal doormidden gezaagd zijn. Slordig.
"Zaandam" als aanduiding is ook wat vreemd, aangezien juist sinds dit voorjaar de aanduiding "Zaanstad" op de bewegwijzering wordt gebruikt. En waarom de tekst Amster-dam afgebroken moet worden is me ook een raadsel.
Ook staan er nog een paar verdwaalde wegnummers (N247, S116, S102) in de kaart waarvan de wegen zélf helemaal niet in de kaart zijn afgebeeld. Wat moet de lezer daar mee?
Jammer is dat de 2 flankerende maatregelen die op pagina 2 van de folder worden beschreven niet in de kaart te vinden zijn; het was waardevol als de kaartlezer had kunnen zien op welke trajecten het VanAnaarBeter-treinkaartje (van 1,30 euro) geldig was, en waar de pendelbussen rijden (van.naar station Sloterdijk).
Ik vind mijn weg wel, bijvoorbeeld door met een slimme combinatie van fiets&trein de Hoofdstedelijke ring A10 van 16 t/m 21 juli helemaal te mijden
Er zijn van deze aankondiging meerdere varianten in omloop, waarbij de kaartuitsnede telkens iets anders is. Maar in alle gevallen is die uitsnede met de botte bijl gemaakt.
De hier beschreven versie is te vinden op http://www.vananaarbeter.nl/Images/HR%20-%202014_07_07_VanAnaarbeter-adv.internet_tcm220-356166.pdf.
Allereerst als forens, omdat Coentunnel op een van mijn woon-werkroutes naar Heemskerk en Velsenbroek ligt, maar bij nadere bestudering ook als cartograaf. Kijk maar even mee.
Ik houd wel van het gebruik van een geschematiseerd wegennetwerk, maar hier ontbreken toch een paar elementen. Allereerst is de uitsnede erg ongelukkig, waardoor het knooppunt Zaandam (aansluiting met de A7 ri. Hoorn), de Wijkertunnel (toch ook een alternatief voor de Coentunnel? Zeker voor verkeer vanuit Schiphol naar Noord-Holland?) en diverse knooppunten (Holendrecht, De Hoek) aan de zuidkant van Amsterdam buiten beeld vallen.
Nog vreemder is dat de aanduiding "Zeeburgertunnel" ontbreekt, terwijl dat toch het belangrijkste onderdeel van de omleidingsroute is, en -in deze uitsnede- is natuurlijk ook het ontbreken van de aanduiding "A8" een groot gemis.
De beschrifting maakt geen onderscheid tussen namen van knooppunten en plaatsnamen. Omdat bebouwde kommen niet in de kaart worden weergegeven komen sommige plaatsaanduidingen wel erg in het luchtledige te hangen, en soms zelfs ("Koog aan de Zaan") op een heel verkeerde locatie
Ook bij de teksten valt op dat de uitsnede erg bot is gemaakt, waardoor sommige teksten (linksboven: "knooppunt Velsen", rechtsonder: "Muiderberg", linksmidden: "Knooppunt Raasdorp" finaal doormidden gezaagd zijn. Slordig.
"Zaandam" als aanduiding is ook wat vreemd, aangezien juist sinds dit voorjaar de aanduiding "Zaanstad" op de bewegwijzering wordt gebruikt. En waarom de tekst Amster-dam afgebroken moet worden is me ook een raadsel.
Ook staan er nog een paar verdwaalde wegnummers (N247, S116, S102) in de kaart waarvan de wegen zélf helemaal niet in de kaart zijn afgebeeld. Wat moet de lezer daar mee?
Jammer is dat de 2 flankerende maatregelen die op pagina 2 van de folder worden beschreven niet in de kaart te vinden zijn; het was waardevol als de kaartlezer had kunnen zien op welke trajecten het VanAnaarBeter-treinkaartje (van 1,30 euro) geldig was, en waar de pendelbussen rijden (van.naar station Sloterdijk).
Ik vind mijn weg wel, bijvoorbeeld door met een slimme combinatie van fiets&trein de Hoofdstedelijke ring A10 van 16 t/m 21 juli helemaal te mijden
Er zijn van deze aankondiging meerdere varianten in omloop, waarbij de kaartuitsnede telkens iets anders is. Maar in alle gevallen is die uitsnede met de botte bijl gemaakt.
De hier beschreven versie is te vinden op http://www.vananaarbeter.nl/Images/HR%20-%202014_07_07_VanAnaarbeter-adv.internet_tcm220-356166.pdf.
Labels:
A10,
cartografie,
Coentunnel,
Rijkswaterstaat,
vanAnaarBeter
maandag 31 maart 2014
Gelezen: "On the map" van Simon Garfield
Tussen twee banen heb ik eindelijk de tijd om al die boekenleggers en ezelsoren die zich ergens halfweg in diverse boekwerken in mijn cartografische en geografische bibliotheek bevinden op te zoeken en die geschriften alsnog uit te lezen. De komende tijd dus een aantal recensies, of op zijn minst overpeizingen naar aanleiding van een boek.
"On the map" van de Britse journalist en schrijver Simon Garfield uit 2013 was zo'n boek dat ik nog uit wilde lezen. En met plezier! Wat wil je, met "A Mind-expanding Exploration of the Way the World Looks" als ondertitel. Weloverwogen heb ik voor het Engelstalige orgineel gekozen, in plaats van de Nederlandse vertaling, "On the map" heeft immers twee betekenissen ("op de kaart" en "over de kaart") terwijl de Nederlandse versie alleen maar "op de kaart" is.
In "on the map" beschrijft Garfield in 22 lange en een aantal korte ("pocket maps") hoofdstukken die elk een specifieke kaart als uitgangspunt hebben de geschiedenis van de cartografie. Van het wereldbeeld van de Oude Grieken tot en met TomTom, Google Maps en de laatste ontwikkelingen op het gebied van neuropsychologie.
Garfield's schrijfstijl is prettig relativerend, met diverse subtiele grappen die gelukkig weer niet zodanig "inside" zijn dat ze aan deze kant van de Noordzee niet te volgen zouden zijn. "Witty" is de term die een aantal recensenten er voor gebruikten. Adrem, zou je dat in goed Nederlands kunnen noemen. "Associatief" is een ander passend label. De zijstappen en -grappen die Garfield maakt blijven wel zodanig beperkt dat de hoofdroute nooit uit zicht raakt.
Wat Garfield heel erg goed doet is het beschrijven van de kaarten in hun technologische, historische en maatschappelijke context. Niet alleen: wat staat er op die kaart, maar waarom staat juist dát op de kaart. En zo wordt gaandeweg de ruim 400 pagina's de wereld zoals wij die kennen in kaart gebracht. van Europa, naar America (dat eigenlijk Columbus had moeten heten, aldus Garfield), naar de bovenstroom van de Nijl en de Congo, met Scott en Amundsen naar de Zuidpool. Maar ook buiten onze eigen dampkring; naar Mars, en omgekeerd, onder de titel "Mapping the brain" naar onze eigen hersenpan. Ook het bekende vooroordeel dat vrouwen slechter kaart zouden kunnen lezen of minder richtingsgevoel hebben dan mannen komt aan de orde. Daar is overigens niets van waar. Wel oriënteren vrouwen zich over het algemeen meer dan de hand van gebouwen, landmarks, en andere points-of-interest (o nee, die zou ik interessante plaatsen noemen) terwijl mannen grossieren in aanwijzingen als "naar het Noorden", 3e straat links" na 400 meter rechts. Dát is informatie waar je als kaartontwerper je voordeel mee kunt doen!
Als Nederlander gloei je geregeld van trots, zo frequent komen onze voorvaderen als vooruitstrevende voorbeelden voorbij zetten. En niet alleen voorvaderen, want het hoofdstuk over SatNavs spelen TomTom, Tele-Atlas en AND de hoofdrollen. Op de aankomende Cartodag (23 april) maar eens kijken of we die toppositie kunnen vasthouden. En misschien Garfield daar volgend jaar als spreker uitnodigen?
Eigenlijk is "On the map" ook een geweldig lesprogramma voor een opleiding tot cartograaf . En dan het liefst door er net als de auteur op uit te gaan. Bezoek met een groep medestudenten een tentoonstelling in een museum (zoals vanaf morgen die over globes in het Amsterdamse Scheepvaartmuseum). Huur een bus en probeer die nieuwste TomTom uit. Doe mee aan een OpenStreetMap "mapping party". En maak een tube map van je eigen stad of streek.
Ik miste na lezing maar één hoofdstuk, namelijk een over kaarten waarin in plaats van steeds actuelere en meer accurate informatie juist bewust informatie wordt achtergehouden. Plattegronden van Berlijn als "Hauptstadt der DDR" zijn een bekend voorbeeld, maar ook het wegpoetsen van militaire objecten op onze Nederlandse luchtfoto's valt in die categorie. Misschien iets voor een volgende druk?
"On the map" van de Britse journalist en schrijver Simon Garfield uit 2013 was zo'n boek dat ik nog uit wilde lezen. En met plezier! Wat wil je, met "A Mind-expanding Exploration of the Way the World Looks" als ondertitel. Weloverwogen heb ik voor het Engelstalige orgineel gekozen, in plaats van de Nederlandse vertaling, "On the map" heeft immers twee betekenissen ("op de kaart" en "over de kaart") terwijl de Nederlandse versie alleen maar "op de kaart" is.
In "on the map" beschrijft Garfield in 22 lange en een aantal korte ("pocket maps") hoofdstukken die elk een specifieke kaart als uitgangspunt hebben de geschiedenis van de cartografie. Van het wereldbeeld van de Oude Grieken tot en met TomTom, Google Maps en de laatste ontwikkelingen op het gebied van neuropsychologie.
Garfield's schrijfstijl is prettig relativerend, met diverse subtiele grappen die gelukkig weer niet zodanig "inside" zijn dat ze aan deze kant van de Noordzee niet te volgen zouden zijn. "Witty" is de term die een aantal recensenten er voor gebruikten. Adrem, zou je dat in goed Nederlands kunnen noemen. "Associatief" is een ander passend label. De zijstappen en -grappen die Garfield maakt blijven wel zodanig beperkt dat de hoofdroute nooit uit zicht raakt.
Wat Garfield heel erg goed doet is het beschrijven van de kaarten in hun technologische, historische en maatschappelijke context. Niet alleen: wat staat er op die kaart, maar waarom staat juist dát op de kaart. En zo wordt gaandeweg de ruim 400 pagina's de wereld zoals wij die kennen in kaart gebracht. van Europa, naar America (dat eigenlijk Columbus had moeten heten, aldus Garfield), naar de bovenstroom van de Nijl en de Congo, met Scott en Amundsen naar de Zuidpool. Maar ook buiten onze eigen dampkring; naar Mars, en omgekeerd, onder de titel "Mapping the brain" naar onze eigen hersenpan. Ook het bekende vooroordeel dat vrouwen slechter kaart zouden kunnen lezen of minder richtingsgevoel hebben dan mannen komt aan de orde. Daar is overigens niets van waar. Wel oriënteren vrouwen zich over het algemeen meer dan de hand van gebouwen, landmarks, en andere points-of-interest (o nee, die zou ik interessante plaatsen noemen) terwijl mannen grossieren in aanwijzingen als "naar het Noorden", 3e straat links" na 400 meter rechts. Dát is informatie waar je als kaartontwerper je voordeel mee kunt doen!
Als Nederlander gloei je geregeld van trots, zo frequent komen onze voorvaderen als vooruitstrevende voorbeelden voorbij zetten. En niet alleen voorvaderen, want het hoofdstuk over SatNavs spelen TomTom, Tele-Atlas en AND de hoofdrollen. Op de aankomende Cartodag (23 april) maar eens kijken of we die toppositie kunnen vasthouden. En misschien Garfield daar volgend jaar als spreker uitnodigen?
Eigenlijk is "On the map" ook een geweldig lesprogramma voor een opleiding tot cartograaf . En dan het liefst door er net als de auteur op uit te gaan. Bezoek met een groep medestudenten een tentoonstelling in een museum (zoals vanaf morgen die over globes in het Amsterdamse Scheepvaartmuseum). Huur een bus en probeer die nieuwste TomTom uit. Doe mee aan een OpenStreetMap "mapping party". En maak een tube map van je eigen stad of streek.
Ik miste na lezing maar één hoofdstuk, namelijk een over kaarten waarin in plaats van steeds actuelere en meer accurate informatie juist bewust informatie wordt achtergehouden. Plattegronden van Berlijn als "Hauptstadt der DDR" zijn een bekend voorbeeld, maar ook het wegpoetsen van militaire objecten op onze Nederlandse luchtfoto's valt in die categorie. Misschien iets voor een volgende druk?
Labels:
cartografie,
garfield,
google maps,
kaart,
neuropsychologie,
openstreetmap,
tomtom
Recensie: de nieuwe BRT-achtergrondkaart
In de afgelopen 3 jaar werd hij langzaam maar zeker werd het beeldmerk van de Nederlandse webcartografie: de via PDOK geleverde BRT-achtergrondkaart. Natuurlijk, den mensch is conservatief, dus iedere wijziging wordt ook in de wereld van geografie en cartografie met wantrouwen begroet, maar toen ik vanochtend mijn twitter-timeline aanschouwde kreeg ik al snel het idee dat de nieuwe release van die BRT-A bij velen insloeg als een bom.
Eerst even wat achtergrond: de oorsprong van de BRT-achtergrondkaart ligt bij de geografische zoek- en toondienst (GeoZet) waarmee het Ministerie van BZK de openbare bekendmakingen letterlijk op de kaart wilde zetten. Zoiets vergt naast een webservice met die bekendmakingen natuurlijk ook een kaartondergrond, ét voila: ziedaar de entree van de BRT-A. Diezelfde kaart werd ook het gezicht van PDOK: de achtergrondkaart in de PDOK viewer en de standaard ondergrond in de voorbeeldapplicatie PDOK-kaart.
In 2013 kreeg de BRT-A een inhoudelijke update. Onder meer de A5 tussen Schiphol en de Amsterdamse havens kwam daarmee op de kaart te staan. Liefhebbers kunnen deze versie nog vinden op arcgis.com. Handig, wat zo kunnen we de huidige release nog met de vorige versie vergelijken.
Tja. En nu is er een update waarbij diezelfde A5 weer van de kaart is geveegd, als betrof het een staatsgeheim. Waar in vorige release de BRT-achtergrondkaart een bonte maar weldoordachte mix was van de basisregistratie topografie (BRT) en OpenStreetMap (zie voor details het artikel van cartograaf Edward Mac Gillavry en Haico van der Vegt in de geo-info van mei 2011) heeft PDOK er nu voor gekozen de kaart voor 100% op de BRT te baseren. Dat blijkt dus wat te optimistisch te zijn geweest. Die A5 is niet de enige inhoudelijke misser: ook de exact een jaar geleden ter gelegenheid van de floriade geopende A74 tussen Venlo en de Duitse grens is onder het digitale radeermes gesneuveld. En onze geo-collega's van Cap Gemini zullen er niet gelukkig mee zijn dat de Reykjavikstraat in Leidsche Rijn ineens van de aardbodem is verdwenen.
Ook van de cartografie word ik op zijn zachtst gezegd niet gelukkig. Snelwegen hangen bij knooppunten (zoals bij de aansluiting van de A44 op de A4) los in de lucht, in plaats van netjes via een trompertboog of fly-over op elkaar aan te sluiten. Treinstations worden het vermelden niet meer waard geacht. De oer-Holandse slootjes komen bij de stap van level 7 naar level 8 wel erg plotseling en masse in beeld. Wel een verbeterpunt is de weergave van kassen: de oude versie toonde deze in het geheel niet; de nieuwe release brengt deze landschapsverstorende elementen wel duidelijk in beeld.
En dan de labelling. In de oude BRT-A was die ook niet zaligmakend, met name omdat (door de GeoZet--oorsprong) de gemeentenamen wel erg pontificaal in beeld waren. Ook was in de oude versie de hierarchie van plaatsnamen weliswaar niet helemaal perfect, maar wel redelijk consistent. De BRT-A die we sinds vandaag voorgeschoteld krijgen is op het gebied van tekstplaatsing echt onder de maat. Als Amsterdammer vind ik het natuurlijk heel leuk dat bij het starten van de PDOK viewer (=level 2) alleen onze hoofdstad van een naam wordt voorzien, maar logisch is anders. Eén en twee zoomstappen verder (level 3 en 4) mis ik plaatsen als Breda en Tilburg en Venlo (pas maar op: voordat je het weet wordt er daarvandaan "het is een walgelijke kaart!" geroepen...).
Level 6 is redelijk in balans, al is het wel twintig jaar geleden dat ik "Nieuwegein-Noord" en "Nieuwegein-Zuid" als aparte entiteiten ben tegengekomen. Ook de diverse Almere zie ik liever "ongedeeld" dan met aparte vermeldingen voor "Stad", "Haven" (en "Buiten", "Poort" etc.).
Nog een zoomniveau dieper lijkt de labelmachine op hol te slaan: plaatsnamen verschijnen en verdwijnen, corpsgroottes lopen niet meer gelijk op met de logische hierarchie in plaatsnamen en ineens een vreemd übervette font voor de labels van de G4.
Jammer, want ik was na lezing van "On the map" (van Simon Garfield, recensie binnenkort op deze site) en "Op de kaart" (van Annet Pasveer) juist apetrots op beroemde en inspirerende voorbeelden van Vaderlandse Cartografie. De BRT-achtergrondkaart in deze vorm gaat geen ereplaats krijgen in cartografische standaardboekwerken, op tentoonstellingen en in musea.
Ik ben benieuwd of dit aan de data (alleen BRT in plaats van een heerlijke combinatie van ingrediënten), aan de gebruikte software, of aan de cartografische expertise ligt. Sowieso wil ik voorstellen om bij dit soort ingrijpende wijzigingen een bêta-release uit te brengen, waar minstens het PDOK-klantenpanel maar liefst een bredere groep op kan reflecteren. Ik denk dat diverse functioneel beheerders van geo-sites waarin de BRT-A de ondergrond vormt nu een moeilijk verhaal naar hun afnemers/gebruikers hebben. Maar goed, misschien heeft iemand de tegeltjes van de vorige release nog ergens liggen?
Eerst even wat achtergrond: de oorsprong van de BRT-achtergrondkaart ligt bij de geografische zoek- en toondienst (GeoZet) waarmee het Ministerie van BZK de openbare bekendmakingen letterlijk op de kaart wilde zetten. Zoiets vergt naast een webservice met die bekendmakingen natuurlijk ook een kaartondergrond, ét voila: ziedaar de entree van de BRT-A. Diezelfde kaart werd ook het gezicht van PDOK: de achtergrondkaart in de PDOK viewer en de standaard ondergrond in de voorbeeldapplicatie PDOK-kaart.
In 2013 kreeg de BRT-A een inhoudelijke update. Onder meer de A5 tussen Schiphol en de Amsterdamse havens kwam daarmee op de kaart te staan. Liefhebbers kunnen deze versie nog vinden op arcgis.com. Handig, wat zo kunnen we de huidige release nog met de vorige versie vergelijken.
Tja. En nu is er een update waarbij diezelfde A5 weer van de kaart is geveegd, als betrof het een staatsgeheim. Waar in vorige release de BRT-achtergrondkaart een bonte maar weldoordachte mix was van de basisregistratie topografie (BRT) en OpenStreetMap (zie voor details het artikel van cartograaf Edward Mac Gillavry en Haico van der Vegt in de geo-info van mei 2011) heeft PDOK er nu voor gekozen de kaart voor 100% op de BRT te baseren. Dat blijkt dus wat te optimistisch te zijn geweest. Die A5 is niet de enige inhoudelijke misser: ook de exact een jaar geleden ter gelegenheid van de floriade geopende A74 tussen Venlo en de Duitse grens is onder het digitale radeermes gesneuveld. En onze geo-collega's van Cap Gemini zullen er niet gelukkig mee zijn dat de Reykjavikstraat in Leidsche Rijn ineens van de aardbodem is verdwenen.
Ook van de cartografie word ik op zijn zachtst gezegd niet gelukkig. Snelwegen hangen bij knooppunten (zoals bij de aansluiting van de A44 op de A4) los in de lucht, in plaats van netjes via een trompertboog of fly-over op elkaar aan te sluiten. Treinstations worden het vermelden niet meer waard geacht. De oer-Holandse slootjes komen bij de stap van level 7 naar level 8 wel erg plotseling en masse in beeld. Wel een verbeterpunt is de weergave van kassen: de oude versie toonde deze in het geheel niet; de nieuwe release brengt deze landschapsverstorende elementen wel duidelijk in beeld.
En dan de labelling. In de oude BRT-A was die ook niet zaligmakend, met name omdat (door de GeoZet--oorsprong) de gemeentenamen wel erg pontificaal in beeld waren. Ook was in de oude versie de hierarchie van plaatsnamen weliswaar niet helemaal perfect, maar wel redelijk consistent. De BRT-A die we sinds vandaag voorgeschoteld krijgen is op het gebied van tekstplaatsing echt onder de maat. Als Amsterdammer vind ik het natuurlijk heel leuk dat bij het starten van de PDOK viewer (=level 2) alleen onze hoofdstad van een naam wordt voorzien, maar logisch is anders. Eén en twee zoomstappen verder (level 3 en 4) mis ik plaatsen als Breda en Tilburg en Venlo (pas maar op: voordat je het weet wordt er daarvandaan "het is een walgelijke kaart!" geroepen...).
Level 6 is redelijk in balans, al is het wel twintig jaar geleden dat ik "Nieuwegein-Noord" en "Nieuwegein-Zuid" als aparte entiteiten ben tegengekomen. Ook de diverse Almere zie ik liever "ongedeeld" dan met aparte vermeldingen voor "Stad", "Haven" (en "Buiten", "Poort" etc.).
Nog een zoomniveau dieper lijkt de labelmachine op hol te slaan: plaatsnamen verschijnen en verdwijnen, corpsgroottes lopen niet meer gelijk op met de logische hierarchie in plaatsnamen en ineens een vreemd übervette font voor de labels van de G4.
Jammer, want ik was na lezing van "On the map" (van Simon Garfield, recensie binnenkort op deze site) en "Op de kaart" (van Annet Pasveer) juist apetrots op beroemde en inspirerende voorbeelden van Vaderlandse Cartografie. De BRT-achtergrondkaart in deze vorm gaat geen ereplaats krijgen in cartografische standaardboekwerken, op tentoonstellingen en in musea.
Ik ben benieuwd of dit aan de data (alleen BRT in plaats van een heerlijke combinatie van ingrediënten), aan de gebruikte software, of aan de cartografische expertise ligt. Sowieso wil ik voorstellen om bij dit soort ingrijpende wijzigingen een bêta-release uit te brengen, waar minstens het PDOK-klantenpanel maar liefst een bredere groep op kan reflecteren. Ik denk dat diverse functioneel beheerders van geo-sites waarin de BRT-A de ondergrond vormt nu een moeilijk verhaal naar hun afnemers/gebruikers hebben. Maar goed, misschien heeft iemand de tegeltjes van de vorige release nog ergens liggen?
Labels:
basisregistratie topografie,
brt,
cartografie,
labels,
pdok,
PDOK Kaart,
plaatsnamen
zaterdag 15 maart 2014
Straatplaat: De Nationale-Opera-en-Ballet-projectie
Daarnaast is het opzienbarend hoe de "Google Pin" (hier overigens in een iets afwijkende vorm) dé visuele standaard voor een point of interest is geworden. Sorry: ik krijg het Nederlandse "nuttige plaats" niet uit mijn strot en toetsenbord. Is "interessante plek" een goede benaming?
![]() |
| Het affiche van Nationale Opera & Ballet op de Amsterdamse Geldersekade |
zondag 13 oktober 2013
Innovatie doe je zelf, uitvinden doen de buren. Maar wie zijn die buren?
De quote kwam voorbij tijdens het lustrum van de AGGN (sorry, ik weet niet meer of Layar voorman Raimo van der Klein was, of dat Geodan-er Eduado Dias de opmerking plaatste): "innovatie is niet zelf iets uitvinden, maar het zinvol toepassen van iets dat al uitgevonden is". En vandaag las ik in de lectorale rede van Alexander Pleijter (Fontsys Hogeschool) woorden van gelijke strekking. Dus stop met zelf Willie Wortel spelen, maar kijk over de schutting om te zien of buurman of buurvrouw het wiel heeft uitgevonden waar jij een nieuwe draai aan kunt geven.
Om die reden is het altijd interessant om bijeenkomsten van andere (liefst wel enigszins aanpalende) disciplines te bezoeken. Ik heb het geluk dat zo ongeveer in mijn achtertuin Pakhuis De Zwijger staat, waar de hoofdstedelijke creatieve sector geregeld evenementen organiseert, waar Platform 31 (de opvolger van het NIROV) een aantal keer per jaar haar vaktijdschrift presenteert, waar de uitreiking van de privacyprijs "Big Brother Award" plaats heeft, waar Nederland van Boven aan de pers wordt gepresenteerd en waar de Adobe gebruikersgroep (Illustrator, Photoshop enzo) geregeld een verenigingsbijeenkomst houdt.
Allemaal onderwerpen die aan mijn vakgebied (geo-informatie) raken. Waarom? Omdat ze gaan over het toepassen van geo-informatie. Open data, datavisualisatie, ruimtelijke ordening, allemaal zaken die tegen het gebruik van geo-informatie aanschurken.
Als cartograaf heb ik dus de luxe dat het aantal aanpalende vakdisciplines bijzonder groot is, maar hoe doen mijn geo-collega's die zich geodeet of landmeter noemen dat eigenlijk. Wie zijn de buurmannen en -vrouwen bij wie zij over de schutting kijken om zich te laten inspireren? Het Koninklijk Wiskundig Genootschap? De Nederlandse vereniging voor Ruimtevaart? Ik kan het even niet bedenken, maar ben er oprecht nieuwsgierig naar!
Overigens: naast inspiratie opdoen bij aanpalende of zelfs wat verder verwijderde vakdisciplines blijft een goed gesprek met een geo-collega natuurlijk ook waardevol. Net als trouwens een mooie tentoonstelling, een goed boek of fraaie film. Be inspired!
Om die reden is het altijd interessant om bijeenkomsten van andere (liefst wel enigszins aanpalende) disciplines te bezoeken. Ik heb het geluk dat zo ongeveer in mijn achtertuin Pakhuis De Zwijger staat, waar de hoofdstedelijke creatieve sector geregeld evenementen organiseert, waar Platform 31 (de opvolger van het NIROV) een aantal keer per jaar haar vaktijdschrift presenteert, waar de uitreiking van de privacyprijs "Big Brother Award" plaats heeft, waar Nederland van Boven aan de pers wordt gepresenteerd en waar de Adobe gebruikersgroep (Illustrator, Photoshop enzo) geregeld een verenigingsbijeenkomst houdt.
Allemaal onderwerpen die aan mijn vakgebied (geo-informatie) raken. Waarom? Omdat ze gaan over het toepassen van geo-informatie. Open data, datavisualisatie, ruimtelijke ordening, allemaal zaken die tegen het gebruik van geo-informatie aanschurken.
Als cartograaf heb ik dus de luxe dat het aantal aanpalende vakdisciplines bijzonder groot is, maar hoe doen mijn geo-collega's die zich geodeet of landmeter noemen dat eigenlijk. Wie zijn de buurmannen en -vrouwen bij wie zij over de schutting kijken om zich te laten inspireren? Het Koninklijk Wiskundig Genootschap? De Nederlandse vereniging voor Ruimtevaart? Ik kan het even niet bedenken, maar ben er oprecht nieuwsgierig naar!
Overigens: naast inspiratie opdoen bij aanpalende of zelfs wat verder verwijderde vakdisciplines blijft een goed gesprek met een geo-collega natuurlijk ook waardevol. Net als trouwens een mooie tentoonstelling, een goed boek of fraaie film. Be inspired!
Labels:
AGGN,
cartografie,
de zwijger,
innovatie,
inspiratie,
visualisatie
woensdag 26 juni 2013
"big data" of "understanding our world"?
Stomtoevallig kwamen vanochtend twee artikelen voor mijn leesbril die "big data" en "geo" met elkaar in verband brachten. Allereerst las ik in de weekendbijlage van het NRC een artikel van internetscepticus Evgeny Morozov. Dat artikel is in de Engelstalige versie online te lezen op Slate Magazine, dus lees vooral even mee. Morozov betoogt in het artikel dat "big data" vooral gaat over het ontdekken van een cijfermatig verband tussen verschijnselen door bergen data in de übergrote statistiekmolen te gooien, terwijl het geen enkel inzicht geeft in causaliteit: wordt verschijnsel A door verschijnsel B veroorzaakt, of is het er juist een gevolg van, of zijn beide verschijnselen allebei het gevolg van oorzaak C?
Morozov geeft aan dat big data ons lui maakt; in plaats van op zoek te gaan naar de oorzaak van verschijnselen focussen we alleen maar op de gevolgen: "we hoeven niet te vragen waarom alles is zoals het is, zolang we het maar naar believen kunnen beïnvloeden", schrijft Morozov.
5 minuten later werd ik gewezen op het artikel Mapping the Future with Big Data van Patrick Tucker in "The Futurist", het magazine van de World Future Society. Daarin beschrijft Tucker hoe het simpelweg op elkaar stapelen van bergen data op het eerste inzicht wel inzicht lijkt te bieden, maar dat bij nader inzien juist een dwaalspoor blijkt te zijn: het op een topografische ondergrond projecteren van a) een dataset met sociale woningbouw en b) een dataset met misdaadlocaties geeft slechtsaan dat er correlatie is, maar vertelt helemaal niets over een oorzakelijk verband. "Every map is only as good as the data that built it and the understanding of the map maker", schrijft Tucker na een interview met Jack Dangermond, en "If we can avoid the temptation to view any map as complete, if we can remind ourselves not to simply layer a map of housing subsidies on top of the crime map and call it a day, if we can find the energy to instead go one map further, and then another, and then another, then perhaps GIS will live up to its fullest potential."
Dát is de opgave voor iedere serieuze cartograaf: duidelijk maken dat de kaart niet de ultieme waarheid is, maar een hulmiddel naar het ontdekken van oorzakelijke verbanden. En die oorzakelijke verbanden hoeven helemaal niet ruimtelijk te zijn. "Understanding our world" noemt Esri dat, en dat is wezenlijk meer dan (pseudo-)informatie genereren door datasets te stapelen.
Morozov geeft aan dat big data ons lui maakt; in plaats van op zoek te gaan naar de oorzaak van verschijnselen focussen we alleen maar op de gevolgen: "we hoeven niet te vragen waarom alles is zoals het is, zolang we het maar naar believen kunnen beïnvloeden", schrijft Morozov.
5 minuten later werd ik gewezen op het artikel Mapping the Future with Big Data van Patrick Tucker in "The Futurist", het magazine van de World Future Society. Daarin beschrijft Tucker hoe het simpelweg op elkaar stapelen van bergen data op het eerste inzicht wel inzicht lijkt te bieden, maar dat bij nader inzien juist een dwaalspoor blijkt te zijn: het op een topografische ondergrond projecteren van a) een dataset met sociale woningbouw en b) een dataset met misdaadlocaties geeft slechtsaan dat er correlatie is, maar vertelt helemaal niets over een oorzakelijk verband. "Every map is only as good as the data that built it and the understanding of the map maker", schrijft Tucker na een interview met Jack Dangermond, en "If we can avoid the temptation to view any map as complete, if we can remind ourselves not to simply layer a map of housing subsidies on top of the crime map and call it a day, if we can find the energy to instead go one map further, and then another, and then another, then perhaps GIS will live up to its fullest potential."
Dát is de opgave voor iedere serieuze cartograaf: duidelijk maken dat de kaart niet de ultieme waarheid is, maar een hulmiddel naar het ontdekken van oorzakelijke verbanden. En die oorzakelijke verbanden hoeven helemaal niet ruimtelijk te zijn. "Understanding our world" noemt Esri dat, en dat is wezenlijk meer dan (pseudo-)informatie genereren door datasets te stapelen.
Labels:
arcgis.com,
big data,
cartografie,
esri,
geo-informatie,
geo-inzicht,
Morozov,
Patrick Tucker
woensdag 8 december 2010
Stede(n)bouw en [k|c]artografie
Als beleidsmedewerker bij "The Ministry Formerly Known As VROM" (TMFKAV), thans Infrastructuur en Milieu werk ik op het grensvlak van Ruimtelijk Ontwerp en Geo-Informatie. Vandaar dat de afdeling waar ik het land dien dan ook GIRO heet. Inderdaad, geo-informatie staat voorop! Althans in naam.
Bij toeval hebben beide vakgebieden een spellingsbijzonderheid onder de leden. Ruimtelijk Ontwerp is een uitbreiding op stedebouwkunde. Stedebouw, zonder tussen-n inderdaad, al zegt uw spellingscontrole wellicht wat anders. Want "stede" slaat niet op meervoud van stad (dan had het wel stadsbouw geheten!), maar op woonstede; een plek om te wonen.
Maar het blijkt moeilijk te zijn om consequent te zijn op www.wissing.nl lees ik dat "bureau Wissing stedebouw en ruimtelijke vormgeving" een stedenbouwkundig bureua is.
Aan geo-zijde is de spelling van kartografie nog altijd omstreden. Mooi om te zien dat uitgerekend het Meertens instituut kartografische applicaties dus met een "k") heeft (zie http://www.meertens.knaw.nl/projecten/mand/CARTkartografieapp.html).
Een bureau in Assen zit in dezelfde spagaat als stede(n)bouwkundig bureau Wissing: De Vries Kartografie doet aan cartografie.
Voor beide vakgebieden geldt dat ze nogal wat moeite hebben hun bestaansrecht voor de boze buitenwereld duidelijk te maken. Dat verbaast me niets, met deze taalschizofrenie!
Afijn (enfin?), ik ben benieuwd of tijdens het Groot Dictee op 15 december aanstaande een rol is weggelegd voor "een geëxalteerde stedebouwkundige die dankzij geraffineerde kartografie de eloquente politici het zwijgen wist op te leggen".
Bij toeval hebben beide vakgebieden een spellingsbijzonderheid onder de leden. Ruimtelijk Ontwerp is een uitbreiding op stedebouwkunde. Stedebouw, zonder tussen-n inderdaad, al zegt uw spellingscontrole wellicht wat anders. Want "stede" slaat niet op meervoud van stad (dan had het wel stadsbouw geheten!), maar op woonstede; een plek om te wonen.
Maar het blijkt moeilijk te zijn om consequent te zijn op www.wissing.nl lees ik dat "bureau Wissing stedebouw en ruimtelijke vormgeving" een stedenbouwkundig bureua is.
Aan geo-zijde is de spelling van kartografie nog altijd omstreden. Mooi om te zien dat uitgerekend het Meertens instituut kartografische applicaties dus met een "k") heeft (zie http://www.meertens.knaw.nl/projecten/mand/CARTkartografieapp.html).
Een bureau in Assen zit in dezelfde spagaat als stede(n)bouwkundig bureau Wissing: De Vries Kartografie doet aan cartografie.
Voor beide vakgebieden geldt dat ze nogal wat moeite hebben hun bestaansrecht voor de boze buitenwereld duidelijk te maken. Dat verbaast me niets, met deze taalschizofrenie!
Afijn (enfin?), ik ben benieuwd of tijdens het Groot Dictee op 15 december aanstaande een rol is weggelegd voor "een geëxalteerde stedebouwkundige die dankzij geraffineerde kartografie de eloquente politici het zwijgen wist op te leggen".
Labels:
cartografie,
kartografie,
meertens,
stedebouw stedenbouw,
taal
Abonneren op:
Posts (Atom)

