Op deze blog heb ik al een aantal maal eerder geschreven over de bestemmingsplanwijziging in mijn Amsterdamse achtertuin. Het globale bestemmingsplan "Stadswerf Oostenburg" was begin juli toe aan de laatste 2 bedrijven: de bespreking in de raadscommissie RO, en de daaropvolgende behandeling plus stemming in de Raad. Dat leverde nog aardig wat politiek vuurwerk op.
Vanuit participerende bewoners van de omliggende buurten is er in de inspraak met name aangedrongen het openbaar houden van kades en oevers, op variatie in bouwhoogte, en po een volwaardig aandeel sociale woningbouw. Dat laatste punt werd steeds meer de spil van de politieke discussie.
Een technisch lastige discussie, want in het ontwerp bestemmingsplan (onder bestuurlijke verantwoordelijkheid van het stadsdeel centrum) werd gesproken over percentages BVO (bruto vloeroppervlak) die gereserveerd zouden moeten worden voor sociale woningbouw, terwijl in het vigerend stedelijk beleid eigenlijk altijd wordt gesproken over percentages van de aantallen woningen. En er is helaas geen vaste "wisselkoers" tussen vloeroppervlak en aantal woningen, het hangt er maar net van af hoe groot of klein je de sociale huurwoningen, die in het middensegment en de koopwoningen bouwt.
Dat vigerende stedelijk beleid betreft met name de afspraken die er tussen gemeente, woningcorporaties en huurdersverenigingen zijn gemaakt, en die er kortweg op neer komen dat zodra in een wijk het aandeel sociale huurwoningen (aantallen dus!) beneden de 35% dreigt te komen er een alarmbel afgaat en de partijen rond de tafel gegaan om te kijken hoe hier op ingegrepen kan worden. Als geografische indeling wordt daarbij een opdeling van Amsterdam in 22 gebieden gehanteerd. Dat is een sinds 2015 in gebruik zijnde indeling die met name wordt gebruikt ten behoeve van het opstellen van sociaal(-ruimtelijk) beleid.
In de politieke discussies in bestuurscommissie, raadscommissie en Raad bleek die indeling nog wat onwennig te zijn; de dames en heren politici vielen bewust of onbewust liever terug op vetrouwde termen en indeling als de "Oostelijke Eilanden", waarmee technisch gezien echter maar naar pakweg een vijfde deel van het in deze discussie ter zake doende "22 gebieden - gebied" gerefereerd werd.
Had de omgevingswet (met het bijbehorende Digitaal Stelsel) hierbij kunnen helpen? Waarschijnlijk wel. Met het eenduidig vastleggen van beleid en beleidsvoornemens was de kans klein geweest dat er in het ontwerpbestemmingpslan ineens met percentages BVO ipv aantallen was gerekend. En daarnaast was de gebiedsindeling waarop de "35% afspraken" betrekking heeft in een Digitaal Stelsel waarschijnlijk wat prominenter naar voren gekomen. Alhoewel het daar naar mijn idee ook had geholpen als de 22 gebieden indeling van een wervende naam zou zijn voorzien.
Ook merk je aan dit proces dat om een Digitaal Stelsel volledig tot zin recht te laten komen echt alle plannen, beleid en beleidsvoornemens met een ruimtelijke component digitaal en vergelijkbaar beschikbaar moeten zijn. Dus ook de afspraken over de ondergrens voor het percentage sociale woningbouw per 22 gebieden-zonder-naam.
En dan nog: het ad-hoc hanteren daarvan in een politieke discussie in bestuurscommisie, raadscommissie en gemeenteraad is geen sinecure; bij de behandeling van dit bestemmingsplan in die gremia valt op hoe "tekstgericht" die behandeling is, je zou bij de raadscommissie RO de kaart van Amsterdam toch wat meer prominent in gebruik verwachten. Mocht iemand daarvan sprekende voorbeelden hebben dan verneem ik dat graag!
Hoe dan ook. Het bestemmingpslan is -met een amendement dat een hoger percentage sociale huur afdwingt- vastgesteld met een overigens krappe raadsmeerderheid. Daarmee kunnen we doorgaan naar de volgende stap: de uitwerkingsplannen. Waarschijnlijk zijn die weer wat meer op het ruimtelijk ontwerp (bouwhoogte, verkaveling) gericht.
Posts tonen met het label bestemmingsplan. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bestemmingsplan. Alle posts tonen
zondag 24 juli 2016
maandag 22 februari 2016
De burger aan zet in de omgevingswet. Eigen ervaringen én die van het SCP
Sinds 2 jaar bemoei ik me (met zo''n 20 buurtbewoners) intensief met de herziening van het bestemmingsplan van het gebied waar ik vanuit mijn Amsterdamse woning op uit kijk. Vorig jaar heb ik daar bij twee gelegenheden wat over verteld (zie presentatie nr. 8 op de site van een Geonovum dag over 3D en de omgevingswet). Erg leuk om als geo-professional met ruime ervaring in de ruimtelijke ordening vanuit een ander perspectief (dat van de burger) medeprofessionals een nieuw inzicht mee te geven.
(Aardige anekdote: bij aanvang van mijn verhaal vroeg ik aan de met 100 man/vrouw gevulde zaal hoeveel burgers er in de zaal waren. Slechts 10 mensen staken hun hand op... Got it?)
Kern van mijn betoog was dat a) bestemmingsplannen heel moeilijk leesbaar zijn, en dat RO-Online het daarbij niet gemakkelijker maakt (de meeste bewoners hebben zelf na aandringen bij de gemeente een PDF met de plankaart losgepeuterd), b) een bestemmingsplan met veel hoogbouwaspecten in een platte plankaart wel erg moeilijk leesbaar is en c) dat het proces van inspraak, dus nog los van de planinhoud, voor argeloze burgers bijna ondoorgrondelijk is. In Amsterdam overigens extra bemoeilijkt omdat centrale stad en bestuurscommissie er nog steeds niet uit zijn wie welke rol heeft op gebied van bestemmingsplannen. Dat het in dit geval om een globaal bestemmingplan met uitwerkingsplicht gaat maakt de zaak nog even wat complexer.
Voor de inleefbaarheid in de inhoud hielp het mijn medebewoners heel veel om -met Google Earth Professional, gevuld met Amsterdamse 3D panden- een aantal 3D beelden van het bestemmingsgebied te construeren, en daar een hele serie gezichtspunten mee te maken, met zowel "best case" als "worst case" scenarios. Door er een paar bekende Amsterdamse gebouwen in te zetten die ongeveer dezelfde hoogte hebben als wat het bestemmingsplan straks toestaat won de 3D verbeelding nog meer aan zeggingskracht. De stap naar Augmented Reality of VR moet ik nog even maken...
Met de uit deze 3D verbeelding voortkomende inzichten hebben we in onze zienswijze de gemeente en stedenbouwkundig bureau Urhahn weten te overtuigen om méér variatie in bouwhoogte aan te brengen door op sommige plekken juist hoger te bouwen dan de voorgestelde 42 meter.
Het mooie is dat parallel aan dit lokale buurtproces het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO) steeds meer vorm krijgt. Wel maak ik me zorgen over ambitie en invulling daarvan, want ik zie in het programma maar een beperkte 3D ambitie voor de eerste fase. En ik zie veel technisch-inhoudelijke invulling, maar weinig hulpmiddelen waarmee de burger en andere belanghebbenden in het inspraakproces worden begeleid.
Wel meedenken helemaal aan de voorkant, in onschuldige ontwerpsessies (Geodesign!) in houtskool. Maar als het er echt op aan komt en je als burger geconfronteerd wordt met plannen die in inkt staan, en de doorlooptijden zoals die in de Omgevingswet staan moeten worden gehaald, dan kun je wel wat ondersteuning gebruiken. Wat zijn de spelregels, waar kan ik ze vinden wie stelt ze op en wie handhaaft ze? En wanneer heb ik mijn 3 minuten inspraaktijd? Want daar komt het uiteindelijk op neer.
Gelukkig heeft het Sociaal Cultureel Planbureau dit onlangs in het essay "Niet buiten de burger rekenen" ook aan de orde gesteld. Inhoudelijk zeer herkenbaar, en bovendien in een vlotte stijl en compact geschreven waardoor je in een dik uurtje heel veel wijzer bent. Een absolute aanrader voor iedereen die met de Omgevingswet te maken heeft. En een mooi aandachtspunt voor het aanstaande Proverocongres.
Ondertussen participeren mijn buren en ik vrolijk door. Met overmorgen inspraak bij de raadscommisie RO over bij wie we nu eigenlijk over de planinhoud mogen inspreken. Een soort van meta-inspraak dus!
(Aardige anekdote: bij aanvang van mijn verhaal vroeg ik aan de met 100 man/vrouw gevulde zaal hoeveel burgers er in de zaal waren. Slechts 10 mensen staken hun hand op... Got it?)
Kern van mijn betoog was dat a) bestemmingsplannen heel moeilijk leesbaar zijn, en dat RO-Online het daarbij niet gemakkelijker maakt (de meeste bewoners hebben zelf na aandringen bij de gemeente een PDF met de plankaart losgepeuterd), b) een bestemmingsplan met veel hoogbouwaspecten in een platte plankaart wel erg moeilijk leesbaar is en c) dat het proces van inspraak, dus nog los van de planinhoud, voor argeloze burgers bijna ondoorgrondelijk is. In Amsterdam overigens extra bemoeilijkt omdat centrale stad en bestuurscommissie er nog steeds niet uit zijn wie welke rol heeft op gebied van bestemmingsplannen. Dat het in dit geval om een globaal bestemmingplan met uitwerkingsplicht gaat maakt de zaak nog even wat complexer.
Voor de inleefbaarheid in de inhoud hielp het mijn medebewoners heel veel om -met Google Earth Professional, gevuld met Amsterdamse 3D panden- een aantal 3D beelden van het bestemmingsgebied te construeren, en daar een hele serie gezichtspunten mee te maken, met zowel "best case" als "worst case" scenarios. Door er een paar bekende Amsterdamse gebouwen in te zetten die ongeveer dezelfde hoogte hebben als wat het bestemmingsplan straks toestaat won de 3D verbeelding nog meer aan zeggingskracht. De stap naar Augmented Reality of VR moet ik nog even maken...
Met de uit deze 3D verbeelding voortkomende inzichten hebben we in onze zienswijze de gemeente en stedenbouwkundig bureau Urhahn weten te overtuigen om méér variatie in bouwhoogte aan te brengen door op sommige plekken juist hoger te bouwen dan de voorgestelde 42 meter.
Het mooie is dat parallel aan dit lokale buurtproces het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO) steeds meer vorm krijgt. Wel maak ik me zorgen over ambitie en invulling daarvan, want ik zie in het programma maar een beperkte 3D ambitie voor de eerste fase. En ik zie veel technisch-inhoudelijke invulling, maar weinig hulpmiddelen waarmee de burger en andere belanghebbenden in het inspraakproces worden begeleid.
Wel meedenken helemaal aan de voorkant, in onschuldige ontwerpsessies (Geodesign!) in houtskool. Maar als het er echt op aan komt en je als burger geconfronteerd wordt met plannen die in inkt staan, en de doorlooptijden zoals die in de Omgevingswet staan moeten worden gehaald, dan kun je wel wat ondersteuning gebruiken. Wat zijn de spelregels, waar kan ik ze vinden wie stelt ze op en wie handhaaft ze? En wanneer heb ik mijn 3 minuten inspraaktijd? Want daar komt het uiteindelijk op neer.
Gelukkig heeft het Sociaal Cultureel Planbureau dit onlangs in het essay "Niet buiten de burger rekenen" ook aan de orde gesteld. Inhoudelijk zeer herkenbaar, en bovendien in een vlotte stijl en compact geschreven waardoor je in een dik uurtje heel veel wijzer bent. Een absolute aanrader voor iedereen die met de Omgevingswet te maken heeft. En een mooi aandachtspunt voor het aanstaande Proverocongres.
Ondertussen participeren mijn buren en ik vrolijk door. Met overmorgen inspraak bij de raadscommisie RO over bij wie we nu eigenlijk over de planinhoud mogen inspreken. Een soort van meta-inspraak dus!
maandag 11 november 2013
Met geo kun je alles maken! (of: open geodata heeft geen waarde: het creëert waarde!)
Vorige week twitterde ik, koud een uur nadat ik mijn lijfblad van haar cellofaan jasje had ontdaan, enthousiast over de open data special van de Geo-Info. (Lees gerust verder, dat enthousiasme is er nog steeds). Vandaag las ik diezelfde Geo-Info nog een keer. Maar waar ik vorige week met een "open data-bril" las, heb ik vandaag door mijn geodata-glazen gekeken. En jawel, dat gaf een ander beeld!
het is namelijk handig onderscheid te maken tussen aan de ene kant geodata met een intrinsieke waarde, zoals de neerslaggegevens van het KNMI en andere sensordata, maar ook ruimtelijke plannen. Aan de andere kant heb je geodata die als "grondplaat" (bekend van Lego, voor PC-bouwers is "moederbord" misschien een betere term) kan dienen, waarmee andere data meer waarde kan krijgen. In die tweede categorie vallen het Nationaal Wegenbestand (NWB), de BAG (en dan met name de adrescoördinaten), de basisregistratie topografie (BRT) en ook OpenStreetMap. Zelfs als zo'n topografische ondergrond alleen maar als plaatje beschikbaar wordt gesteld heeft het al "grondplaatwaarde". Ook gemeentegrenzen, wijk- en buurtindelingen en postcodepunten en -polygonen vallen in deze groep. Allemaal geodatasets die een ruimtelijke verbinding tussen verschillende administratieve data (de "legosteentjes", of voor de PC-bouwers: de processor, de DIMMs, videokaart etc.) mogelijk maken.

Opvallend is dat de bredere beschikbaarheid van "grondplaatgeodata" niet alleen van waarde is voor administratieve data die als "open data" beschikbaar wordt gesteld, maar ook helpt om "closed data" (zoals klantenkaartgegevens) verder uit te nutten. En daarmee de geo-analyse sector weer een boost geeft.
Open "grondplaatgeodata" heeft dus een andere dynamiek, met andere kansen, dan administratieve open data. Uiteraard heeft de geo-sector er belang bij dat er zo veel mogelijk administratieve data laagdrempelig, liefst als open data beschikbaar komt, omdat daarmee de vraag naar "grondplaten" zelf én de vraag naar kennis van hoe je die steentjes het beste op de grondplaat kunt plaatsen groter wordt: werk aan de geo-advies- en itc-winkel!
Dit alles maakt de rol van open geodata wel bijzonder: het is een aanjager om de potentie van andere open data ten volle te benutten. Daarom is het van groot belang dat we als geosector juist de grondplaten als adrescoördinaten, postcodepunten, gemeentegrenzen en topografie eenvoudig en laagdrempelig beschikbaar stellen. Noem het de "G20", de 20 open basisgeodatasets. Dat is de echte open geodata!
het is namelijk handig onderscheid te maken tussen aan de ene kant geodata met een intrinsieke waarde, zoals de neerslaggegevens van het KNMI en andere sensordata, maar ook ruimtelijke plannen. Aan de andere kant heb je geodata die als "grondplaat" (bekend van Lego, voor PC-bouwers is "moederbord" misschien een betere term) kan dienen, waarmee andere data meer waarde kan krijgen. In die tweede categorie vallen het Nationaal Wegenbestand (NWB), de BAG (en dan met name de adrescoördinaten), de basisregistratie topografie (BRT) en ook OpenStreetMap. Zelfs als zo'n topografische ondergrond alleen maar als plaatje beschikbaar wordt gesteld heeft het al "grondplaatwaarde". Ook gemeentegrenzen, wijk- en buurtindelingen en postcodepunten en -polygonen vallen in deze groep. Allemaal geodatasets die een ruimtelijke verbinding tussen verschillende administratieve data (de "legosteentjes", of voor de PC-bouwers: de processor, de DIMMs, videokaart etc.) mogelijk maken.

Opvallend is dat de bredere beschikbaarheid van "grondplaatgeodata" niet alleen van waarde is voor administratieve data die als "open data" beschikbaar wordt gesteld, maar ook helpt om "closed data" (zoals klantenkaartgegevens) verder uit te nutten. En daarmee de geo-analyse sector weer een boost geeft.
Open "grondplaatgeodata" heeft dus een andere dynamiek, met andere kansen, dan administratieve open data. Uiteraard heeft de geo-sector er belang bij dat er zo veel mogelijk administratieve data laagdrempelig, liefst als open data beschikbaar komt, omdat daarmee de vraag naar "grondplaten" zelf én de vraag naar kennis van hoe je die steentjes het beste op de grondplaat kunt plaatsen groter wordt: werk aan de geo-advies- en itc-winkel!
Dit alles maakt de rol van open geodata wel bijzonder: het is een aanjager om de potentie van andere open data ten volle te benutten. Daarom is het van groot belang dat we als geosector juist de grondplaten als adrescoördinaten, postcodepunten, gemeentegrenzen en topografie eenvoudig en laagdrempelig beschikbaar stellen. Noem het de "G20", de 20 open basisgeodatasets. Dat is de echte open geodata!
Labels:
adressen,
BAG,
bestemmingsplan,
gemeenten,
geo-info,
geodata,
nwb,
open data,
openstreetmap
woensdag 6 juli 2011
Op de geomarkt is je euro open data waard
Het prettige van het bij een Open Data initiatief betrokken zijn is dat je weer met een frisse blik naar geotoepassingen kijkt. Niet gehinderd door basisregistraties, of overbekende softwareoplossingen, maar weer dichter bij de "functionele behoefte", en bij creatieve initiatieven.
Zo kwam ik zoekend naar een werkend GeoZet voorbeeld (geen onbekende in mijn blogs) terecht bij de al 3 jaar bestaande oplossing voor hetzelfde probleem.
Dat probleem is het weergeven van overheidsbekendmakingen, zoals verleende vergunningen voor festivals of boomkap. handig, want dan hoef je niet wekelijks die complete pagina uit het plaatselijke huis-aan-huis blad door te nemen.
Die oplossing is vergunnningenkaart. Dat werkt, en het werkt intuïtief.
Er valt natuurlijk nog een hoop op af te dingen: de bron voor Vergunningenkaart zijn de bekendmakingen die van www.overheid.nl worden "gescraped" en vervolgens gegeocodeerd. Lang niet alle gemeenten leveren aan aan www.overheid.nl, en degenen die dat wel doen stoppen soms een lange lijst van bekendmakingen in één record. Maar daar zal GeoZet net zo goed last van hebben/krijgen.
En ook op technisch gebied kan Vergunningenkaart vast nog beter: op mijn netbook met IE9 zag ik geen kaartbeeld, en op mijn Android smartphone navigeerde het erg onhandig. Ik heb nog niet gechecked of het aan de webrichtlijnen voldoet, waar GeoZet juist uitdrukkelijk aan moet voldoen.
Geozet en Vergunningenkaart putten uit dezelfde bron en hebben dezelfde functionaliteit. Een andere categorie is het toevoegen van functionaliteit aan een bestaande overheidsvoorziening. Voor ruimtelijke planen voegt Grontmij's www.nieuweplannen.nl een attenderingsfunctie toe aan RO-Online. Dat scheelt u als gebruiker het iedere dag zelf moeten checken of er een nieuw (ontwerp) bestemmingsplan of structuurvisie in uw buurt is gepubliceerd.
Ook leuk: een overheidsite en een particulier initiatief die qua thema dicht bij elkaar zitten maar dat anders uitwerken. Leefbaarometer, vroeger van het ministerie van VROM, nu van BZK en de Buurtvergelijker, ontwikkeld tijdens "Apps for Eindhoven" gaan allebei over leefbaarheid. Achter de Leefbaarometer zit een uitgebreide statistische analyse, de Buurtvergelijker is wat populistischer qua inhoud.
Technisch allebei op basis van Adobe Flash, de Buurtvergelijker haalt ruimschoots meer uit de mogelijkheden daarvan. Fraai!
En dan de omgekeerde weg, van bewoner, bedrijf, bezoeker náár de overheid. Op Verbeterdebuurt kunnen u en ik onze meldingen over losliggende stoeptegels, kapotte lantaarnpalen, maar ook creatieve ideeën over de openbare ruimte kwijt. Gerund door een stichting, met support van oner meer GoodYear en het Ministerie van BZK. Niet alleen een website, naast de iPhone App sinds vorige maand óók een echte Android App.
Ik was aangenaam verrast dat er maar liefst 300 (van de 418) gemeenten daadwerkelijk iets met de meldingen doen en dat er zeer veel meldingen worden gedaan door uw en mijn buren. Dat, in combinatie met het feit dat ook opgeloste meldingen worden aangegeven stimuleert om er zelf ook mee aan de slag te gaan.
5 jaar geleden was www.maximumsnelheden.nl een van de eerste overheids Web 2.0 geotoepassingen. U en ik kunnen daarop fouten in de registratie van toegestane maximumsnelheden op het Nederlandse wegennet corrigeren. Die site bestaat nog steeds, maar zegt dat de laatste kaartupdate van 2009 is. Het feit dat ik geen maximumsnelheid kan aanpassen naar 130 km/u geeft ook aan dat deze site betere tijden heeft gekend.
Subtiel verschil tussen verbeterdebuurt en maximumsnelheden is dat je bij de tweede een account moet aanmaken voor dat je een melding mag doen. waar zit het verschil tussen veiligheidsklep en wantrouwen?
Drie van de vier hierboven beschreven geo-toepassingen uit de private sector zijn ook aangehaald in het recente BZK onderzoek naar gebruik van geoviewers op overheidswebsites. In dat onderzoek lag de nadruk op de mogelijke negatieve effecten van het gebruik van Google Maps als "kaartmotor". Daarmee kwam de functionaliteit van die drie er wel erg bekaaid van af.
Maar bovenal roepen deze drie soorten toepassingen de vraag op of overheden zelf viewers of meldsystemen moet (laten) ontwikkelen, of dat "de markt" dit vanzelf wel doet. Moet de overheid slechts de data beschikbaar stellen? Of actief verleiden en "kaders stellen" (zoals de webrichtlijnen)?
Dit kabinet heeft innovatie door het bedrijfsleven hoog in het vaandel staan, dus in ieder geval: aan de slag!
Zo kwam ik zoekend naar een werkend GeoZet voorbeeld (geen onbekende in mijn blogs) terecht bij de al 3 jaar bestaande oplossing voor hetzelfde probleem.
Dat probleem is het weergeven van overheidsbekendmakingen, zoals verleende vergunningen voor festivals of boomkap. handig, want dan hoef je niet wekelijks die complete pagina uit het plaatselijke huis-aan-huis blad door te nemen.
Die oplossing is vergunnningenkaart. Dat werkt, en het werkt intuïtief.
Er valt natuurlijk nog een hoop op af te dingen: de bron voor Vergunningenkaart zijn de bekendmakingen die van www.overheid.nl worden "gescraped" en vervolgens gegeocodeerd. Lang niet alle gemeenten leveren aan aan www.overheid.nl, en degenen die dat wel doen stoppen soms een lange lijst van bekendmakingen in één record. Maar daar zal GeoZet net zo goed last van hebben/krijgen.
En ook op technisch gebied kan Vergunningenkaart vast nog beter: op mijn netbook met IE9 zag ik geen kaartbeeld, en op mijn Android smartphone navigeerde het erg onhandig. Ik heb nog niet gechecked of het aan de webrichtlijnen voldoet, waar GeoZet juist uitdrukkelijk aan moet voldoen.
Geozet en Vergunningenkaart putten uit dezelfde bron en hebben dezelfde functionaliteit. Een andere categorie is het toevoegen van functionaliteit aan een bestaande overheidsvoorziening. Voor ruimtelijke planen voegt Grontmij's www.nieuweplannen.nl een attenderingsfunctie toe aan RO-Online. Dat scheelt u als gebruiker het iedere dag zelf moeten checken of er een nieuw (ontwerp) bestemmingsplan of structuurvisie in uw buurt is gepubliceerd.
Ook leuk: een overheidsite en een particulier initiatief die qua thema dicht bij elkaar zitten maar dat anders uitwerken. Leefbaarometer, vroeger van het ministerie van VROM, nu van BZK en de Buurtvergelijker, ontwikkeld tijdens "Apps for Eindhoven" gaan allebei over leefbaarheid. Achter de Leefbaarometer zit een uitgebreide statistische analyse, de Buurtvergelijker is wat populistischer qua inhoud.
Technisch allebei op basis van Adobe Flash, de Buurtvergelijker haalt ruimschoots meer uit de mogelijkheden daarvan. Fraai!
En dan de omgekeerde weg, van bewoner, bedrijf, bezoeker náár de overheid. Op Verbeterdebuurt kunnen u en ik onze meldingen over losliggende stoeptegels, kapotte lantaarnpalen, maar ook creatieve ideeën over de openbare ruimte kwijt. Gerund door een stichting, met support van oner meer GoodYear en het Ministerie van BZK. Niet alleen een website, naast de iPhone App sinds vorige maand óók een echte Android App.
Ik was aangenaam verrast dat er maar liefst 300 (van de 418) gemeenten daadwerkelijk iets met de meldingen doen en dat er zeer veel meldingen worden gedaan door uw en mijn buren. Dat, in combinatie met het feit dat ook opgeloste meldingen worden aangegeven stimuleert om er zelf ook mee aan de slag te gaan.
5 jaar geleden was www.maximumsnelheden.nl een van de eerste overheids Web 2.0 geotoepassingen. U en ik kunnen daarop fouten in de registratie van toegestane maximumsnelheden op het Nederlandse wegennet corrigeren. Die site bestaat nog steeds, maar zegt dat de laatste kaartupdate van 2009 is. Het feit dat ik geen maximumsnelheid kan aanpassen naar 130 km/u geeft ook aan dat deze site betere tijden heeft gekend.
Subtiel verschil tussen verbeterdebuurt en maximumsnelheden is dat je bij de tweede een account moet aanmaken voor dat je een melding mag doen. waar zit het verschil tussen veiligheidsklep en wantrouwen?
Drie van de vier hierboven beschreven geo-toepassingen uit de private sector zijn ook aangehaald in het recente BZK onderzoek naar gebruik van geoviewers op overheidswebsites. In dat onderzoek lag de nadruk op de mogelijke negatieve effecten van het gebruik van Google Maps als "kaartmotor". Daarmee kwam de functionaliteit van die drie er wel erg bekaaid van af.
Maar bovenal roepen deze drie soorten toepassingen de vraag op of overheden zelf viewers of meldsystemen moet (laten) ontwikkelen, of dat "de markt" dit vanzelf wel doet. Moet de overheid slechts de data beschikbaar stellen? Of actief verleiden en "kaders stellen" (zoals de webrichtlijnen)?
Dit kabinet heeft innovatie door het bedrijfsleven hoog in het vaandel staan, dus in ieder geval: aan de slag!
Abonneren op:
Posts (Atom)