Posts tonen met het label geonovum. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geonovum. Alle posts tonen

woensdag 1 april 2015

De geosector, zij leefde in onschuld, in het paradijs. Totdat ze de vrucht met de nam GPS kreeg aangeboden en daar een hap van nam. Daarmee verruimde ze haar aandachtsgebied van het aloude verzamelen, registreren en analyseren van "gegevens met een vaste plaats op, boven, onder of in het aardoppervlak" naar het stoeien met "location based services"; locatie als dynamisch kenmerk van personen, in trains, planes & automobiles, te land, ter zee, en in de lucht.

Tot voor een paar jaar was privacy hierbij in de Nederlandse geosector nauwelijks punt van aandacht. Maar nu is er een "witboek" met de titel "Privacy op zijn plaats". In opdracht van Geonovum geschreven door Angélique van Oortmarssen, Marc de Vries en Bastiaan van Loene. Heel knap hoe de drie schrijvers dit ogenschijnlijk droge onderwerp in pakweg 40 pagina's niet alleen leesbaar maar zelfs levendig weten te maken.Technische ontwikkelingen, de wet, de interpretatie daarvan, ervaringen, en ethische aspecten passeren de revue, geïllustreerd met pakkende voorbeelden. En de schrijvers zijn niet te beroerd om aan te geven waar de onduidelijkheden zitten. Zij hebben de wijsheid ook niet in pacht.

Zomaar even een eye-opener uit het witboek waarmee duidelijke wordt dat de reikwijdte van privacywetgeving ten aanzien van ruimtelijke informatie ver blijkt te strekken; informatie over perceelsgrenzen, en zelfs gedetailleerde luchtfoto's moeten onder bepaalde omstandigheden als persoonsgegevens worden beschouwd (!)

Het eerste hoofdstuk is in tien pagina's de beste compacte inleiding over wat locatie-informatie is en wat het kan die ik ooit heb gezien. Dat kun je zo in een willekeurige geovisie opnemen. Vooral de zin "locatie-informatie is daarbij oliemannetje dat data uit verschillende databronnen aan elkaar kan relateren" kan mij erg bekoren. Hoofdstuk twee legt de juridische kaders op een begrijpelijke manier uit, en beschrijft daarbij uitdrukkelijk de grijze gebieden. Met een zevental praktijkcases uit overheid, onderzoek en bedrijfsleven wordt vervolgens de praktijk opgezocht.
Om het witboek niet als een nachtkaars uit te laten gaan wordt in het slothoofdstuk een goede aanzet voor vervolg gegeven. Door hierbij ene onderscheid te maken in 3 niveaus ("pistes") wordt degene die er hier en nu mee aan de slag wil niet wordt gedwongen zich met "Brussel" aan een tafel te zetten, maar in een voor hem of haar qua inhoud en tijdspad aantrekkelijke setting wordt uitgenodigd.

Eén interessant aspect pik ik er nog even uit: de Wet bescherming persoonsgegevens stelt dat de persoonsgegevens eerst en vooral verzameld moeten zijn voor een gerechtvaardigd, duidelijke bepaald en goed omschreven doel. Verdere verwerking -al dan niet binnen dezelfde organisatie- mag alleen als dit niet onverenigbaar met het oorspronkelijke doel, aldus artikel 9 van de Wpb. Altijd  bijzonder, zo'n dubbele ontkenning, maar lid 2 van hetzelfde artikel geeft aan dat er rekening moet worden gehouden met verwantschap tussen het beoogde nieuwe doel en het oorspronkelijk doel. Ik ben benieuwd hoe je dit moet toepassen op open data. Daar is het doel voor verdere veerwerking juist vaak juist een heel ander dan het oorspronkelijk doel van registratie. En hoe pas je dit toe op OpenStreetMap, een registratie die als doel heeft tot een vrij, zonder belemmeringen bruikbare kaart van de hele wereld te komen. Da's een breed doel, bijna net zo breed als de inhoud van deze crowdsourced registratie.


Lezen dus! En kom op donderdag 23 april naar de workshop "Privacy.. en wat er wel kan" op de beurs Overheid 360°

maandag 21 juli 2014

Een Inspire datacatalogus? Ik wil Meer! Meer! Meer!

Begin juli mocht ik namens de Stichting OSGeo.nl aanschuiven bij het halfjaarlijkse PDOK klantenpanel, dat sinds vorig jaar gecombineerd wordt met een Inspire gebruikersoverleg.
Voor diegenen die deze gremia niet kennen: vanuit de PDOK-beheerorganisatie (dus Kadaster), vanuit Inspire (Ministerie van IenM) en met medewerking van Geonovum wordt er tijdens deze overleggen toelichting gegeven op a) wat er aan diensten gerealiseerd is, b) wat er op de rol staat en vanuit de gebruikers van al dit moois feedback gevraagd. Noem het maar een klankbordgroep.

Tijdens de meeting een ferme discussie over de oude en de nieuwe BRT-achtergrond kaart  (moet die persé 100% BRT zijn, of mag het ook een onsje BRT, aangevuld met ene paar gram NWB, een snufje AHN en een toefje OpenStreetMap blijven?).
Ook veel aandacht voor de één loket gedachte van PDOK (nu wordt de gebruiker nog van het data-kastje naar de service-muur gestuurd. Dit gaat veranderen; je kunt straks met zowel technische als data-inhoudelijke vragen bij het PDOK-loket terecht, die zetten het wel door naar 2e of zelfs 3e lijn.
En verder loopt er deze zomer een onderzoek naar de haalbaarheid van een PDOK-light, een voorziening die met name gemeenten moet helpen bij het aanbieden van open (geo)data.

Het verrassende hoogtepunt was het aan den volke tonen van een proof-of-concept van de Inspire Datagids. Matthias Snoei (SWIS) en Edward MacGillavry (Webmapper) hebben dit PoC gemaakt, waarbij goed webdesign het uitgangspunt is. Lees "the elements of user experience" als je meer wilt weten over de 5-S-en: strategy, scope, structure, skeleton, surface. Een absolute aanrader!

Het moet gezegd: de concept-datagids zag er mooi uit. Naast een goed doordacht design en interface, waren ook de omschrijvende teksten die de door de datagids bladerende eindgebruiker moeten verleiden tot het gebruik van de Inspire datasets weloverwogen. Niet die onbegrijpelijke technische kromtaal waar het NGR vol mee staat, maar heldere, ja zelfs wervende omschrijvingen waardoor het geo-water je bijkans door de mond loopt. En als het dan ook nog -zoals Matthias suggereerde- een gemakkelijk te onthouden domeinnaam als www.ngr.nl krijgt, dan zijn worden we helemaal blij.

Ja, app-bouwers en ruimtelijk beleidsmedewerkers boffen maar dat zij de doelgroep mogen vormen van deze geo-candy.
Wel een wat vreemde doelgroepmix trouwens. App bouwers willen data, beleidsmedewerkers willen informatie. Maar ik ben nog nooit een App-bouwer tegengekomen die specifiek Inspire data wil. Of een beleidsmedewerker die specifiek informatie uit datasets zoekt die dankzij Inspire beschikbaar zijn. Houd me ten goede hoor, ik vind het hartstikke mooi dat er onder invloed van Inspire allerlei geodata beschikbaar is gekomen. Maar een programma als SEIS heeft net zo goed veel moois opgeleverd.


Met slechts als Inspire datasets aangemerkte bronnen als inhoud lijkt deze catalogus vooral een Inspire-verkooptruc. Is het programmabudget op? En moeten er (bijvoorbeeld uit de budgetten voor de invoering Omgevingswet) nieuwe financiële bronnen worden aangeboord?
What's next? Een compleet fake-portaal? Met alleen screendumpjes in een Prezi achter elkaar geplakt?


Mijn voornaamste bezwaar is dat we als geo-sector hier een enorme kans laten liggen om het nationaal georegister (NGR) eindelijk die boost te geven die het al zo lang nodig heeft.
Schreeuw s.v.p .even met mij mee:
- Willen jullie meer of minder redactie op de content (de omschrijvingen van de datasets)?
(allen:) Meer!-
 Willen jullie meer of minder controle op het aan de voordeur tegenhouden van onnodige datasets
(allen:) Meer!
- Willen jullie een meer of een minder wervende vormgeving?
(allen:) Meer!
- Willen jullie meer of minder dan alleen de Inspire datasets?
(allen:) Meer!

En verder:
- Een kortere URL: handig! (is www.catalogis.nl misschien iets?)
- Een meer handigere user-interface: heel graag!

Mét de complete inhoud van het NGR, mét de harvesting mogelijkheden. We waren met z'n allen toch zo voor standaarden (ISO19115 enzo, CSW, Dublin Core)? En voor data bij de bron, dus ook metadata bij de bron!

Ik zou zeggen: dit proof-of-concept was een inspirende vingeroefening. Effect bereikt. Dank u. Punt.
Mix het idee met het geoportaal geopunt.be van onze zuiderburen, en maak daarmee geo-informatie over de volle breedte dé succesfactor voor de omgevingswet, in plaats van te navelstaren op alleen Inspire-datasets.
Donderdag 4 september is de kans om je stem voor de Grote Sprong Voorwaarts voor het NGR te laten horen. Ik weet dat er binnen Nederland genoeg concrete ideeën zijn om zo'n stap te maken én genoeg ontwikkelkracht om dat ook daadwerkelijk waar te maken.
Dan zijn we echt voor een langere periode aan het investeren, in plaats van het najagen van een korte termijnwinst.

Tot 4 september, in Amersfoort!

zondag 3 november 2013

OSGeo.nl in de Blender?

Over 10 dagen barst op de faculteit Bouwkunde van de TU Delft de OSGeo.nl dag 2013 los.
Als trekker vanuit OSGeo.nl ben ik daar dezer dagen druk mee bezig: programmapuntjes op de i, zorgen dat de begroting klopt, nog een laatste rondje persoonlijke "je mag dit niet missen!" mails en niet vergeten mijn verhaal waarmee de dag begint voor te bereiden.
En natuurlijk ook bezig zijn met "the day after", want met de leuke variëteit aan bezoekers op de OSGeo.nl dag krijgen we als bestuur van de stichting OSGeo.nl vast en zeker ideeën aangereikt over waar de stichting het verschil kan maken: het verbinden van bestaande open geo-ict communities met elkaar, met nieuwe gebruikers, én met relevante open source ontwikkelingen op het randje van geo.

Wat dat laatste betreft moet ik met schaamrood op de kaken bekennen dat ik een conferentie compleet over het hoofd heb gezien: de Blender-conference, precies een week geleden. In de hoofdstedelijke Beurs van Berlage nog wel: dus in mijn achtertuin, en een mooie locatie bovendien. (maar niet zo mooi als de Oostserre bij Bouwkunde waar de OSGeo.nl dag gaat plaatsvinden!).

Voor de duidelijkheid: ik heb het hier over Blender-met-twee-e's, het open source 3D modelleer en animatieprogramma. Niet te verwarren met Blendr (dus met één e): de geosocial networking application. (overigens ten onrecht nogal eens neergezet als de hetero uitvoering van Grindr). Over die geosocial networking apps'in een volgende blog meer.

Blender is om meerdere redenen interessant.

Allereerst als open source organisatie. Blender is ontstaan als commerciële software , maar op het moment dat de investeerders de stekker er zo'n beetje uittrokken heeft de Blender-community 100.000 euro bij elkaar weten te harken om de software "los te kopen". En sindsdien is Blender open source, onder een GPL license. (nog een aardigheidje voor geo-ers: de animatiestudio die in 1988 de ontwikkeling van Blender begin heette.... NeoGeo).
Inmiddels is er naast de community een Blender Institute dat zich toelegt op het maken van open 3D animaties en games waarbij Blender niet alleen als tool wordt gebruikt, maar ook verder wordt ontwikkeld.

Daarnaast is Blender voor geo's interessant omdat er inmiddels importmogelijkheden voor geodata in Blender mogelijk zijn. Daarmee is er een brug geslagen tussen geo en een zeer krachtige 3D modelleeromgeving, die weer eens uit een heel andere hoek komt.

Misschien op 19 november maar eens op de 3D inspiratiesessie kijken in hoeverre de B.V. Geo-Nederland al een hand in de Blender heeft gestoken. En in ieder geval op 13 november aanstaande de OSGeo.nl de vraag eens aan de bezoekers stellen wie hier al mee bezig is.


dinsdag 23 juli 2013

Het Nederlandse keurmerk op WMS

Gisteren beweerde ik dat WMS minder standaard is dan we wel eens denken, met name door de vrijheidsgraden die deze OGC standaard in zich heeft. Ik had zelf al een follow-up in gedachten, en toen er ook nog een reactie van Thijs Brentjens binnenkwam kon ik niet meer uit onder het publiceren van deze aanvulling:

GeoNovum weet raad, want heeft voor WMS services een Nederlands profiel opgesteld. In dat profiel zijn een flink deel van de hier boven geschetste vrijheidsgraden dichtgetimmerd, zoals de verplichting de WMS in 3 coördinaatsystemen te serveren: RD, ETRS89 en WGS84. Met de bij dat profiel behorende validator kun je nagaan of een WMS service (niet noodzakelijker wijs een die je zelf serveert) aan dit Nederlandse profiel voldoet.

Ook in het Nationaal Georegister staat onder iedere WMS-service een knopje waarmee die service kan worden gechecked op het voldoen aan de Vaderlandse Set van Afspraken. Eerlijk gezegd dacht ik tot gisteren dacht ik dat dat icoontje aangaf óf een service aan het profiel voldoet, maar nee, je moet zelf nog even op die knop drukken om de ("live"-)testresultaten te krijgen.

Ik heb ze niet allemaal uitgeprobeerd, maar een forse steekproef leert dat met name de manier waarop de resultaten van GetFeatureInfo (de "identify") wordt teruggegeven een struikelblok is; "text/xml" blijkt maar weinig ondersteund te worden. Ook de PDOK services gaan daar "nat" op. Dat het wel kan bewijst TNO, de GeoTop-services formatie van Stramproy (onderdeel van DINO) slaagt met vlag en wimpel voor het Nederlandse profiel-"examen".

"The devil is in the detail" riep toenmalig PDOK-programmamanager Pieter Meijer vorig jaar bij het puntjes-op-de-i-zetten. Inderdaad, want juist dit soort details maken het verschil tussen webservices als eeuwige belofte en webservices als echte doorbraak naar een breder publiek.

WMS is niet de enige standaard die een rekbaar begrip is:

maandag 22 juli 2013

WMS is geen standaard

Een paar maanden geleden schreef ik dat shapefiles geen standaard zijn. Dat was natuurlijk een open deur. Maar ook die mooie OGC-standaarden, de WxS familie (WMS, WFS, WCS etc.) zijn wat minder standaard dan je zou denken en willen.

Als voorbeeld de WMS, de Web Map Service, zo'n beetje de moeder aller geo-webservicestandarden. Dat die verschillende versies kent (1.1.0, 1.1.1, 1.3.0) is een kwestie van voortschrijdend inzicht, maar in ieder geval zijn die versies door hun nummers helder onderscheidbaar. Lastiger wordt het met de vrijheidsgraden die er binnen die versies zitten. Een "GetCapabilities" en een "GetMap" moet iedere WMS service kunnen ophoesten, maar als je er ook een reeks legendablokjes van wilt opvragen ("GetLegendGraphic") of er met de spreekwoordelijke geo-breinaald een identify op wilt uitvoeren ("GetFeatureInfo") moet je maar hopen dat de serversoftware zo vriendelijk is dat te ondersteunen. En als die GetFeatureInfo wél geïmplementeerd is is het nog een verrassing wat voor soort antwoord je krijgt; dat kan een opgemaakt stukje HTML zijn, of kale text, of een brokje XML of zelfs een hapje GML of JSON.

Opgemaakte HTML leest natuurlijk lekker weg als antwoord, maar als je een webapplicatie hebt waar verschillende WMS services onder hangen, waarvan de aanbieders allemaal hun eigen ideeën hebben over de grafische HTML-opmaak van de GetFeatureInfo wordt die applicatie voor de eindgebruiker erg rommelig. Dan is het handiger als je wat XML terugkrijgt, om daar vervolgens aan de client-kant wat opmaak-logica op toe te passen. Of als je een eigen opmaak-template met het GetFeatureInfo request kunt meesturen om zo voor de nietsvermoedende eindgebruiker een consistente gebruikservaring aan te bieden.

Dus voordat je een externe WMS-service gaat gebruiken even de checklist aflopen: is het een platte WMS zonder zelfs maar identify-mogelijkheden ("koffie zwart") of gaat het om een SLD-enabled WMS met user-stylable GetFeatureInfo ondersteuning ("Decaf Double tall non-fat extra-dry cappuccino"). Dat is voor de geo-sensatie van de eindgebruiker een wereld van verschil!

woensdag 8 mei 2013

Esri REST API als standaard: het einde van WMS, WFS, WCS (en OGC)?

Reuring in en rond het OGC: Esri heeft haar Geoservices REST API specificatie als standaard aan de internationale geostandaardenbeheerder OGC aangeboden, en deze maand mogen de OGC leden met stemrecht uitroepen of ze het een goed plan vinden deze Esri standaard tot OGC standaard te verheffen.

Op het eerste gezicht lijkt het handig REST tot standaard te verheffen. In veel gemeentelijke en provinciale GIS viewers zie je nu GeoWeb als voorkant dat via REST babbelt met ArcGIS aan de serverkant. Als we allemaal REST-met-een-esri-accent praten kun je die achterkant als je dat wilt inruilen voor open source producten als Geoserver of Mapserver, of proprietary server software van Autodesk, Oracle of Geomedia. Of omgekeerd kun je ArcGIS aan de achterkant houden en er REST sprekende web- en/of desktop clients mee laten werken. Hardstikke interoperabel!

Maar ja, daar hadden we toch al standaarden voor? De familie WxS (de broertjes WMS, WFS, WMTS, WCS, WMC en hun neefjes CSW, SLD). waarom dan toch een nieuwe standaard? Dát staat ontnuchterend beschreven in een bijlage bij het voorstel van Esri (samen met o.a. Oracle) aan het OGC. Daarin staat beschreven wat de overlap is tussen de 8 voorgestelde op REST gebaseerde standaarden en hun bestaande equivalenten. Die overlap is groot, en de motivatie van Esri c.s. om tot een nieuwe serie standaarden te komen is dat van de bestaande standaarden een hoop functionaliteit toch niet gebruikt wordt. Veelal gaat dat om functionaliteit "aan de achterkant": de WxS standaarden ondersteunen veel rijkere datamodellen dan dat Esri's geoservices REST doet.
De OGC standaarden willen alle mogelijkheden omvatten terwijl Esri met zijn REST specificatie een praktische 80/20 regelt hanteert: als we met 20% van de inspanning (lees: regels programmacode) in 80% van de functionaliteit van de OGC services kunnen voorzien, dan is dat toch voldoende?

Dan zijn de bestaande standaarden blijkbaar te complex. Doe daar dan wat aan, zou je denken. In diezelfde bijlage wordt echter ook aangegeven waarom het volgens Esri & Oracle niet mogelijk is de bestaande standaarden aan te passen: "While it would be possible to develop new versions of the OGC Web Services standards using a consistent framework and with support for JSON representations and a RESTful "binding", this will likely take significant time due to the unresolved REST-related discussion items, the current organization of OGC SWGs based on the individual standards and the fragmentation into separate standards."

Daarmee wordt dit voorstel aan het OGC een verzoek om in te stemmen met de bevinding dat de traagheid en fragmentatie van het OGC en haar Standard Working Groups (SWG's) daadkrachtige en samenhangende ontwikkeling van de standaarden onmogelijk maken. Breng dan maar gelijk een voorstel op tafel om het OGC helemaal af te schaffen!

Het is daarmee een testcase voor het OGC: willen het OGC de club zijn die voor iedere toepassing één standaard voorschrijft, of wordt er voor iedere toepassing een serie "standaarden" goedgekeurd. Net zoals de Nederlandse vereniging van huisvrouwen een keurmerk hanteerde, waaraan zowel Dreft als Dubro voldeden, en net zoals het Koninklijk Huis bij het uitdelen van het predicaat "Hofleverancier" ook geen exclusiviteit binnen een branche nastreeft.

Standaarden: je kunt er niet genoeg van hebben!


donderdag 5 mei 2011

Google Maps is Evil; GeoZet is Good

"Ministerie waarschuwt voor gebruik Google Map", zo kopte Webwereld. Die kop had in ieder geval tot gevolg dat het artikel over een door het Groningse GEON in opdracht van het Ministerie van BZK uitgevoerd onderzoek goed gelezen werd. In het onderzoek wordt ingegaan op de hoe de afhankelijkheid van veel overheidssites van Google Maps tot stand is gekomen en wat de juridische en andere gevolgen van deze afhankelijkheid zijn.

"Het zou daarom het beste zijn als er een zogenaamde geo-viewer wordt ontwikkeld speciaal bedoeld voor overheden", schrijft Webwereld. Daar wordt een belangrijke toevoeging van GEON weggelaten, namelijk dat "Een dergelijke voorziening kan heel goed door private partijen worden geleverd. Wel onder regie en voorwaarden van de overheid." Aha, PDOK (Publieke Dienstverlening op de Kaart) hoeft dus niet zoals nu door het Kadaster te worden gebouwd en onderhouden, dat kan ook door een marktpartij. Een beetje het idee als met een concessie in het openbaar vervoer: via een aanbesteding kun je voor 3 jaar het beheer van PDOK voor je rekening nemen.

Daarnaast zijn de bijvangsten uit het onderzoek ook bijzonder interessant, het geeft een goed beeld van hoe gemeenten op geo-gebied tegen de rijksoverheid aankijken.
"De behoefte aan een aantal basis services om minimaal de basisregistraties op een gestandaardiseerde manier te kunnen ontsluiten via de eigen webviewer is breed aanwezig. Het gaat daarbij nadrukkelijk om (in eerste instantie) de ontsluiting. Dit wordt breed als overheidstaak gezien. De bereidheid hiervoor te betalen, is echter gering. Met name gemeenten vinden dit niet reëel gezien de grote investeringen die zij al hebben moeten doen in het opbouwen van basisregistraties zoals de BAG."

Met name de juridische problemen van het gebruik van Google Maps zijn wellicht te tackelen door gebruik te maken van GeoZet, de kaartviewer van en voor de overheid. GeoZet staat voor GEOgrafische Zoek- En Toondienst.

Maar ís GeoZet er nu wel of niet?

Weer even Webwereld aangehaald: "Een woordvoerster van het ministerie van Binnenlandse Zaken legt uit dat het onderzoek vooral gezien moet worden als een aanbeveling bij de ontwikkeling van GEOZET. Die moet binnen afzienbare tijd af zijn. "Naar verwachting is die voor de zomer af", aldus de zegsvrouw.

Maar tegelijkertijd lees ik op e-overheid voor burgers dat "GEOZET is ontwikkeld in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft aan het ICTU-programma e-Overheid voor Burgers de opdracht verstrekt voor het uitvoeren van de realisatiefase en het inrichten van het beheer. De applicatie is ingebruikgenomen en wordt beheerd door Geonovum binnen het project Publieke Dienstverlening op de Kaart".

Een genuanceerde opvatting is te lezen in de recente brochure van het programma PDOK. Daar staat: "GEOZET viewer. Voor het tonen van de webservice bekendmakingen, is binnen PDOK een viewer ontwikkeld. Bijzonder aan deze viewer is dat hij voldoet aan de webrichtlijnen. Samen met het Ministerie van BZK bekijkt het programma of deze viewer in 2011 vrijgegeven kan worden voor hergebruik";

Dat rijmt nog niet zo lekker met elkaar. Het knelpunt is namelijk dat de viewer zelf misschien wel klaar is, maar dat de vulling niet.
Da's enerzijds de vulling die het zoeken op straatnaam (of andere zoekterm) mogelijk moet maken. Daarvoor werd ACN gebruikt, maar dat is een door Kadaster commerciëel uitgebaat product, dus Kadaster wil de kassa laten rinkelen. In plaats daarvan zou de BAG daarom de bron moeten gaan worden. Inmiddels zijn alle gemeenten op de BAG aangesloten, daarmee hebben we alle woonplaatsen en straatnamen als potentiële zoekingangen. Maar misschien wil de gebruiker ook kunnen zoeken op "Rijksmuseum", "Veluwe" of "Wipkip in de Schilderswijk". dan zijn we weer bij de basisregistratie toponiemen (zie de leuke discussie daarover op LinkedIn)

Het andere deel betreft het tonen. Daarvoor wordt een kaartondergrond gebruikt. Dat zou natuurlijk de reeks top10nl, top50nl, top250nl moeten zijn, maar zolang deze basisregistraties nog niet compleet of beschikbaar zijn worden ze in combinatie met stukken OpenStreetmap gebruikt.

Misschien goed voor GeoZet om de onderdelen "Zoek" en "Toon" als apart product in de geomarkt te zetten, en -als dat nog niet het geval is- deze beide diensten op zelf gekozen geodataservices (ACN, BAG via PDOK, eigen BAG service van een gemeente) te laten werken.

Het gehele rapport is uiteraard te vinden op de site van de rijksoverheid.

zondag 13 maart 2011

geodatavrijstaat: geodataproeftuin van NL

Tijdens een bezoek aan AppsForAmsterdam afgelopen zaterdag werd het me duidelijk. Om echt nieuwe toepassingen voor bestaande geodata te ontwikkelen moet je gewoon met je handen in die data kunnen wroeten.
Dat is voor data met toegangs- of gebruiksbeperkingen (van licentiekosten tot privacy-issues) niet zo gemakkleijk, en zelfs voor vrij toegankelijke data moet je eerst door een ambtelijk bestelproces heen.
Handiger is het als we van één stukje Nederland een geodatavrijstaat maken: als al die samples die je nu soms al van geodatasets kunt downloaden nou eens van hetzelfde stukkie Nederland, dan zijn kun je als ontwikkelaar ook leuke combinaties gaan maken: daar zit vaak de echte meerwaarde. Pakweg 9 vierkante kilometer geodatavrijstaat, waarvan commerciële data (postcodegebieden), overheidsdata (de adressen en gebouwen uit de BAG, misschien zelfs het omstreden NWB) en crowdedsourced spul (OSM) direct beschikbaar zijn. Geen voorwaarde: direct proeven, voelen en gebruiken.

(OK, niets is perfect: voor lokale en regionale datasets werkt dit principe niet)

En dan nog een geschikte locatie voor zo'n zandbak. Het is handig als er een stukje stad en een stukje landelijk gebied in zit. In het verlengde van AppsForAmsterdam zou het (een deel van) onze hoofdstad kunnen zijn. Of zou Almere zich hiermee willen profileren? Apeldoorn wellicht: thuishaven van Kadaster én voorop lopende geogemeente. Of Amersfoort, centrum van organisatorisch (GeoNovum) en geodetisch (nulpunt RD) geo-Nederland.

Trouwens ook een fijne uitbreiding op de iso-metadatastandaard: in plaats van zo'n suffe thumbnail een proefstukje. Binnenkort maar eens bij GeoNovum voorstellen.

zaterdag 29 januari 2011

Nog meer Open Data: Wat de BAG wel en niet vermag

Het heugelijke feit dat vrijwel alle Nederlandse gemeenten zijn aangesloten op de landelijke voorziening (LV) van de BAG zet de creatieve geesten in de geowereld aan tot het bedenken van vrolijke BAG toepassingen. Het weergeven van de groei van steden is dan een leuke toepassing.

Geodan brengt de ontwikkeling van Amsterdam in beeld (een thuiswedstrijd):


Het Groningse GEON doet dat voor van Rotterdam:


Sowieso leuk om de fimpjes qua vormgeving te vergelijken, maar als Amsterdammer ben ik wellicht bevooroordeeld. Ik vind daar de tijdlijn met 1901 (Woningwet) en 1940 (WO II) als markante punten prettig. En het in de loop der tijd verschijnen van gebouwen is veel indringender dan het vertalen naar een grid of het met behulp van een choropleet op basis van wijk- en buurtindeling weergeven van de bebouwingsontwikkeling.

Inhoudelijk vallen mij 2 dingen op. Ten eerste dat sommige gebouwen volgens de BAG veel ouder zijn dan volgens mijn inschatting: het AMC en winkelcentrum de Amsterdamse Poort (beide in in Amsterdam Zuidoost) ploppen al in 1900 tevoorschijn, in plaats van in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Selectiefoutje? Of is het feit dat dit deel van Amsterdam nog heel lang gemeente Weesperkarspel is geweest de boosdoener? Leuk is wel dat door het in deze context te zien dit soort foutjes sneller in het oog springen.
Ten tweede loop je tegen een belangrijke beperking voor zo'n toepassing aan: de BAG bevat (nog) geen historie. Kijk bijvoorbeeld naar de ontstaansgeschiedenis van de hoofdstedelijke voetbalstadions. Jan Wils zijn Olympische creatie verschijnt keurig in 1928 in beeld, maar het tegenoverliggende Stadion uit 1914, dat in 1928 is afgebroken, komt niet in beeld. Zo ook met de Meer aan de Middenweg. Dit door Daan Roodenburgh ontworpen stadion is in 1934 geopend en in 1996, na Ajax' overstap naar de Arena gesloopt. De Arena zien we in 1996 verschijnen, maar de Meer is uit ons geheugen verbannen. *)
(Gelukkig maar dat met UAR (Urban Augmented Reality) het mooiste voetbalstadion van Nederland wél voor het nageslacht is vastgelegd.)

De Rotterdamse voetbalstadions hebben wat meer eeuwigheidswaarde, maar in "010" valt op dat de BAG het bombardement van 1940 niet als trednbreuk herkent. En ook het dorp Blankenburg, dat in de jaren zestig plaats heeft moeten maken voor de Europoort, zit niet in het BAG geheugen.

Nou ja, voor het historisch bewustzijn dus ook nog maar even kijken op de WatWasWaarKaart

*) om het compleet te maken moet ik hier ook de thuisbasis van de Volewijckers in Amsterdam Noord noemen: het stadion aan het Mosveld is in de jaren zestig ten prooi gevallen aan een toegangsweg voor de IJtunnel. Ook deze groenwitte historie vinden we niet terug in de BAG

woensdag 1 september 2010

Kom van dat fort af!

Toen ik vanmiddag aankwam op het Geofort in de Nederbetuwe voor de GeoNovum relatiedag keek ik mijn ogen uit: file op de polderwegen naar het fort en parkeerwachten die de toestroom van auto's in goede banen leiden. Wat een opkomst. Ik dacht naar een evenement te gaan met pakweg 40 bezoekers, blijken er dik 100 man/vrouw op af te komen. Blijkbaar heeft GeoNovum de gewenste centrale plaats in de geosector aardig verworven.

Maar wat is dat eigenlijk, de geo-sector? Toch een beetje een ons-kent-ons wereld, die op zo'n dag veilig bij elkaar kruipt binnen de veilige muren van het Geofort, om vandaar uit naar de rest van de wereld te roepen: "wij staan open voor jullie, hoor!" En inderdaad, met de ophaalbrug van het fort naar beneden zijn we net niet helemaal afgesloten van de buitenwereld.

Wel een prima plek om goede gesprekken met vakgenoten te voeren: struinend op het fort leidt op de een of andere manier tot net iets meer open gesprekken dan wanneer je elkaar op een beursvloer of congres treft. Op de komende GIS Conferentie of GIN congres daarom graag een (kunst)grasveldje met echte schapenkeutels.

Kijkend naar de lijst van aanwezigen op het veilige fort, maar ook op de ledenlijst van branchevereniging Geobusiness Nederland, ligt de nadruk op de aanbodzijde: aanbod van geodata, van infrastructuren en van software. Van de gebruikerskant alleen de "klassieke" toepassers. De "neografen", de ontwikkelaars van iPhone Apps en bouwers van websites met Google Maps Mashups, zijn niet of nauwelijks aanwezig. En dat is eigenlijk wel overzichtelijk, als "de geo-sector" zich alleen bezighoudt met de aanbodzijde, de geo-infrastructuur in brede zin. Laat die afnemers zich juist maar langs de lijnen van hun eigen werkprocessen organiseren.

De geo-sector kan dan prima een faciliterende rol vervullen, waar met bestaande producten een enorme waardevermeerdering kan worden bereikt. Maar dat moeten we *) dan wel uitdragen, en niet wachten tot de afnemers uit zichzelf naar ons *) toekomen. Wees als geosector aanwezig op PICNIC, Infographics, PFCongres en andere events waar potentiële geo-afnemers zich verzamelen. En zet bijvoorbeeld het Nationaal Georegister dan als strategisch instrument in.

Dus, met het Geofort als basis: Ten aanval!

*) ik had wat moeite met "we" en "ons", aangezien ik zelf momenteel exponent ben van die vraagzijde, eigenlijk had ik dus "jullie" moeten typen

zondag 20 juni 2010

PDOK; Pays d'Oc of Pay&Dok?

Met het vanuit het programma "vernieuwing rijksdiensten" gesponsorde programma PDOK ("Publieke dienstverlening op de Kaart") slaan een aantal rijkspartijen (Kadaster, LNV, Rijkswaterstaat, VROM, TNO) onder leiding van GeoNovum de geo-handen ineen.

Binnen VROM verleen ik momenteel hand- en spandiensten om te kijken waar en hoe we de primaire VROM-processen (van beleidmaken bij WWI, Milieu en Ruimte tot handhaving bij VI) op PDOK kunnen aansluiten.

Een goede zaak, maar die naam, hé: PDOK. Publieke Dienstverlening op de Kaart.
Ooit begonnen als werknaam, maar ik vind 'm in de huidige communicatie in de weg zitten. Om wélke publieke dienstverlening het dan gaat is altijd lastig uit te leggen. Natuurlijk is een goede geo-informatievoorziening voor de PDOK partners uiteindelijk een voorziening voor de publieke zaak, maar publieke dienstverlening suggereert teveel een direct op burgers gerichte dienst.

En dan taalkunding. Is het een afkorting? Dan uit te spreken als Pé-Dé-O-Ká. Of een soort van acroniem? Dan klinkt het als Pays D'Oc. Of voor degenen die deze fijne wijnassociatie niet willen zien: Pay-Dok. Maar dat laatste klinkt mij dan weer als dubbel betalen in de oren. (De Amsterdamse Zuidas leert dat het "dokmodel" een wat ongelukkige term is: in plaats van het technische ontwerp werd de term dokmodel al snel geassocieerd met het type financiering).

Daarom staat wat mij betreft nog steeds de brievenbus open voor suggesties. Een totaal andere, wervende naam is één optie, een beter dekkende vertaling van de afkorting PDOK een andere. Maar dat laatste is -denk ik- heel lastig omdat je termen als "geo", "informatie" en "voorziening" zo moeilijk in de letters PDOK kwijt kunt.

Het zou helemaal mooi zijn als deel- en gerelateerde projecten als NGR (Nationaal Georegister) en Geozet (Geografische Zoek- en Toondienst, ook een werktitel) samen met PDOK als één familie herkenbaar zijn. Zoiets als iPod, iPhone en iPad.

Mijn suggestie is dan ook het hernoemen van deze familie van programma's en projecten met "nlgeo" als prefix": nlgeoRegister, nlgeoZeT, nlgeoDienst. Dat sluit ook mooi aan bij het NL Geo boek dat najaar 2009 als onderdeel van de RGI-erfenis gepresenteerd werd.

Tot mijn vreugde blijkt de domeinnaam nlgeo.nl al bezet te zijn: door GeoNovum!

woensdag 7 oktober 2009

Kwaliteit van metadata

Nu het Nationaal Georegister (NGR, zie http://www.nationaalgeoregister.nl/) gevuld begint te raken valt op dat er nogal verschil zit in de kwaliteit van de aangeboden waar. Bij georegisters die door één organnisatie worden beheerd is die kwaliteit vaak constanter (dat is niet noodzakerlijkerwijs hetzelfde als hoger).

Een goede reden om met een aantal mensen uit de NGR werkgroep "content managament" eens naar de kwaliteitsaspecten van de metadata te kijken. Googelen op "kwaliteit van metadata" levert 20 hits op, dus daar valt nog wel wat zendingswerk in te verrichten.

Eerst maar eens de vraag stellen wat voor kwaliteit we verwachten van het NGR, daarna hoe we tot die kwaliteit kunnen komen. En omdat het NGR een heel brede doelgroep heeft is de kwaliteitsverwachting niet eenvoudig: we stoppen met z'n allen wel datasets in het NGR maar weten nog niet zo goed wie die datasets er uit halen.

donderdag 20 november 2008

Is er leven na de Geoloketten?




Om eventuele angst meteen maar weg te nemen: ja, er is leven na geoloketten. En met geoloketten bedoel ik in dit verband uiteraard het RGI (ruimte voor geo-informatie) project Geoloketten.

Gisteren vond de slotconferentie van dit project plaats. Alleen al de locatie (een oude treinwerkplaats in Amersfoort) geeft al aan dat er creativiteit in dit project zat. En zit! Want het project Geoloketten wil de opgedane ervaringen vastleggen en verder uitdragen en heeft daarvoor de site cartafabrica in het leven geroepen. Dat moet de plaats worden waar jij en ik onze ergernissen en vreugde over standaarden, software (metadata editors als geosticker, portaal bouwdozen als geonetwork) met elkaar kunnen delen.


Goedgekeurd door Geonovum. Maar waarom eigenlijk niet gewoon onderdeel van de Geonovum-site, en ook onder de verantwoording van Geonovum in plaats van het geo-maatschappelijke middenveld. Net zoals er ook een www.helpdeskdurp.nl/ was, die tegenwoordig onderdeel is van de VROM-site. Nou ja, terugtredende overheid zeker?
Maar niet teveel zeuren: de gedachte is prima, en ik weet zeker dat er bij jullie veel technische kennis over de metadata-XML's is, er ideeën zijn over de inhoudelijke kant van diverse metadata-onderdelen, er beren op de weg en adders onder het gras gesignaleerd zijn bij het opzetten van geoportalen met ESRI of Open Source software, kortom er veel herbruikbare kennis in de koppen zit. Schudt ze leeg op www.cartafabrica.nl/!