vrijdag 22 augustus 2008

Metadata: India zoeken, Amerika vinden

Nu portalen sterk in de belangstelling neemt ook de aandacht voor de wijze waarop in portalen wordt gezocht toe. Dat zoeken kan in hoofdzaak op 2 manieren.

Ten eerste door gericht te zoeken naar een dataset waarvan de zoeker weet dat-ie bestaat, maar waarvan alleen de locatie nog onbekend is. Vergelijk het met gericht boodschappen doen (met een boodschappenlijstje) of het via de kortste of snelste weg naar zuidelijk Frankrijk te rijden. Dit soort zoeken in geodataportalen zal met name door professionele GIS-gebruikers worden gedaan. Zij zijn immers door ervaring, door hun netwerk of door vaktijdschriften op de hoogte van het bestaan van specifieke datasets. Ik noem dit een "find".

De tweede manier van zoeken is de wijze die incidentele GIS-gebruikers eerder zullen hanteren. Die zijn rond een thema (recreatie, arbeidsplaatsen, wat dan ook) op zoek naar informatie. Zij willen rond dat thema rond kunnen snuffelen, ontdekken. "Discovery" (ontdekken) is het label dat ik hier op plak.

Het GSDI Cookbook (2004) zegt ons dat metadata de volgende doelen kent:

  • Discovery metadata - What data sets hold the sort of data I am interested in? This enable organisations to know and publicise what data holdings they have.
  • Exploration metadata - Do the identified data sets contain sufficient information to enable a sensible analysis to be made for my purposes? This is documentation to be provided with the data to ensure that others use the data correctly and wisely.
  • Exploitation metadata – What is the process of obtaining and using the data that are required? This helps end users and provider organisations to effectively store, reuse, maintain and archive their data holdings.

"Marcel en Marcel" (Reuvers en De Rink) vertaalden dat in 2006 naar:

  • Discovery: uitsluitend gericht op het zoeken naar resources;
  • Exploration: evaluatie en toetsing of de resource aan de informatiebehoefte voldoet;
  • Exploitation: het benaderen en verkrijgen van de resource.

In Cookbook en bij Reuvers en De Rink wordt geen onderscheid gemaakt tussen "vinden" en "ontdekken". Wellicht omdat de schrijvers slechts de geo-professionals voor ogen hadden?

Een heel goed en prettig leesbaar boek over dit onderwerp (niet specifiek GIS) is Everything is miscellaneous (the power of the new digital disorder) waarin David Weinberger aangeeft dat we nog veel te veel geneigd zijn met digitale catalogi ("the third order of order") een verbeterde versie van de aloude kaartenbakken ("the second order of order" te bouwen, en daarmee voorbij gaan aan de specifieke mogelijkheden die digitale catalogi bieden.

Vinden vereist formele metadata, ontdekken (vaak dmv browsen) is meer gebaat bij tagging. Voorbeeld hiervan is de fotowebsite Flickr, waar bezoekers niet alleen hun eigen maar vooral ook elkaars foto's van labels (tags) kunnen voorzien.

Net zoals bij amazon.com: Mensen die deze datasets gebruikten, gebruikten ook dataset Y. Dat levert onverwacht hergebruik van data op, en laat dat nou precies het doel van Gideon zijn!

zaterdag 8 maart 2008

Voorjaarsschoonmaak in geonieuws

Nu mijn huis in staat van verbouwing verkeert heb ik bovengemiddelde interesse in opruimen en weggooien. Dat het world wide web volstaat met dode links (de bekende 404's) is niets nieuws, maar mogen we in geo-nederland even de bezem hanteren?

Op de startpagina van het oude nationale geoportaal op http://www.ncgi.nl/ staat weliswaar aangegeven dat u zich bij http://www.geonovum.nl/ dient te vervoegen, googelen op ncgi levert nog wel verwijzingen naar bestaande oude pagina's op. Mag héél http://www.ncgi.nl/ alsjeblieft uit de lucht?

Dan http://www.onzegeo.nl/. Nota bene door het RGI opgezet. "In november 2007 wordt de versie voor het grote publiek gelanceerd" ronkt de website op de meedoenpagina www.onzegeo.nl/meedoen. Onder het kopje actueel lees ik (op 8 maart) dat op 13 en 14 maart de nationale geo-innovatiedagen plaatsvonden. Huh? Dat meest recente nieuwsbericht is inderdaad bijna een jaar oud...

Ook het RGI-project simlandscape (http://www.simlandscape.com/) moet hoognodig een paar kalenderblaadjes afscheuren. De (Nederlandstalige) aankondiging dat er op 24 november 2006 een werkatelier plaats vindt is met de (Engelstalige) aankondiging dat Arend Ligtenberg op 22 september 2006 promoveert de info waar u het mee moet doen.

Het bodemportaal op http://www.bodemdata.nl/ erkent zelf dat in verband met de lopende integratie van dinoloket.nl en bodemdata.nl de website in een lage frequentie bijgewerkt zal worden. Maar als het enige nieuwsfeit slaat op een bijeenkomst van 6 juni 2006 mag ook hier de bezem ter hand worden genomen.

Een website in de lucht brengen is geen kunst, een website bijhouden des te meer!

dinsdag 12 februari 2008

Data bij de bron: Niet per definitie goed

Sinds een aantal jaar waart de mantra "data bij de bron" door geo-nederland. Goed bedoeld, want wat we er mee willen is dat er geen kopietjes van kopietjes van kopietjes van datasets gaan rondzwerven. Waardoor je, zoals mijj meermalen is overkomen, door collega's van andere overheden uiteindelijk je eigen data weer cadeau krijgt. Hoezo sigaar uit eigen doos?
Maar om daarvoor de data bij de bron te moeten laten is niet de oplossing. Want die bron is gespecialiseerd in het inwinnen, het verzamelen van data. Data beheren en beschikbaar stellen is een wezenlijk nadere tak van sport. Of wordt de openbare bibliotheek bij u in de buurt bestierd door A.F.T.H. van der Heijden of Arnon Grunberg?
Nog sterker, zelfs die (bewerkte) kopietjes van (bewerkte) kopietjes zijn geen probleem. Misschien zijn namelijk de bewerkingen die u doet voor mij weer een handig startpunt. Zolang maar eenduiding traceerbaar is welke weg de data heeft afgelegd. Deze zogenaamde lineage (het "DNA") van data is nog onontgonnen terrein.
Het lijkt me een goed plan na eerdere GML-estafette en aankomende (15 mei 2008) metadata estafette een data estafette te gaan houden.

dinsdag 25 december 2007

GIS in het google-tijdperk

Met de komst van Google Earth is GIS in vrijwel iedere Nederlandse huiskamer terecht gekomen. In 20 jaar is GIS daarmee geëvolueerd van een zeer specialistisch instrument (denk aan de commando gestuurde omgeving van ESRI's ArcInfo Workstation) via ArcView en sinds 5 jaar ArcGIS tot allemans software. De hoge drempels die good-old ArcInfo ooit opwierp zullen nooit meer bestaan. GIS for the masses is het devies.
Als Gisprofessional zie ik dat af en toe met lede ogen aan. Bij gebrek aan inzicht in kwaliteitkenmerken als volledigheid en nauwkeurigheid worden er links en rechts datasets bij elkaar gegoogled en tot nieuwe informatie samengesmeed. Opvallend genoeg vaak informatie die tot doel heeft een hypothese te bevestigen. Want dat is het kenmerk van het laagdrempelige google-en-wikipedia-tijdperk, je zoekt op basis van hetgeen je wilt weten, je bent al op zoek naar bevestiging van je vooropgezette idee. Een self-fullfilling prophecy.

Overigens geen Gisspecifiek fenomeen, lees de column van Roos Vonk in de Intermediair van 14 december 2007 maar eens. Het Amsterdamse cultuurcentrum De Balie bereidt een aantal avonden voor die gericht zijn op de google-en-wiki-generatie.

zaterdag 15 december 2007

De kloof tussen Geo en ICT is gedicht

Op de AGGN-gebruikersdag van 20 november 2007 werd opgemerkt dat GeoICT-ers een uitstervende diersoort worden, dat het bedrijfsleven meer op zoek is naar ICT-ers die als het zo uitkomt ook iets van Geo weten. Mooi, want we proberen al 20 jaar de kloof tussen Geo en ICT te overbruggen, en dit probleem lijkt hiermee als vanzelf opgelost.
Blijft wel de kloof tussen Geo en inhoud. Moet een hydroloog/planoloog/verkeerskundige iets van Geo weten? Dat zou je toch mogen verwachten nu GIS als -laten we zeggen fenomeen om het niet direct vakgebied te hoeven noemen- ruim 20 jaar oud is. Of zijn er nog toch steeds geo-specialisten nodig die de vaktechnische inhoud een ruimtelijke dimensie kunnen geven? Is er nog specialistisch GIS-onderwijs nodig, of mogen we verwachten dat de diverse sectorale opleidingen in de 21e eeuw eindelijk, eindelijk de ruimtelijke component hebben ontdekt?

Open Source, Open Standaarden, Open Mind?

Op het GIN-congres op 27 november 2007 was er een track gewijd aan open source software. Pittige discussies, goede aandachtspunten. Zoals: je moet open source niet per definitie de voorkeur willen geven, maar de achterliggende redenen beschrijven. Bijvoorbeeld het feit dat je bij het verdwijnen van je softwareleverancier de software nog wel wilt kunnen blijven gebruiken.
Maar ook weer opvallend: Het calimero-effect. Microsoft is het kwaad (en vertaald naar de Nederlandse GIS-wereld wordt dat al gauw: ESRI is het kwaad) en open source is ondergewaardeerd. Het doet mij altijd aan Apple-aanhangers denken, die ook zo prettig fundamentalistisch uit de hoek kunnen komen. Iets meer Open Mind graag.
Misschien tijd voor de open source GIS-wereld om met een spreekwoordelijke iPod op de proppen te komen. En dan graag ook slechts één, want hoe mooi al die open source ook is, iedere keer weer een nieuwe ster aan het firmament maakt de afzonderlijke sterren steeds minder herkenbaar.
De presentatie van die spreekwoordelijke iPod mag van mij wel op een Steve Jobs achtige wijze, kijk eens naar de introductie van de iPhone op de MacWorld 2007. Voor degenen die geen QuickTime hebben, kijk even op YouTube.

Verbod op shapefiles?

Op 12 december 2007 is de Tweede Kamer akkoord gegaan met het actieplan Nederland open in verbinding. Dat beleidsplan van de ministeries van Binnenlandse en Economische Zaken heeft zijn oorsprong in de motie-Vendrik uit 2002 (!) en is in vlot tempo door staatsecretaris Frank Heemskerk door de kamer geloodsd.
In de motie wordt de implementatie van open standaarden verplicht en het gebruik van open-source software aangemoedigd. Of een koppeling van deze vaak door elkaar gehaalde begrippen in één plan handig is betwijfel ik, de koppeling is naar mijn idee oneigenlijk.
Maar goed, wat gaat dit nu voor de GIS wereld betekenen?
In januari 2008 wordt een lijst open standaarden opgesteld, die vanaf 2 april 2008 (dat is heel snel) moet de rijksoverheid (vanaf december 2008 door andere overheden) verplicht moet worden gehanteerd bij nieuwbouw, verbouw of contractverlenging van ICT opdrachten. Dit volgens het comply-or-explain and commit principe dat inhoud dat je een open standaard moet toepassen. Uitzonderingscriteria zijn (en nu citeer ik uit het actieprogramma):
  1. Voor de gewenste functionaliteit is geen open standaard beschikbaar;
  2. De open standaard wordt niet door meerdere leveranciers ondersteund
    en op meerdere platforms;
  3. De bedrijfsvoering en/of dienstverlening komen op onaanvaardbare
    wijze in gevaar, inclusief beveiligingsrisico’s;
  4. Internationaal gemaakte afspraken worden geschonden.

Helaas is het actieprogramma niet altijd duidelijk of de open standaarden gebruikt moeten kunnen worden of gebruikt moeten worden. Mogen ministeries straks nog shapefiles uitwisselen of moeten ze open standaarden (GML?) gebruiken? Moet de gebruikte software één standaard ondersteunen (bijvoorbeeld WMS) of moeten alle standaarden (WMS, WFS, WCS SLD en nog meer) allemaal worden ondersteund? Ik ben benieuwd hoe de lijst er in januari uit ziet.