dinsdag 23 juli 2013

Het Nederlandse keurmerk op WMS

Gisteren beweerde ik dat WMS minder standaard is dan we wel eens denken, met name door de vrijheidsgraden die deze OGC standaard in zich heeft. Ik had zelf al een follow-up in gedachten, en toen er ook nog een reactie van Thijs Brentjens binnenkwam kon ik niet meer uit onder het publiceren van deze aanvulling:

GeoNovum weet raad, want heeft voor WMS services een Nederlands profiel opgesteld. In dat profiel zijn een flink deel van de hier boven geschetste vrijheidsgraden dichtgetimmerd, zoals de verplichting de WMS in 3 co├Ârdinaatsystemen te serveren: RD, ETRS89 en WGS84. Met de bij dat profiel behorende validator kun je nagaan of een WMS service (niet noodzakelijker wijs een die je zelf serveert) aan dit Nederlandse profiel voldoet.

Ook in het Nationaal Georegister staat onder iedere WMS-service een knopje waarmee die service kan worden gechecked op het voldoen aan de Vaderlandse Set van Afspraken. Eerlijk gezegd dacht ik tot gisteren dacht ik dat dat icoontje aangaf ├│f een service aan het profiel voldoet, maar nee, je moet zelf nog even op die knop drukken om de ("live"-)testresultaten te krijgen.

Ik heb ze niet allemaal uitgeprobeerd, maar een forse steekproef leert dat met name de manier waarop de resultaten van GetFeatureInfo (de "identify") wordt teruggegeven een struikelblok is; "text/xml" blijkt maar weinig ondersteund te worden. Ook de PDOK services gaan daar "nat" op. Dat het wel kan bewijst TNO, de GeoTop-services formatie van Stramproy (onderdeel van DINO) slaagt met vlag en wimpel voor het Nederlandse profiel-"examen".

"The devil is in the detail" riep toenmalig PDOK-programmamanager Pieter Meijer vorig jaar bij het puntjes-op-de-i-zetten. Inderdaad, want juist dit soort details maken het verschil tussen webservices als eeuwige belofte en webservices als echte doorbraak naar een breder publiek.

WMS is niet de enige standaard die een rekbaar begrip is:

Geen opmerkingen:

Een reactie posten